-A +A

Opzegging handelshuur door verhuurder voor eigen gebruik iedere driejarige periode - Vereiste dat deze mogelijkheid in contract is voorzien

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
don, 22/12/2016
A.R.: 
C.16.0068.F

Om de verhuurder de mogelijkheid te bieden het voordeel te genieten van artikel 3, vijfde lid, Handelshuurwet, dat toestaat aan de huurder opzegging te geven op het einde van elke driejarige periode, moet het huurcontract de voorwaarden vermelden waarin die wetsbepaling voorziet.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2017-2018
Pagina: 
945
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

AR nr. C.16.0068.F

N.J. t/ M.O.J.

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Franstalige Rechtbank van Eerste Aanleg Brussel van 28 september 2015.

...

III. Beslissing van het Hof

Beoordeling

Eerste onderdeel

Krachtens art. 3, vijfde lid Handelshuurwet kan het huurcontract de verhuurder het recht toekennen om, bij het verstrijken van elke driejarige periode, de huur te beëindigen, mits hij één jaar van tevoren opzegt bij gerechtsdeurwaardersexploot of bij ter post aangetekende brief, teneinde in het onroerend goed werkelijk zelf een handel uit te oefenen of die werkelijk te laten uitoefenen door de in dat artikel vermelde personen of vennootschap.

Om de verhuurder de mogelijkheid te bieden het voordeel van die wetsbepaling te genieten, moet het huurcontract melding maken van de voorwaarden waarin die bepaling voorziet en met name van de redenen op grond waarvan de verhuurder het contract kan opzeggen.

Het bestreden vonnis stelt vast dat art. 3, derde lid, van het huurcontract tussen de partijen «de verhuurder toestaat het contract te beëindigen bij het verstrijken van elke driejarige periode mits opzegging wordt gegeven per aangetekende brief ten minste één jaar van tevoren, overeenkomstig de bepalingen van art. 3 van de Handelshuurwet» en dat de verweerder van dat recht gebruik heeft gemaakt en het contract heeft beëindigd om zelf het goed te betrekken.

Het bestreden vonnis, dat overweegt dat voornoemd art. 3, derde lid, voldoet aan de wettelijke vereisten en bijgevolg de door de verweerder gegeven opzegging bekrachtigt, schendt art. 3, vijfde lid Handelshuurwet.

Het onderdeel is gegrond.

Noot: 

Zie ook in zelfde zin:

• Cass. 14 september 1962, RW 1962-63, 2241;

• Cass. 25 juni 1982, Arr.Cass. 1981-82, nr. 647;

• Cass. 5 december 1991, Arr.Cass. 1991-92, nr. 186;

• Cass. 11 december 1992, RW 1993-94, 1503;

• Cass. 4 oktober 1999, RW 2002-03, 37.

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 10/02/2018 - 11:54
Laatst aangepast op: za, 10/02/2018 - 11:54

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.