-A +A

Misdrijf criminele organisatie bestanddelen

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
din, 27/09/2016
A.R.: 
P.15.0006.N

Krachtens artikel 324bis, eerste lid, Strafwetboek wordt met criminele organisatie bedoeld iedere gestructureerde vereniging van meer dan twee personen die duurt in de tijd, met als oogmerk het in onderling overleg plegen van misdaden en wanbedrijven die strafbaar zijn met gevangenisstraf van drie jaar of een zwaardere straf, om direct of indirect vermogensvoordelen te verkrijgen; uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de finaliteit van de organisatie erin bestaat op geconcerteerde wijze misdrijven te plegen van een bepaalde zwaarte, namelijk misdaden of wanbedrijven welke strafbaar zijn met een gevangenisstraf van drie jaar of met een zwaardere straf en niet dat vereist is dat die organisatie de bedoeling moet hebben om zowel wanbedrijven als misdaden te plegen.

Om te voldoen aan de vereiste bepaald in artikel 324bis, eerste lid, Strafwetboek dat het misdrijf strafbaar is met een gevangenisstraf van drie jaar of een zwaardere straf volstaat het dat de rechter een gevangenisstraf van drie jaar of een zwaardere straf kan opleggen
 

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2017/7
Pagina: 
560
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

(J.G.D.M. / RSZ - Rolnr.: P.15.0006.N)

I. Rechtspleging voor het Hof
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 20 november 2014. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Alain Winants heeft geconcludeerd.

II. Beslissing van het Hof
Beoordeling
Middel
Eerste onderdeel
1. Het onderdeel voert schending aan van artikel 324bis Strafwetboek: het arrest verklaart de eiser onwettig schuldig aan deelname aan een criminele organisatie; de bewezen verklaarde feiten betreffen immers enkel wanbedrijven terwijl de bedoelde organisatie als oogmerk moet hebben het in onderling overleg plegen van misdaden en wanbedrijven.

2. Krachtens artikel 324bis, eerste lid Strafwetboek wordt met criminele organisatie bedoeld iedere gestructureerde vereniging van meer dan 2 personen die duurt in de tijd, met als oogmerk het in onderling overleg plegen van misdaden en wanbedrijven die strafbaar zijn met gevangenisstraf van 3 jaar of een zwaardere straf, om direct of indirect vermogensvoordelen te verkrijgen.

3. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de finaliteit van de organisatie erin bestaat op geconcerteerde wijze misdrijven te plegen van een bepaalde zwaarte, namelijk misdaden of wanbedrijven welke strafbaar zijn met een gevangenisstraf van 3 jaar of met een zwaardere straf en niet dat vereist is dat die organisatie de bedoeling moet hebben om zowel wanbedrijven als misdaden te plegen.

Het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting faalt naar recht.

Tweede onderdeel
4. Het onderdeel voert schending aan van artikel 324bis Strafwetboek: het arrest veroordeelt de eiser onwettig wegens deelname aan een criminele organisatie; op geen van de bewezen verklaarde feiten is een minimum gevangenisstraf van 3 jaar bepaald, terwijl de beoogde feiten gekenmerkt moeten worden door een minimum gevangenisstraf van 3 jaar.

5. Krachtens artikel 324bis, eerste lid Strafwetboek wordt met criminele organisatie bedoeld iedere gestructureerde vereniging van meer dan 2 personen die duurt in de tijd, met als oogmerk het in onderling overleg plegen van misdaden en wanbedrijven die strafbaar zijn met gevangenisstraf van 3 jaar of een zwaardere straf, om direct of indirect vermogensvoordelen te verkrijgen.

6. Om te voldoen aan de vereiste dat het misdrijf strafbaar is met een gevangenisstraf van 3 jaar of een zwaardere straf volstaat het dat de rechter een gevangenisstraf van 3 jaar of een zwaardere straf kan opleggen.

Het onderdeel dat uitgaat van een ander rechtsopvatting faalt naar recht.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
7. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 255,81 EUR.

 

Noot: 

Eef Vandebroek, Eenvoudig lidmaatschap van criminele vereniging, NJW 2014/311, 845

Zie Parl. St. Kamer 1996-1997, Verslag namens de commissie voor justitie, 49-.954/6, p. 5; Parl. St. Senaat 1997-1998, Verslag namens de commissie voor de justitie,1-662/4, p. 3 en pp. 20 en 21.

Gerelateerd
Aangemaakt op: vr, 21/07/2017 - 08:11
Laatst aangepast op: vr, 21/07/2017 - 08:11

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.