-A +A

Omkoping met het oog op de aanwending van invloed

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
woe, 27/01/2016
A.R.: 
P.15.1362.F

De telastlegging publieke omkoping met het oog op de aanwending van invloed is een vorm van omkoping die niet het verrichten van een handeling of het nalaten ervan beoogt maar de uitoefening door de omgekochte persoon van zijn invloed om een handeling van een openbare overheid of een openbaar bestuur of het nalaten ervan te verkrijgen (1). (1) A. De Nauw, 'Corruption et marchés publics. Des dispositions nouvelles', Rev. dr. U.L.B., 1998, 107-122; 1. De Nauw en Fr. Kuty, Manuel de droit pénal spécial, Kluwer, 2014, pp. 127-128, nr. 198; A. Weyembergh en L. Kennes, Droit pénal spécial, T. I, Anthémis, 2011, pp. 309-310; D. Flore, L'incrimination de la corruption, in Dossier nr. 4, R.D.P.C., 1999, Die Keure, p. 94; J. Spreutels, Fr. Roggen en E. Roger France, Droit pénal des affaires, Bruylant 2005, pp. 272-274; D. Flore, La corruption, in Les infractions, T. I, Larcier, 2008, p. 336.

De passieve publieke omkoping met het oog op de aanwending van invloed veronderstelt dat de persoon die om zijn invloed wordt verzocht, een persoon is 'die een openbaar ambt uitoefent'; het is echter niet het statuut van die persoon dat in dat opzicht bepalend is maar het ambt dat hij bekleedt en dat zelf van openbare aard moet zijn; om strafbaar te zijn, moet dat verzoek gericht zijn tot de omgekochte persoon in de uitoefening van een ambt van openbare aard; de beoogde, echte of vermeende, invloed kan echter het kader van dat ambt te buiten gaan (1). (1) A. De Nauw, 'Corruption et marchés publics. Des dispositions nouvelles', Rev. dr. U.L.B., 1998, 107-122; 1. De Nauw en Fr. Kuty, Manuel de droit pénal spécial, Kluwer, 2014, pp. 127-128, nr. 198; A. Weyembergh en L. Kennes, Droit pénal spécial, T. I, Anthémis, 2011, pp. 309-310; D. Flore, L'incrimination de la corruption, in Dossier nr. 4, R.D.P.C., 1999, Die Keure, p. 94; J. Spreutels, Fr. Roggen en E. Roger France, Droit pénal des affaires, Bruylant 2005, pp. 272-274; D. Flore, La corruption, in Les infractions, T. I, Larcier, 2008, p. 336.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2017-2018
Pagina: 
737
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

AR nr. P.15.1362.F

Procureur-generaal bij het Hof van Beroep te Bergen t/ D.B. en P.E.

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het Hof van Beroep te Bergen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 2 oktober 2015.

...

II. Beslissing van het Hof

Eerste middel

De verweerders worden vervolgd in hun hoedanigheid van afgevaardigd bestuurder, enerzijds, en van operationeel directeur, anderzijds, van de NV van publiek recht Belgacom. Er wordt hun verweten hun invloed aangewend te hebben bij een dochtervennootschap van Belgacom, private marktdeelnemer die een opdracht van openbare dienst verricht, opdat zij een derde vennootschap, die een onroerend goed verwierf, zou bevoordelen. Volgens de eiser bestond het beoogde doel erin achteraf het voordeel te hebben van de tussenkomst van een verantwoordelijke van die derde vennootschap bij vooraanstaande politici en aldus Belgacom te laten genieten van voordelen die deze verantwoordelijke kon verschaffen in het kader van toekomstige onderhandelingen. De vordering van de eiser van 3 april 2015 betoogt dat de opdracht van openbare dienst in kwestie het toezicht is dat Belgacom uitoefent op het goede beheer van haar dochtervennootschap die eveneens een opdracht van openbare dienst uitoefent wanneer zij een onroerend goed verkoopt dat haar toebehoort en, bijgevolg, volgens de eiser, bepaalde gegadigden niet willekeurig kan uitsluiten van die verkoop.

Het middel verwijt het arrest de in art. 247, § 4 Sw. bepaalde omschrijving van gebruik van invloed af te wijzen op grond dat de aan de verweerders ten laste gelegde handelingen niet onder de in art. 86ter van de wet van 21 maart 1991 «betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven» bedoelde opdrachten van openbare dienst vallen en dat de verweerders die destijds hun beroepsactiviteit uitoefenden binnen de vennootschap Belgacom, de feiten bijgevolg niet in het kader van de uitoefening van een openbaar ambt hebben gepleegd.

De telastlegging publieke omkoping met het oog op het gebruik van invloed is een vorm van omkoping die niet het verrichten van een handeling of het nalaten ervan beoogt, maar de uitoefening door de omgekochte persoon van zijn invloed om een handeling van een openbare overheid of een openbaar bestuur of het nalaten ervan te verkrijgen.

De passieve publieke omkoping met het oog op een dergelijk gebruik van invloed veronderstelt dat de persoon om wiens invloed wordt verzocht, een persoon is «die een openbaar ambt uitoefent». Het is echter niet het statuut van die persoon dat in dat opzicht bepalend is, maar het ambt dat hij bekleedt en dat zelf van openbare aard moet zijn.

Om strafbaar te zijn, moet dat verzoek gericht zijn tot de omgekochte persoon in de uitoefening van een ambt van openbare aard. De beoogde, echte of vermeende, invloed kan echter het kader van dat ambt te buiten gaan.

Met het oordeel dat art. 247, § 4 Sw. niet van toepassing kan zijn op de verweerders, omdat de hun ten laste gelegde handelingen geen verband houden met de opdrachten van openbare dienst die de wet aan Belgacom oplegt en die bestaan uit de verplichting tot de levering van telecommunicatiediensten van algemeen belang, verantwoordt het arrest zijn beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

Tweede middel

Het middel voert schending aan van art. 149 Gw. en van art. 504bis, § 1 Sw. en komt op tegen het arrest in zoverre het, in tegenstelling tot de aanvullende vordering van de eiser, de feiten niet als passieve private omkoping omschrijft.

Als bestanddeel van de telastlegging vermeldt het arrest onder meer «de omstandigheid dat de handelingen verricht worden zonder medeweten en zonder machtiging van, naar gelang van het geval, de raad van bestuur of de algemene vergadering, de lastgever of de werkgever».

De loutere omstandigheid dat alle beslissingen m.b.t. de litigieuze verkoop genomen werden door de afgevaardigde bestuurder, stelt het Hof niet in staat na te gaan dat de handelingen verricht werden zonder medeweten en zonder machtiging van de raad van bestuur of van de algemene vergadering.

In zoverre is het middel gegrond.

Noot: 

A. De Nauw, De omkopingsvariant van ongewenste beïnvloeding, RW 2017-2018, 737

Van Volsem, F., « Giften aan een ambtenaar met het oog op de aanwending van zijn invloed in gemeentelijke administratieve aangelegenheden zijn strafbaar als publieke omkoping, ook als die invloed niet daadwerkelijk werd aangewend », R.A.B.G., 2014/14, p. 964-980

Gerelateerd
Aangemaakt op: ma, 01/01/2018 - 16:13
Laatst aangepast op: ma, 01/01/2018 - 16:13

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.