-A +A

Motivering van strafmaat enkel op basis feiten die het voorwerp van de strafvordering uitmaken

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
din, 04/04/2006
A.R.: 
P050097N

Voor de bepaling van de op te leggen strafmaat en het eventuele uitstel van tenuitvoerlegging ervan mag de rechter slechts rekening houden met de feiten die het voorwerp van de strafvordering uitmaken of hebben uitgemaakt en die bewezen zijn verklaard (1). (1) Zie Cass., 7 mei 1996, AR P.95.0120.N, nr 153.

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. P.05.0097.N
PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE GENT,
vervolgende partij,
eiser,
tegen
D S M S,
beklaagde,
verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 9 november 2004 gewezen door het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer.

II. VOORAFGAANDE RECHTSPLEGING

1. Het Hof heeft bij arrest van 15 maart 2005 aan het Arbitragehof de volgende prejudiciële vraag gesteld:

"Schendt artikel 9 Drugwet, zoals gewijzigd bij artikel 14 van de wet van 3 mei 2003, de artikelen 10 en 11 Grondwet, artikel 9 Drugwet in deze zin uitgelegd dat alleen de beklaagde die voor een drugmisdrijf wordt vervolgd, onder de in dat artikel bepaalde voorwaarden in aanmerking kan komen voor de gunst van de toepassing van de bepalingen van de Probatiewet, zelfs indien hij niet voldoet aan de bij de artikelen 3 en 8 van laatstgenoemde wet gestelde voorwaarden met betrekking tot de vroegere veroordelingen die hij mocht hebben ondergaan, en niet de beklaagde die niet voor een dergelijk drugmisdrijf wordt vervolgd maar waarvan de rechter vaststelt dat, mocht hij in de omstandigheden waarin hij het hem ten laste gelegde misdrijf heeft gepleegd, eveneens zijn vervolgd wegens een drugmisdrijf, de rechter hem dan bij toepassing van artikel 9 Drugwet die gunst zou hebben toegestaan ?"

2. Het Arbitragehof heeft deze prejudiciële vraag bij het arrest nr. 197/2005 van 21 december 2005 ontkennend beantwoord.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

3. De appelrechters oordelen dat de verweerder schuldig is aan diefstallen en stellen vast dat hij deze pleegde in staat van wettelijke herhaling.

Zij veroordelen hem vervolgens tot een gevangenisstraf van één jaar en een geldboete van honderd euro met gedeeltelijk uitstel van tenuitvoerlegging gedurende een periode van vijf jaar mits naleving van probatievoorwaarden.

De appelrechters verantwoorden dit uitstel van tenuitvoerlegging door de vaststelling dat "(verweerder) klaarblijkelijk tevens drugmisdrijven (...) heeft gepleegd die door eenheid van misdadig opzet verbonden zijn met de thans bewezen bevonden feiten voorwerp van de betichtingen" en dat "de omstandigheid dat het openbaar ministerie voor deze drugmisdrijven een afzonderlijke vervolging zou instellen of nalaat een vervolging in te stellen, niet voor gevolg (kan) hebben dat aan de (verweerder) hierdoor het voordeel van artikel 9 van de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van de giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, ontsmettingsstoffen en antiseptica zou worden ontnomen".

4. Artikel 9 Drugwet bepaalt dat eenieder die de in artikel 2bis, ,§ 1, Drugwet genoemde stoffen, met het oog op eigen gebruik, op onwettige wijze vervaardigt, verkrijgt of onder zich heeft, in aanmerking kan komen voor de toepassing van de bepalingen van de Probatiewet van 29 juni 1964, zelfs indien hij niet voldoet aan de bij de artikelen 3 en 8 van laatstgenoemde wet gestelde voorwaarden met betrekking tot vroegere veroordelingen die hij mocht hebben opgelopen, zulks onverminderd de bepalingen van artikel 65, eerste lid, Strafwetboek. De bepalingen van het eerste lid van artikel 9 zijn ook van toepassing op personen die, met het oog op eigen gebruik, kosteloos of tegen betaling het gebruik voor anderen hebben vergemakkelijkt, voornoemde stoffen hebben verkocht of te koop aangeboden, behalve indien deze misdrijven gepaard gaan met de verzwarende omstandigheden bedoeld in artikel 2bis, ,§ 2, b), ,§,§ 3 en 4 Drugwet.

5. Voor de bepaling van de op te leggen strafmaat en het eventuele uitstel van tenuitvoerlegging ervan mag de rechter slechts rekening houden met de feiten die het voorwerp van de strafvordering uitmaken of hebben uitgemaakt en die bewezen zijn verklaard.

De rechter die niet gevat is te oordelen over het feit of een beklaagde zich aan een drugmisdrijf schuldig heeft gemaakt, vermag niet te oordelen dat het drugmisdrijf gepleegd werd met éénzelfde misdadig opzet met het misdrijf dat bij hem aanhangig gemaakt is, en beantwoordt aan de omschrijving, vermeld in artikel 9 voornoemd.

6. Door rekening te houden met feiten waarvoor de verweerder niet is vervolgd, verantwoorden de appelrechters hun beslissing over de op te leggen strafmaat en het eventuele uitstel van tenuitvoerlegging ervan niet naar recht.

7. Het middel is gegrond.

Ambtshalve onderzoek van de overige beslissingen op de strafvordering

8. De onwettigheid van de straf of van de motivering ervan tast de wettigheid van de schuldigverklaring niet aan.

9. Wat de schuldigverklaring betreft zijn de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht genomen en is de beslissing overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum
Het Hof,
Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het de verweerder tot straf veroordeelt en hem veroordeelt tot betaling van een bijdrage aan het bijzonder fonds voor de hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.
Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.
Veroordeelt de verweerder in de helft van de kosten van het cassatieberoep en laat de overige helft ten laste van de Staat;
Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Brussel.
Begroot de kosten op 87,96 euro.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer en op de openbare terechtzitting van 4 april 2006 uitgesproken

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 30/12/2017 - 15:44
Laatst aangepast op: za, 30/12/2017 - 15:44

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.