-A +A

Oldtimers schade na en door herstelling

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Politierechtbank
Plaats van uitspraak: Brussel
Datum van de uitspraak: 
don, 01/09/2011

Schadeloosstelling en minwaarde van een voertuig na herstelling (oldtimer)

Niet alleen de herstelling dient vergoed, maar ook de minwaarde van het voertuig na de herstelling. Voor oldtimers gelden andere regels inzake de vergoeding van minwaarde door herstelling. De waarde van oldtimers wordt immers ondermeer bepaald door de originaliteit van de onderdelen die door de herstelling immers ernstig wordt aangepast.

Publicatie
tijdschrift: 
Tijdschrift van de Politierechters
Uitgever: 
die Keure
Jaargang: 
2012
Pagina: 
24
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

b) Waardevermindering

Eiser op hoofdeis stelt dat zijn voertuig, ondanks de herstellingen die werden uitgevoerd, toch nog een waardevermindering van 30.000 euro heeft ondergaan. Eiser steunt zich op de overweging dat zijn Bugatti T35B een zeldzame oldtimer is. Hij liet een waardeschatting opstellen door de heer A.0.

Verweerster op hoof deis stelt van haar kant dat de herstelling uitgevoerd door een gespecialiseerd vakman, de geleden schade volledig heeft hersteld, dat het verslag van de heer 0. eenzijdig is en dat eiser op hoofdeis alleszins onvoldoende bewijzen bijbrengt zowel m.b.t. het bestaan als m.b.t. de omvang van dit deel van de schade.

Uit het dossier van eiser op hoofdeis blijkt dat de getroffen wagen een oldtimer Bugatti T35B (bouwjaar 1928) betrof. Er zouden in totaal slechts 37 wagens van dit type zijn gebouwd. Oorspronkelijk behoorde de wagen toe aan de heer B., dewelke deze, tot begin jaren 1930, als racewagen gebruikte. Toen de heer B. zijn activiteit als racepiloot stopzette, liet hij de wagen deels ombouwen teneinde deze als gewoon voertuig te kunnen gebruiken (zie foto's nr. 77 (origineel) en volgende (wijziging chassis) in bijlage verslag de heer 0.).

Op niet bepaalde datum ging de eigendom over naar de heer T. Op een evenmin nader bepaalde datum werd de heer Van E. eigenaar van dit voertuig.

Uit het verslag van de heer 0. en uit de herstelfactuur blijkt dat de wagen vooral aan de voorzijde werd beschadigd. Sommige onderdelen vertoonden scheuren en barsten (bv. beugel bladveer en schokdempers en het houten stuurwiel), sommige werden (deels) verbogen (bv. voorste as, chassis frame vooraan, starthendel).

Vooral de gebogen onderdelen konden (meestal) terug, in originele toestand, hersteld worden. Andere onderdelen dienden vervangen te worden.

De heer 0., wiens verslag door eiser op hoofdeis geciteerd wordt ter onderbouwing van zijn eis, noteert vooreerst dat de waardebeoordeling van een oldtimer niet op dezelfde wijze geschiedt dan deze van andere voertuigen (voor normaal gebruik).

Hij wijst erop dat de waardebepaling afhankelijk is van talrijke, moeilijk te vatten, factoren, zoals de economische omstandigheden, de wisselkoersen, speculatieve elementen en modetrends.

Hij voegt er echter aan toe dat elk waardevol antiek voorwerp voldoet aan 4 criteria, te weten: uitstekende kwaliteit, herkomstbepaling, zeldzaamheid en universaliteit. Volgens de heer 0. voldoet de wagen van eiser op hoof deis aan al deze criteria.

Herhalend dat er geen mathematische formule bestaat die de (markt)waarde van dergelijk voertuig kan bepalen en buitendien elk voertuig verschillend is, wijst hij er vervolgens op dat daartoe toch enkele criteria in aanmerking kunnen genomen worden, te weten: de authenticiteit, de originaliteit, de staat en de geschiedenis.

De authenticiteit van de wagen, dewelke wordt geplaatst tegenover mogelijke vervalsingen, staat ter zake geenszins ter discussie.

Inzake originaliteit, wordt gesteld dat dit vereist dat de onderdelen van de wagen ongeveer gelijk(waardig) zijn aan diegene die oorspronkelijk door de fabrikant werden gebruikt, zonder dat het originele onderdelen dient te betreffen. De heer 0. wijst er immers op dat de wagens (intensief) gebruikt werden, zelfs als raceauto, zodat zij noodzakelijkerwijze herstellingen ondergingen of gewijzigd werden en dit zowel om esthetische als om mechanische redenen.

De wagen van eiser op hoofdeis onderging wijzigingen (supra), doch bevat blijkbaar nog steeds de originele mechanische onderdelen. Ook de motor is nog steeds origineel.

Inzake de "staat", maakt de heer 0. een onderscheid tussen gerestaureerde en niet-gerestaureerde wagens. Deze laatste hebben alle originele onderdelen behouden (behoud van originele lak, bekleding en mechanica). Er wordt gesteld dat de Bugatti van eiser als "gerestaureerd" dient beschouwd te worden, omdat deze opnieuw geverfd werd. Men meldt niets meer over het ombouwen van de wagen in de jaren 1930.

Inzake de "geschiedenis", wordt erop gewezen dat onder meer een belangrijke racegeschiedenis een (positieve) rol kan spelen in de waardebepaling, evenals het feit dat er slechts een beperkt aantal eigenaars waren.

De heer 0. besluit dat een oldtimer, betrokken in een ongeval, aan waarde verliest door de vervanging of herstelling van onderdelen, zelfs al worden de herstellingen op de meest zorgvuldige wijze uitgevoerd. Hij wijst er tevens op dat er registers bestaan die alle positieve en negatieve feiten i.v.m. elke Bugatti vermelden, zodat ook het ongeval van 2005 voor eisers' wagen zal worden opgenomen.

Volgens de heer 0., die de marktwaarde van de wagen van eiser op hoofdeis tussen de 1,3 en 1,5 miljoen euro schatte, kan de waardevermindering bepaald worden op 2 % van deze waarde, zodat de waardevermindering zich tussen de 26.000 en 30.000 euro zou situeren.

Zoals gesteld dient de eisende partij het bestaan en de omvang van haar schade te bewijzen. De schade dient steeds in concreto te worden beoordeeld. Schade komt slechts voor vergoeding in aanmerking indien ze zeker is. Aan de vereiste van schadezekerheid is voldaan als de schade dermate waarschijnlijk is dat de rechter niet ernstig aan het tegendeel moet denken, ook al is dit theoretisch nog mogelijk. Het bestaan van de schadezekerheid mag echter niet verward worden met de moeilijkheid ze te begroten: de moeilijkheid de schade te begroten doet geen afbreuk aan de werkelijkheid en zekerheid van die schade en ontslaat de rechter niet van zijn verplichting om voor die zekere schade een vergoeding toe te kennen (A. VAN OEVELEN, e.a. "Overzicht van rechtspraak (1993-2006). Onrechtmatige daad: schade en schadeloosstelling", TPR 2007, 963).

Is de schade met voldoende zekerheid aangetoond, dan dient diegene door wiens fout de schade is ontstaan deze, conform artikel 1382 BW, volledig te vergoeden. Schadeloosstelling betekent dat de benadeelde zo goed mogelijk in de toestand wordt gebracht waarin hij gebleven of gekomen zou zijn indien de onrechtmatige daad niet zou hebben plaatsgevonden.

De gehele schade, doch niets meer dan de werkelijke schade komt in aanmerking voor vergoeding (Cass. 15 april 1999, Arr.Cass. 1999, 504; Cass. 21 december 2001, Arr.Cass. 2001, 2283; Cass. 13 mei 2009, AR P09121F, www.jura.be;Cass. AR C070305N, www.jura.been www.juridat.be).

De rechter ten gronde beoordeelt in feite en op onaantastbare wijze het bestaan en de omvang van de schade (Cass.

19 maart 1991, Arr.Cass., 1990-91, 755; Cass. 5 december 2001, Arr.Cass. 2001, 2082; Cass. 16 december 2004, Pas. 2004, I, 2014).

Het bewijs van de omvang van de schade mag geleverd worden door alle middelen van recht, en, bijgevolg, zelfs aan de hand van een verslag opgesteld op verzoek van de eisende partij. Rekening houdend met de noodzaak van tegenspraak en de rechten van verdediging, zou het echter niet aanvaardbaar zijn de schade zonder meer te begroten op het bedrag weerhouden in een, op eenzijdig verzoek door de belanghebbende, opgesteld verslag.

Het slachtoffer heeft belang bij een zo ruim mogelijke begroting, gegeven waarmee de door hem aangestelde "deskundige", die de belangen van zijn opdrachtgever zal behartigen, rekening zal houden.

In casu dient vastgesteld te worden dat eiser op hoofdeis geen stappen ondernam voor de tegensprekelijke vaststelling van de thans nog gevorderde schade. Hij weerhoudt evenmin zijn oorspronkelijk verzoek tot aanstelling van een gerechtsdeskundige.

De schadebegroting dient zo dicht mogelijk de werkelijke schade te benaderen. Er dient beoordeeld te worden of eiser op hoofdeis, na herstelling, nog blijvende schade ondervond. De wagen Bugatti maakt ontegensprekelijk deel uit van zijn patrimonium, waarvan elke aantasting in aanmerking kan komen voor vergoeding.

De rechtbank is van oordeel dat de schade geleden aan een voertuig dat tot de categorie van de oldtimers behoort, niet op dezelfde wijze en op basis van dezelfde criteria kan worden beoordeeld als deze veroorzaakt aan een hedendaags voertuig.

De aard van de schade en het gebruik van beide categorieën wagens zijn manifest verschillend. Zo wordt de oldtimer doorgaans eerder sporadisch op de openbare weg gebracht (bv. zoals eiser op hoofdeis stelt enkel voor bijeenkomsten of rally's van oldtimers). Een oldtimer kan niet, zoals een "gewoon" voertuig, beschouwd worden als een louter "gebruiksvoorwerp" of "vervoermiddel" dat trouwens uitsluitend voor vervoersdoeleinden wordt gebruikt.

Het gebruik en bezit van een oldtimer situeren zich eerder in het kader van de uitoefening van een hobby.

Dit onderscheid heeft gevolgen zowel op het vlak van de waardevermindering als op het vlak van een eventuele gebruiksderving.

De door de rechtsleer en rechtspraak doorgaans gehanteerde criteria voor de eventuele toekenning van een waardevermindering, ondanks herstel, zijn dan ook zonder nut. Een der belangrijke parameters m.b.t. het toekennen van een (bijkomende) schadevergoeding voor waardevermindering, ondanks herstelling, is trouwens dat het een nieuw voertuig betreft, hetgeen a fortiori niet het geval is voor een oldtimer.

Het is niet correct te stellen, zoals verweerster op hoofdeis, dat er geen waardevermindering is omdat de wagen werd hersteld door een gespecialiseerd vakman en de authenticiteit bewaard bleef.

De herstelling door een vakman zorgde ervoor dat de authenticiteit in zo groot mogelijke mate bewaard bleef. De technische gegevens m.b.t. deze werkzaamheden bevestigen echter dat een herstel in de oorspronkelijke staat, dit is de staat waarin het voertuig zich bevond voor het ongeval d.d. 18 juni 2005, niet mogelijk bleek.

Schadevergoeding strekt er echter precies toe het slachtoffer c.q. zijn patrimonium zo veel als mogelijk te herstellen in de toestand waarin deze zich bevond voordat het ongeval zich voordeed.

Ter zake werden niet alleen enkele (originele) onderdelen vervangen door nieuwe, doch sommige herstelde delen blijven sporen van het ongeval dragen (o.m. het houten stuur dat hersteld werd doch blijvende sporen van de breuk zal vertonen, evenals de rechtgetrokken vooras). Dergelijke wijzigingen tasten de waarde van de wagen Bugatti aan. Men kan niet ernstig betwijfelen dat een oldtimer met bv. een ongeschonden houten stuur uit 1928 meer waarde heeft dan dezelfde wagen met een hersteld stuur. Hetzelfde geldt voor de andere genoemde onderdelen, zoals de verwrongen vooras.

Dat de Bugatti T35B vroeger reeds wijzigingen onderging en als gerestaureerd (of zoals partijen stellen als "authentiek" doch niet meer als "origineel") diende beschouwd te worden, doet niet, per definitie, afbreuk aan de mogelijke waardevermindering. De eerdere wijzigingen blijken trouwens eerder beperkt te zijn geweest en deze van de jaren 1930 werden door de fabrikant zelf uitgevoerd. Dat de wagen werd omgebouwd en herlakt (op een latere ongekende datum) kan wel een invloed hebben op de omvang van de waardevermindering.

De rechtbank is van oordeel dat het dermate waarschijnlijk is dat de waarde van de Bugatti T35B t.g.v. het ongeval d.d. 13 juni 2005 intrinsiek werd aangetast dat zij niet dient te twijfelen aan het gegeven dat de Bugatti van eiser, ook na herstelling door een gespecialiseerde vakman, een blijvende waardevermindering onderging, dewelke zich niet zou hebben voorgedaan zonder dit verkeersongeval.

Anderzijds, kan een oldtimer evenmin gelijkgesteld worden met andere antieke voorwerpen of kunstvoorwerpen zoals schilderijen, beelden enz. zoals eiser op hoofdeis voorhoudt. Immers, deze laatste zijn geen gebruiksvoorwerpen en dus niet, zoals een wagen, onderhevig aan bv. slijtage te wijten aan het gebruik of aan herhaalde mechanische onderhoudswerken. Beschadigingen aan beide types voorwerpen kunnen dan ook niet gelijkgesteld worden.

Inzake de begroting van de waardevermindering, is de rechtbank van oordeel

dat ter zake het verslag van de heer 0. niet zonder meer kan onderschreven worden. Buiten het reeds hoger vermelde voorbehoud, dient vastgesteld te worden dat de heer 0. vrij vaag en summier is en zijn verslag geen stavingsstukken, noch details bevat inzake de waardebepaling en/ of de waardevermindering. De heer 0. gaat onder meer uit van een waarde van 1 à 2 miljoen euro, zonder enige specificatie of rechtvaardiging. Hetzelfde geldt voor het bepalen van de waarde van de wagen van eiser op hoofdeis en het percentage van schade (2 %).

Het is dus geenszins duidelijk waarop de heer 0. zijn cijfers baseert.

Tevens wijst deze erop dat er nog andere parameters zijn (zie supra), doch bij de begroting wordt hiermee geen rekening gehouden.

De evaluatie van de heer 0. en het stuk 8 van het dossier van eiser op hoofdeis wijzen er, anderzijds, op dat de verkoopprijzen sterk uiteenlopen. De eerste wijst op een verschil van niet minder dan 1 miljoen euro. Het tweede stuk weerhoudt bedragen gaande van 156.569 euro tot 2.221.081 euro (jaren 2006 tot 2008). Dit document maakt ook gewag van een verkoopprijs, in 2010, van 765.500 euro voor een wagen in heel goede staat ("excellent"). Een Bugatti T35 in goede staat "bon état") wordt geraamd op 331.700 euro.

Eiser op hoofdeis behoudt verder het stilzwijgen over de door hem betaalde aanschafprijs, evenals m.b.t. de registers dewelke alle positieve en negatieve gegevens zouden bevatten. Verweerster op hoofdeis wijst er in dit kader terecht op dat het aldus onbekend blijft in welke incidenten de wagen desgevallend voor 2005 was betrokken.

De heer 0. is verder eerder vaag wanneer hij het heeft over de "staat" van de wagen. De rechtbank merkt trouwens op dat eiser op hoofdeis niet steeds een correcte vertaling van dit verslag voorstaat (bv. stelt de heer 0. dat de wagen jaren geleden werd herlakt en niet dat dit één jaar geleden geschiedde).

De rechtbank stelt vast dat het inzake niet mogelijk is de schade op nauwkeurige wijze te begroten. Het verslag van de heer 0. kan, om voormelde redenen, enkel als aanvullend bewijsmiddel worden aanvaard en heeft louter een indicatieve waarde.

Indien in sommige gevallen de handelswaarde, gekoppeld aan objectieve factoren van waardevermindering, in aanmerking kan genomen worden, lijkt ook dit criterium ter zake niet als doorslaggevend te kunnen weerhouden worden. Enerzijds, omdat de handelswaarde onvoldoende gekend is en de verschillen tussen deze waarden té groot zijn. Anderzijds, omdat de handelswaarde niet noodzakelijkerwijze samenhangt met de waardevermindering. Deze laatste vertoont een nauwer verband met de aard en omvang van de (blijvende) beschadigde onderdelen dan met de marktwaarde van de wagen op een bepaald ogenblik.

De schade voortvloeiend uit de waardevermindering kan, in casu, bijgevolg enkel ex aequo et bono worden bepaald. Gelet op de gegevens van het dossier, waaronder buiten deze voormeld, tevens de beperkte omvang van de niet in zijn oorspronkelijke toestand te herstellen schade en de reeds doorgevoerde wijzigingen voor het ongeval, lijkt het billijk de schade forfaitair te begroten op 12.500 euro.

[ ... ]

link naar dit artikel met verdere verwijzingen op onze site

Noot: 

Vanaf 1 juli 2013 geldt voor Oldtimers met een O nummerplaat wordt de minimumleeftijd 25 jaar ipv 30 jaar.

Oldtimers mogen vanaf nu dag en nacht rijden en ook huiten behoorlijk georganiseerde en vergunde manifestaties.

Zij mogen evenwel niet gebruikt worden voor woon-werkverkeer en woon-schoolverkeer.

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 16/09/2017 - 06:22
Laatst aangepast op: za, 16/09/2017 - 06:22

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.