-A +A

Opeenvolgende betekeningen aan zelfde persoon aanvang termijn

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
don, 02/11/2017
A.R.: 
C.15.0302.N

Indien een partij een rechterlijke beslissing meermaals, op verschillende data, betekent aan eenzelfde persoon, neemt de termijn om een cassatieberoep in te stellen een aanvang bij de eerste geldige betekening. Dat cassatieberoep kan niet rechtsgeldig worden ingesteld tenzij het geschiedt binnen de termijn die eerst eindigt.

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2018/5
Pagina: 
342
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. C.15.0302.N

AE nv, met zetel te 3001 Leuven (Heverlee), Interleuvenlaan 27 B,
eiseres,

tegen
1. FLEXSOFT bvba, met zetel te 9031 Gent (Drongen), Brouwerijstraat 1/13,
2. FLEXSOFT nv, met zetel te 9051 Gent (Sint-Denijs-Westrem), Twaalf-apostelenstraat 20,
verweersters,

I. Rechtspleging voor het Hof
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 26 januari 2015.

II. Cassatiemiddelen
De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

III. Beslissing van het Hof
Beoordeling
Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
1. De verweersters werpen een middel van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep op: het cassatieberoep is buiten de bij artikel 1073 Gerechtelijk Wetboek voorgeschreven termijn ingediend, aangezien het verzoekschrift op 16 juli 2015 ter griffie van het Hof is ingediend, terwijl de bestreden beslissing op 25 maart 2015 aan de eiseres is betekend.

2. Krachtens artikel 1073 Gerechtelijk Wetboek is de termijn om zich in cassatie te voorzien 3 maanden te rekenen van de dag waarop de bestreden beslissing is betekend.

3. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de bestreden beslissing twee maal aan de zetel van de eiseres werd betekend, een eerste maal op 25 maart 2015 en een tweede maal op 16 april 2015.

4. Krachtens artikel 35, tweede lid Gerechtelijk Wetboek wordt bij een betekening aan de woonplaats, verblijfplaats of maatschappelijke zetel, het afschrift van de akte ter hand gesteld aan een bloedverwante, aanverwante, dienstbode of aangestelde van de geadresseerde.

Als dienstbode of aangestelde in de zin van die bepaling moet worden beschouwd elke persoon die bevoegd is om boodschappen te ontvangen voor de geadresseerde. Het afschrift van de akte wordt dus geldig ter hand gesteld telkens er tussen de geadresseerde van het exploot en de persoon die het afschrift ervan ontvangt, zulke verhouding bestaat dat redelijkerwijze kan worden verondersteld dat deze het afschrift aan de geadresseerde zal overhandigen.

5. Het middel van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep brengt een onderzoek mee van feiten. Het Hof moet die feiten onderzoeken om zijn toezicht op de regelmatigheid van het rechtsmiddel te kunnen uitoefenen.

6. Blijkens het exploot van 25 maart 2015 werd het betekend op de vennootschapszetel van de eiseres te 3001 L., (…), alwaar de instrumenterende gerechtsdeurwaarder sprak met “K.H., haar aangestelde”, aan wie het exploot werd ter hand gesteld.

Uit de door de eiseres overgelegde stukken blijkt dat:

- de eiseres een dienstenovereenkomst sloot met D. NV, waarvan de zetel eveneens is gevestigd te 3001 L., (…);

- het doel van deze overeenkomst het leveren van advies- en/of ondersteuningsdiensten door D. NV aan de eiseres betrof;

- de tarieven voor deze diensten dienden te worden vastgelegd in een plan;

- blijkens het aan de overeenkomst als bijlage 2 gevoegd plan de diensten van K.H., die met D. NV een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur had gesloten, maandelijks te factureren waren aan de eiseres aan 50 EUR per uur.

De door de eiseres overgelegde stukken spreken aldus niet tegen dat de persoon aan wie het afschrift van het exploot op 25 maart 2015 ter hand werd gesteld bevoegd was om boodschappen te ontvangen voor de eiseres en derhalve te aanzien was als een dienstbode of aangestelde in de zin van artikel 35, tweede lid Gerechtelijk Wetboek.

De eerste betekening van de bestreden beslissing op 25 maart 2015 werd derhalve rechtsgeldig gedaan.

7. Indien een partij een rechterlijke beslissing meermaals, op verschillende data, betekent aan eenzelfde persoon, neemt de termijn om een cassatieberoep in te stellen een aanvang bij de eerste geldige betekening. Dat cassatieberoep kan niet rechtsgeldig worden ingesteld tenzij het geschiedt binnen de termijn die eerst eindigt.

8. De eerste geldige betekening is op 25 maart 2015 gebeurd, zodat het cassatieberoep dat op 16 juli 2015 is ingesteld, buiten de wettelijke termijn is ingesteld.

Het middel van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiseres op 986,14 EUR en voor de verweersters op 866,48 EUR.

C.15.0302.N
Conclusie van advocaat-generaal R. Mortier

1. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep.

Eiseres komt op tegen een arrest van 26 januari 2015 van het hof van beroep te Gent en voert hiertegen drie middelen aan.

In de memorie van antwoord werpen verweersters op dat het cassatieberoep laattijdig, mitsdien niet ontvankelijk is. Verweersters voeren aan dat de betekening van het bestreden arrest aan eiseres op regelmatige wijze gebeurde bij gerechtsdeurwaardersexploot van 25 maart 2015, zodat de voorziening in cassatie die betekend werd op 10 juli 2015 en neergelegd ter griffie van het Hof op 16 juli 2015 buiten de termijn van artikel 1073 Ger.W. valt en derhalve laattijdig is.

In haar memorie van wederantwoord betwist eiseres dat deze betekening regelmatig was nu zij dit exploot nooit heeft ontvangen. Uit de door verweersters voorgelegde stukken blijkt, aldus eiseres, dat de persoon aan wie het exploot werd overhandigd niet als aangestelde van eiseres kan beschouwd worden. Eiseres mocht er bijgevolg op vertrouwen dat de tweede betekening bij deurwaardersexploot van 16 april 2015 de termijn om cassatieberoep in te stellen heeft doen lopen.

2. Beoordeling

2.1. Krachtens artikel 1073, eerste lid Ger.W. is de termijn om zich in cassatie te voorzien drie maanden te rekenen van de dag waarop de bestreden beslissing is betekend.

Krachtens artikel 34 Ger.W. wordt de betekening aan een rechtspersoon geacht aan de persoon te zijn gedaan, wanneer het afschrift van de akte is ter hand gesteld aan het orgaan dat of de aangestelde die krachtens de wet, de statuten of een regelmatige opdracht bevoegd is om de rechtspersoon, zelfs samen met anderen, in rechte te vertegenwoordigen.

Krachtens artikel 35 Ger.W. geschiedt de betekening, indien zij niet aan de persoon kan worden gedaan, aan de woonplaats of bij gebreke van een woonplaats, aan de verblijfplaats van de geadresseerde, en voor een rechtspersoon, aan de maatschappelijke zetel of de administratieve zetel. Het afschrift van de akte wordt ter hand gesteld aan een bloedverwante, aanverwante, dienstbode of aangestelde van de geadresseerde.

2.2. Gelet op het opgeworpen middel van niet-ontvankelijkheid van de voorziening rijzen twee vragen:

- Kan de eerste betekening beschouwd worden als een regelmatige betekening die de termijn om cassatieberoep in te stellen deed aanvangen

- Meer bepaald, is in het kader van de beoordeling van de regelmatigheid van de betekening, de persoon die dit eerste betekeningsexploot in ontvangst nam te beschouwen als een aangestelde van eiseres.

Het middel van niet-ontvankelijkheid van de voorziening brengt het onderzoek mee van feiten. Het Hof moet immers de feiten onderzoeken om zijn toezicht op de regelmatigheid van het rechtsmiddel te kunnen uitoefenen(1).

2.3. Uit de stukken die regelmatig aan het Hof werden overgelegd blijkt wat volgt:

- Er wordt op 1 januari 2014 tussen NV Definam en eiseres, beiden met maatschappelijke zetel op hetzelfde adres te 3001 Heverlee, Interleuvenlaan 27b, een dienstenovereenkomst afgesloten, waarbij eiseres advies en/of ondersteuningsdiensten wenst af te nemen van Definam en Definam zich akkoord verklaart deze diensten te leveren, waarvan de details worden vastgelegd in plannen van uitvoering die gehecht worden aan de overeenkomst

- De NV Definam, met maatschappelijke zetel te 3001 Heverlee, Interleuvenlaan 27b sluit op 9 december 2014 met K.H. een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur af, met ingang van 1 januari 2015

- Uit de aan de dienstenovereenkomst gevoegde bijlage 2 blijkt dat K.H. aan het aldaar bepaalde uurtarief diensten verleent aan eiseres

- De bestreden beslissing wordt een eerste maal betekend bij exploot van 25 maart 2015 aan de maatschappelijke zetel van eiseres waar de gerechtsdeurwaarder sprak met K.H., aangestelde van eiseres, en waar overeenkomstig artikel 35 Ger.W. afschrift werd gelaten van de uitgifte in uitvoerbare vorm van de bestreden beslissing

- De bestreden beslissing wordt een tweede maal betekend bij deurwaardersexploot van 16 april 2015 waarbij afschrift werd gelaten aan Johan Merckx, aangestelde bestuurder en hierin geen melding wordt gemaakt van een eerdere betekening

- Op vraag van de raadsman van verweersters wordt door de optredende gerechtsdeurwaarder bij mail van 6 juli 2015 geantwoord dat de opdracht tot betekening door de opdracht gevende gerechtsdeurwaarder twee maal werd doorgestuurd op twee verschillende data naar het kantoor van de optredende gerechtsdeurwaarder en er ter gelegenheid van de tweede betekening contact werd opgenomen met de opdracht gevende gerechtsdeurwaarder waarbij vastgesteld werd dat het een vergissing van zijn kantoor betrof en waarna slechts de kostprijs van één betekeningsexploot werd geboekt. Tevens wordt vermeld dat zowel het exploot van betekening van 25 maart 2015 als dat van 16 april 2015 "juridisch-technisch" correct werden betekend.

2.4. Het begrip "aangestelde" in de zin van artikel 35, tweede lid, Ger.W. krijgt zowel in rechtspraak als rechtsleer een ruime invulling. Uw Hof oordeelt dat een dienstbode of aangestelde elke persoon is bevoegd om boodschappen te ontvangen voor de geadresseerde, namelijk een persoon die "zich op de maatschappelijke zetel van (de geadresseerde) bevond en die de boodschappen van (de geadresseerde) in ontvangst nam(2). Het afschrift wordt aldus geldig ter hand gesteld " telkens er tussen de bestemmeling van de akte en de persoon die het afschrift ontvangt, zulke verhoudingen bestaan, dat de ene aan de andere deze diensten bewijst welke geacht worden wederzijds verleend te worden tussen personen die op hetzelfde adres wonen. Eenieder die redelijkerwijze verondersteld wordt een boodschap aan de geadresseerde te overhandigen is een " aangestelde" die in aanmerking komt om het afschrift geldig in ontvangst te nemen(3).

2.5. De gerechtsdeurwaarder is niet verplicht om na te gaan of de verklaring van de persoon die hij op de maatschappelijke zetel aantreft en die beweert de aangestelde te zijn van de geadresseerde, overeenstemt met de werkelijkheid wanneer er geen elementen voorhanden zijn die er onmiddellijk en duidelijk op wijzen dat deze persoon niet de hoedanigheid van aangestelde heeft. Uw Hof oordeelt(4) dat "rechtsgeldig is de betekening die de gerechtsdeurwaarder aan de maatschappelijke of administratieve zetel van een rechtspersoon doet door het ter hand stellen van een afschrift aan diens aangestelde, nu de overgelegde stukken betreffende de hoedanigheid van deze laatste die vaststelling van de gerechtsdeurwaarder niet tegenspreken".

Enkel bij een flagrante vergissing, of indien de onregelmatigheid de rechten van de geadresseerde heeft geschaad(5) komt de rechtsgeldigheid van de betekening in het gedrang.

De loutere verkeerde aanduiding van de hoedanigheid van de persoon aan wie het afschrift werd ter hand gesteld, leidt dus niet tot nietigheid van de betekening, wanneer blijkt dat de betekening het doel heeft bereikt dat de wet er mee beoogt. Uit het enkel feit dat de persoon aan wie het exploot te hand werd gesteld niet de vermelde hoedanigheid heeft, volgt niet dat deze laattijdig het exploot aan verweerder heeft overgemaakt wanneer eiser verder geen feitelijke gegevens aanbrengt die een laattijdige overmaking aannemelijk maken. In die omstandigheden heeft de betekening haar doel heeft bereikt (6).

2.6. In de zaak die thans voorligt voert eiseres aan dat zij het exploot van betekening van 25 maart 2015 nooit heeft ontvangen vóór het instellen van het cassatieberoep.

Dit wordt in verband gebracht met het gegeven dat mevrouw Hermans niet als aangestelde van eiseres kan beschouwd worden. In het licht van de ruime interpretatie van het begrip "aangestelde" is het niet vereist dat er een arbeidsovereenkomst bestaat tussen degene die het exploot in ontvangst neemt en de geadresseerde.

De stukken die voorliggen en de elementen vermeld onder punt 2.3. spreken niet tegen dat mevrouw Hermans bevoegd was om boodschappen in ontvangst te nemen voor de geadresseerde en zij bijgevolg te beschouwen is als aangestelde van eiseres in de zin van artikel 35, tweede lid Ger.W. Hieruit volgt dat de eerste betekening bij exploot van 25 maart 2015 rechtsgeldig werd gedaan.

Zelfs indien zou geoordeeld worden dat uit de voorgelegde stukken blijkt dat er tussen eiseres en mevrouw Hermans geen band van aangestelde bestaat, in tegenstelling met wat de gerechtsdeurwaarder heeft verklaard, kan dit op zich de rechtsgeldigheid van de betekening niet in het gedrang brengen.

Uit het enkel feit dat mevrouw Hermans aan wie het exploot werd ter hand gesteld niet de verklaarde hoedanigheid van aangestelde van eiseres zou hebben volgt immers niet dat deze het exploot nooit aan eiseres heeft overgemaakt. Er worden door eiseres geen andere feitelijke gegevens aangevoerd die een laattijdige of een gebrek aan overmaking aannemelijk maken en eiseres maakt dus niet aannemelijk dat de afwezigheid van overmaking voortvloeit uit het gegeven dat Kathleen Hermans geen aangestelde van eiseres was.

Er wordt derhalve niet aangetoond dat de betekening van de bestreden beslissing op 25 maart 2015 de belangen van eiseres heeft geschaad. Ook vanuit dit perspectief moet deze betekening als rechtsgeldig beschouwd worden.

2.7. Wat is dan het gevolg van de tweede betekening indien de eerste betekening rechtsgeldig was? Algemeen wordt aangenomen dat wanneer eenzelfde partij op regelmatige wijze meermaals, op verschillende data, een beslissing doet betekenen aan dezelfde persoon, een rechtsmiddel tegen die beslissing slechts rechtsgeldig wordt ingesteld wanneer dit gebeurt binnen de termijn die het eerste eindigt(7).

Uw Hof oordeelt(8) dat "wanneer de partij die een rechterlijke beslissing betekent, dat vormvoorschrift doet uitvoeren overeenkomstig de verschillende wijzen waartussen zij de keuze had, en voor iedere wijze, nu de betekening op verschillende data is verricht, de termijn van gelijke duur waarover de geadresseerde van de betekening beschikt om zich in cassatie te voorzien, op een andere datum eindigt,(...) het cassatieberoep niet rechtsgeldig kan ingesteld worden tenzij het geschiedt binnen de termijn die eerst eindigt."

Hieruit volgt dat de eerste betekening van 25 maart 2015, die gelet op wat voorafgaat als regelmatige betekening moet beschouwd worden, de termijn om cassatieberoep in te stellen doet lopen. De voorziening in cassatie die slechts dateert van 16 juli 2015 is bijgevolg laattijdig mitsdien niet ontvankelijk.

Het middel van niet-ontvankelijkheid is gegrond

Conclusie: Verwerping.
_____________________
(1) Cass. 15 januari 1979, AC 1978-79, nr. 1226; Cass. 27 januari 1995, AR C.92.8411.N en C.94.0137.N, AC 1995, nr. 52.
(2) Cass. 26 oktober 1967, AC 1967, 299.
(3) A. SMETS, "Art 35 Ger.W." in Gerechtelijk recht, Commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, 2009, nr. 5.
(4) Cass. 27 januari 1995, AR C.92.8411.N en C.94.0137.N, AC 1995, nr. 52.
(5) Cass. 7 februari 2013, AR C.11.0548.F-C.11.0759.F, AC 2013, nr. 89.
(6) Cass. 29 november 2002, AR C.00.0342.N, AC 2002, nr. 644.
(7) P. GERARD, H. BOULARBAH en J.-F. VAN DROOGENBROECK, Pourvoi en cassation en matière civile, Brussel, Bruylant, 2012, 80, nr. 161.
(8) Cass. 4 november 1993, AC 1993, nr. 447; Cass. 22oktober 2004, AR C.04.0043.N, AC 2004, nr. 499; Cass. 11 december 2008, AR C.07.0333.F, AC 2008, nr. 719.

Noot: 

Vanlersberghe, P., « Vertrekpunt van de termijn in geval van opeenvolgende betekeningen », R.A.B.G., 2018/5, p. 345-350

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 08/04/2018 - 14:15
Laatst aangepast op: vr, 11/05/2018 - 00:15

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.