-A +A

Morele schade vereist niet dat het slachtoffer besef heeft van de schade

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
woe, 04/04/1990
A.R.: 
8004

Het recht op volledige vergoeding van de door een onrechtmatige daad veroorzaakte morele schade hangt niet hiervan af dat de getroffene in staat is te beseffen dat het toegekende bedrag dient ter vergoeding van die schade. ( Artt. 1382 en 1383 Burgerlijk Wetboek. ).

Morele schade wordt niet begroot volgens de graad van bewustzijn. Een persoon met geestelijke handicap heeft een evengroot recht op morele schadevergoeding bij verlies van een vader. Een redenering dat een persoon met geestelijke handicap niet kan beseffen dat een bepaalde som de schade vergoedt voor het verlies van een vader kan niet weerhouden worden om een morele schadevergoeding te verminderen of af te wijzen.
 

Publicatie
tijdschrift: 
juridat

HET HOF; - Gelet op het bestreden arrest, op 26 oktober 1989 gewezen door het Hof van Beroep te Bergen;

I. Wat de voorziening van Elza Delie betreft :

Over het middel : schending van de artikelen 1382, 1383 van het Burgerlijk Wetboek, 1138, 3°, van het Gerechtelijk Wetboek en 97 van de Grondwet,
doordat het arrest bij de uitspraak over de vordering, die namens Innez Chevalier (die op 6 maart 1973 meerderjarig geworden was, doch bij beslissing van 22 juni 1983 het statuut van verlengde minderjarigheid toegewezen kreeg) door de eisers was ingesteld in hun hoedanigheid respectievelijk van moeder en wettelijke voogdes, enerzijds, en van toeziende voogd anderzijds, de verweerders in solidum jegens eiseres qualitate qua enkel veroordeelt tot betaling van 1 frank, verhoogd met interesten en kosten, en zulks enkel ter vergoeding van de morele schade die Innez Chevalier geleden heeft ten gevolge van het overlijden van haar vader, Georges Chevalier, en haar tevens ter vergoeding van de morele schade ex haerede een bedrag van 25.000 frank toekent overeenkomend met het deel dat haar toekomt in de verdeling met de overige rechtverkrijgenden; dat het die beslissing enkel hierop grondt "dat blijkt dat Chevalier Innez, ofschoon ze haar woonplaats had bij de getroffene, niet bij hem woonde, aangezien zij haar feitelijke verblijfplaats had in Home Zonnestraal te Lennik; dat de ernstige geestelijke achterlijkheid van die persoon haar zeker niet buiten staat stelde om de waarde te beseffen van de genegenheid die haar vader voor haar kon voelen; dat haar geestestoestand haar echter niet in staat zal stellen een verband te leggen tussen het verlies van die affectie en de vergoeding die voor haar wordt gevraagd; dat het ontbreken van het besef dat een vergoeding strekt tot herstel van morele schade die vergoeding elke reële betekenis ontneemt; dat er dus geen redenen zijn om een vergoeding van meer dan één frank toe te kennen",

terwijl, ...

tweede onderdeel, de rechtsvordering tot het verkrijgen van een vergoeding voor morele schade ertoe strekt de pijn, de smart of andere vormen van morele schade te verlichten en de geleden schade in zoverre te herstellen; van die beginselen niet kan worden afgeweken als het om de morele schade gaat die een persoon (zelfs als hij wegens geestelijke achterlijkheid het statuut van verlengde minderjarigheid gekregen heeft) lijdt ten gevolge van het vroegtijdig verlies van zijn vader; de rechter weliswaar op onaantastbare wijze en in feite het bestaan en de omvang van de door een onrechtmatige daad veroorzaakte morele schade beoordeelt en het bedrag vaststelt ter vergoeding daarvan, doch niet zonder de wettelijke begrippen morele schade en oorzakelijk verband alsook het beginsel dat de geleden schade volledig moet worden vergoed, te miskennen, de hoegrootheid van het recht op vergoeding van de morele schade kan beoordelen of beperken door het bedrag van de vergoeding tot volledig herstel van die schade te laten afhangen van het bij de getroffene al dan niet aanwezige besef dat het toegekende bedrag strekt tot vergoeding van de schade; het arrest derhalve, nu het de vergoeding tot herstel van de morele schade die Innez Chevalier, blijkens de vaststellingen van het arrest, geleden heeft ten gevolge van het vroegtijdig verlies van de affectie van haar vader, beperkt tot de symbolische frank op de enkele bovengenoemde grond dat de getroffene maar recht heeft op een beperkte vergoeding van de schade omdat ze "niet beseft" dat de vergoeding strekt tot herstel van haar schade, de wettelijke begrippen morele schade en oorzakelijk verband alsook het beginsel dat de geleden schade volledig moet worden vergoed, miskent, nu dat recht niet onderworpen is aan de voorwaarde dat de getroffene kan beseffen dat het toegekende bedrag strekt tot vergoeding van zijn schade (schending van de artikelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek);

Wat het tweede onderdeel betreft :

Overwegende dat weliswaar de rechter het bestaan en de hoegrootheid van de door een onrechtmatige daad veroorzaakte schade in feite beoordeelt en, binnen de perken van de vordering, het bedrag ter vergoeding van die schade vaststelt; dat echter het Hof dient na te gaan of de vastgestelde feiten de gevolgen die de rechter daaruit in feite afleidt, kunnen rechtvaardigen en meer bepaald of het wettelijk begrip oorzakelijk verband niet is miskend;

Overwegende dat het arrest vaststelt dat de ernstige geestelijke achterlijkheid van Innez Chevalier haar niet buiten staat stelde om de waarde te beseffen van de genegenheid die haar vader voor haar kon voelen, doch slechts een beperkte vergoeding toekent tot herstel van haar morele schade, op grond dat een hogere vergoeding illusoir zou zijn, aangezien zij niet zou beseffen dat de toegekende vergoeding strekt tot herstel van die schade;

Overwegende dat het recht op volledige vergoeding van de geleden schade niet onderworpen is aan de voorwaarde dat de getroffene in staat is te beseffen dat het toegekende bedrag dient ter vergoeding van de schade;

Dat het onderdeel gegrond is;

II. Wat de voorziening van Raoul Chevalier betreft :

Overwegende dat eiser geen middel aanvoert;

Om die redenen, ongeacht de overige onderdelen van het middel, die niet kunnen leiden tot ruimere cassatie, vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet over de vordering die Elza Delie in haar hoedanigheid van wettelijke voogdes van Innez Chevalier heeft ingesteld tot het verkrijgen van een vergoeding van de door laatstgenoemde geleden morele schade; verwerpt de voorzieningen voor het overige; veroordeelt eiser in de kosten van zijn voorziening; veroordeelt de verweerders in de kosten van de voorziening van eiseres; beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest; verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Brussel.

Noot: 

• Cass., 12 januari 1988, A.R. nr. 1359 ( A.C., 1987-88, nr. 288 ), R.D.P., 1990, p. 794-798;

• HERVE, Luc, In dubio pro dimentia ou de quelques aspects de la reparation du dommage moral subi par une personne handicapée, J.T.T., 1992, p. 829-835.

• REVUE DE DROIT PENAL ET DE CRIMINOLOGIE null 1990(P.794-798)

• ARRESTEN VAN HET HOF VAN CASSATIE null 1989(90)(P.1025)

•PASICRISIE BELGE null 1990(I,P.913)

Gerelateerd
Aangemaakt op: wo, 31/01/2018 - 19:14
Laatst aangepast op: wo, 31/01/2018 - 19:14

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.