-A +A

Onbeslagbare woning zelfstandige enkel onbeslagbaar zolang zij als hoofdverblijf dienst doet

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
vri, 03/10/2014
A.R.: 
C.14.0088.N

Gelet op de ratio legis om de rechten van de zelfstandige op het onroerend goed dat tot hoofdverblijfplaats dient te vrijwaren tegen de gevolgen van het ondernemersrisico, neemt deze bescherming een einde wanneer het onroerend goed niet meer wordt bestemd als hoofdverblijfplaats, ook voor schulden die voordien zijn ontstaan.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2015-2016
Pagina: 
1022
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. C.14.0088.N
1. G. G.,
2. K. B.,
eisers,
tegen
BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12-14,
verweerder,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 19 juni 2013.

II. CASSATIEMIDDEL
De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Krachtens artikel 73 van de wet van 25 april 2007 houdende diverse bepa-lingen (IV) kan de zelfstandige zijn zakelijke rechten op het onroerend goed waar hij zijn hoofdverblijfplaats gevestigd heeft, andere dan het gebruiksrecht en het recht van bewoning, niet-vatbaar voor beslag verklaren.

De overschrijving van de verklaring in het daartoe bestemd register van de hypo-theekbewaarder waar het goed gelegen is, heeft krachtens artikel 77 van deze wet tot gevolg dat voor de beroepsschulden ontstaan na de verklaring geen beslag kan worden gelegd op het eigendomsrecht of andere zakelijke rechten op onroerend goed.

Gelet op de ratio legis om de rechten van de zelfstandige op het onroerend goed dat tot hoofdverblijfplaats dient te vrijwaren tegen de gevolgen van het onderne-mingsrisico, neemt deze bescherming een einde wanneer het onroerend goed niet meer wordt bestemd als hoofdverblijfplaats, ook voor schulden die voordien zijn ontstaan.

2. De appelrechters stellen vast dat:
- de eisers van 25 april 2003 tot 13 november 2009 hun hoofdverblijfplaats had-den te Brasschaat;
- de eerste eiser op 7 oktober 2009 een verklaring aflegde van onbeslagbaarheid met betrekking tot het onroerend goed te Brasschaat alwaar de hoofdverblijf-plaats gevestigd was;
- hij van 14 november 2009 tot 16 februari 2011 zijn hoofdverblijfplaats had te Knokke;
- hij vanaf 16 februari 2011 terug zijn woning te Brasschaat als hoofverblijfplaats betrok;
- de verweerder op 29 september 2011 beslag legt op het onroerend goed te Brasschaat voor belastingschulden.

3. De appelrechters oordelen dat de onbeslagbaarheid van het onroerend goed dat tot hoofdverblijfplaats dient een uitzondering is op het principe van de ondeel-baarheid van het vermogen zoals bepaald in de artikelen 7 en 8 Hypotheekwet, dat gelet op deze uitzonderlijke aard de bescherming slechts geldt zolang het onroe-rend goed als hoofdverblijfplaats door de eiser werd betrokken hetzij tot 14 november 2009 zodat na die datum de bescherming verviel en de omstandigheid dat de eiser zich later opnieuw op het vroegere adres vestigde niet tot gevolg heeft dat de bescherming van deze woning zonder meer opnieuw geldt.

4. Door aldus te oordelen verantwoorden de appelrechters hun beslissing naar recht en laten zij het Hof toe de wettigheid van de beslissing te beoordelen.

Het middel kan niet worden aangenomen.
Dictum
Het Hof,
Verwerpt het cassatieberoep.
Veroordeelt de eisers tot de kosten.
Bepaalt de kosten voor de eisers op 429,43 euro en voor de verweerder op 224,41 euro.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer

Noot: 

• Tijdschrift voor Belgisch Burgerlijk Recht [TBBR] REYNEBEAU, Maja; Noot onder cassatie. 2016, nr. 5, p. 269-276.

• Nieuw Juridisch Weekblad [NJW] COPPENS, Alain; Noot 'Einde onbeslagbaarheid woning bij verhuizing zelfstandige' 2015, nr. 315, p. 66-68.

• Rechtskundig Weekblad [RW] DE CLERCQ, Maarten; Noot 'Verval van de onbeslagbaarheid van de gezinswoning van de zelfstandige door een verhuis' 2015-16, nr. 26, p. 1022-1025.

• Tijdschrift voor Notarissen [T.Not.] BYTTEBIER, Jan; Noot 'De onbeslagbaarheid van de hoofdverblijfplaats van de zelfstandige is niet onbeperkt' 2015, nr. 2, p. 146-148.

Gerelateerd
Aangemaakt op: di, 22/08/2017 - 14:48
Laatst aangepast op: di, 22/08/2017 - 15:03

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.