-A +A

Onpartijdigheid- en onafhankelijkheidsbeginsel worden begrensd door uitdrukkelijke wettelijke bepalingen

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Raad van State
Datum van de uitspraak: 
din, 26/09/2017
A.R.: 
239.226

Ingevolge het decreet is de directeur va een school bevopegd tuchtbeslissingen te nemen en zetelt de klassenraad als beroepsinstantie. Dat de directeur voorzitter is van die beroepsinstantie terwijl hij reeds in eerste aanleg de aanvochten beslissing heeft genomen, schendt niet de beginselen van behoorlijk bestuur en de regels van onafhankelijkheid en onpartijdigheid omdat volgens de raad van state deze principes begrens zijn door de wettelijke bepalingen (i.c. decreten).

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2017-2018
Pagina: 
985
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

V.H. t/ Autonoom provinciebedrijf Provinciaal Onderwijs Antwerpen

Arrest nr. 239.226

I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld op 18 september 2017, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de beroepscommissie voor de provinciale scholen voor Tuinbouw en Techniek, campus Boom, van 30 augustus 2017 waarbij het aan [V.H.] toegekende oriënteringsattest C wordt bevestigd.

...

VII. Ernst van de middelen

...

B. Tweede middel

...

Beoordeling

17. De toepassing van de algemene beginselen inzake onpartijdigheid en onafhankelijkheid worden begrensd door onder meer uitdrukkelijke wettelijke bepalingen.

Voor zover verzoeker met het middel de structurele onpartijdigheid in vraag stelt, zij vastgesteld dat het de uitdrukkelijke keuze van de decreetgever is, die niet ter beoordeling van de Raad van State staat, dat een directeur de tuchtbeslissingen neemt over leerlingen (art. 123/10, § 3 VCSO) en dat een directeur als voorzitter van de delibererende klassenraad intern lid is van de beroepscommissie (art. 123/17, § 2, 2o VCSO).

Het loutere feit dat een directielid in beide functies optreedt, volstaat prima facie dan ook niet om tot (een schijn van) partijdigheid of een gebrek aan onafhankelijkheid te besluiten.

...

Noot: 

Rechtsleer:

• R. Declercq, Beginselen van strafrechtspleging, Mechelen, Kluwer, 2010, p. 912, nr. 2050;

• R. Verstraeten, Handboek strafvordering, Antwerpen, Maklu, 2012, p. 997, nr. 1973.

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 11/02/2018 - 16:04
Laatst aangepast op: vr, 30/03/2018 - 17:54

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.