-A +A

Ongeval met voertuig van onerzekerd overheid van de overheid

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
vri, 01/03/2013
A.R.: 
C.12.0298.N

Krachtens art. 10, § 1, eerste lid WAM-wet zijn de Staat en de in deze bepaling vermelde overheden niet verplicht een verzekering aan te gaan voor de motorrijtuigen die hun toebehoren of op hun naam zijn ingeschreven.

Krachtens art. 10, § 1, tweede lid WAM-wet dekken zij zelf overeenkomstig deze wet de burgerrechtelijke aansprakelijkheid waartoe het motorrijtuig aanleiding kan geven, als er geen verzekering is aangegaan.

Krachtens art. 10, § 1, tweede lid WAM-wet hebben zij jegens de benadeelden dezelfde verplichtingen als de verzekeraar indien zij niet tot schadevergoeding gehouden zijn uit hoofde van hun eigen aansprakelijkheid.

2. Hieruit volgt dat wanneer de overheid zelf aansprakelijk is voor de schade, de benadeelde over een vorderingsrecht tegen deze overheid beschikt op basis van die aansprakelijkheid.

De overheid heeft jegens de benadeelde enkel de verplichtingen van een verzekeraar wanneer zij zelf niet aansprakelijk is.

3. Krachtens art. 34, § 2, eerste lid Wet Landverzekeringsovereenkomst verjaart, behoudens bijzondere wettelijke bepalingen, de vordering die voortvloeit uit het eigen recht van de benadeelde tegen de verzekeraar op grond van art. 86 Wet Landverzekeringsovereenkomst door verloop van vijf jaar, te rekenen vanaf het schadeverwekkende feit, of indien er misdrijf is, vanaf de dag waarop dit is gepleegd.

4. Hieruit volgt dat de verjaringstermijn bepaald in art. 34, § 2 Wet Landverzekeringsovereenkomst enkel van toepassing is op de vordering van de benadeelde tegen de overheid wanneer die dezelfde verplichtingen heeft als de verzekeraar.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2014-2015
Pagina: 
182
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

AR nr. C.12.0298.N

Vlaams Gewest t/ Landsbond der Christelijke Mutualiteiten

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis in hoger beroep van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Turnhout van 2 september 2011.

...

III. Beslissing van het Hof

Beoordeling

1. Krachtens art. 10, § 1, eerste lid WAM-wet zijn de Staat en de in deze bepaling vermelde overheden niet verplicht een verzekering aan te gaan voor de motorrijtuigen die hun toebehoren of op hun naam zijn ingeschreven.

Krachtens art. 10, § 1, tweede lid WAM-wet dekken zij zelf overeenkomstig deze wet de burgerrechtelijke aansprakelijkheid waartoe het motorrijtuig aanleiding kan geven, als er geen verzekering is aangegaan.

Krachtens art. 10, § 1, tweede lid WAM-wet hebben zij jegens de benadeelden dezelfde verplichtingen als de verzekeraar indien zij niet tot schadevergoeding gehouden zijn uit hoofde van hun eigen aansprakelijkheid.

2. Hieruit volgt dat wanneer de overheid zelf aansprakelijk is voor de schade, de benadeelde over een vorderingsrecht tegen deze overheid beschikt op basis van die aansprakelijkheid.

De overheid heeft jegens de benadeelde enkel de verplichtingen van een verzekeraar wanneer zij zelf niet aansprakelijk is.

3. Krachtens art. 34, § 2, eerste lid Wet Landverzekeringsovereenkomst verjaart, behoudens bijzondere wettelijke bepalingen, de vordering die voortvloeit uit het eigen recht van de benadeelde tegen de verzekeraar op grond van art. 86 Wet Landverzekeringsovereenkomst door verloop van vijf jaar, te rekenen vanaf het schadeverwekkende feit, of indien er misdrijf is, vanaf de dag waarop dit is gepleegd.

4. Hieruit volgt dat de verjaringstermijn bepaald in art. 34, § 2 Wet Landverzekeringsovereenkomst enkel van toepassing is op de vordering van de benadeelde tegen de overheid wanneer die dezelfde verplichtingen heeft als de verzekeraar.

5. De appelrechters oordelen dat:

– de eiser bij vonnis van de Politierechtbank te Turnhout van 16 juni 2005 aansprakelijk werd gesteld voor het verkeersongeval van 3 maart 2003 wegens een fout van zijn aangestelde;

– de verweerster op 8 september 2008 de eiser verzocht tot betaling van haar uitgaven die zij heeft gedaan ten voordele van het slachtoffer;

– de eiser voor het in het ongeval betrokken voertuig geen verzekering aanging.

6. De appelrechters die op deze gronden oordelen dat de vordering van de verweerster op grond van art. 34, § 2 en art. 35, § 3 Wet Landverzekeringsovereenkomst niet verjaard is, verantwoorden hun beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

Gerelateerd
Aangemaakt op: do, 02/10/2014 - 23:01
Laatst aangepast op: do, 02/10/2014 - 23:03

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.