-A +A

Motiveringsplicht van de rechter vereist geen antwoord op advies openbaar Ministerie

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
maa, 08/02/2016

Uit het algemene rechtsbeginsel inzake de taak van de rechter volgt niet dat de rechter de plicht heeft ambtshalve de rechtsmiddelen op te werpen waarvan de toepassing geboden wordt door in het advies van het Openbaar Ministerie gedane vaststellingen.

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2016/10
Pagina: 
722
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

(A.D. / RSZ - Rolnr.: S.14.0072.N)

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het arbeidshof te Brussel van 7 november 2013, op verwijzing gewezen na het arrest van het Hof van 12 december 2011.

Afdelingsvoorzitter Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL
De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
Eerste onderdeel
1. Uit de stukken van de rechtspleging blijkt niet dat de eiseres voor de appelrechters heeft aangevoerd dat de bijdragen gevorderd voor het 4de kwartaal van 2000 niet waren opgenomen in de aangetekende brieven van 23 mei 2001 en daarvoor dus geen geldige stuitingsdaad werd gesteld.

Het onderdeel mist feitelijke grondslag.

Tweede onderdeel
2. De in artikel 149 Grondwet bepaalde motiveringsplicht houdt niet in dat de rechter het advies dat het Openbaar Ministerie in toepassing van de artikelen 764 tot 767 Gerechtelijk Wetboek heeft uitgebracht, moet beantwoorden.

Evenmin volgt uit het algemene rechtsbeginsel inzake de taak van de rechter dat de rechter de plicht heeft ambtshalve de rechtsmiddelen op te werpen waarvan de toepassing geboden wordt door in het advies van het Openbaar Ministerie gedane vaststellingen.

Het onderdeel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt in zoverre naar recht.

3. Voor het overige blijkt uit de stukken van de rechtspleging niet dat de partijen voor de appelrechters feiten of middelen hebben aangevoerd die ertoe verplichtten vast te stellen dat in de aangetekende brieven van 23 mei 2001 alle gevorderde bijdragen zijn vermeld.

In zoverre mist het onderdeel feitelijke grondslag.

Derde onderdeel
4. Het onderdeel dat is afgeleid uit de in het tweede onderdeel vergeefs aangevoerde miskenning van het algemene rechtsbeginsel inzake de taak van de rechter, is niet ontvankelijk.

Dictum,

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Noot: 

Vanlersberghe, P., « Het advies van het Openbaar Ministerie en de taak van de rechter », R.A.B.G., 2016/10, p. 724-726

Gerelateerd
Aangemaakt op: wo, 12/07/2017 - 16:08
Laatst aangepast op: wo, 12/07/2017 - 16:08

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.