-A +A

Motivering op grond van algemene kennis

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
maa, 04/03/2013
A.R.: 
C.12.0056.F

Behoudens voor wat feiten betreft die algemeen bekend zijn of berusten op algemene ervaring en daarom steeds tot het debat behoren, verbiedt het recht van verdediging, waartoe het recht op tegenspraak behoort, de rechter zijn beslissing te laten steunen op feitelijke elementen die niet voortspruiten uit de gegevens van het strafdossier of het onderzoek ter rechtszitting, maar die hij slechts ingevolge eigen vaststellingen of persoonlijke ervaring buiten het debat heeft vernomen, zodat de partijen daarover geen tegenspraak hebben kunnen voeren

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. P.16.0396.N
I H B, beklaagde, eiser,
II A I,beklaagde, eiser,
III S B, beklaagde, eiser,
IV J E, beklaagde,eiser,
V S S, beklaagde, aangehouden, eiser,
VI I D A, beklaagde, aangehouden, eiser,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 26 januari 2016, op verwijzing gewezen ingevolge het arrest van het Hof van 16 december 2014.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel van de eisers I en II

1. Het middel voert miskenning aan van het recht van verdediging en het recht op tegenspraak: het arrest verwerpt het concrete verweer van de eisers om de in artikel 141bis Strafwetboek bepaalde uitsluitingsgrond toe te passen op grond van een omstandige feitelijke uiteenzetting waarvoor het verwijst naar "talloze vrij consulteerbare bronnen" die een afdoende inzicht zouden verschaffen in de aard en de omvang van het conflict in Tsjetsjenië; het arrest identificeert echter die bronnen niet, zodat elke vorm van controle daarop onmogelijk is; bovendien is de aangehaalde feitelijke informatie nooit aan tegenspraak van de eisers onderworpen, maar wordt zij voor het eerst in het arrest voorgelegd, zodat er geen verweer of antwoord mogelijk is; de door het arrest vermelde gegevens betreffen geen feiten of ervaringsgegevens die algemeen bekend zijn; verschillende bronnen geven immers een andere inschatting van de omvang en draagwijdte van het conflict in Tsjetsjenië in functie van het feitenmateriaal en de interpretatie ervan.

2. Behoudens voor wat feiten betreft die algemeen bekend zijn of berusten op algemene ervaring en daarom steeds tot het debat behoren, verbiedt het recht van verdediging, waartoe het recht op tegenspraak behoort, de rechter zijn beslissing te laten steunen op feitelijke elementen die niet voortspruiten uit de gegevens van het strafdossier of het onderzoek ter rechtszitting, maar die hij slechts ingevolge eigen vaststellingen of persoonlijke ervaring buiten het debat heeft vernomen, zodat de partijen daarover geen tegenspraak hebben kunnen voeren.

3. Artikel 141bis Strafwetboek bepaalt: "[Titel Iter Terroristische misdrijven] is niet van toepassing op handelingen van strijdkrachten tijdens een gewapend conflict als gedefinieerd in en onderworpen aan het internationaal humanitair recht, noch op de handelingen van de strijdkrachten van een Staat in het kader van de uitoefening van hun officiële taken, voor zover die handelingen onderworpen zijn aan andere bepalingen van internationaal recht."

Voor de appelrechters hebben de eisers aangevoerd dat het conflict in Tsjetsjenië ten tijde van de incriminatieperiode onder de toepassingsvoorwaarden van die bepaling viel, zodat het hen ten laste gelegde misdrijf leider te zijn van een terroris-tische groep niet strafbaar is. Zij hebben ook voorgesteld een bepaalde deskundige-getuige te horen over de bedoelde situatie omdat het strafdossier daarover te weinig informatie zou bevatten.

4. Het arrest (p. 41-44 en 46) oordeelt dat het niet ingaat op het verzoek van de eisers tot het horen van de voorgestelde getuige omdat de appelrechters zich, zoals de eerste rechter, kunnen steunen op de talloze vrij consulteerbare bronnen die een afdoende inzicht verschaffen in de aard en de omvang van het conflictten tijde van de feiten. Vervolgens verwijst het arrest naar de uiteenzetting in het beroepen vonnis over de oorsprong en het verloop van het gewapend conflict in Tsjetsjenië en verwijst het in aanvulling op deze feitelijke uiteenzetting en specifiek met be-trekking tot het ontstaan van het Kaukasisch Emiraat naar een aantal relevante his-torische elementen die het verder weergeeft. Uit het aldus aangevulde feitenrelaas leidt het arrest af dat de in artikel 141bis Strafwetboek bepaalde uitsluitingsgrond hier niet van toepassing is, onder meer omdat:

- het conflict in Tsjetsjenië zoals het zich ten tijde van de strafbare feiten aan-diende, niet kan worden geanalyseerd als een internationaal gewapend conflict in de betekenis die het internationaal humanitair recht eraan geeft, maar er hoogstens sprake is van beperkte opstanden en buitenlandse terreuraanslagen waarop dat recht geenszins van toepassing is;

- de strijders van het Kaukasisch Emiraat niet kunnen worden beschouwd als strijdkrachten in de zin van artikel 141bis Strafwetboek.

5. Eensdeels blijkt noch uit de redenen van het arrest noch uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, dat de appelrechters de niet van het beroe-pen vonnis overgenomen feitelijke elementen op grond waarvan zij de conflictsi-tuatie in Tsjetsjenië en het ontstaan van het Kaukasisch Emiraat beoordelen en waaruit zij vervolgens de niet-toepasselijkheid van artikel 141bis Strafwetboek op de aan de eisers ten laste gelegde feiten afleiden, aan tegenspraak van de eisers hebben onderworpen. Anderdeels zijn de gegevens betreffende de conflictsituatie in Tsjetsjenië niet van algemene bekendheid of algemene ervaring. Aldus miskent het arrest het recht van verdediging met inbegrip van het recht op tegenspraak van de eisers en is de beslissing niet naar recht verantwoord.

Het middel is gegrond.

Ambtshalve middel met betrekking tot de overige eisers

Geschonden verdragsbepaling en miskend algemeen rechtsbeginsel

- Artikel 6.1 EVRM en het recht van verdediging met inbegrip van het recht op tegenspraak

6. Het arrest steunt de beslissing dat de in artikel 141bis Strafwetboek bepaal-de uitsluitingsgrond niet van toepassing is op de aan de eisers III, IV, V en VI ten laste gelegde misdrijven leider te zijn van een terroristische groep of te hebben deelgenomen aan enige activiteit van een terroristische groep, eveneens op niet van het beroepen vonnis overgenomen feiten die niet aan tegenspraak van die eisers zijn onderworpen en die evenmin van algemene bekendheid of algemene ervaring zijn.

Aldus is ook die beslissing niet naar recht verantwoord.

Overige middelen

7. De middelen die niet kunnen leiden tot cassatie zonder verwijzing, behoe-ven geen antwoord.

Onmiddellijke aanhouding

8. De vernietiging van de beslissingen waarbij de eisers worden veroordeeld, heeft de vernietiging tot gevolg van de beslissingen waarbij hun onmiddellijke aanhouding wordt bevolen.

Dictum
Het Hof,
Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.
Houdt de beslissing over de kosten aan en laat ze aan de verwijzingsrechter.
Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, en op de openbare rechtszitting van 13 september 2016 uitgesproken 

 

 

Noot: 

Pim Vanwalleghem, De Juristenkrant, 338, 23 november 2016, p.7

Gerelateerd
Aangemaakt op: vr, 28/07/2017 - 11:06
Laatst aangepast op: vr, 28/07/2017 - 11:06

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.