-A +A

onderhoudsvordering tegen de vermoedelijke vader

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Rechtbank van Eerste Aanleg
Plaats van uitspraak: Ieper
Datum van de uitspraak: 
woe, 04/11/2009
A.R.: 
08/617/A
Publicatie
tijdschrift: 
niet gepubliceerd
Referentie: 
7447
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Algemene rol numrner : 08/617/A

Inzake van: N.L., handelend in haar hoedanigheid van moeder-wettige beheerster over de persoon en de goederen van haar minderjarige zoon BL, met haar samenwonend
Eiseres, vertegenwoordigd door mr. Marc Decramer, advocaat te 8910 Wervik, Nieuwstraat 23
Tegen: RH arbeider, geboren te Antwerpen op 20 mei 1970, wonende te 8930 Menen, Generaal Lemanstraat 57
Verweerder, vertegenwoordigd door mr. Elfri De Neve, advocaat te 9700 Oudenaarde, Stationsstraat 29

heeft de rechtbank van eerste aanleg te IEPER het volgende vonnis verleend :

Gelet op de artikelen 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken.
Gelet op het proces-verbaal van vrijwillige verschijning van 17 december 2008. Gelet op de overige stukken van het geding.
Gehoord de partijen in hun middelen en conclusies.
Gehoord de heer Th. Verbaeys, eerste substituut-procureur des Konings, in zijn mondeling advies, waarop eiseres opmerkingen heeft gemaakt.
I. Antecedenten:
Partijen hebben gedurende een vijftal jaren een relatie gehad en samengewoond. Uit hun relatie is een kind geboren ni. BL geboren op .. 1997, zo stelt eiseres.
Het kind der partijen is nooit erkend geworden door verweerder.
Onder verwijzing naar artikel 336 B.W. vordert de moeder thans, optredend namens haar minderjarige zoon, een onderhoudsbijdrage vanwege degene die gedurende het tijdvak van verwekking gemeenschap met haar heeft gehad, dit is verweerder.
Zij vraagt dat verweerder zou worden veroordeeld om maandelijks 200 € te betalen vanaf 1 september 2003 jaarlijks indexeerbaar op 1 september met basisindex augustus 2003, en meer de helft van de buitengewone kosten zoals de medische kosten, de school, de studiekosten.
Partijen zijn op 17 december 2008 vrijwillig verschenen voor deze rechtbank nadat oproeping tot minnelijke schikking overeenkomstig art. 338§1 B.W. geen resultant kende.
Verweerder meent dat de vordering niet door de moeder kan worden ingesteld maar alleen door een voogd ad hoc. Daarom zou de vordering niet toelaatbaar zijn. Ten gronde twijfelt hij aan zijn vaderschap, alhoewel hij erkent dat de partijen hebben samengewoond. Hij betrapte de moeder met een andere man, waardoor hij ernstig twijfelt... Voor zover het vaderschap toch zou komen vast te staan biedt hij ondergeschikt een onderhoudsbijdrage aan van 75 € per maand, doch slechts vanaf het ogenblik dat is aangetoond dat hij de vader is van BL. Het overige gevorderde betwist hij.
II. Beoordeling:
1.De vordering is ontvankelijk.
2.De vordering is eveneens toelaatbaar.
Art. 337§1 B.W. bepaalt weliswaar dat de vordering aan het kind persoonlijk toekomt doch dit houdt in dat, tijdens de minderjarigheid van het kind de moeder de vordering als wettelijk vertegenwoordiger (art. 376, 3° lid B.W.) kan instellen in zijn naam en voor zijn rekening. Daartoe is geen machtiging van de vrederechter vereist (art. 378§1, 1° lid B.W. waarin geen verwijzing naar art. 410§1, 7° B.W. wordt gemaakt).
3.Ten gronde:
Ten onrechte verwijst verweerder naar de bepalingen van art. 324 B.W. dat betrekking heeft op het onderzoek naar het vaderschap. In casu wordt geen dergelijke afstammingsvordering geformuleerd, doch alleen een alimentatievordering.
De grondslag van het recht op een onderhoudsuitkering bedoeld in artikel 336 B.W. is de biogenetische band en niet de geslachtsgemeenschap op zich.
(Gent (lek) 28 maart 2002,R. W 2003-04, afl. 2, 69)
Eiseres bewijst dat partijen samenwoonden, en verweerder aanwezig was in de materniteit, op de verjaardag van BL en op een aantal familieuitstappen.
Er is bewijs dat er een relatie was tussen partijen.
Dit bewijs is evenwel niet overtuigend, gelet op het feit dat verweerder twijfel zaait (eiseres werd volgens hem in bed aangetroffen met een andere man).
Zelfs indien de gegevens die het mogelijk maken te besluiten tot het bestaan van intieme betrekkingen tussen partijen tijdens het wettelijk tijdperk van de verwekking talrijk zijn, wat in casu het geval is, en zo het vaderschap van verweerder waarschijnlijk is, kan de rechtbank besluiten om toch over te gaan tot een DNA­onderzoek wanneer verweerder blijft ontkennen en er tegenstrijdigheden bestaan tussen de verklaringen van partijen.
(Brussel 26 oktober 1999, J.drjeun. 2001, afl. 203, 55).
Verweerder kan met alle middelen van recht bewijzen dat hij niet de genetische vader is van het kind (artikel 338bis B.W.).
De exeptio plurium concubinentium waamaar hij verwijst is geen afdoend verweermiddel.
Enkel een DNA-onderzoek, dat volgens verweerder uitsluitsel kan geven, is hier een afdoend bewijsmiddel.
OM DEZE REDENEN, DE RECHTBANK,
wijzende in burgerlijke zaken, alle verdere besluiten afwijzend, rechtdoende op tegenspraak,
Verklaart de vordering ontvankelijk en toelaatbaar. Beveelt een deskundigenonderzoek.
Benoemt te dien einde dr. Gerhard MERTENS, geneesheer-klinisch bioloog, UZ Antwerpen, Forensisch DNA-laboratorium, Wilrijkstraat 10, 2650 EDEGEM, met als opdracht :
1° Eisende partij, verwerende partij en het kind B.L gelijktijdig onderwerpen aan de afname van een bloedstaal en van hen gelijktijdig een foto en een duimafdruk nemen.
2° Na onderzoek van de DNA - polymorfismen advies verstrekken omtrent de ouderschapsuitsluiting.
3° Zich door alle partijen alle dienstige en nuttige stukken en inlichtingen doen geven om zijn opdracht te kunnen uitvoeren.
    4° Alle dienstige en nuttige vragen van partijen beantwoorden.
Zegt dat dit vonnis binnen de vijf dagen bij gerechtsbrief ter kennis zal worden gebracht aan de deskundige en per gewone brief aan de partijen en hun raadslieden, en, in voorkomend geval, bij gerechtsbrief aan de partijen die verstek hebben laten gaan.
Zegt dat de deskundige over een termijn van 8 dagen na de kennisgeving van dit vonnis zal beschikken om desgewenst de opdracht met behoorlijk omklede redenen te weigeren.
Zegt dat de deskundige en de partijen zich naar aanleiding van het deskundig onderzoek verder dienen te gedragen naar de bepalingen van de artikelen 962 en 99lbis van het Gerechtelijk Wetboek.
Zegt dat de installatievergadering bedoeld in artikel 972 van het Gerechtelijk Wetboek zal plaatsvinden op 2 december 2009 om 9.45 uur in raadkamer.
Zegt dat de deskundige zich op de datum en het uur van de installatievergadering ter beschikking van de rechtbank dient te houden en voorafgaand aan de rechtbank (tel. : 057/45 05 15 - fax : 057/45 05 20) dient mee te delen op welk telefoonnummer hij/zij op dat ogenblik zal kunnen worden bereikt om zijn/haar zienswijze te vernemen nopens :
de pints, de dag en het uur van zijn/haar verdere werkzaamheden
de noodzaak om al dan niet een beroep te doen op technische raadgevers
de raming van de algemene kostprijs van het deskundigenonderzoek of tenminste van de manier waarop zijn/haar kosten en ereloon en de kosten en het ereloon van de eventuele technische raadgevers zullen berekend worden
het bedrag van het voorschot dat ter griffie dient te worden geconsigneerd
het redelijk deel van het voorschot dat kan worden vrijgegeven aan de deskundige de termijn waarbinnen de partijen hun opmerkingen kunnen laten gelden aangaande zijn/haar voorlopig advies
de termijn voor het neerleggen van het eindverslag.
Zegt dat de deskundige in persoon aanwezig zal dienen te zijn op de
installatievergadering indien een van de partijen hem/haar dit zal vragen rniddels een aangetekende brief met ontvangstbewijs die uiterlijk 15 dagen voor de datum van de installatievergadering door de post aan de deskundige zal dienen ten zijn bezorgd.
Zegt evenwel dat van het houden van deze installatievergadering zal worden afgezien indien alle partijen of hun raadslieden uiterlijk op 20 november 2009 om 16.00 uur schriftelijk en telefonisch aan de rechtbank en aan de deskundige zullen hebben laten weten dat zij hiermee akkoord gaan en dat in dat geval als volgt zal worden gehandeld :
de deskundige zal zelf de plaats, de dag en het uur bepalen waarop hij/zij zijn/haar werkzaamheden zal aanvatten en zal dit per aangetekende brief met
ontvangstbewijs meedelen aan de partijen en per gewone brief aan hun
raadslieden, tenzij hij door de partijen wordt vrijgesteld van de verplichting om per aangetekende post te corresponderen
de deskundige zal in de loop van zijn opdracht zelf bepalen of het noodzakelijk is om al dan niet een beroep te doers op technische raadgevers
de deskundige zal aan de partijen zelf een raming laten geworden van de
algemene kostprijs van het deskundigenonderzoek of tenminste van de manier waarop zijn of/haar kosten en ereloon en de kosten en het ereloon van de eventuele technische raadgevers zullen berekend worden
het bedrag van het voorschot dat door de eisende partij ter griffie dient te worden geconsigneerd wordt bepaald op 782 euro, BTW inbegrepen
(kan via rekening 679-2008400-15 ten name van Rechtbank Eerste Aanleg, Korte Torhoutstraat 2, 8900 leper)
het redelijk deel van het voorschot dat kan worden vrijgegeven aan de deskundige wordt bepaald op 782 euro, BTW inbegrepen.
de deskundige zal zelf de redelijke termijn bepalen waarbinnen de partijen hun opmerkingen kunnen laten gelden aangaande zijn/haar voorlopige advies
de termijn voor het neerleggen van het eindverslag wordt bepaald op 2 maanden vanaf de datum waarop de deskundige zijn/haar werkzaamheden zal hebben aangevat, onverminderd artikel 972bis§2, tweede lid van het Gerechtelijk Wetboek ("Indien alle partijen of hun raadslieden om uitstel verzoeken, dan moet de deskundige dit toestaan. In alle andere gevallen kan hij het uitstel weigeren of toestaan en geeft hij de rechter bij gewone brief kerinis van zijn beslissing.")
Zegt dat het de deskundige verboden is een rechtstreekse betaling van een partij in het geding te aanvaarden (artikel 509quater van het Strafwetboek : "Met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met geldboete van tweehonderd euro tot vijftienhonderd euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft de deskundige
die, wetende dat een rechtstreekse betaling niet toegelaten is, deze toch aanvaardt van een partij in het geding".
Zegt voor recht dat de uitspraak over de kosten wordt uitgesteld tot bij de eindbeslissing.
Verwijst de zaak naar de bijzondere rol.
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van de rechtbank van eerste aanleg to IEPER, eerste burgerlijke kamer met een rechter, van WOENSDAG, 4 NOVEMBER 2009, door R. VERSTRAETE, voorzitter, in tegenwoordigheid van F. HOFLACK, griffier-hoofd van dienst.
Noot: 

wettelijke basis art. 376, 3° lid BW
art. 336 BW gegrond niet op de geslachtsgemeenschap maar op de biogenetische band

zie ook: art. 378§1,1° BW en 410,7° BW
Geciteerde rechtspraak: Gent, 28 maart 202, R.W., 2003-04, afl. 2,69)
Exceptio plurium concuinentum is geen afdoend bewijsmiddel meer gelet op het bestaan van DNA testen

Gerelateerd
Aangemaakt op: ma, 09/11/2009 - 19:32
Laatst aangepast op: vr, 15/01/2010 - 18:58

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.