-A +A

Na procedure zwarigheden kunnen geen verdere bezwaren worden geuit

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Rechtbank van Eerste Aanleg Burgerlijke rechtbank
Plaats van uitspraak: Gent
Datum van de uitspraak: 
din, 26/02/2013

Na een (eerste) procedure op grond van geschillen en/of moeilijkheden, kan geen tweede procedure op grond van nieuwe geschillen en/of moeilijkheden volgen.

Wanneer de notaris-vereffenaar, op rechterlijk bevel zijn staat van vereffening-verdeling moet aanpassen, kan een navolgende discussie zich in beginsel enkel beperken tot de mate waarin de notaris-vereffenaar aan het rechterlijke bevel navolging heeft gegeven. Andere discussiepunten (geschillen en/of moeilijkheden) zijn niet toegelaten (behoudens overmacht; 

Rijst evenwel discussie over de mate waarin de notaris-vereffenaar aan het rechterlijke bevel navolging heeft gegeven, en komt geen akkoord tussen, dan kan een bijkomende procedure volgen .

Deze procedure onderstelt, op straffe van niet-ontvankelijkheid, dat de discussie slaat op de mate waarin de notaris-vereffenaar aan het rechterlijke bevel navolging heeft gegeven, met inbegrip van alle discussiepunten die daaruit voortvloeien. Deze procedure onderstelt voorts, nog steeds op straffe van niet-ontvankelijkheid, dat de discussie(punten) tijdig en (vormelijk) regelmatig worden aangebracht.

Weigert een partij de aangepaste staat van vereffening-verdeling te onderschrijven, dan neemt de notaris-vereffenaar van deze weigering akte (in een proces-verbaal) en legt hij een en ander (met advies) neer ter griffie van de rechtbank met het oog op homologatie, De vereffening van de nalatenschap, Antwerpen, Intersentia, 2007, p. 165, nr. 16). De rechtbank oordeelt vervolgens of de notaris-vereffenaar aan het (eerdere) rechterlijke bevel correct navolging heeft gegeven 

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2015-2016
Pagina: 
1470
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

B. en C.

...

II. Relevante elementen

1. Raymonda B. en de verweerster zijn de kinderen en zodoende enige wettige erfgenamen van enerzijds Joseph B. (testamentloos overleden te Zomergem op 30 januari 1957). en Renata C. (met testament overleden te Zomergem op 6 december 1999).

Het echtpaar B.-C. was gehuwd onder een gemeenschapsstelsel.

Bij eigenhandig testament van 22 oktober 1989 vermaakt Renata C. het grootste beschikbare deel aan de verweerster.

2. Bij vonnis van 23 september 2003 beveelt deze rechtbank en (anders samengestelde) kamer dat wordt overgegaan tot gerechtelijke vereffening-verdeling van de gewezen huwelijksgemeenschap B.-C. en tot uitonverdeeldheidtreding en gerechtelijke vereffening-verdeling van de nalatenschappen van Joseph B. en Renata C., met aanwijzing van notaris N. als notaris-vereffenaar en notaris S. als notaris-vertegenwoordiger in de zin van het oude art. 1209, derde lid Ger.W.

De rechtbank stelt voorts V. aan als deskundige met het oog op (1) de waardering van de onverdeelde onroerende goederen en de mogelijkheid om ze in natura te verdelen en de (2) waardering van de onroerende goederen die Renata C. heeft geschonken (zowel ten tijde van de schenking als ten tijde van haar overlijden).

Deskundige V. legt zijn (eind)verslag neer op 28 juni 2005.

3. Raymonda B. is testamentloos overleden te Gent op 30 september 2005.

De eerste eiser is haar langstlevende echtgenoot. De tweede en derde eisers zijn hun kinderen. Zij erven de nalatenschap van Raymonda B. respectievelijk in vruchtgebruik en in blote eigendom (art. 745-745bis, § 1, eerste lid BW).

Met een verzoekschrift van 18 december 2006 hervatten de eisers het geding.

4. Na voorafgaande notariële werkzaamheden redigeert de notaris-vereffenaar N. bij notariële akte van 9 januari 2006 zijn staat van vereffening-verdeling.

Op deze staat volgen, blijkens een proces-verbaal van 16 augustus 2006, een aantal geschillen en/of moeilijkheden.

Notaris-vereffenaar N. repliceert met een aanvullende staat van vereffening-verdeling van 28 augustus 2006 en stelt uiteindelijk, blijkens een proces-verbaal van 12 september 2006, een gebrek aan akkoord vast.

...

5. Bij vonnis van 1 april 2008 beaamt deze rechtbank en (anders samengestelde) kamer de door notaris-vereffenaar N. vooropgestelde (staat van) vereffening-verdeling, met dien verstande dat:

– geenszins bewezen is dat, wanneer de verweerster (als blote eigenaar) en Renata C. (als vruchtgebruiker) het pand te Zomergem (...) in 1983 hebben gekocht, een verdeling van de (door de verweerster integraal ontvangen) prijs (tussen de blote eigenaar en de vruchtgebruiker) en zodoende een definitieve regeling is tussengekomen; er moet integendeel van uitgegaan worden dat er een (vermomde) schenking door Renata C. aan de verweerster ten belope van de (tegen)waarde van het vruchtgebruik is gebeurd;

– gelet op de clausulering in die zin in de notariële akte van 19 september 1984 (waarbij Renata C. een bouwgrond te Zomergem (...) op voorschot van erfdeel met vrijstelling van inbreng in natura schenkt aan de verweerster), de verweerster op de waarde van de geschonken bouwgrond ten tijde van het overlijden van Renata C. wettelijke interesten is verschuldigd vanaf 6 juni 2000, dit is zes maanden na het overlijden van Renata C.

Om die reden beveelt de rechtbank aan notaris-vereffenaar N. om zijn staat van vereffening-verdeling aan te passen.

Bij (definitief) arrest van 26 november 2009 bevestigt het Hof van Beroep te Gent het beroepen vonnis van 1 april 2008.

6. Per e-mail van 20 september 2010 deelt notaris-vereffenaar N. zijn aangepaste staat van vereffening-verdeling mee, met het voorstel om deze op 30 september 2010 op zijn kantoor te komen onderschrijven (met betaling van de verschuldigde opleg), zij het vergeefs, zo ook navolgende voorstellen.

In zijn aangepaste (ontwerp)staat van vereffening-verdeling verwerkt notaris-vereffenaar N. voormelde door de rechtbank bevolen aanpassingen, waardoor de door de verweerster verschuldigde opleg vergroot. Om die reden wijzigt hij de samenstelling van de kavels (...).

Bij brief van 10 februari 2011 vraagt de verweerster, nu de schatting van het onroerende ouderlijke vermogen ruim vijf jaar oud is en het krachtens art. 890 BW moet worden geschat op zijn waarde ten tijde van de verdeling, om actualisering. Hierop richt notaris-vereffenaar N. zich bij brieven van 14 en 22 februari 2011 tot deskundige V.

Bij brief van 23 februari 2011 protesteren de eisers, omdat de vereffening-verdeling op die manier alsmaar blijft aanslepen en de verweerster hoe dan ook geen nieuwe geschillen en/of moeilijkheden meer kan opwerpen.

Bij brief van 25 februari 2011 reageert de verweerster op haar beurt, omdat na een procedure op grond van geschillen en/of moeilijkheden hoe dan ook (in het licht van art. 890 BW) nog actualisering moet gebeuren.

Om dezelfde reden volgt wederzijdse briefwisseling tussen de partijen en notaris-vereffenaar N. die uiteindelijk, blijkens zijn e-mail van 18 mei 2011, “na consultaties van verschillende deskundigen en na lang twijfelen”, besluit te volharden in zijn zienswijze in de lijn van zijn aangepaste (ontwerp)staat van vereffening-verdeling van 20 september 2010.

Op die manier gaat notaris-vereffenaar N. over tot betekening van zijn definitieve aangepaste staat van vereffening-verdeling van 3 juni 2011, met fixatie voor ondertekening op 13 juli 2011 (oude art. 1218-1219 Ger.W.).

Bij die gelegenheid bevestigt de verweerster de staat niet te aanvaarden (omdat zij blijft aandringen op actualisering en dienovereenkomstig aangepaste kavelvorming), waarvan notaris-vereffenaar N. blijkens het proces-verbaal van 13 juli 2011 eenvoudig akte neemt.

7. Nadat notaris-vereffenaar N. een en ander op 10 augustus 2011 ter griffie van het Hof van Beroep te Gent neerlegt, beslist het hof bij arrest van 13 oktober 2011 dat het, gelet op het voormelde arrest van 26 november 2009, zijn rechtsmacht heeft uitgeput, zodat notaris-vereffenaar N. zich met toepassing van het oude art. 1219, § 2 Ger.W. tot de Rechtbank van Eerste Aanleg te Gent moet richten, wat vervolgens gebeurt (op 7 december 2011).

III. Vordering en/of moeilijkheden mede overeenkomstig het notariële proces-verbaal van 13 juli 2011

1. De eisers beogen in de eerste plaats de homologatie van de definitieve aangepaste staat van vereffening-verdeling van 3 juni 2011.

...

2. De verweerster van haar kant beoogt, in het licht van art. 890 BW, actualisering en dienovereenkomstig aangepaste kavelvorming (met desnoods lottrekking) van het (resterende en alsnog daadwerkelijk te verdelen) ouderlijke onroerende vermogen, en dit bij voorkeur door notaris-vereffenaar N. en desnoods (met een aanvullende opdracht) door deskundige V.

IV. Beoordeling

1. Na een (eerste) procedure op grond van geschillen en/of moeilijkheden (zoals voormelde procedure waarin het vonnis van 1 april 2008 en het arrest van 26 november 2009 zijn geveld), kan geen tweede procedure op grond van nieuwe geschillen en/of moeilijkheden volgen. Wanneer de notaris-vereffenaar, zoals in casu, op rechterlijk bevel zijn staat van vereffening-verdeling moet aanpassen, kan een navolgende discussie zich in beginsel enkel beperken tot de mate waarin de notaris-vereffenaar aan het rechterlijke bevel navolging heeft gegeven. Andere discussiepunten (geschillen en/of moeilijkheden) zijn niet toegelaten (behoudens overmacht; Gent 23 december 1994, T.Not. 1995, 430, noot P. Van Der Cruysse; A. Wylleman, “Onwil, vertraging en misverstand in de procedure tot gerechtelijke verdeling na echtscheiding”, AJT 1995-96, p. 215, nr. 52).

Rijst evenwel discussie over de mate waarin de notaris-vereffenaar aan het rechterlijke bevel navolging heeft gegeven, en komt geen akkoord tussen, dan kan een bijkomende procedure volgen (Ch. Sluyts, “Notariële en procesrechtelijke aspecten van de vereffening-verdeling” in W. Pintens en F. Buyssens (eds.), Vereffening-verdeling van het huwelijksvermogen, Antwerpen, Maklu, 1993, p. 192, nr. 312).

Deze procedure onderstelt, op straffe van niet-ontvankelijkheid, dat de discussie slaat op de mate waarin de notaris-vereffenaar aan het rechterlijke bevel navolging heeft gegeven, met inbegrip van alle discussiepunten die daaruit voortvloeien. Deze procedure onderstelt voorts, nog steeds op straffe van niet-ontvankelijkheid, dat de discussie(punten) tijdig en (vormelijk) regelmatig (in casu overeenkomstig de oude art. 1218-1219 Ger.W.) zijn aangebracht (vgl. het nieuwe art. 1223, § 6 Ger.W.; Ch. Declerck en S. Mosselmans, “Vereffening en verdeling in vraag gesteld”, Not.Fisc.M. 2012, p. 197, nrs. 74-75).

Weigert een partij de aangepaste staat van vereffening-verdeling te onderschrijven, dan neemt de notaris-vereffenaar van deze weigering akte (in een proces-verbaal) en legt hij een en ander (met advies) neer ter griffie van de rechtbank met het oog op homologatie (Antwerpen 11 januari 2005, P&B 2005, 241; J. Verstraete en J. Facq, “De procedure van de gerechtelijke verdeling” in W. Pintens (ed.), De vereffening van de nalatenschap, Antwerpen, Intersentia, 2007, p. 165, nr. 16). De rechtbank oordeelt vervolgens of de notaris-vereffenaar aan het (eerdere) rechterlijke bevel correct navolging heeft gegeven (Antwerpen 10 oktober 2006, P&B 2007, 114, noot P. Thiriar).

Gelet op voormelde procedure waarin het vonnis van 1 april 2008 en het arrest van 26 november 2009 werden gewezen, dient de verweerster bijkomend in te brengen (in de nalatenschap van Renata C.):

– de (tegen)waarde van (de vermomde schenking ten belope van) het vruchtgebruik van het voormelde pand te Zomergem (...) dat zij (als blote eigenaar) en Renata C. (als vruchtgebruiker) in 1983 hebben verkocht (terwijl de verweerster de prijs integraal heeft ontvangen);

– wettelijke interesten op de waarde van de door Renata C. aan de verweerster in 1984 geschonken bouwgrond te Zomergem (...) vanaf 6 juni 2000, dit is zes maanden na het overlijden van Renata C.

Notaris-vereffenaar N. bepaalt om die reden dat de verweerster bijkomend moet inbrengen eensdeels een bedrag van 14.873,61 euro en anderdeels een bedrag van 115.061 euro. Notaris-vereffenaar N. vervolgt om dezelfde reden (omdat de door de verweerster verschuldigde opleg vergroot), de samenstelling van de kavels te wijzigen (...).

Dit ligt in de lijn van het rechterlijke bevel bij voormeld vonnis van 1 april 2008 (met bevestiging bij voormeld arrest van 26 november 2009).

De rechtbank is derhalve van oordeel dat notaris-vereffenaar N. aan het rechterlijke bevel correct navolging heeft gegeven. Daarover bestaat overigens als zodanig geen discussie.

2. Daarnaast komt het de notaris-vereffenaar, na de procedure op grond van geschillen en/of moeilijkheden (met hetzij homologatie van de staat van vereffening-verdeling hetzij een rechterlijk bevel tot aanpassing), steeds toe om de staat te actualiseren aan de hand van elementen die in de gehomologeerde dan wel aan te passen staat van vereffening-verdeling vastliggen. Aangezien deze elementen vastliggen, kunnen zij niet voor (substantiële) discussie zorgen (tenzij bv. vergissingen insluipen en deze moeten worden rechtgezet). Het gaat daarbij om een in wezen louter administratieve actualisering, inzonderheid de update van een interestenverloop of aspecten (activa en passiva) van de beheersrekening (zoals een woningvergoeding). Op die manier gaat de staat van vereffening-verdeling over naar een daadwerkelijke verdeling, vatbaar voor uitvoering (T. Van Sinay, Handboek gerechtelijke verdeling, Gent, Larcier, 2010, p. 268, nr. 398).

3. De vraag rijst evenwel of de notaris-vereffenaar bij diezelfde gelegenheid de staat mag actualiseren aan de hand van elementen die niet in de gehomologeerde dan wel aan te passen staat van vereffening-verdeling vastliggen. In dat verband rijst vooral de vraag of de notaris-vereffenaar, in voorkomend geval op vordering van een partij, in het licht van art. 890 BW, tot herschatting van (aan waardeschommelingen onderhevige) vermogenselementen en gebeurlijk dienovereenkomstig aangepaste kavelvorming mag/moet overgaan. Verdeling in natura blijft de voorrang hebben (art. 827 BW), terwijl verbrokkeling en splitsing moeten worden tegengegaan (art. 832 BW). De betaling van de verschuldigde opleg moet zo beperkt mogelijk blijven, zodat die opleg een accessorium blijft. Aangepaste kavelvorming en opleg liggen dan ook in de lijn van een herschatting.

Bepaalde rechtsleer acht dit mogelijk en pleit dienaangaande, in geval van geschillen en/of moeilijkheden, voor hetzij een nieuwe (met een dagvaarding dan wel vrijwillige verschijning in te leiden) procedure hetzij een bijkomende (vormelijk tussentijdse) procedure op grond van nieuwe geschillen en/of moeilijkheden (Th. Van Sinay, Handboek gerechtelijke verdeling, Gent, Larcier, 2010, p. 268-270, nr. 398).

Om die reden heeft de verweerster tijdig en (vormelijk) regelmatig (in casu overeenkomstig de oude art. 1218-1219 Ger.W.) vóór en na de betekening door notaris-vereffenaar N. van zijn definitieve aangepaste staat van vereffening-verdeling van 3 juni 2011 (met fixatie voor ondertekening op 13 juli 2011) aangegeven de staat niet te aanvaarden. Zij dringt aan op actualisering (in het licht van art. 890 BW) en dienovereenkomstig aangepaste kavelvorming, waarvan notaris-vereffenaar N. blijkens het proces-verbaal van 13 juli 2011 eenvoudig akte neemt.

Met andere rechtsleer is de rechtbank van oordeel dat de actualisering van (aan waardeschommelingen onderhevige) vermogenselementen en gebeurlijk dienovereenkomstig aangepaste kavelvorming definitief onder het debat van de partijen in het raam van de (enige) procedure op grond van geschillen en/of moeilijkheden moet vallen, zodat, eens dat dit debat is gesloten, hierover geen verdere discussie meer kan rijzen (J. Verstraete en P. Hofströssler, De vernieuwde procedure inzake gerechtelijke verdeling, Brugge, die Keure, 2012, p. 164-165, nr. 226).

De rechtsmacht van de rechter is uitgeput bij de (enige) procedure op grond van geschillen en/of moeilijkheden, zodat (in het raam van een tweede procedure) geen nieuwe geschillen en/of moeilijkheden kunnen volgen. Een navolgende discussie kan zich in beginsel enkel beperken tot de mate waarin de notaris-vereffenaar aan het rechterlijke bevel navolging heeft gegeven. Een meer uitgebreide discussie zou afbreuk doen aan het gezag van het rechterlijk gewijsde (art. 23 Ger.W.), tenzij zich nieuwe feiten hebben voorgedaan van overwegend belang (zoals de teloorgang, door een brand, van een onroerend vermogenselement).

Een meer uitgebreide discussie zou bovendien meebrengen dat de redelijke termijn in de zin van art. 6, 1o EVRM in het gedrang komt. De notaris-vereffenaar én de rechtbank moeten erop toezien dat de afhandeling van een hangende gerechtelijke vereffening-verdeling binnen een redelijke termijn verloopt (EHRM 28 november 2000, Siegel t/ Frankrijk, RTDF 2001, 759, noot Y.-H. Leleu; EHRM 3 oktober 2003, Kanoun t/ Frankrijk, RTDF 2000, 891, noot B. Vareille; M. Puelinckx-Coene, J. Verstraete, N. Geelhand en I. Verhaert, “Overzicht van rechtspraak (1996-2004): Erfenissen”, TPR 2005, p. 648-649, nr. 299, p. 653-656, nrs. 303-304). Een en ander overkapt gebeurlijk een actualisering in het licht van art. 890 BW (zie ook en vgl.: Cass. 2 februari 2012, T.Fam. 2012, 207, noot L. Voet; Ch. Declerck, “Kroniek familiaal vermogensrecht (1 juli 2011 – 30 juni 2012): Secundair familiaal vermogensrecht” in W. Pintens en Ch. Declerck, Patrimonium 2012, Antwerpen, Intersentia, 2012, p. 27, nr. 48).

De rechtbank wil niet in abstracto uitsluiten dat de waardeschommeling van een vermogenselement, wanneer zij substantieel is, een nieuw feit van overwegend belang kan uitmaken. De in casu door de verweerster aangevoerde waardestijging van het onroerende ouderlijke vermogen kan echter niet als een nieuw feit van overwegend belang worden beschouwd.

Het is ook anders wanneer de optie tot actualisering van (aan waardeschommelingen onderhevige) vermogenselementen en gebeurlijk dienovereenkomstig aangepaste kavelvorming door toedoen van de partijen en/of de notaris-vereffenaar te gepasten tijde in de (ontwerp)staat van vereffening-verdeling en/of in het raam van de (enige) procedure op grond van geschillen en/of moeilijkheden is betrokken. In voorkomend geval valt de bedoelde actualisering onder het debat van de partijen in het raam van de (enige) procedure op grond van geschillen en/of moeilijkheden (J. Verstraete en P. Hofströssler, De vernieuwde procedure inzake gerechtelijke verdeling, Brugge, die Keure, 2012, p. 164-165, nr. 226).

In casu was de optie tot de bedoelde actualisering niet te gepasten tijde betrokken. In de gegeven omstandigheden kan de rechtbank hiertoe thans geen bevel meer formuleren.

4. Voormelde redengeving maakt dat:

– voormelde vordering van de verweerster tot actualisering en dienovereenkomstig aangepaste kavelvorming niet wordt ontvangen;

...

– de rechtbank zonder meer overgaat tot homologatie van de definitieve aangepaste staat van vereffening-verdeling van 3 juni 2011.

...

Noot: 

Noot  in RABG 2014/4, 216, A. Reniers

Rechtsleer:

• C. DE WULF, Het opstellen van notariële akten. Organieke wet Notariaat. Personen- en familierecht. Familiaal vermogensrecht, Kluwer, 2003, p. 827 et seq.:

• H. CASMAN en C. DECLERCK (eds.), De hervorming van de gerechtelijke vereffening en verdeling, Antwerpen-Cambridge, Intersentia, 2012, 172 p.

• J. VERSTRAETE en P. HOFSTRÖSSLER, De vernieuwde procedure inzake gerechtelijke verdeling, Brugge, die Keure, 2012, 397 p.

• C. DECLERCK en S. MOSSELMANS, "Vereffening en verdeling in vraag gesteld", Not.Fisc.M.2012, nr. 6, (166) 197.

H. CASMAN, "De gerechtelijke vereffening-verdeling onder de nieuwe wet nieuwe handleiding voor de notaris-vereffenaar", Not.Fisc.M.2012, nr. 3, (70), 93.

Rechtspraak:

• Cass. 6 april 1990, T.Not.1990, 235, noot F. BOUCKAERT; Gent 23 december 1994, T.Not. 1995, 430, noot F. VAN DER CRUYCE.

 

Cassatie 14/12/2012, AR C.11.0171.N juridat

Samenvatting

In principe kunnen in een procedure van vereffening-verdeling voor het hof van beroep geen nieuwe betwistingen worden aangevoerd die niet werden opgenomen in het proces-verbaal van zwarigheden (1); dit sluit niet uit dat de partijen voor het hof van beroep nieuwe stukken bijbrengen tot staving van de zwarigheden die zij voor de notaris hebben aangevoerd. (1) Zie Cass. 9 mei 1997, AR C.94.0369.N, AC 1997, nr. 223.

Tekst arrest

Nr. C.11.0171.N
I.M.,
eiseres,

tegen
I.W.,
verweerder,
 

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 1 december 2010.
Afdelingsvoorzitter Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL
De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
Eerste onderdeel
1. De eiseres voerde in haar appelconclusie aan dat voor zoveel zou bewezen zijn dat de gelden van de ouders van de verweerder enkel aan hem zijn geschon-ken en derhalve een eigen goed uitmaken, niet is bewezen dat deze gelden zijn aangewend voor de oprichting van de gemeenschappelijke woning, zodat de ver-goeding waarop de verweerder aanspraak maakt, niet overeenkomstig artikel 1435 Burgerlijk Wetboek kan worden geherwaardeerd.

2. De appelrechters beantwoorden dit verweer niet.
Het onderdeel is gegrond.
Tweede onderdeel

3. De eiseres verwijt de appelrechters door de staat van vereffening van de no-taris te homologeren waar deze aannam dat zij recht had op een geherwaardeerde vergoeding van 109.660,69 euro, terwijl het gemeenschappelijk vermogen voor een bedrag van 157.298,45 euro van haar eigen gelden had opgeslorpt, niet te hebben geantwoord op een zwarigheid die zij zowel voor de notaris als voor het Hof heeft opgeworpen.

4. De appelrechters oordelen dat "nu [de eiseres] haar ultieme zwarigheden buiten de termijnen die door de partijen uitdrukkelijk waren aanvaard, heeft aan-gebracht en [de verweerder] het debat hierover niet heeft aanvaard, zijn deze te-recht als laattijdig verworpen".

5. Door deze redenen motiveren de appelrechters waarom met de laattijdig ge-formuleerde zwarigheden van de eiseres geen rekening kan worden gehouden en verantwoorden zij hun beslissing naar recht.
Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Derde onderdeel
6. In principe kunnen voor het hof van beroep geen nieuwe betwistingen wor-den aangevoerd die niet werden opgenomen in het proces-verbaal van zwarighe-den.
Dit sluit niet uit dat de partijen voor het hof van beroep nieuwe stukken bijbren-gen tot staving van de zwarigheden die zij voor de notaris hebben aangevoerd.

7. De appelrechters konden dan ook niet zonder schending van de aangewezen wetsbepalingen en zonder miskenning van het recht van verdediging, weigeren rekening te houden met de aanslagbiljetten over de inkomstenjaren 2000 en 2002 die de eiseres heeft voorgelegd.
Het onderdeel is gegrond.

Dictum
Het Hof,
Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het de vergoeding die aan het vermogen van de verweerder toekomt herwaardeert, het de zwarigheid van de eiseres over de terugbetaling van directe belastingen verwerpt en het oordeelt over de kosten.
Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.
Veroordeelt de eiseres tot een derde van de kosten, houdt de overige kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.
Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent.
Bepaalt de kosten voor de eiseres op 690,90 euro en voor de verweerder op 126,09 euro.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer

Gerelateerd
Aangemaakt op: di, 10/05/2016 - 13:07
Laatst aangepast op: di, 10/05/2016 - 13:07

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.