-A +A

Ontslagbescherming personeelsafgevaardigden - vlak voor pensioenleeftijd

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Arbeidshof
Plaats van uitspraak: Gent
Datum van de uitspraak: 
vri, 09/09/2016

De ontslagbescherming wordt verleend aan de personeelsafgevaardigden die de leeftijd van vijfenzestig jaar nog niet hebben bereikt.op het ogenblik dat de werkgever hem kennis geeft van de opzegging. Op het voormelde ogenblik is er sprake van een door de wet verboden ontslag, ter kennis gebracht tijdens de periode van bescherming, en het feit dat de termijn verstreek nà de 65"• verjaardag is niet van belang 

 

Publicatie
tijdschrift: 
NJW
Uitgever: 
KLuwer
Jaargang: 
2016
Pagina: 
880
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Arbh. Gent (afd. Gent) 9 september 2016,NjW2016,880.

V.C.J.,[ ... ] appellant,[ ... ] tegen

ING Contact Centre Belgium NV, [ ... ] geïntimeerde,

[ ... ]

1. De feiten

De appellant, geboren op 15 juni 1948, was met ingang van 1 oktober 1999 met de geïntimeerde (en diens rechtsvoorganger) verbonden door een arbeidsovereenkomst voor bedienden.

Bij de sociale verkiezingen van 2012 werd de appellant verkozen tot personeelsafgevaardigde in ondernemingsraad en comité P.B.W.

Bij aangetekend schrijven van 17 december 2012 beëindigde de geïntimeerde de arbeidsovereenkomst door middel van een opzegging. De opzeggingstermijn van zes maanden zou ingaan op 1 januari 2013 (stuk 4 van de appellant). Haar schrijven was als volgt geformuleerd: "U bent pensioengerechtigd vanaf 01/07/2013. In dat vooruitzicht en met het oog op het beeindigen van uw arbeidsovereenkomst, betekenen we u een opzeggingstermijn van 6 maanden. Deze opzeggingstermijn gaat in op 1/1/2013 en eindigt op 30/06/2013. [ ... J

Bij aangetekende brieven van 7 maart 2013 en 21 mei 2013 (verstuurd op 22 mei 2013) maakte de appellant aanspraak op de bijzondere ontslagvergoeding gelijk aan drie jaar loon.

De appellant werd pas 65 jaar oud op 15 juni 2013.

2. De procedure in eerste aanleg

[ ... ]

Bij eindvonnis, op 11 december 2014 op tegenspraak gewezen door kamer G4 van de arbeidsrechtbank Gent, afdeling Gent, werd de vordering toelaatbaar doch ongegrond verklaard. De appellant werd veroordeeld tot het betalen van de gerechtskosten.

[ ... ]

5.2. De gegrondheid van het hoger beroep

5.2.1. Artikel 2, § 1, eerste en tweede lid, en § 2, derde lid van de Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden luidt als volgt:

"§ 1. De personeelsafgevaardigden en de kandidaat-personeelsafgevaardigden kunnen slechts worden ontslagen om een dringende reden die vooraf door het arbeidsgerecht aangenomen werd, of om economische of technische redenen die vooraf door het bevoegd paritair orgaan werden erkend.

Voor de toepassing van dit artikel geldt als ontslag:

1 ° Elke beëindiging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever, gedaan met of zonder vergoeding, al dan niet met naleving van een opzegging, die ter kennis wordt gebracht gedurende de periode bedoeld in de §§ 2 of 3 ( ... ).

§ 2.

( ... )

Het voordeel van de bepalingen van deze paragraaf wordt niet meer toegekend aan de personeelsafgevaardigden die de leeftijd van vijfenzestig jaar bereiken, behoudens wanneer de onderneming de gewoonte heeft de categorie van werknemers, waartoe zij behoren, in dienst te houden.".

5.2.2. Uit het samenlezen van deze bepalingen leidt het arbeidshof af dat de kennisgeving van een opzegging, gegeven door de werkgever aan een personeelsafgevaardigde alvorens hij de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt, onregelmatig (doch niet nietig - zie nr. 5.2.4) is, ook al verstrijkt de opzeggingstermijn pas nà het bereiken van de leeftijd van 65 jaar. Hiermee wijkt de Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden voor de betrokkenen af van artikel 83, § 1 (thans 37/6) van de Arbeidsovereenkomstenwet.

A contrario volgt uit de duidelijke tekst van artikel 2, § 2, derde lid van de Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden dat de bescherming in § 1 nog wél wordt verleend aan de personeelsafgevaardigden die de leeftijd van vijfenzestig jaar nog niet hebben bereikt.

De appellant had de leeftijd van 65 jaar nog niet bereikt toen de geïntimeerde hem kennis gaf van de opzegging. Op het voormelde ogenblik was er sprake van een door de wet verboden ontslag, ter kennis gebracht tijdens de periode van bescherming, en het feit dat de termijn verstreek nà de 65"• verjaardag is niet van belang (zie immers het tweede lid, 1°, van§ l; L. ELIAERTS en I. VAN HIEL, Beschermde werknemers. Ondernemingsraad en comité voor preventie en bescherming op het werk, Brussel, 2013, 78, nr. 175; I. PLETS c.s. (eds.), 20 jaar

Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden, Antwerpen, 2011, 28-29, nr. 36; J. STEYAERT, F. DORSSEMONT, C. DE GANCK en M. DE GOLS, Paritair overleg in de onderneming, in APR, Mechelen, 2009, 428, nr. 788; D. VOTQUENNE en C. WANTIEZ, Beschermde werknemers. 10 jaar toepassing van de wet van 19 maart 1991, Bousval, 2001, 16, nr. 8).

Dat enkel deze interpretatie mogelijk is, wordt door een eensluidende rechtsleer aan-genomen (zie inderdaad L. ELIAERTS en J. BUELENS, "Ontslagbescherming en vertegenwoordiging van werknemers", in M. RIGAUX en W. RAUWS (eds.), Actuele problemen van het arbeidsrecht. 8, Antwerpen, 2010, (571) 603, nr. 58; L. ELIAERTS en I. VAN HIEL, Beschermde werknemers. Ondernemingsraad en comité voor preventie en bescherming op het werk, Brussel, 2013, 137-138, nr. 334; H.F. LENAERTS, Het ontslag van beschermde werknemers, Diegem, 2000, 26; J. STEYAERT, F. DORSSEMONT, C. DE GANCK en M. DE GOLS, Paritair overleg in de onderneming, in APR, Mechelen, 2009, 404, nr. 753, en 428-429, nr. 788; D. VOTQUENNE en C. WANTIEZ, Beschermde werknemers. 10 jaar toepassing van de wet van 19 maart 1991, Bousval, 2001, 41, nr. 28).

[ ... J

OM DEZE REDENEN, HET ARBEIDSHOF,

[ ... ]

Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en gegrond.

Vernietigt het op tegenspraak gewezen eindvonnis van kamer G4 van de arbeidsrechtbank Gent, afdeling Gent, van 11 december 2014 (A.R. nr. 13/2893/A, behalve waar het de vordering toelaatbaar verklaart en de kosten van de geïntimeerde begroot.

Opnieuw wijzende, verklaart de vordering in de volgende mate gegrond.

Veroordeelt de geïntimeerde tot het betalen aan de appellant van 214.313,10 euro [ ... ] als bijzondere ontslagvergoeding, vermeerderd met wettelijke intrest vanaf 1 juli 2013 tot en met 5 november 2013 en met gerechtelijke intrest vanaf 6 november 2013.

Veroordeelt de geïntimeerde om aan de appellant de sociale en fiscale documenten die op deze vergoeding betrekking hebben, af te geven.

[ ... ]
 

Noot: 

Midas Sweerman en Aline Van Bever, Beschermingsvergoeding en verkorte opzeggingstermijn met het oog op pensionering , NJW 14 december 2016, 882

Css. 22 juni 2009, Arr.Cass. 2009, afl. 6, 7-8). "Een opzegging betekend aan een beschermde werknemer is niet nietig, maar heeft tot gevolg dat een beschermingsvergoeding verschuldigd is van zodra de arbeidsovereenkomst als gevolg van die opzegging door de werkgever effectief ten einde komt.

Op welk ogenblik ontstaat de onstslagbescherming? Het Hof van Cassatie oordeelde reeds dat deze beschermingsvergoeding ontstaat op het ogenblik waarop de werkgever hem kennis geeft van de opzegging. (Cass. 17 november 1980, JTT 1982, 296; Cass. 1 december 1986, Arr.Cass. 1986-87, 439; Cass. 18 mei 1987, Arr.Cass. 1986-87, 1253, L. ELIAERTS en I. VAN HIEL, Beschermde werknemers. Ondernemingsraad en comité voor preventie en bescherming op het werk, Gent, Larcier, 2013, 339; I. PLETS, J. HOFKENS, S. DEMEESTERE en A. VANDENBERGEN, 20 jaar Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden, Antwerpen, Intersentia, 2011, 28-29)

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 20/08/2017 - 08:19
Laatst aangepast op: zo, 20/08/2017 - 08:19

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.