-A +A

Onderhoudsgeld kinderen beoordelingscriteria en taak van de rechter

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
don, 19/11/2015

De bepalingen van de artikelen 203, §1, en 203bis, §1, §2 en §3, Burgerlijk Wetboek en van artikel 1321, §1, 2° en 3°, en §2, 1°, Gerechtelijk Wetboek sluiten niet uit dat de rechter in bijzondere omstandigheden ook de bijdrage in de buitengewone kosten forfaitair bepaalt (1). (1) Het OM concludeerde tot de gegrondheid van het eerste middel tot cassatie, en derhalve tot vernietiging van de bestreden beslissing, op grond dat uit de redenen m.b.t. de vaststelling van de maandelijkse onderhoudsbijdrage, in het bijzonder uit de reden i.v.m. de behoeften van de kinderen, in deze volgt dat deze bijdrage werd vastgesteld op basis van het gebruikelijke budget voor het dagelijks onderhoud van de kinderen, maar dat de appelrechters – waar zij vervolgens evenwel oordelen dat die onderhoudsbijdrage ook de buitengewone kosten omvat – nalaten op basis van de gevestigde rechtsleer een duidelijk onderscheid te maken tussen de gewone- en de buitengewone kosten, en zij in werkelijkheid aldus de buitengewone kosten volledig ten laste van eiseres leggen.

Artikel 1321, § 1, 2° en 3°, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat behoudens akkoord van de partijen over het bedrag van de onderhoudsbijdrage in het belang van het kind, elke rechterlijke beslissing die de onderhoudsbijdrage vaststelt op grond van artikel 203, § 1, Burgerlijk Wetboek, de gewone kosten vermeldt waar-uit het budget voor het kind is samengesteld, alsook de manier waarop deze be-groot zijn, evenals de aard van de buitengewone kosten die in acht genomen kun-nen worden, het deel van deze kosten dat elk van de ouders voor zijn rekening dient te nemen, alsook de modaliteiten voor de aanwending van deze kosten.
Krachtens artikel 1321, § 2, 1°, Gerechtelijk Wetboek moet de rechter verduidelijken op welke manier hij de in paragraaf 1 bedoelde elementen in acht genomen heeft.
 

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. C.13.0335.N
T. C.,
eiseres,
toegelaten tot de rechtsbijstand bij beslissing van 28 juni 2013 (nr. G.13.0062.N),
kiest,
tegen
P. S.,
verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Veurne van 17 januari 2013.

II. CASSATIEMIDDELEN
De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Met hun oordeel dat de eiseres geen uitzonderlijke buitengewone kosten bewijst, geven de appelrechters geen uitleg van de onder de stukken 13, 23c en 33 van haar dossier overgelegde kwijtschriften, brief en facturen.

In zoverre het middel schending aanvoert van de artikelen 1318, 1319, 1320 en 1322 Burgerlijk Wetboek, mist het feitelijke grondslag.

2. In zoverre het middel opkomt tegen het oordeel van de appelrechters dat de kosten van ziekenhuisopname van de dochter, de kosten van orthodontische be-handeling van de kinderen, de kosten voor aanschaf van brillen voor de kinderen en de kosten voor dokters- en tandartsbezoek geen uitzonderlijke buitengewone kosten zijn, vereist het een onderzoek van feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is en is het bijgevolg niet ontvankelijk.

3. Overeenkomstig artikel 203, § 1, Burgerlijk Wetboek dienen de ouders naar evenredigheid van hun middelen te zorgen voor de huisvesting, het levensonder-houd, de gezondheid, het toezicht, de opvoeding, de opleiding en de ontplooiing van hun kinderen. Indien de opleiding niet voltooid is, loopt de verplichting door na de meerderjarigheid van het kind.

Krachtens artikel 203bis, § 1 en § 2, Burgerlijk Wetboek, draagt elke ouder bij in de kosten die voortvloeien uit de bij artikel 203, § 1, bepaalde verplichting, in verhouding tot zijn respectieve aandeel in de samengevoegde middelen, en kan elk van de ouders van de andere diens bijdrage in die kosten vorderen, onverminderd de rechten van het kind.

Volgens artikel 203bis, § 3, Burgerlijk Wetboek, omvatten de kosten de gewone kosten en de buitengewone kosten. De gewone kosten zijn alle gebruikelijke kos-ten met betrekking tot het dagelijkse onderhoud van het kind, terwijl onder bui-tengewone kosten wordt verstaan de uitzonderlijke, noodzakelijke of onvoorzien-bare uitgaven die voortvloeien uit toevallige of ongewone gebeurtenissen en die het gebruikelijke budget voor het dagelijkse onderhoud van het kind dat desgeval-lend als basis diende voor de vaststelling van de onderhoudsbijdragen, overschrij-den.

4. Artikel 1321, § 1, 2° en 3°, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat behoudens akkoord van de partijen over het bedrag van de onderhoudsbijdrage in het belang van het kind, elke rechterlijke beslissing die de onderhoudsbijdrage vaststelt op grond van artikel 203, § 1, Burgerlijk Wetboek, de gewone kosten vermeldt waar-uit het budget voor het kind is samengesteld, alsook de manier waarop deze be-groot zijn, evenals de aard van de buitengewone kosten die in acht genomen kun-nen worden, het deel van deze kosten dat elk van de ouders voor zijn rekening dient te nemen, alsook de modaliteiten voor de aanwending van deze kosten.

Krachtens artikel 1321, § 2, 1°, Gerechtelijk Wetboek moet de rechter verduidelijken op welke manier hij de in paragraaf 1 bedoelde elementen in acht genomen heeft.

5. De voormelde bepalingen sluiten niet uit dat de rechter in bijzondere om-standigheden ook de bijdrage in de buitengewone kosten forfaitair bepaalt.

6. Het middel dat geheel ervan uitgaat dat de rechter de bijdrage in de buiten-gewone kosten niet forfaitair kan bepalen, faalt in zoverre naar recht.

Tweede middel

7. Met de reden dat de eiseres dient veroordeeld te worden tot de kosten van de procedure in hoger beroep, gelet op haar ongelijk, oordelen de appelrechters niet dat de eiseres omtrent elk geschilpunt in het ongelijk is gesteld, maar geven zij te kennen dat de eiseres overwegend als de in het ongelijk gestelde partij moet worden aangezien zodat het past de kosten van het hoger beroep volledig te haren laste te leggen.

Het middel dat op een onjuiste lezing van het bestreden vonnis berust, mist feite-lijke grondslag.

Dictum
Het Hof,
Verwerpt het cassatieberoep.
Veroordeelt de eiseres tot de kosten.
Bepaalt de kosten voor de eiseres op 578,44 in debet.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer

Noot: 

Tijdschrift voor Familierecht [T. Fam.] SENAEVE, Patrick; Noot 'De omschrijving van de buitengewone kosten van een kind en de mogelijkheid tot forfaitaire bepaling van de bijdrage erin' 2016, nr. 6, p. 150-157.

Gerelateerd
Aangemaakt op: vr, 25/11/2016 - 19:00
Laatst aangepast op: vr, 25/11/2016 - 19:04

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.