-A +A

Nutsvoorzieningen vordering distributienetbeheerder vordering toegang woning en vordering onwettige stroomafname

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Arrondissementsrechtbank
Plaats van uitspraak: Antwerpen
Datum van de uitspraak: 
din, 04/11/2014

“Ongeacht het bedrag van de vordering, neemt de vrederechter kennis:van alle vorderingen betreffende de invordering van een geldsom die zijn ingesteld door een leverancier van elektriciteit, gas, warmte of water of door een persoon die een openbaar elektronisch communicatienetwerk, een omroeptransmissie- of omroepdienst aanbiedt tegen een natuurlijke persoon die geen onderneming is als bedoeld in artikel 573, eerste lid, 1°, omdat deze in gebreke blijft een levering van een nutsvoorziening door de hiervoor vermelde leverancier of persoon te betalen.

Deze bevoegdheid van de Vrederechter behelst ook de vorderingen van distributienetbeheerders teneinde het bevel op te leggen toegang te verlenen tot de woning met oog op afsluiting van gas-en elektriciteitsmeters en tot de invordering van vergoeding wegens onrechtmatige stroomafname.(Arr.rb. A'pen 04/11/2014, T. Vred. 2015-8)

Publicatie
tijdschrift: 
Tijdschrift van de Vrederechters
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2015
Pagina: 
8
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Noot: 

Zie Arrondissementsrechtbank Antwerpen, 13 januari 2015, NJW, 2015, 326, 553, met noot Claudia Van Severen, Bevoegdheidsperikelen: de eerste rechter heeft niet altijd het laatste woord:

Opdat de rechtbank ambtshalve een middel van materiële onbevoegdheid zou opwerpen dient aan de volgende voorwaarden cumulatief voldaan te zijn:

1° Het middel mag niet door één van de procespartijen opgeworpen zijn.
2° Het middel van onbevoegdheid raakt de openbare orde of moet in een bijzondere wettekst vermeld staan,
3) Het middel van onbevoegdheid wordt opgeworpen in het eerste vonnis dat in de zaak is gewezen.
Zie (J. Laenens, K. Broeckx, D. Scheers & P. Thirar, Handboek gerechtelijk recht, Antwerpen-Oxford, Intersentia 2012, 3° uitgave, p. 315, 743).
Wanneer een zaak met akkoord van de partijen door de Vrederechter naar de rechtbank van koophandel is gezonden, deed de Vrederechter geen uitspraak over zijn bevoegdheid, zodat deze beslissing tot verzending geen gezag van gewijsde heeft en de rechtsmacht over de bevoegdheid nog niet is uitgeput.

Wanneer een zaak op verzoek van partijen naar een andere rechtbank wordt verzonden, is dit geen bindende verwijzing, in de zin van artikel 660, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek. Het gaat immers niet om een rechterlijke beslissing en partijen kunnen over de materiële bevoegdheid geen overeenkomsten sluiten. De zaak kan dan ook terug verzonden worden (rb. Antwerpen 25 oktober 2012, RW 2013-2014, p. 33).
De rechter naar wie de zaak op akkoord werd verwezen, dient ambtshalve zijn bevoegdheid te onderzoeken.
 

Gerelateerd
Aangemaakt op: ma, 04/09/2017 - 06:15
Laatst aangepast op: ma, 04/09/2017 - 06:15

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.