-A +A

Motivering van straf en strafmaat op basis van andere feiten die niet aanhangig werden gemaakt bij de rechtbank

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
maa, 14/11/2016
A.R.: 
S.08.0121.F

Om de keuze van de straf en van de strafmaat die hij wil opleggen met redenen te omkleden, kan de rechter elk feitelijk gegeven in aanmerking nemen waarover de partijen tegenspraak hebben kunnen voeren en dat de ernst van het misdrijf aantoont of hem duidelijkheid over de persoonlijkheid van de dader verschaft. De omstandigheid dat dit gegeven een afzonderlijk strafbaar feit kan opleveren dat niet bij de rechter aanhangig is gemaakt, staat daaraan niet in de weg, mits hij geen uitspraak doet over het strafbaar karakter ervan.

De rechter kan de strafmaat bepalen, rekening houdend met de intrinsieke ernst van de feiten zoals ze zich hebben voorgedaan, dit kan ondermeer door:

• de door de beklaagde geschapen gevaarssituatie
• alcoholintoxicatie
• andere feiten die niet aanhangig werden gemaakt bij de rechtbank
• kortom feiten waardoor de ernst van het gedrag van de beklaagde eiser wordt aangetoond, zelfs zonder uitspraak te hebben gedaan over het strafbaar karakter ervan

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

AR nr. P.16.0627.F

S.T.

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het Hof van Beroep te Bergen, correctionele kamer, van 27 april 2016.

...

II. Beslissing van het Hof

Beoordeling

Eerste middel

Het middel voert schending aan van de artt. 444 en 448, tweede lid Sw., van art. 6 EVRM en art. 149 Gw., alsook miskenning van het recht van verdediging en van het vermoeden van onschuld.

Eerste onderdeel

Het hof van beroep heeft de telastlegging bewezen verklaard van op een bepaalde datum, «in een van de omstandigheden die in art. 444 Sw. zijn bepaald, de magistraten van het parket van Charleroi, die drager zijn van het openbaar gezag of van de openbare macht of die met een openbare hoedanigheid zijn bekleed, door woorden te hebben beledigd in hun hoedanigheid of wegens hun bediening».

De eiser voert aan dat door hem ten laste te leggen «de magistraten van het parket van Charleroi» te hebben beledigd, hem wordt verweten het misdrijf belediging ten aanzien van niet-geïdentificeerde of niet-identificeerbare personen te hebben gepleegd. De eiser, die oordeelt dat hij onmogelijk kan aantonen dat hij niet de bedoeling heeft gehad die personen te beledigen en evenmin kan betwisten dat laatstgenoemden, op het ogenblik van de feiten, de hoedanigheid hadden die in het tweede lid van het voormelde art. 448 is vereist, voert aan dat hij zich niet eerlijk kan verdedigen en dat zijn vermoeden van onschuld wordt miskend.

De rechter beoordeelt in feite of de personen aan wier adres de beledigingen werden geuit, genoegzaam zijn aangewezen. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eiser, die geen conclusie voor het hof van beroep heeft neergelegd, voor dat hof heeft aangevoerd dat de woorden «de magistraten van het parket van Charleroi», zoals ze in de telastlegging worden vermeld, het niet mogelijk maakten de betrokken magistraten te identificeren en hij daaruit schending van de in het middel bedoelde wetsbepalingen of miskenning van de algemene rechtsbeginselen heeft afgeleid. Door dat middel voor het eerst voor het Hof van Cassatie aan te voeren, verplicht de eiser het Hof tot een onderzoek van de feiten van de zaak, waarvoor het niet bevoegd is.

In zoverre is het middel niet ontvankelijk.

Voor het overige hoeft de beledigde persoon niet noodzakelijk bij naam te zijn aangewezen door de persoon die de belediging heeft geuit. Het volstaat dat de beledigde persoon of personen in de geuite beledigingen genoegzaam zijn aangewezen opdat zijzelf en derden geen twijfel over hun identiteit kunnen koesteren.

In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.

...

Vierde middel

De eiser voert aan dat het hof van beroep, door bij het bepalen van de geldboete te verwijzen naar de omstandigheid dat zijn voertuig een ander voertuig heeft aangereden en door te vermelden dat de bestuurster van dat voertuig gewond geraakte en tijdelijk arbeidsongeschikt is geweest, feiten in aanmerking heeft genomen die niet bij dat hof aanhangig waren gemaakt en niet bewezen zijn verklaard, waardoor het art. 195, eerste en tweede lid Sv. schendt.

Om de keuze van de straf en van de strafmaat die hij wil opleggen met redenen te omkleden, kan de rechter elk feitelijk gegeven in aanmerking nemen waarover de partijen tegenspraak hebben kunnen voeren en dat de ernst van het misdrijf aantoont of hem duidelijkheid over de persoonlijkheid van de dader verschaft. De omstandigheid dat dit gegeven een afzonderlijk strafbaar feit kan opleveren dat niet bij de rechter aanhangig is gemaakt, staat daaraan niet in de weg, mits hij geen uitspraak doet over het strafbaar karakter ervan.

Het arrest bepaalt het bedrag van de geldboete, rekening houdend met de intrinsieke ernst van de feiten zoals ze zich hebben voorgedaan, gelet op het gevaar dat de eiser, die in staat van alcoholintoxicatie reed, de andere weggebruikers heeft doen lopen, en door desbetreffend te verwijzen naar de omstandigheid dat hij een ander voertuig heeft aangereden waarvan de bestuurster gewond geraakte waardoor ze tijdelijk arbeidsongeschikt is geweest.

Het hof van beroep dat die omstandigheid in aanmerking heeft genomen waardoor de ernst van het gedrag van de eiser wordt aangetoond, zonder uitspraak te hebben gedaan over het strafbaar karakter ervan, verantwoordt naar recht zijn beslissing om de eiser de geldboete op te leggen die in het dictum van het arrest is bepaald.

Het middel kan niet worden aangenomen.

...

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 01/04/2018 - 11:04
Laatst aangepast op: vr, 11/05/2018 - 00:31

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.