-A +A

Overeenkomst onder ontbindende voorwaarde van echtscheiding is geldig

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Gent
Datum van de uitspraak: 
don, 10/03/2016

Een onroerend goed kan worden ingebracht in het gemeenschappelijke vermogen onder de ontbindende voorwaarde van enkel echtscheiding (en niet (ook) van vooroverlijden van de niet-inbrengende echtgenoot).

De terugname van een ingebracht goed zonder aanrekening op de kavel wordt algemeen als geldig aanvaard (art. 1455 BW). Fundamenteel anders dan bij de terugname doet de ontbindende voorwaarde het ingebrachte goed retroactief uit het gemeenschappelijke vermogen verdwijnen (art. 1183 BW).

Deze (fiscaal interessantere) ontbindende voorwaarde van echtscheiding doorstaat de test van

(1) de (toegelaten) potestatieve voorwaarde;

(2) de bestendigheid van het huwelijksvermogensstelsel en

(3) voldoende eerbiediging van de rechten van gebeurlijke schuldeisers .

Enkel een zuiver potestatieve voorwaarde aan de zijde van de schuldenaar is nietig. Een gemengde potestatieve voorwaarde, i.e. een toekomstige en onzekere gebeurtenis die van de wil van één van de partijen en van de wil van een derde afhangt, is wel geldig. Bovendien is (zelfs) een zuiver potestatieve ontbindende voorwaarde (zelfs aan de zijde van de schuldenaar) perfect rechtsgeldig vanuit verbintenisrechtelijk oogpunt (met uitzondering van de schenking). Enkel de zuiver potestatieve opschortende voorwaarde is nietig (zie Cass. 23 november 2001, RNB 2002, 318; H. De Page, Traité élémentaire de droit civil belge, I, Brussel, Bruylant, 1962, nr. 155bis).

Aldus is de litigieuze ontbindende voorwaarde van echtscheiding geen nietige potestatieve voorwaarde (art. 1174 BW).

Dat het huwelijksvermogensstelsel zelf in globo niet afhankelijk kan worden gesteld van de vervulling van een voorwaarde, spreekt voor zich. In casu speelt de (ontbindende) voorwaarde evenwel slechts voor een bepaalde clausule. Zij is ab initio, van bij de wijzigingsakte gekend. De voorwaarde krijgt bovendien pas uitwerking bij de ontbinding van het stelsel. Tijdens het huwelijk wijzigt niets. Daarbij laat de voorwaarde het huwelijksvermogensstelsel als zodanig ongemoeid (zie: Y.-H. Leleu en verslag van J. De Coninck in C.S.W.-dossier nr. 4379 waarnaar verwezen door B. Verdickt, «De inbreng onder ontbindende voorwaarde. Waakzaamheid blijft geboden», Nieuwsbrief Notariaat, nr. 6, p. 1-6; in dezelfde lijn: H. Casman, Notarieel Familierecht, Gent, Mys & Breesch, 1991, p. 46, nr. 158).

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2017-2018
Pagina: 
830
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

V. t/ D.

...

Bezwaar van D. aangaande de inbreng onder ontbindende voorwaarde

1. Bij notariële akte van 14 oktober 1988 schenkt het ouderpaar V.-M. aan hun dochter V. een perceel bouwgrond te S. In het huwelijkscontract van eveneens 14 oktober 1988 brengt V. deze (te schenken) bouwgrond in in de huwelijksgemeenschap D.-V., waarbij wordt bedongen: «Ingeval het goed aan mevr. V. zou worden geschonken, geschiedt de uitbreiding van het gemeenschappelijk vermogen onder de ontbindende voorwaarde dat het huwelijk van verschijners zal worden ontbonden door echtscheiding.»

De partijen bouwen later op dit perceel hun gezinswoning. De notaris-vereffenaar bepaalt met toepassing van de artt. 1432-1435 BW de vergoeding die V. hiervoor aan het gemeenschappelijke vermogen is verschuldigd op 232.840 euro.

2. D. beoogt de nietigverklaring van deze ontbindende voorwaarde, met de gevolgen – zoals een door V. verschuldigde woonvergoeding – van dien. Noch de notaris-vereffenaar noch de eerste rechter volgt de zienswijze van D. Zij achten dit beding geldig, zodat enige aanpassing van de staat van vereffening-verdeling om die reden niet nodig is, ook niet op het vlak van de woonvergoeding.

3. Het staat buiten kijf dat V. de bedoelde bouwgrond heeft ingebracht in het gemeenschappelijke vermogen onder de ontbindende voorwaarde van enkel echtscheiding (en niet (ook) van vooroverlijden van de niet-inbrengende echtgenoot).

De terugname van een ingebracht goed zonder aanrekening op de kavel wordt algemeen als geldig aanvaard (art. 1455 BW). Fundamenteel anders dan bij de terugname doet de ontbindende voorwaarde het ingebrachte goed retroactief uit het gemeenschappelijke vermogen verdwijnen (art. 1183 BW).

Bijgevolg rijst de vraag of deze (fiscaal interessantere) ontbindende voorwaarde van echtscheiding de test van (1) de (toegelaten) potestatieve voorwaarde; (2) de bestendigheid van het huwelijksvermogensstelsel en (3) voldoende eerbiediging van de rechten van gebeurlijke schuldeisers, doorstaat.

4. Enkel een zuiver potestatieve voorwaarde aan de zijde van de schuldenaar is nietig. Een gemengde potestatieve voorwaarde, i.e. een toekomstige en onzekere gebeurtenis die van de wil van één van de partijen en van de wil van een derde afhangt, is wel geldig. Bovendien is (zelfs) een zuiver potestatieve ontbindende voorwaarde (zelfs aan de zijde van de schuldenaar) perfect rechtsgeldig vanuit verbintenisrechtelijk oogpunt (met uitzondering van de schenking). Enkel de zuiver potestatieve opschortende voorwaarde is nietig (zie Cass. 23 november 2001, RNB 2002, 318; H. De Page, Traité élémentaire de droit civil belge, I, Brussel, Bruylant, 1962, nr. 155bis).

Aldus is de litigieuze ontbindende voorwaarde van echtscheiding geen nietige potestatieve voorwaarde (art. 1174 BW).

5. Dat het huwelijksvermogensstelsel zelf in globo niet afhankelijk kan worden gesteld van de vervulling van een voorwaarde, spreekt voor zich. In casu speelt de (ontbindende) voorwaarde evenwel slechts voor een bepaalde clausule. Zij is ab initio, van bij de wijzigingsakte gekend. De voorwaarde krijgt bovendien pas uitwerking bij de ontbinding van het stelsel. Tijdens het huwelijk wijzigt niets. Daarbij laat de voorwaarde het huwelijksvermogensstelsel als zodanig ongemoeid (zie: Y.-H. Leleu en verslag van J. De Coninck in C.S.W.-dossier nr. 4379 waarnaar verwezen door B. Verdickt, «De inbreng onder ontbindende voorwaarde. Waakzaamheid blijft geboden», Nieuwsbrief Notariaat, nr. 6, p. 1-6; in dezelfde lijn: H. Casman, Notarieel Familierecht, Gent, Mys & Breesch, 1991, p. 46, nr. 158).

Om die reden oordeelt het hof dat de litigieuze ontbindende voorwaarde hier de bestendigheid van het huwelijksvermogenstelsel niet in het gedrang brengt.

6. Resten de rechten van gebeurlijke schuldeisers van onvolkomen gemeenschappelijke schulden bij terugkeer van het goed naar het (niet aan te spreken) vermogen van de niet-gehouden echtgenoot-inbrenger.

In casu betreft het ingebrachte goed een onroerend goed. Bijgevolg neutraliseert de tegenwerpbaarheid van het voorwaardelijk karakter van deze inbreng door de inschrijving in de hypothecaire registers de mogelijke juridische onzekerheid van derden-schuldeisers. De schuldeisers worden niet in hun rechten gefnuikt. De voorwaardelijke inbreng met alle risico’s van dien is hen ab initio, van bij (de publicatie van) de wijzigingsakte gekend.

Aldus staan de rechten van gebeurlijke schuldeisers de geldigheid van de litigieuze ontbindende voorwaarde hier evenmin in de weg.

7. Om die redenen besluit het hof, met de notaris-vereffenaar en de eerste rechter, dat de bedoelde inbreng door V. onder de ontbindende voorwaarde van echtscheiding geldig is.

Dientengevolge is, anders dan D. beoogt, V. geen woonvergoeding (voor de verdere exclusieve bewoning van haar (door natrekking) eigen goed, de gewezen gezinswoning, verschuldigd.

Het bezwaar van D. faalt.

De staat van vereffening-verdeling behoeft hier geen aanpassing.

...

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 14/01/2018 - 12:25
Laatst aangepast op: zo, 14/01/2018 - 12:25

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.