-A +A

Plaatsvervangend magistraat - Opdrachten - Omvang- Voorwaarden inschakeling

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
vri, 16/12/2016
A.R.: 
C.15.0514.N

Uit artikel 156bis, eerste en tweede lid, Gerechtelijk Wetboek volgt dat de mogelijkheid voor een plaatsvervangend magistraat om een verhinderde magistraat te vervangen of op te treden wanneer de bezetting niet volstaat om de hangende zaken te behandelen, voortvloeit uit hun aanwijzing in de hoedanigheid van plaatsvervangend magistraat, zonder dat de reden van verhindering, vervanging of optreden dient vastgesteld te worden in de beslissing of het dossier van de rechtspleging.

Uit geen enkele bepaling volgt dat de plaatsvervangende magistraten bedoeld in artikel 156bis Gerechtelijk Wetboek slechts zitting kunnen nemen in een kamer van het hof van beroep wanneer alle raadsheren en plaatsvervangende raadsheren verhinderd zijn.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2017-2018
Pagina: 
900
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

AR nr. C.15.0514.N

NV D.M.G. t/ NV J.G. F.

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen de arresten van het Hof van Beroep te Brussel van 10 maart 2015 en 29 september 2015.

...

III. Beslissing van het Hof

Beoordeling

1. Krachtens art. 156bis, eerste en tweede lid Ger.W. zijn er in de hoven van beroep plaatsvervangende magistraten, aangewezen uit de wegens hun leeftijd overeenkomstig art. 383, § 1 Ger.W. op rust gestelde magistraten; zij hebben geen gewone bezigheden en worden benoemd overeenkomstig art. 383, § 2 Ger.W., om verhinderde magistraten of leden van het openbaar ministerie tijdelijk, naargelang van het geval en ieder wat hem betreft, te vervangen. Deze plaatsvervangende magistraten kunnen ook geroepen worden om zitting te nemen wanneer de bezetting niet volstaat om de hangende zaken te behandelen.

2. Uit deze bepaling volgt dat de mogelijkheid voor een plaatsvervangend magistraat om een verhinderde magistraat te vervangen of om op te treden wanneer de bezetting niet volstaat om de hangende zaken te behandelen, voortvloeit uit hun aanwijzing in de hoedanigheid van plaatsvervangend magistraat, zonder dat de reden van verhindering, vervanging of optreden dient te worden vastgesteld in de beslissing of het dossier van de rechtspleging.

3. Uit geen enkele bepaling volgt dat de plaatsvervangende magistraten bedoeld in art. 156bis Ger.W. slechts zitting kunnen nemen in een kamer van het hof van beroep wanneer alle raadsheren en plaatsvervangende raadsheren verhinderd zijn.

4. Het middel dat van het tegendeel uitgaat, faalt naar recht.

Gerelateerd
Aangemaakt op: do, 08/02/2018 - 15:59
Laatst aangepast op: vr, 30/03/2018 - 17:59

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.