-A +A

Overnemer van een onroerend goed neemt milieuvergunning en lopende procedures mee over

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Raad van State
Datum van de uitspraak: 
don, 23/04/2015
A.R.: 
230.935

De overnemer van een milieuvergunning neemt de rechten en verplichtingen over die aan die vergunning zijn verbonden. De kennisgeving van het verzoekschrift tot nietigverklaring aan de NV S.D., evenals de termijn van zestig dagen die bij beschikkingen van de Raad van State werd verleend om de middelen ten gronde uiteen te zetten, gelden dan ook vanaf de overname van de milieuvergunning ten aanzien van de overnemer.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2015-2016
Pagina: 
596
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Gemeente Beveren t/ Vlaams Gewest

Arrest nr. 230.935

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 8 augustus 2013, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur van 5 juni 2013 waarbij de beroepen ingesteld tegen de beslissing van de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen van 25 november 2010, houdende het verlenen van de milieuvergunning aan de NV S.D. voor het exploiteren van een windturbinepark met drie windturbines, gelegen (...) te Beveren-Waas, gedeeltelijk gegrond worden verklaard en de beroepen beslissing deels wordt gewijzigd.

...

IV. Ontvankelijkheid van de tussenkomsten

...

Tweede verzoekende partij in tussenkomst

Standpunt van de tweede verzoekende partij in tussenkomst

5. In het verzoekschrift tot tussenkomst dat de BVBA S.W. op 7 januari 2014 heeft ingediend, stelt zij dat zij de actuele houder van de vergunning is en dat ze aldus beschikt over de vereiste hoedanigheid om tussen te komen. Het verzoekschrift vermeldt verder:

“Verzoekster tot tussenkomst heeft geen kennisgeving ontvangen van de ingestelde procedure tot nietigverklaring

“Overeenkomstig art. 21bis, § 1, vijfde lid RvS-Wet kan, bij ontstentenis van kennisgeving, de kamer waarbij de zaak aanhangig is een latere tussenkomst toelaten, voor zover deze tussenkomst op generlei wijze de procedure vertraagt.

“De tussenkomst zal doorgaans de afhandeling van de zaak vertragen wanneer het verzoek wordt ingediend nadat de auditeur zijn verslag over de zaak heeft neergelegd. De auditeur heeft zijn verslag voor de zaak nog niet neergelegd.

“Huidig verzoek tot tussenkomst vertraagt de procedure niet”,

6. In de laatste memorie wijst de tweede verzoekende partij in tussenkomst op het bestaan van andere gevallen die mogelijk aanleiding geven tot gedinghervatting dan die vermeld in art. 55 tot 58 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: algemeen procedurereglement). Volgens haar bestaat er evenwel bij de overdracht van een milieuvergunning geen grond tot gedinghervatting, of minstens geen verplichting daartoe. De stelling dat de termijn van zestig dagen die aan de NV S.D. werd verleend om haar middelen uiteen te zetten eveneens zou gelden ten aanzien van de tweede verzoekende partij in tussenkomst, gaat volgens haar voorbij aan het feit dat het indienen van de memorie tot tussenkomst, op 23 december 2013, onmiddellijk volgde op de overdracht van de milieuvergunning, die plaatsvond op 14 november 2013. Op dat ogenblik was de termijn van zestig dagen “bijna verstreken”. Bovendien bepaalt het algemeen procedurereglement geen termijn waarbinnen een gedinghervatting zou moeten plaatsvinden.

Beoordeling

7. De overnemer van een milieuvergunning neemt de rechten en verplichtingen over die aan die vergunning zijn verbonden. De kennisgeving van het verzoekschrift tot nietigverklaring aan de NV S.D., evenals de termijn van zestig dagen die bij beschikkingen van de Raad van State werd verleend om de middelen ten gronde uiteen te zetten, gelden dan ook vanaf de overname van de milieuvergunning ten aanzien van de BVBA S.W. Het verzoekschrift tot tussenkomst werd door de BVBA S.W. laattijdig ingediend.

De BVBA S.W. heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de tussenkomst van de NV S.D. te hervatten en zelf een memorie neer te leggen. Ze heeft pas 85 dagen na de melding van de overname gevraagd om in de zaken te mogen tussenkomen. De memorie die werd neergelegd door de NV S.D., op een tijdstip dat deze niet langer de vereiste hoedanigheid en het vereiste belang had om in de zaken tussen te komen, kan niet worden geacht uit te gaan van de BVBA S.W.

De tussenkomst van de BVBA S.W. is bijgevolg niet ontvankelijk.

...

Gerelateerd
Aangemaakt op: do, 10/12/2015 - 19:34
Laatst aangepast op: do, 10/12/2015 - 19:34

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.