-A +A

Onwettige uitoefening geneeskunde - valsheid in geschrifte

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Gent
Datum van de uitspraak: 
woe, 18/11/2015
A.R.: 
2015/NT/618

Art 193 e.v. Sw.
Valsheid in geschriften
Hij die zich voordoet als arts in interne documenten van een wielerploeg en aldus geneeskunde beoefent buiten de EHBO-sfeer begaat het misdrijf van art. 193 en volgende Sw,, zijnde valsheid in geschrifte.

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2010-2011
Pagina: 
754
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

...

X

beklaagd van

A. Met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden, valsheid in handels-, bank- of private geschriften te hebben gepleegd, hetzij door valse handtekeningen, hetzij door namaking of vervalsing van geschriften of handtekeningen, hetzij door overeenkomsten, beschikkingen, verbintenissen of schuldbevrijdingen valselijk te hebben opgemaakt of door ze achteraf in de akten in te voegen, hetzij door toevoeging of vervalsing van bedingen, verklaringen of feiten die deze akten ten doel hadden op te nemen en vast te stellen,

1. namelijk door zich valselijk in een bijkomende verklaring van 10 februari 2011 te hebben uitgegeven als "Dr. D, ploegarts V-M", terwijl hij in werkelijkheid geen ploegarts was, met de bedrieglijke bedoeling zijn functie binnen deze wielerploeg te bestendigen (st. 184 strafdossier)
te 9032 Gent op 10.02.2011

2. namelijk door zich valselijk in een rapport van 18 februari 2011 te hebben uitgegeven als "Dr. D, ploegarts V-M", terwijl hij in werkelijkheid geen ploegarts was, met de bedrieglijke bedoeling zijn functie binnen deze wielerploeg te bestendigen (st. 185 strafdossier)
te 9032 Gent op 18.02.2011

3. namelijk door zich valselijk in een schrijven van 5 april 2011 te hebben uitgegeven als "Dr. D", terwijl hij in werkelijkheid geen arts was, met de bedrieglijke bedoeling zijn functie binnen deze wielerploeg te bestendigen (st. 187 strafdossier)
te 9032 Gent op 05.04.2011

4. namelijk door zich valselijk in een aanvraagformulier MRI onderzoek te hebben uitgegeven als "Dr. D.", terwijl hij in werkelijkheid geen arts was, met de bedrieglijke bedoeling zijn dochter vooraan op een wachtlijst te krijgen (st. 191 strafdossier)
te 9032 Gent op 20.11.2012

5. namelijk door zich valselijk in een factuur met nr. 101214 te hebben uitgegeven als "Dr. D.", terwijl hij in werkelijkheid geen arts was, met de bedrieglijke bedoeling zijn functie binnen deze wielerploeg te bestendigen (st. 192 strafdossier)
te 9032 Gent op 14.01.2011

6. namelijk door zich valselijk in een rapport van 10 februari 2011 te hebben uitgegeven als "Dr. D, ploegarts V-M", terwijl hij in werkelijkheid geen ploegarts was, met de bedrieglijke bedoeling zijn functie binnen deze wielerploeg te bestendigen (st. 197 strafdossier)
te 9032 Gent op 10.02.2011

B. Bij inbreuk op de artikelen 1, 2 § 1,38 § 1-1° en 43 § 1 van het K.B. nr 78 van 10.11.1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen gewoonlijk een handeling of handelingen te hebben gesteld die behoren tot de geneeskunde hetzij zonder houder te zijn van een het vereiste diploma of zonder er wettelijk van vrijgesteld te zijn, hetzij zonder te beschikken over het visum van de geneeskundige commissie, hetzij zonder op de lijst van de orde ingeschreven te zijn wanneer zulks vereist is, als onwettige uitoefening van de geneeskunde beschouwd wordend, het gewoonlijk verrichten door een persoon die het geheel van de voorwaarden gesteld bij lid 1 van § 1 van art 2 van voormeld K.B. niet vervult, van elke handeling die tot doel heeft, of wordt voorgesteld tot doel te hebben, bij een menselijk wezen, hetzij het onderzoeken van de gezondheidstoestand, hetzij het opsporen van ziekten en gebrekkigheden, hetzij het stellen van diagnose, het instellen of uitvoeren van een behandeling van een fysische of psychische, werkelijke of vermeende pathologische toestand, hetzij de inenting, terwijl de handelingen die zij verrichten niet vielen onder de toepassing van de artikelen 5 en 6
namelijk de functie arts UCI team te hebben uitgeoefend bij de professionele wielerploeg V-M Procycling Team en in deze hoedanigheid renners te hebben onderzocht door het meten van bloeddruk en hartslag en het beluisteren van de longen, diagnoses te hebben gesteld en geneesmiddelen te hebben toegediend, zonder over het vereiste diploma te beschikken en zonder op de lijst van de orde te zijn ingeschreven

o.a. T te hebben onderworpen aan een neus-, keel- en ooronderzoek met behulp van een daartoe bestemd medisch instrument, de diagnose van verkoudheid te hebben gesteld en hem het geneesmiddel Lysomucil ter beschikking te hebben gesteld (st. 53), bij D de polsslag en bloeddruk te hebben gemeten (st. 157), bij S hartslag en bloeddruk te hebben gemeten en hem te hebben beluisterd met een stethoscoop (st. 150) zonder over het vereiste diploma te beschikken en zonder op de lijst van de orde te zijn ingeschreven
te Gent en/of elders in het Rijk, meermaals in de periode van 1.01.2011 tot 01.10.2011

Aannemende dat er aanleiding bestaat ten aanzien van de tenlastelegging A om slechts correctionele straffen uit te spreken wegens verzachtende omstandigheden spruitende uit de afwezigheid van voorgaande veroordelingen tot criminele straffen (artikelen 1 en 2 wet van 4 oktober 1867 op de verzachtende omstandigheden zoals gewijzigd bij artikel 46 en 47 van de wet van 11.07.1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernisering van de strafrechtspleging).

(...)

II. E. Het bewijs en de schuld van de beklaagde

10. Met betrekking tot de tenlasteleggingen A.1., A.2., A.3., A.5. en A.6. werpt de beklaagde op dat het telkenmale geen juridisch beschermd geschrift betrof. Volgens hem gaat het om verslagen louter opgesteld voor intern gebruik binnen de ploeg en aldus gericht aan personen die wisten dat hij geen arts was. De bestemmelingen zouden bijgevolg niet gerechtigd zijn geweest geloof te hechten aan de waarachtigheid van de valse vermeldingen daar hij niet was aangeworven als arts en zich evenmin ooit zo voorstelde, behoudens op vraag van de ploegleiding zelf teneinde een UCI licentie te verkrijgen. Specifiek aangaande tenlastelegging A.3. voegt de beklaagde daar nog aan toe dat het een louter interne nota betrof binnen de ploeg waarvan het bewijs niet is geleverd dat het werd verstuurd waardoor het geschrift zich niet opdrong aan het openbaar vertrouwen en er evenmin sprake is van een mogelijk nadeel.

11. In het beroepen vonnis werd het reeds op identieke wijze gevoerde verweer van de beklaagde passend weerlegd. Er werd daarbij op pertinente wijze gerefereerd aan diverse passages uit het strafdossier waaruit bleek dat de beklaagde zich daadwerkelijk voorstelde als arts en de ploegleiding, andere ploegartsen, renners en begeleiders-verzorgers in de waan liet dat hij zelf die medische bekwaamheid had. De documenten waarvan sprake onder tenlastelegging A.1., A.2., A.3., A.5. en A.6. zijn wel degelijk van dien aard dat de beklaagde zich de hoedanigheid van arts kon toemeten met de bedrieglijke intentie zijn positie en functie binnen de wielerploeg te bestendigen. Het hof neemt de motieven die de eerste rechter terzake aanreikte (p.5-6, randnummer 4.) over en maakt deze tot de hare, zodat zij hier als hernomen dienen te worden beschouwd. Het hof voegt daar voorts nog het volgende aan toe:

- Alle stukken aangehaald onder tenlastelegging A.1., A.2., A.3., A.5. en A.6. werden gereveleerd naar aanleiding van doorgedreven computeronderzoek door de RCCU van de federale politie. Op de harde schijf van de laptop van de beklaagde werden diverse documenten aangetroffen die allen betiteld/ondertekend werden met "Dr." D. Inhoudelijk gaat het om een aantal rapporten, verslagen en facturen gericht aan collega's binnen en buiten de wielerploeg V-M en haar boekhoudingsdienst. De inhoud en hun creatiedatum - zoals computermatig achterhaald - laten er geen twijfel over bestaan dat zij allen werden aangewend voor toenmalig gebruik binnen het desbetreffende tijdskader van weleer, hetgeen de beklaagde tijdens zijn verhoor van 19 mei 2014 ten andere ook niet ontkende (een en ander wordt bijvoorbeeld ook bevestigd door P L die uiteenzette hoe de beklaagde destijds op pad werd gestuurd om te rapporteren aangaande het dopinggebruik van R R, hetgeen correspondeert met de inhoud van de van valsheid betichte stukken omschreven onder tenlastelegging A.1. en A.2.). Anders dan wat de beklaagde voorhoudt vormt tenlastelegging A.3. hier geen uitzondering op nu hij in zijn verhoor van 19 mei 2014 geenszins het vals karakter daarvan ontkende, net zomin als het gegeven dat derden er kennis van hadden genomen.

- Dat alle bestemmelingen wisten dat de beklaagde geen arts was, is niet correct en dat zelfs in de veronderstelling dat die valse stukken zich exclusief zouden hebben gesitueerd binnen de interne entourage van de wielerploeg V-M. Dit komt genoegzaam tot uiting in het verhoor van verscheidene leden van het wielerteam in kwestie. Ten exemplarische titel kan er verwezen worden naar (i) een andere ploegarts, met name M V, die in concreto uiteenzet hoe zij de betrokkene slechts op basis van eigen onderzoek na verloop van tijd ontmaskerde (ii) een andere tweede ploegarts, met name J H, opzichtens wie de betrokkene zich voordeed als research-arts teneinde uit leggen waarom hij geen RIZIV-nummer en geen geneesmiddelenvoorschrift-boekjes had (iii) een nog andere derde ploegarts, met name P L, die er geen twijfel over liet bestaan er slechts gaandeweg naar aanleiding van diverse incidenten te zijn achter gekomen dat de betrokkene in werkelijkheid geen arts was (iv) beroepsrenners T, W, B en S en verzorgers W, L en D ten overstaan van wie de betrokkene zich telkens profileerde als arts zonder dat de voornoemden toen van het tegendeel op de hoogte waren en met dien verstande dat diverse onder hen post factum concrete voorbeelden gaven van diens gedrag van weleer hetwelke zij voor een arts wel bizar vonden.

12. In die geschetste omstandigheden moeten de geschriften zoals omschreven onder tenlastelegging A.1., A.2., A.3., A.5. en A.6. allen zonder uitzondering als vals bestempeld worden. Zij hadden een juridische draagwijdte en drongen zich - in weerwil met hetgeen de beklaagde pretendeert - op aan de openbare trouw. Ook binnen de entourage van V-M konden diegene die kennis namen van de kwestieuze documenten immers overtuigd worden van het juridisch feit (dat de beklaagde de wetmatige hoedanigheid had van arts) zoals in de akte vastgelegd. In die zin betrof het door de wet beschermde geschriften waarin middels valse verklaringen de waarheid (de beklaagde had geenszins de hoedanigheid van arts) werd vervalst. De beklaagde handelde bij dit alles met bedrieglijk oogmerk, namelijk met de bedoeling zichzelf onrechtmatig voordeel te verschaffen. In de mate dat hij zich niet valselijk de hoedanigheid van arts had aangemeten, kon hij immers niet onder dekking van een UCI-licentie functioneren en verloond worden binnen die professionele wielerploeg.

13. Ook tenlastelegging A.4. is voorts bewezen gebleven. Het betreft een aanvraag tot uitvoering van een MRI-onderzoek ten overstaan van zijn dochter L ook hier valselijk door de beklaagde opgemaakt als "Dr." in zijn vermeende hoedanigheid van arts. De beklaagde bekende dat feit overigens tijdens zijn slotverhoor van 19 mei 2014 en pleit met betrekking tot dat specifieke stuk ook op heden schuldig.

14. Aangaande tenlastelegging B. houdt de beklaagde nog steeds zijn onschuld staande. Zo werpt hij meer in het bijzonder achtereenvolgens op: aan T met lysomucil een vrij verkrijgbaar geneesmiddel te hebben afgeleverd, aan D louter EHBO-matig hulp te hebben verschaft en ten aanzien van S geen echte medische behandeling te hebben verricht.

15. Andermaal werd datzelfde verweer ten overstaan van de eerste rechter opgeworpen en daar uitvoerig weerlegd. Talrijke verklaringen waaronder diegene van ploegarts M V en T werden in extenso geciteerd en laten geen marge voor discussie dat de beklaagde effectief geneeskundige handelingen stelde. Dat was hem nochtans uitdrukkelijk verboden daar hij niet als arts was ingeschreven bij de Nationale Raad van de Orde der Geneesheren. Het hof neemt ook hier de motieven die de eerste rechter ter zake aanreikte (p.6-8, randnummer 5.) over en maakt deze tot de hare, zodat zij als hernomen moeten worden beschouwd. Ten overvloede voegt het hof daar nog aan toe wat volgt:

- De verklaring van ploegrenner T is zeer expliciet: de beklaagde onderzocht hem minstens een maal met een medisch NKO-instrument, stelde diagnose (verkoudheid) en overhandigde een geneesmiddel (lysomucil); de beklaagde diende hem ook een inspuiting toe na een valpartij in de Ronde van Frankrijk in 2011 nadat T eerst zelf de tape had losgemaakt en medeploegrenner B was hier ooggetuige van ("Op uw vraag kan ik u met zekerheid zeggen dat D effectief een inspuiting toediende. Ik zag duidelijk dat hij de spuit in de huid van T stak. Voordien prepareerde hij de spuit door er de lucht uit te duwen. Ik zag toen duidelijk dat er een vloeistof uitspoot."). De huidige uitleg van de beklaagde alsof hij de spuitzetting zou hebben gefingeerd bovenop de gelaagde tape in een eerder psychologische context strijdt aldus zeer manifest met de objectieve gegevens van het strafdossier.

- Ploegrenner W liet optekenen naar aanleiding van duizeligheid door toedoen van de beklaagde een geneesmiddel te hebben gekregen (imovane), zijnde een slaapmiddel met tevens spierontspannende werking; de beklaagde onderwierp hem later ook aan een volwaardig onderzoek (met stethoscoop) en stelde als formele diagnose hartritmestoornissen (hetgeen naderhand niet bleek te kloppen).

- De verklaring van ploegrenner S laat evenmin marge voor interpretatie: hij is formeel dat de renners regelmatig werden onderzocht (o.a. met een stethoscoop) en dat de beklaagde diens wonde verzorgde (ontsmetten en afplakken met strips na te hebben geweigerd om deze te hechten) na een valpartij in de Driedaagse van De Panne; de behandeling was echter in alle opzichten foutief want de aangebrachte strips sprongen kapot en de wonde scheurde terug open, de reiniging bleek slechts oppervlakkig te zijn gebeurd want er zat nog vuil in en finaal moesten er door Dr. V toch hechtingen aangebracht worden.

16. Op zijn minst in de drie geschetste concrete voorvallen beoefende de beklaagde ten overstaan van die individuele ploegrenners op onwettige wijze de geneeskunde door de gezondheidstoestand te onderzoeken, diagnoses te stellen en medische behandelingen uit te voeren. Er kan geenszins gepretendeerd worden dat het ging om vrijblijvende handelingen in de EHBO-sfeer. Tenlastelegging B. is bijgevolg bewezen gebleven, met uitzondering evenwel van het onderdeel betrekking hebbende op D (zie hiernavolgend randnummer).

17. Enkel voor wat betreft de handelingen gesteld ten overstaan van D, zijnde een ploegverzorger die een aanval kreeg van hyperventilatie, waarna de beklaagde diens polsslag nam en diens bloeddruk mat, is er marge voor twijfel. Onmiddellijk na die handelingen, die desgevallend nog zouden kunnen kaderen binnen de sfeer van de EHBO, adviseerde de beklaagde immers doorverwijzing naar de spoed-dienst. Voor wat betreft dat specifieke onderdeel van tenlastelegging B. (bij D de polsslag en bloeddruk te hebben genomen) wordt de beklaagde aldus vrijgesproken.

...

(Derde kamer, 2015/NT/618, 18/11/2015)

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: ma, 24/07/2017 - 13:48
Laatst aangepast op: ma, 24/07/2017 - 13:48

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.