-A +A

Procedure na verwijzing door cassatiearrest plaatst terug in de staat waarin zij zich bevonden voor de rechter wiens beslissing is vernietigd

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
maa, 07/11/2016
A.R.: 
C.16.0067.N

Krachtens art. 1110, eerste lid Ger.W. plaatst cassatie met verwijzing de partijen, binnen de grenzen van de cassatie, terug in de staat waarin zij zich bevonden voor de rechter wiens beslissing is vernietigd.

Het staat aan de rechter op verwijzing om zelf te bepalen in hoeverre hij van de zaak kennisneemt, zulks onder toezicht van het Hof in geval van cassatieberoep.

In de regel is cassatie beperkt tot de draagwijdte van het middel dat eraan ten grondslag ligt.

Huidige versie van art. 1110 Ger. W. na Potpourri wijziging:

[Voortaan (sinds 3 augustus 2017) zijn alle arresten van het Hof van Cassatie bindend voor de verwijzingsrechters (art. 161 Potpourri V)].

Art. 1110.[2 In geval van vernietiging verwijst het Hof van Cassatie, indien daartoe aanleiding bestaat, de zaak, hetzij naar het gerecht in hoogste feitelijke aanleg van dezelfde rang als datgene dat de bestreden beslissing gewezen heeft, hetzij naar hetzelfde gerecht, anders samengesteld.]2
Deze wordt voor het aangewezen gerecht aanhangig gemaakt zoals een gewone zaak.
Bedoeld gerecht houdt alleen dan zitting met verenigde kamers wanneer het hof zulks om uitzonderlijke redenen heeft voorgeschreven.
[2 Dat gerecht voegt zich naar het arrest van het Hof van Cassatie betreffende het door dat Hof beslechte rechtspunt. Tegen de beslissing van dat gerecht wordt geen voorziening in cassatie toegelaten in zoverre deze beslissing overeenstemt met het vernietigingsarrest.]2
[1 Wanneer cassatie wordt uitgesproken in een zaak bedoeld als in artikel 609, 2°, voegt de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarnaar de zaak is verwezen zich naar de beslissing van het Hof betreffende het door dat Hof beslechte rechtspunt.]1
----------
(1)<W 2014-04-10/57, art. 17, 126; Inwerkingtreding : 25-05-2014>
(2)<W 2017-07-06/24, art. 149, 154; Inwerkingtreding : 03-08-2017>

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2017-2018
Pagina: 
736
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

AR nr. C.16.0067.N

Belgisch Gemeenschappelijk Waarborgfonds t/ Vlaams Gewest

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis in hoger beroep van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Leuven van 26 september 2014, op verwijzing gewezen na arrest van het Hof van 14 november 2011.

...

III. Beslissing van het Hof

Beoordeling

1. Krachtens art. 1110, eerste lid Ger.W. plaatst cassatie met verwijzing de partijen, binnen de grenzen van de cassatie, terug in de staat waarin zij zich bevonden voor de rechter wiens beslissing is vernietigd.

Het staat aan de rechter op verwijzing om zelf te bepalen in hoeverre hij van de zaak kennisneemt, zulks onder toezicht van het Hof in geval van cassatieberoep.

In de regel is cassatie beperkt tot de draagwijdte van het middel dat eraan ten grondslag ligt.

2. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de eiser tegen verweerder op grond van art. 1384, eerste lid BW vrijwaring vorderde voor de bedragen die hij verschuldigd is aan A.I.

Bij vonnis van 21 januari 2010 verklaarde de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel deze vrijwaringsvordering gegrond.

Bij arrest van 14 november 2011 vernietigde het Hof dit vonnis omdat het niet had geantwoord op het verweer van de verweerder dat enkel een rechtstreeks slachtoffer vergoeding kan vorderen op grond van art. 1384, eerste lid B.W.

3. De appelrechters oordelen dat de eiser geen vrijwaring kan vorderen van de verweerder op grond van art. 1384, eerste lid BW, omdat hij geen rechtstreeks slachtoffer is. Zij oordelen voorts dat de eiser een nieuwe rechtsgrond inroept, namelijk de subrogatie, maar dat het debat beperkt is tot het vorderingrecht «op grond van art. 1384, eerste lid BW, maar niet op grond van de subrogatie» zodat de eiser geen vorderingsrecht heeft tegen de verweerder.

4. De appelrechters die de vordering van de eiser afwijzen omdat het debat beperkt is tot het vorderingsrecht van de eiser op grond van art. 1384, eerste lid BW en het vorderingsrecht op grond van subrogatie aldus buiten het debat valt, miskennen de omvang van hun rechtsmacht en schenden bijgevolg art. 1110, eerste lid Ger.W.

Het middel is gegrond.

Gerelateerd
Aangemaakt op: ma, 01/01/2018 - 13:27
Laatst aangepast op: ma, 01/01/2018 - 13:27

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.