-A +A

Partijstatuten strekken de partijleden tot wet

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Rechtbank van Eerste Aanleg
Plaats van uitspraak: Brussel
Datum van de uitspraak: 
maa, 06/11/2017

De verhouding tussen partijleden is zuiver contractueel en wordt geregeld door de partijstatuten.

Door hun lidmaatschap aanvaarden partijleden dat zij zich onderwerpen aan het tuchtrecht van de vereniging waarbij zij aansluiten.

De rechtbank kan onderzoeken of de contractuele bepalingen (of de statuten) die tussen partijen werden overeengekomen, werden nageleefd. Daarnaast kan de rechtbank ook nagaan of er bij het nemen van de beslissing misbruik van bevoegdheid werd gemaakt. Dit betekent niets anders dan dat de rechter nagaat of de overeenkomst te goeder trouw werd uitgevoerd dan wel of er sprake is van misbruik van recht bij het nemen van de beslissing (art. 1134, derde lid BW).

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2017-2018
Pagina: 
1115
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

S.L. en N.V. t/ vzw N-VA. en feitelijke vereniging N-VA

...

1. Feitelijke en procedurele voorgaanden

1. De feiten in dit dossier werden reeds uiteengezet in het tussenvonnis van 7 november 2016.

Het past hier te herhalen dat:

– eisers lid waren van de N-VA en bestuurslid van de afdeling Boortmeerbeek (hierna aangeduid als de «Afdeling»);

– eisers bij beslissing van 14 februari 2015 in hun lidmaatschap van de N-VA werden geschorst door de partijraad;

– eisers met de huidige procedure deze beslissing aanvechten.

2. Bij tussenvonnis werd de vordering ten opzichte van de vzw N-VA ongegrond verklaard en werd aan de feitelijke vereniging N-VA (hierna aangeduid als «verweerster») gevraagd om alvorens verder recht te doen vóór 15 december 2016 ter griffie en voor eensluidend verklaard afschrift van de volgende documenten te overleggen:

– beslissing van het partijbestuur van 29 september 2014 waarbij het afdelingsbestuur voor vier maanden zou zijn geschorst en onder toezicht zou zijn geplaatst;

– beslissingen van respectievelijk het partijbestuur en de partijraad van telkens 17 januari 2015 waarbij enerzijds beslist zou zijn een V&T-procedure op te starten en waarbij anderzijds akte zou zijn genomen van de opening van de V&T-procedure;

– de beslissing/het advies van de V&T-commissie van 12/14 februari 2015 waarbij geadviseerd/beslist zou zijn eisers voor twaalf maanden als lid te schorsen;

– beslissing van de partijraad van 14 februari 2015 waarbij beslist zou zijn eisers voor twaalf maanden als lid te schorsen en waaruit de aanwezigen, de eventuele stemming en het verslag van bespreking blijken;

– het rapport dat door de V&T-commissie van 12/14 februari 2015 werd opgesteld en overgemaakt aan de algemene secretaris en de voorzitter van de partijraad overeenkomstig art. 8.10 van de statuten.

Eisers betwisten niet dat verweerster deze stukken ter griffie heeft neergelegd op 29 november 2016. Partijen hebben hierop nog conclusies uitgewisseld zodat de zaak nu ook ten gronde in staat is en kan worden beoordeeld.

2. Voorwerp van de vorderingen

3. Eisers vorderen in hun syntheseconclusies na tussenvonnis:

«De vordering ontvankelijk en gegrond te verklaren.

De bestreden beslissing van de partijraad van verweerster van 14 februari 2015 waarbij beslist werd (eisers) de tuchtsanctie op te leggen van de schorsing als lid van de partij voor een periode van 12 maanden,

– te vernietigen,

– minstens verweerster te verplichten deze beslissing in te trekken en te doen ophouden.

Bij uitbreiding van haar oorspronkelijke vordering ten gronde verweerster te verplichten de actuele en toenmalige leden van N-VA Boortmeerbeek op dezelfde wijze in te lichten van de beslissing tot nietigverklaring van de beslissing van 14 februari 2015, middels rondschrijven zoals zij gedaan heeft op 17 februari 2015.

Tevens te zeggen voor recht dat de voornoemde beslissing onrechtmatig werd genomen en verweerster te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding wegens contractuele, minstens buitencontractuele, wanprestaties ten belope van 500 euro elk, te vermeerderen met de gerechtelijke intresten vanaf 4 november 2015.

...

4. Verweerster vraagt:

« Betreffende de vorderingen ten opzichte van de N-VA VZW, optredend in eigen naam:

– De vorderingen af te wijzen als zijnde ongegrond;

Betreffende de vorderingen ten opzichte van de N-VA VZW, optredend als vertegenwoordiger in rechte van de feitelijke vereniging N-VA:

– De vorderingen af te wijzen als zijnde ongegrond;

...

3. Beoordeling

3.1. De vordering ten overstaan van de vzw N-VA

5. In het tussenvonnis werd reeds geoordeeld dat eisers geen lid zijn van de vzw N-VA en uit dien hoofde dus geen vordering op grond van art. 19, derde lid Ger.W. kunnen richten tegen de vzw N-VA. Eisers hebben zich niet aangesloten bij deze vzw maar bij de feitelijke vereniging N-VA en zij konden ook niet in de overtuiging zijn dat zij aangesloten waren bij de vzw. De vordering op grond van art. 19, derde lid Ger.W. en bij uitbreiding elke vordering tegen de vzw N-VA, in eigen naam, is dan ook gegrond. Het is dan ook in die zin dat het tussenvonnis (en het beschikkend gedeelte) moeten worden begrepen en ten andere ook begrepen wordt door beide partijen. In zoverre het tussenvonnis dienaangaande niet expliciet zou zijn, geldt het huidige vonnis als verduidelijking op dit punt. De vorderingen van eisers (zowel alvorens recht te doen als ten gronde) tegen de vzw N-VA zijn afgewezen.

3.2. De vordering tegen de feitelijke vereniging N-VA

3.2.1. De «bevoegdheid» van de rechtbank

6. Het eerste geschilpunt tussen partijen betreft de vraag of de rechtbank kan optreden in deze zaak. Zoals hierna zal blijken, gaat het niet zozeer over de vraag of de rechtbank rechtsmacht heeft of materieel bevoegd is om deze zaak te behandelen, maar gaat het meer over de toepasselijke rechtsregels en over de mogelijkheid om deze in casu te toetsen.

7. Verweerster meent dat de vordering van eisers, wegens vermeende schending van de statuten, louter contractueel is. Op deze verhouding kunnen volgens haar enkel de privaatrechtelijke regels worden toegepast. Voorts betekent dit volgens verweerster dat de rechter de beslissing alleen marginaal kan toetsen. Er zou dus geen sprake zijn van een privaatrechtelijk tuchtrecht, noch van specifieke regelgeving, zoals de principes van nietigverklaring inzake de algemene vergaderingen, algemene beginselen van behoorlijk bestuur of uitsluitingsregels inzake coöperatieve vennootschappen. Omdat verweerster naar eigen zeggen de statuten heeft nageleefd, kan er volgens haar geen contractuele fout worden vastgesteld.

8. Eisers van hun kant erkennen dat er sprake is van beleidsvrijheid en van een discretionaire bevoegdheid, maar zij menen dat de rechter wel degelijk over een marginaal toetsingsrecht beschikt en de wettigheid van de beslissing kan nagaan alsook nagaan of deze op een redelijke wijze is genomen dan wel of ze een misbruik van bevoegdheid bevat. Ook al gaat het om privaatrechtelijk handelen, elke schending van grondrechten, waaronder het recht op vereniging, het recht op een eerlijk procesverloop, het recht op motivering, het recht op tegenspraak, zou onderworpen zijn aan een controlebevoegdheid van de gewone burgerlijke rechter. Zo zou de betwisting over de rechtsgeldigheid van een beslissing van een algemene vergadering van een vzw, waarbij tuchtsancties worden opgelegd, een geschil betreffen over een burgerlijk recht, dat tot de bevoegdheid van de rechtbank behoort.

9. Voor een goed begrip wordt eerst verduidelijkt dat verweerster niet betwist dat er in deze zaak subjectieve rechten worden ingeroepen die de rechtsmacht van de burgerlijke rechter verantwoorden.

Verweerster betwist wel dat de rechtbank de mogelijkheid heeft om te toetsen aan de subjectieve rechten die eisers inroepen.

Verweerster merkt daarbij allereerst terecht op dat de verhouding tussen partijen zuiver contractueel is en geregeld wordt door de statuten. Daarmee spreekt zij impliciet tegen dat eisers zoals zij in fine van hun conclusies terloops opmerken, hun vordering voor zoveel als nodig ook kunnen baseren op een buitencontractuele fout. Dit is inderdaad niet het geval. Eisers erkennen dat hun lidmaatschap van de feitelijke vereniging (...) een contractuele verhouding is die geregeld wordt door de statuten. Zij kunnen dus eenzelfde vermeende fout niet zomaar enerzijds als een schending van de contractuele verbintenis en anderzijds als een schending van de algemene zorgvuldigheidsplicht bestempelen. Dit is het verbod op samenloop.

Eisers menen voorts dat zij naast de schending van contractuele bepalingen (of dus de statuten) ook nog de schending van andere bepalingen kunnen inroepen, gelet op het tuchtrechtelijk karakter van de hier aangevochten beslissing.

De rechter vermag echter alleen na te gaan of de door de verweerster genomen beslissing van schorsing van eisers van 14 februari 2015 de contractuele bepalingen naleeft en of de overeenkomst tussen partijen te goeder trouw werd uitgevoerd. Door hun lidmaatschap hebben eisers immers aanvaard dat zij zich onderwerpen aan het tuchtrecht van de vereniging waarbij zij aansluiten. Zij voeren niet aan dat deze contractuele bepalingen strijdig zouden zijn met hogere bepalingen.

Aldus kan de rechter wel de door de eisers aangevoerde «wettigheid» van de beslissing nagaan, in die zin dat de rechtbank kan onderzoeken of de contractuele bepalingen (of de statuten) die tussen partijen werden overeengekomen, werden nageleefd. Daarnaast kan de rechtbank ook nagaan of er bij het nemen van de beslissing misbruik van bevoegdheid werd gemaakt. Dit betekent niets anders dan dat de rechter nagaat of de overeenkomst te goeder trouw werd uitgevoerd dan wel of er sprake is van misbruik van recht bij het nemen van de beslissing (art. 1134, derde lid BW).

...

Gerelateerd
Aangemaakt op: wo, 07/03/2018 - 21:35
Laatst aangepast op: wo, 07/03/2018 - 21:35

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.