-A +A

Omkoping ambtenaren om invloed uit te oefenen zonder dat de invloed werd uitgeoefend

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Gent
Datum van de uitspraak: 
din, 10/09/2013

Wie aan een ambtenaar geld geeft om invloed aan te wenden of uit te oefenen en hij die hiertoe gelden ontvangt en dit in de aangelegenheden waarin de ambtenaar bevoegd is strafbaar als passieve publieke omkoping in hoofde van de ontvanger van de gelden en als actieve omkoping in hoofde van de personen die de geldsommen hebben gegeven.

Meerdere personen en volgens kwatongen zelfs enkele advocaten zouden aanbieden om tegen betaling invloed aan te wenden bij rechters. Wie aan het betaalt en wie de betaling ontvangt is strafbaar met zware straffen. Of er daadwerkelijk geld aan een rechter betaald werd verandert hier niets aan.

Natuurlijk is de rechter die gelden ontvangt strafbaar en zelfs afzetbaar. Let wel, zij die beweren rechters te kunnen omkopen of hun invloed kunnen aanwenden bij rechters zijn per definitie criminelen door de omkoping waaraan zij zich schuldig maken en waartoe en waarbij zij de betaler van de geldsommen tot mededader aan hun misdrijf majen.

Maar ze bedriegen ook nog eens de betaler van de geldsommen, gezien in de regel de gelden gewoon in hun zak verdwijnen en er geen centiem aa de rechter betaald wordt, laat staan dat er zelfs met gesproken wordt. Indien deze beproefde oplichtingstechniek door advocaten zou bedreven worden en vastgesteld worden zou de schrapping van de advocaat wellicht onvermijdelijk zijn, onverminderd zware straffen en zelfs schadevergoeding.

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2014/14
Pagina: 
961
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

(A, B en C)

Verdacht van:
(als dader mededader in de zin van art. 66 Sw.)

B de tweede (A)
Als persoon die een openbaar ambt uitoefende, te weten als gemeentesecretaris, rechtstreeks of door tussenpersonen, voor zichzelf of voor een derde, een aanbod, een belofte, een voordeel van welke aard dan ook te hebben aangenomen om de echte of vermeende invloed waarover hij uit hoofde van zijn ambt beschikte, te gebruiken om een handeling van de openbare overheid of een openbaar bestuur of het nalaten van die handeling te verkrijgen, namelijk de hierna vermelde geldsommen te hebben ontvangen en in ruil daarvoor op stelselmatige wijze zijn invloed te hebben aangewend in gemeentelijke administratieve aangelegenheden en procedures ten voordele van het bedrijf NV X waarin B en C in feite of in rechte verantwoordelijken zijn en onder meer zijn invloed te hebben uitgeoefend in procedures tot terugbetaling van opcentiemen op de onroerende voorheffing, toekenning van een concessie voor de uitbating van een cafetaria, het bekomen van een afwijking inzake de verkavelingsvoorwaarden voor de ambachtelijke zone waarin de firma X is gevestigd, namelijk:

op 8 oktober 2005: een geldsom van 1.250 EUR met de vermelding “verjaardag gemeentesecretaris”;
op 8 december 2005: een geldsom van 1.250 EUR met de vermelding “verj. A”;
op 14 maart 2006: een geldsom van 1.000 EUR met de vermelding “nieuwjaar A”;
op 4 januari 2007: een geldsom van 1.000 EUR met de vermelding “NJ Secretaris”;
op 27 maart 2008: een geldsom van 1.000 EUR met de vermelding “Secretaris Nieuwj '08”;
op 26 maart 2010: een geldsom van 1.000 EUR met de vermelding “Secretaris nj '10”.
met de omstandigheid dat de omgekochte persoon de invloed waarover hij uit hoofde van zijn ambt beschikte, effectief heeft aangewend.

E de vierde (B) en de vijfde (C)
Aan een persoon die een openbaar ambt uitoefende, te weten aan A, gemeentesecretaris, rechtstreeks of door tussenpersonen, voor zichzelf of voor een derde, een aanbod, een belofte, een voordeel van welke aard dan ook voor zichzelf of voor een derde te hebben voorgesteld om de echte of vermeende invloed waarover hij uit hoofde van zijn ambt beschikte, te gebruiken om een handeling van de openbare overheid of een openbaar bestuur of het nalaten van die handeling te verkrijgen, namelijk de hierna vermelde geldsommen te hebben overhandigd aan A en in ruil daarvoor op stelselmatige wijze de aanwending van zijn invloed te hebben gevraagd en verkregen in gemeentelijke administratieve aangelegenheden en procedures ten voordele van het bedrijf NV X waarin B en C in feite of in rechte verantwoordelijken zijn en onder meer zijn invloed te hebben gevraagd en verkregen in procedures tot terugbetaling van opcentiemen op de onroerende voorheffing, toekenning van een concessie voor de uitbating van een cafetaria, het bekomen van een afwijking inzake de verkavelingsvoorwaarden voor de ambachtelijke zone waarin de firma X is gevestigd, namelijk:

op 8 oktober 2005: een geldsom van 1.250 EUR met de vermelding “verjaardag gemeentesecretaris”;
op 8 december 2005: een geldsom van 1.250 EUR met de vermelding “verj. A”;
op 14 maart 2006: een geldsom van 1.000 EUR met de vermelding “nieuwjaar A”;
op 4 januari 2007: een geldsom van 1.000 EUR met de vermelding “NJ Secretaris”;
op 27 maart 2008: een geldsom van 1.000 EUR met de vermelding “Secretaris Nieuwj '08”;
op 26 maart 2010: een geldsom van 1.000 EUR met de vermelding “Secretaris nj '10”.
met de omstandigheid dat de omgekochte persoon de invloed waarover hij uit hoofde van zijn ambt beschikte, effectief heeft aangewend.

(…)

Ten aanzien van A, tweede beklaagde
1. Op grond van de voor het Hof gevoerde debatten getoetst aan een nieuw en kritisch onderzoek van alle gegevens zoals vervat in het voorliggende strafdossier is het aan de tweede beklaagde A ten laste gelegde feit, voorwerp van de tenlastelegging B, in zijnen hoofde zoals voor de eerste rechter ook voor het Hof ten genoegen van rechte bewezen gebleven, met uitzondering van de verzwarende omstandigheid.

Wat betreft diezelfde verzwarende omstandigheid - te weten de omstandigheid dat de omgekochte persoon de invloed waarover hij uit hoofde van zijn ambt beschikte effectief heeft aangewend - is het Hof samen met de eerste rechter van oordeel dat geen afdoende bewijs in het voorliggende strafdossier kan worden gevonden.

(…)

2. Aanvullend op de beweegredenen van de eerste rechter, en in antwoord op hetgeen daaromtrent gesteld werd in voormelde beroepsbesluiten van tweede beklaagde, maakt het Hof de volgende overwegingen.

Uit samenlezing van de verhoren van vierde beklaagde (C) en tweede beklaagde (A) zelf blijkt dat de gelden die overhandigd werden door derde (B) en vierde (C) beklaagde en aangenomen werden door tweede beklaagde (A) tot doel hadden om de echte of vermeende invloed waarover tweede beklaagde uit hoofde van zijn ambt beschikte te gebruiken om handelingen van het openbaar bestuur van de gemeente W. te verkrijgen.

Vierde beklaagde (C) stelde in haar (…) eerste verhoor:

“U geeft mij kennis van de verklaring van A heden afgelegd aan uw collega's van de Centrale Dienst voor bestrijding van de Corruptie, namelijk 'ik geef toe dat ik enkele jaren gelegen geld heb gekregen van B…

Zoals ik stelde is dat in het kader van een commercieel-vriendschappelijke relatie. Zoveel bescherming hebben wij niet nodig, 'maar je kan moeilijk zijn en je kan moeilijk zijn'.”

Tweede beklaagde (A) verklaarde, na aanvankelijk ontkend te hebben dat hij van B niets meer kreeg dan een doos wijn, champagne of etentjes, omtrent de overhandiging van de gelden:

“(…) B stopte mij het geld toe onder gesloten omslag, dit gebeurde telkens op restaurant. Ik schat dat ik op die manier in totaal 3.000 EUR van hem heb gekregen.

Die geldsommen heb ik nooit vermeld in mijn belastingaangiften …” (zie strafdossier, submap 1, stuk 29).

Uit de gezegdes van vierde beklaagde (C) én de manier waarop geld werd overhandigd aan tweede beklaagde (A), namelijk op restaurant onder gesloten omslag, blijkt derhalve dat het geven en ontvangen niet gebeurde in het kader van een vriendschapsrelatie maar in het kader van de “bescherming” en de “welwillendheid” die derde (B) en vierde beklaagde (C) van de gemeentesecretaris van W., tweede beklaagde (A), diende te bekomen.

3. De door de eerste rechter aan de tweede beklaagde (A) wegens diezelfde in zijnen hoofde bewezen gebleven tenlastelegging - met uitzondering van de verzwarende omstandigheid - opgelegde bestraffing (hoofdgevangenisstraf, geldboete en vervangende gevangenisstraf) is wetmatig en passend.

De door de eerste rechter opgelegde bestraffing werd bepaald op grond van de oordeelkundige motieven die het Hof beaamt en dan ook overneemt.

Met de eerste rechter omschrijft het Hof ook betreffende tweede beklaagde (A) dat de feiten het vertrouwen van de burger in de instellingen van ons democratisch rechtsstelsel ondermijnen.

De verleende gunstmaatregel van uitstel van tenuitvoerlegging van de aan de tweede beklaagde (A) opgelegde hoofdgevangenisstraf is tevens wetmatig en passend.

Wat betreft de bijzondere verbeurdverklaring van de vermogensvoordelen op grond van de artikelen 42, § 3, 43 en 43 bis van het Strafwetboek.

Daar de feiten bewezen gebleven zijn en bijgevolg bewezen is dat de tweede beklaagde (A) gelden ontvingen, neemt het Hof de pertinente redengeving van de eerste rechter omtrent de door het openbaar ministerie schriftelijk gevorderde verbeurdverklaring bij equivalent van de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit de betichtingen werden verkregen over.

(…)

Noot: 

Van Volsem, F., « Giften aan een ambtenaar met het oog op de aanwending van zijn invloed in gemeentelijke administratieve aangelegenheden zijn strafbaar als publieke omkoping, ook als die invloed niet daadwerkelijk werd aangewend », R.A.B.G., 2014/14, p. 964-980

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 08/07/2017 - 09:36
Laatst aangepast op: za, 08/07/2017 - 09:36

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.