-A +A

Raad van State beroep tegen vervangende beslissing

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Raad van State
Datum van de uitspraak: 
zat, 01/03/2014
A.R.: 
Arrest nr. 228.551

Tegen een vervangende beslissing na eerdere annulatie door de Raad Van State kan een afzonderlijk annulatieberoep ingesteld. In dit geval is dit nieuwe beroep onderworpen aan eigen voorwaarden inzake ontvankelijkheid.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2014-2015
Pagina: 
1265
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

P.V. t/ Belgische Staat, minister van Justitie

Arrest nr. 228.551

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 26 augustus 2013, strekt tot de nietigverklaring van:

– het KB van 17 juni 2013 waarbij M.D. wordt benoemd tot gerechtsdeurwaarder in het arrondissement Hasselt;

– het besluit van de minister van Justitie van 11 juli 2013 waarbij het kantoor van M.D. in Hasselt wordt gevestigd.

...

IV. Ontvankelijkheid

A. Ratione materiae – uitbreiding – materieel voorwerp

...

Beoordeling

...

7. Met het beroep, zoals het oorspronkelijk werd ingesteld, beoogt verzoeker dat het KB van 17 juni 2013 houdende benoeming van de tussenkomende partij tot gerechtsdeurwaarder en het MB van 11 juli 2013 waarbij het kantoor van de tussenkomende partij in Hasselt wordt gevestigd, door middel van een nietigverklaring door de Raad van State uit het rechtsverkeer worden verwijderd.

Welnu, de verwerende partij heeft het KB van 17 juni 2013 reeds uit het rechtsverkeer weggenomen. Zij heeft het besluit immers met een KB van 31 maart 2014 uitdrukkelijk ingetrokken. Hierdoor heeft het MB van 11 juli 2013 – dat zijn rechtsgrond vindt in het KB van 17 juni 2013 – geen rechtskracht meer.

De intrekking van het KB van 17 juni 2013 heeft tot gevolg dat de benoeming van de tussenkomende partij ab initio uit het rechtsverkeer verdwijnt en dat ze geacht wordt nooit te zijn gebeurd.

Een inwilliging van het initieel gevorderde levert verzoeker niet meer voordeel op dan hij reeds ingevolge de intrekking heeft verkregen. De intrekking van het KB van 17 juni 2013 ontneemt per definitie aan het beroep zijn eerste voorwerp.

8. Bij een herleven van dat voorwerp, door een nietigverklaring van het KB van 31 maart 2014 houdende intrekking van de benoeming van de tussenkomende partij, heeft verzoeker dan weer geen belang, wat desnoods ambtshalve door de Raad wordt vastgesteld. Op verzoekers vraag tot uitbreiding van het voorwerp van het beroep tot het KB van 31 maart 2014, kan bijgevolg niet worden ingegaan.

9. Wat het tweede voorwerp betreft, past het evenwel voor de duidelijkheid in het rechtsverkeer om dit MB van 11 juli 2013, dat nog een slechts formeel bestaan leidt, uitdrukkelijk nietig te verklaren.

10. Zoals zo-even uiteengezet, heeft het annulatieberoep ingevolge de intrekking van het KB van 17 juni 2013, zijn formeel voorwerp verloren.

Het verdwijnen van het formele voorwerp van het annulatieberoep verplicht de Raad van State er evenwel niet toe in alle gevallen het beroep onontvankelijk te verklaren. Dit kan onder meer het geval zijn wanneer de Raad vaststelt dat het bestuur de oorspronkelijk bestreden beslissing door een nieuwe heeft vervangen en wanneer die vervangende beslissing inhoudelijk niet wezenlijk verschilt van de eerste, waardoor het materieel voorwerp van het beroep ongewijzigd is gebleven. Het beroep tegen de vervangen beslissing kan dan geacht worden gericht te zijn tegen de vervangende beslissing.

Het KB van 25 april 2014 verschilt inhoudelijk niet wezenlijk van het oorspronkelijk bestreden KB van 17 juni 2013 en verzoeker betoogt terecht dat hij er evenzeer door wordt gegriefd. Het voorliggende beroep kan dan ook worden geacht gericht te zijn tegen het KB van 25 april 2014.

Verzoeker heeft weliswaar verkozen tegen de vervangende beslissing een afzonderlijk annulatieberoep in te stellen. Dit nieuwe beroep is evenwel aan eigen voorwaarden inzake ontvankelijkheid onderworpen, zodat aan verzoeker het vermoeden dat zijn huidige beroep gericht is tegen de vervangende beslissing niet ontzegd mag worden, omdat hij blijkens zijn verzoek tot uitbreiding het voordeel ervan wil genieten.

11. Om ontvankelijk te zijn, is dan wel vereist dat minstens één van de oorspronkelijk aangevoerde middelen ook betrokken kan worden op de vervangende beslissing, zijnde het KB van 25 april 2014. Uit een eerste onderzoek van de middelen blijkt dat dit voorlopig niet mag worden uitgesloten.

Er is dan ook reden om het auditoraat ermee te belasten de zaak opnieuw te onderzoeken in de mate waarin het voorwerp van het beroep thans het KB van 25 april 2014 houdende benoeming van de tussenkomende partij tot gerechtsdeurwaarder is.

...

B. Belang

...

Beoordeling

14. Verzoeker heeft zich kandidaat gesteld voor het ambt van gerechtsdeurwaarder in het gerechtelijk arrondissement Hasselt. Uit de lijsten van kandidaten blijkt dat verzoeker in aanmerking wenst te komen voor elk van de vier vacante ambten, dus ook voor het ambt waarin de tussenkomende partij werd aangesteld en het ambt waarin D.P. werd aangesteld.

Met het bestreden benoemingsbesluit werd de tussenkomende partij benoemd tot gerechtsdeurwaarder in het gerechtelijk arrondissement Hasselt. Aangezien verzoeker zich voor een dergelijke benoeming kandidaat heeft gesteld, heeft hij belang bij het bestrijden van deze benoeming. Een vernietiging van het bestreden besluit zal er immers toe leiden dat een ambt van gerechtsdeurwaarder in het gerechtelijk arrondissement Hasselt open valt en dat verzoeker een nieuwe kans krijgt om in dat ambt te worden aangesteld.

Gewis stelt verzoeker in zijn verzoekschrift dat hij een bijzondere band heeft met de standplaats van F.M. Dit betekent evenwel niet dat verzoeker zich niet in een andere standplaats zou willen vestigen. Dat verzoeker voor alle vier de vacante betrekkingen heeft gekandideerd, bewijst dit net.

Dat verzoeker na een nietigverklaring van de bestreden benoeming niet benoemd zal kunnen worden tot gerechtsdeurwaarder in het gerechtelijk arrondissement Hasselt, omdat hij beduidend minder aanspraken op de benoeming zou kunnen maken dan een aantal andere kandidaten, is een bewering die verband houdt met de grond van de zaak. Of verzoeker inderdaad beduidend minder aanspraken kan laten gelden op de bestreden benoeming, kan enkel blijken uit een vergelijking van de titels en verdiensten, en wat de grond van de zaak betreft, doet verzoeker nu juist gelden dat de vergelijking van titels en verdiensten niet rechtsgeldig is gebeurd.

Ten slotte moet worden opgemerkt dat de omstandigheid dat verzoeker slechts twee van de vier benoemingen heeft aangevochten, hem zijn belang bij het huidige beroep niet ontneemt. Elk annulatieberoep kan tot een nietigverklaring leiden, en elke nietigverklaring geeft uitzicht op een kans om zelf te worden benoemd. Verzoeker kan, om redenen die hem eigen zijn, verkiezen bepaalde benoemingen niet aan te vechten.

15. De exceptie wordt verworpen.

...

Gerelateerd
Aangemaakt op: do, 09/04/2015 - 17:25
Laatst aangepast op: do, 09/04/2015 - 17:25

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.