-A +A

Motiveringsplicht in bestuurszaken

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Raad van State
Datum van de uitspraak: 
vri, 04/07/2014

Wanneer de bestreden beslissing in essentie gestoeld is op exact dezelfde motieven als die welke het college van burgemeester en schepenen ertoe gebracht hebben om de gevraagde vergunning in eerste aanleg te weigeren en als deze motieven het voorwerp zijn van een omstandige, gedetailleerde en concrete kritiek van de verzoekende partij, is het manifeste verzuim om de opgeworpen beroepsargumenten op basis van een eigen feitencontrole en oordeelsvorming te beantwoorden, niet verenigbaar met de elementaire vereisten van het legaliteits- en opportuniteitsonderzoek waartoe de in beroep uitspraak doende deputatie in het raam van de door de wet ingestelde administratieve beroepsprocedure gehouden is.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2013-2014
Pagina: 
1107
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Raad van State

7e Kamer – 4 juli 2013

 

BVBA D. t/ Deputatie van de provincie Antwerpen

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 11 mei 2012, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 16 februari 2012 waarbij het bestuurlijk beroep ingesteld tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Brasschaat van 17 oktober 2011, houdende het weigeren aan de BVBA D. van de vergunning voor het verder exploiteren van een discotheek, gelegen aan (...), ongegrond wordt verklaard en de beroepen beslissing wordt bevestigd.

...

IV. Onderzoek van de middelen

Eerste middel

(…)

Beoordeling

8. Luidens art. 2 van de motiveringswet moeten alle bestuurshandelingen met individuele strekking uitdrukkelijk worden gemotiveerd en luidens art. 3 van deze wet moet de motivering de juridische en feitelijke overwegingen vermelden die aan de beslissing ten grondslag liggen en moet de motivering afdoende zijn. Het afdoende karakter van de motivering betekent dat de motivering pertinent moet zijn, d.w.z. dat ze duidelijk met de beslissing te maken moet hebben, en dat ze draagkrachtig moet zijn, d.w.z. dat de aangevoerde redenen moeten volstaan om de beslissing te dragen.

Art. 50, 3o, b) van Vlarem I bepaalt dat de uitspraak van de deputatie over het beroep tegen een door het college van burgemeester en schepenen in eerste aanleg genomen besluit over een ingediende milieuvergunningsaanvraag een “gemotiveerde beslissing” dient te omvatten over “de aanspraken en bezwaren die door de indiener(s) van het beroep werden gesteld”. De motivering in het licht van de in het beroepschrift naar voren gebrachte bezwaren kan slechts afdoende zijn wanneer een antwoord wordt gegeven op de argumenten die het meest determinerend zijn voor de uitspraak over het ingestelde beroep.

9. In haar beroepschrift tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Brasschaat van 17 oktober 2011 tot weigering van de hernieuwingsaanvraag heeft de verzoekende partij onder meer aangevoerd dat de hinder die in de bezwaren van omwonenden tot uiting komt niet afkomstig is van de dansgelegenheid die zij exploiteert, dat hinder die slechts indirect uit de exploitatie voortvloeit, zoals vandalisme, wildplassen en zwerfvuil, niet onder de beoordelingsbevoegdheid van de milieuvergunningverlenende overheid valt en dat er tijdens de uitbatingsjaren 2010 en 2011 geen noemenswaardige incidenten werden opgetekend. Tegelijk heeft zij erop gewezen dat een aantal hinderbeperkende maatregelen werden genomen en dat de inrichting voldoet aan de geluidsnormen van het Besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (Vlarem II).

Met betrekking tot de stedenbouwkundige aspecten van de zaak heeft zij omstandig uiteengezet dat een afwijking op grond van art. 5.6.7, § 2 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening mogelijk is, eensdeels omdat de goede ruimtelijke ordening niet wordt geschaad doordat het gebouw geïntegreerd is in de omgeving, de functie ervan de goede ruimtelijke ordening niet schendt en de verweving van functies evenmin in het gedrang komt, en anderdeels, omdat de inrichting hoofdzakelijk vergund is doordat het gebouw dat essentieel is voor de bedrijfsvoering reeds in 1959 werd vergund, de bungalow bewoond en eveneens vergund is, de verhuurde hangar buiten het voorwerp van de bedrijfsvoering valt, het bijgebouw rechts achteraan niet langer als nooduitgang fungeert, de inkom/toegang met achterliggende trappenhal links ook stedenbouwkundig vergund is en de parking niet werd verhard, behalve een klein gedeelte. De verzoekende partij heeft haar uiteenzetting over het hoofdzakelijk vergunde karakter van de gebouwen gestaafd met stukken.

Wat de functiewijziging betreft, heeft de verzoekende partij er in hoofdzaak op gewezen dat reeds in 1983 een dancing de hoofdfunctie van het gebouw was en, subsidiair, dat een functiewijziging niet aan de orde is omdat art. 7.5.1 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening zijn temporele werking heeft verloren, zodat deze bepaling thans geen enkele rol kan spelen in het raam van de hernieuwing van de milieuvergunning en dat een wijziging van restaurant/café naar dancing geen vergunningsplichtige functiewijziging uitmaakt.

In haar aanvullende nota van 3 februari 2012 heeft de verzoekende partij erop gewezen dat het betrokken gemeentebestuur een subjectief en vertekend beeld ophangt van de hinder en er dienaangaande geen enkel formeel bewijs noch enige objectieve vaststelling voorligt. Ter weerlegging van de nota van de tussenkomende partij heeft de verzoekende partij opnieuw uiteengezet waarom de inrichting hoofdzakelijk vergund is. Ten slotte heeft de verzoekende partij in haar nota van 10 februari 2012 andermaal stilgestaan bij het hoofdzakelijk vergunde karakter van de inrichting.

10. De Raad van State stelt vast dat de bestreden beslissing in essentie gestoeld is op exact dezelfde motieven als die welke het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Brasschaat ertoe gebracht hebben om de gevraagde vergunning in eerste aanleg te weigeren. Het zijn nochtans deze motieven die het voorwerp zijn van een omstandige, gedetailleerde en concrete kritiek van de verzoekende partij.

Het manifeste verzuim om de opgeworpen beroepsargumenten op basis van een eigen feitencontrole en oordeelsvorming te beantwoorden, is niet verenigbaar met de elementaire vereisten van het legaliteits- en opportuniteitsonderzoek waartoe de verwerende partij in het raam van de door de wet ingestelde administratieve beroepsprocedure gehouden is.

Het middel is gegrond.

...
 

Gerelateerd
Aangemaakt op: vr, 04/04/2014 - 21:04
Laatst aangepast op: za, 04/10/2014 - 12:36

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.