-A +A

Procesonbekwaamheid van een failliete onderneming

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Vredegerecht
Plaats van uitspraak: Oudenaarde
Datum van de uitspraak: 
don, 26/03/2009

Exceptie van onontvankelijkheid - artikel 73 Faillissementswet - sluiting van het faillissement - artikel 185 W.Venn. - actieve procesbekwaamheid - passieve vertegenwoordigingsbevoegdheid.

De sluiting van het faillissement resulteert in de opheffing van de vennootschap in het rechtsverkeer. Een gefailleerde vennootschap heeft actieve procesbekwaamheid verloren, waardoor haar vorderingen ontoelaatbaar zijn.

De procesbevoegdheid van de vereffenaar beperkt zicht tot een passieve vertegenwoordigingsbevoegdheid, hetgeen een optreden in rechte of om derden aan te spreken volledig uitsluit.
 

Publicatie
tijdschrift: 
Tijdschrift van de Vrederechter
Uitgever: 
die Keure
Jaargang: 
2011
Pagina: 
425
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

[ ... ]
1) De vordering
Bij dagvaardingsexploot d.d. 6 oktober 2008 vordert de eisende partij dat de verwerende partij zou worden veroordeeld tot ontruiming van het onroerend goed gelegen te 9700 Oudenaarde, bij gebreke waartoe de verwerende partij zal gedwongen worden binnen de 24 uren na betekening van het tussengekomen vonnis, desnoods met behulp van een daartoe gezochte gerechtsdeurwaarder.

Tevens vordert de eisende partij de veroordeling van de verwerende partij tot het betalen van een bezettingsvergoeding van 27.000 euro, te vermeerderen met een maandelijkse bezettingsvergoeding van 300 euro per maand vanaf 1 november 2008 tot de algehele ontruiming en tot de gerechtelijke intresten en de kosten van het geding.

De vordering van de eisende partij gaat terug naar het feit dat voornoemd onroerend goed op 29 december 1992 werd ingebracht in de nv C. en dat de verwerende partij zich op 26 april 2001 toegang verschafte tot de woning zonder recht noch titel en sedertdien deze woonst blijft bezetten.

Bij conclusies neergelegd ter griffie op 5 november 2008 werpt de verwerende partij de onontvankelijkheid van de hoofdvordering op en stelt hij tevens een tegeneis in wegens tergend en roekeloos geding ten belope van 2.500 euro.

Bij conclusies neergelegd ter griffie op 25 februari 2009 gaat de eisende partij in omtrent de grond van de zaak, doch formuleert geen repliek op de aangebrachte exceptie van onontvankelijkheid door de verwerende partij.

Op de zitting van 26 februari 2009 werden de partijen gehoord, waarna de debatten werden gesloten en de zaak in beraad werd genomen enkel om in eerste instantie uitspraak te doen nopens de exceptie van onontvankelijkheid en vooralsnog niet te oordelen omtrent de tegenvordering wegens tergend en roekeloos geding.

2) Bespreking

2. 1. Inzake de exceptie van onontvankelijkheid
Bij vonnis d.d. 4 oktober 1995 werd de nv C. failliet verklaard door de rechtbank van koophandel te Brugge en de faling werd bij vonnis d.d. 20 januari 1999 gewezen door de rechtbank van koophandel te Brugge gesloten verklaard wegens ontoereikend actief en werd zij niet verschoonbaar verklaard.

In toepassing van artikel 73 Faill.W., zoals gewijzigd bij artikel 23, 1 tot 4 wet van 4 september 2002 brengt de beslissing tot sluiting van de verrichtingen van het faillissement de ontbinding van de rechtspersoon met zich mee alsmede de onmiddellijke sluiting. In toepassing van artikel 185 Venn.W. (voorheen art. 180 Venn.W.) wordt de laatste zaakvoerder of gedelegeerd bestuurder beschouwd als vereffenaar.

Ingevolge de sluiting van het faillissement heeft de nv C. opgehouden te bestaan in het rechtsverkeer en is haar vordering bijgevolg ontoelaatbaar geworden omdat zij haar actieve procesbekwaamheid heeft verloren (zie o.m. G. MEERSMAN,

Procesbekwaamheid van een vereffende vennootschap”, TBH 1999, 579) en heeft de vereffenaar enkel nog een passieve vertegenwoordigingsbevoegdheid, hetgeen een optreden in rechte of om derden aan te spreken volledig uitsluit (zie ook GEENS e.a., Overzicht rechtspraak vennootschappen”, TPR 2000, 493, nr. 484).
De vordering van de eisende partij is derhalve niet toelaatbaar.

OM DEZE REDENEN, De vrederechter,
Met inachtneming van de artikelen 2, 3, 34, 36, 37 en 41 van de wet van 15 jui 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken.
Recht doende op tegenspraak.
Verklaart de hoofdvordering niet toelaatbaar.
Verzendt de zaak naar de algemene rol voor wat betreft de behandeling van de tegeneis.
 

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 27/11/2011 - 17:33
Laatst aangepast op: zo, 27/11/2011 - 17:33

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.