-A +A

Onopzettelijk geweld sluit morele schadevergoeding niet uit

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
woe, 19/11/2014
A.R.: 
P.14.1320.F

Het arrest, dat oordeelt dat de beklaagde zwaar moreel geweld heeft geleden, dat niet voortvloeit uit een opzettelijke daad van zijn slachtoffer maar uit een fout die door gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg is begaan, verantwoordt zijn beslissing dat de door de beklaagde opzettelijk toegebrachte slagen verschoonbaar zijn niet naar recht (1). (1) Zie concl. OM in Pas. 2014, nr. ….
 

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. P.14.1320.F
I. G. D.,

II. PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE BER-GEN,
beide cassatieberoepen tegen
F. M.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Bergen, correctionele kamer, van 30 juni 2014.

De procureur-generaal bij het hof van beroep te Bergen voert in een verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan en de eiser G. D. heeft op 23 oktober 2014 een memorie neergelegd op de griffie van het Hof.

Eerste advocaat-generaal Jean-François Leclercq heeft op 7 november 2014 een conclusie neergelegd op de griffie.

Op de rechtszitting van 19 november 2014 heeft afdelingsvoorzitter Frédéric Clo-se verslag uitgebracht en heeft de voornoemde eerste advocaat-generaal geconclu-deerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

A. Cassatieberoep van de procureur-generaal bij het hof van beroep

Het arrest beslist dat de verweerder werd aangezet tot het toebrengen van opzette-lijke slagen aan de bestuurder van het voertuig die zonet voor zijn ogen zijn moe-der had aangereden toen ze een oversteekplaats voor voetgangers bijna helemaal was overgestoken en de verkeerslichten voor haar op groen stonden. Het oordeelt immers dat die gedraging zwaar moreel geweld heeft kunnen uitmaken die bij de verweerder hebben geleid tot een spontane reactie.

Het middel dat schending aanvoert van artikel 411 Strafwetboek, dat een verscho-ningsgrond bepaalt voor uitlokking, verwijt het arrest het begrip zwaar fysiek of moreel geweld in de zin van die bepaling te miskennen, door te oordelen dat dit kan voortvloeien uit een fout die bij gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg is be-gaan.

Doodslag en opzettelijke slagen en verwondingen zijn verschoonbaar indien zij onmiddellijk zijn uitgelokt door zware gewelddaden tegen personen.
In de regel gaat dat fysieke of morele geweld uit van degene die het slachtoffer is geworden van het verschoonbaar misdrijf en is het het gevolg van zijn opzettelijk gedrag.

Zo de wet de rechter verplicht in dergelijk geval de door hem opgelegde straf te verminderen, dan is dat omdat het slachtoffer gedeeltelijk aansprakelijk is voor het op hem gepleegde strafbaar feit, vermits het zijn agressie is die aan de re-actie ten grondslag ligt.

Het arrest dat oordeelt dat de verweerder zwaar moreel geweld heeft geleden dat niet voortvloeit uit een opzettelijke daad van het slachtoffer maar uit een fout die bij gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg is begaan, verantwoordt zijn beslissing dat de opzettelijke slagen van de verweerder verschoonbaar zijn, niet naar recht.

Het middel is gegrond.

B. Cassatieberoep van de burgerlijke partij

Het Hof vermag geen acht te slaan op de memorie die buiten de termijn is neerge-legd die bij artikel 420bis, tweede lid, Wetboek van Strafvordering is bepaald, aangezien de zaak op de algemene rol werd ingeschreven op 5 augustus 2014.

1. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissing die, op de bur-gerlijke rechtsvordering van de eiser tegen de verweerder, uitspraak doet over het beginsel van een verdeling van aansprakelijkheid

De eiser voert geen enkel middel regelmatig aan.

De hierna uit te spreken vernietiging van de beslissing op de strafvordering tegen de verweerder leidt evenwel tot vernietiging van de beslissing op de burgerlijke rechtsvordering van de eiser tegen de verweerder die eruit voortvloeit en waarte-gen de eiser regelmatig cassatieberoep heeft ingesteld.

2. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissing die, op de bur-gerlijke rechtsvordering van de eiser tegen de verweerder, uitspraak doet over de omvang van de schade

De vernietiging van de beslissing die uitspraak doet over het beginsel van aan-sprakelijkheid, leidt tot vernietiging van de beslissing, zelfs als die niet definitief is, over de omvang van de schade die uit de eerste beslissing voortvloeit.

Dictum
Het Hof,
Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet over de strafvordering en over de burgerlijke rechtsvordering van G. D. tegen F. M.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.
Veroordeelt F. M. tot de kosten van het cassatieberoep van G. D.
Laat de kosten van het cassatieberoep van de procureur-generaal bij het hof van beroep te Bergen ten laste van de Staat.
Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Luik.
Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel


P.14.1320.F
Conclusions de M. le premier avocat général J.F. LECLERCQ.

1. Il résulte de l'arrêt attaqué que celui-ci , par confirmation du jugement entrepris, dit établie la prévention de coups ou blessures volontaires ayant causé une incapacité de travail, reprochée au défendeur et ordonne la suspension simple du prononcé de la condamnation, "sous l'émendation que les coups portés par le prévenu (défendeur en cassation) à la partie civile (premier demandeur en cassation) sont excusés".

Suivant l'arrêt attaqué, ces coups ont été portés en réaction à un accident de roulage au cours duquel la maman du prévenu a été renversée par le véhicule piloté par la partie civile.

Deux pourvois en cassation ont été régulièrement introduits, l'un par la partie civile, l'autre par le procureur général près la cour d'appel de Mons.

2. Votre cour n'aura pas égard au mémoire du premier demandeur, partie civile, reçu au greffe de la Cour de cassation en dehors du délai légal.

3. Un moyen unique est proposé à l'appui du pourvoi du procureur général près la cour d'appel de Mons, second demandeur.

Je suis d'avis que le moyen est fondé.

Aux termes de l'article 411 du Code pénal, l'homicide, les blessures et les coups sont excusables, s'ils ont été immédiatement provoqués par des violences graves envers les personnes.

Non seulement les termes "violences graves" ne me paraissent pas compatibles avec une faute commise par défaut de prévoyance ou de précaution, mais, en outre, les violences graves requises par la disposition précitée sont celles qui peuvent, par elles-mêmes, amoindrir le libre arbitre, c'est-à-dire la volonté non contrainte, d'une personne normale et raisonnable et non celles qui n'ont eu cet effet qu'en raison de l'émotivité particulière de l'agent provoqué, définition dont je ne perçois pas non plus la compatibilité avec une faute commise par défaut de prévoyance ou de précaution, laquelle ne peut assurément, par elle-même, être considérée comme de nature à amoindrir le libre arbitre, à peine de devoir admettre que, dans tout simple accident de la circulation par exemple, le conducteur blessé, agacé et qui s'estime victime, pourrait, à la limite, se faire justice à soi-même (Voir Cass. 22 juin 2011, RG P.11.0988.F, Pas. 2011, n° 420; Cass. 21 novembre 2012, RG P.12.0759.F, Pas. 2012, n° 628).

L'arrêt attaqué, qui en décide autrement, viole l'article 411 du Code pénal.

4. La cassation à prononcer de la décision rendue sur l'action publique exercée à charge du défendeur entraînera l'annulation de la décision au civil qui en est la suite, rendue sur le principe d'un partage de responsabilités, laquelle annulation entraînera par conséquent, à son tour, l'annulation de la décision au civil sur l'étendue du dommage du premier demandeur bien que cette dernière décision ne soit pas définitive.

5. Je me résume: il y a donc lieu, selon moi, de casser l'arrêt attaqué en tant qu'il statue sur l'action publique et sur l'action civile exercée par le premier demandeur contre le défendeur.

6. J'incline à penser qu'il convient de condamner le défendeur aux frais du pourvoi du premier demandeur et de laisser à l'Etat les frais du pourvoi du procureur général près la cour d'appel de Mons.

Conclusion: cassation partielle.
 

Noot: 

• A. De Nauw, Inleiding tot het bijzonder strafrecht, Mechelen, Kluwer, 2010, p. 208, nr. 256;

• R. Charles, E. Marcelis en C. Florival, “Coups et blessures” in RPDB, Compl. VIII, p. 262-264, nrs. 266-280.

Gerelateerd
Aangemaakt op: do, 06/10/2016 - 21:08
Laatst aangepast op: do, 06/10/2016 - 21:08

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.