-A +A

Misbruik van vennootschapsgoederen kan ook in nadeel van de fiscus voor nog niet gevestigde belastingen

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
din, 06/06/2017

Art. 492bis Sw. straft de bestuurders, in feite of in rechte, van burgerlijke en handelsvennootschappen, alsook van verenigingen zonder winstoogmerk, die met bedrieglijk opzet en voor persoonlijke rechtstreekse of indirecte doeleinden gebruik hebben gemaakt van de goederen of van het krediet van de rechtspersoon, hoewel zij wisten dat dit op betekenisvolle wijze in het nadeel was van de vermogensbelangen van de rechtspersoon en van die van zijn schuldeisers of vennoten.

Bij de beoordeling of het gebruik van goederen of het krediet van de rechtspersoon op betekenisvolle wijze in het nadeel is van de vermogensbelangen van een rechtspersoon, mag de rechter rekening houden met een op dat ogenblik zekere en vaststaande belastingschuld, ook al heeft de belastingadministratie die belastingschuld formeel nog niet gevestigd.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2017-2018
Pagina: 
1301
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Abstract:

Misbruik van vennootschappen behelst de daad van een bestuurder van een vennootschap of VZW die met bedrieglijk opzet en voor persoonlijke rechtstreekse of indirecte doeleinden de goederen of krediet van de rechtspersoon afwendt in met benadeling van de vermogensbelangen van de rechtspersoon en van die van zijn schuldeisers of vennoten. Het belang van de fiscus als schuldeiser wordt geschonden wanneer de betaling van zekere en vaststaande belastingschulden in het gedrang worden gebracht, ook al heeft de belastingadministratie die belastingschuld formeel nog niet gevestigd.

AR nr. P.16.0715.N

W.Y., A.Z. en W.M.C. t/ Faillissement BVBA C.I.

I. Rechtspleging voor het Hof

De cassatieberoepen zijn gericht tegen een arrest van het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer, van 30 mei 2016.

...

II. Beslissing van het Hof

Beoordeling

Eerste middel

...

Tweede onderdeel

3. Het onderdeel voert schending aan van art. 492bis Sw.: het arrest oordeelt ten onrechte dat het overschrijven van de gelden van de rechtspersoon naar de persoonlijke rekening van de eiser 2 een betekenisvol nadeel voor de vermogensbelangen van deze vennootschap inhield, bestaande uit het niet meer kunnen betalen van de verschuldigde meerwaardebelasting; op het ogenblik van deze overschrijving was de fiscale schuld nog niet zeker en vaststaand, zodat er op dat ogenblik nog geen sprake was van enig nadeel; de appelrechters verantwoorden hun beslissing aldus niet naar recht.

4. Art. 492bis Sw. straft de bestuurders, in feite of in rechte, van burgerlijke en handelsvennootschappen, alsook van verenigingen zonder winstoogmerk, die met bedrieglijk opzet en voor persoonlijke rechtstreekse of indirecte doeleinden gebruik hebben gemaakt van de goederen of van het krediet van de rechtspersoon, hoewel zij wisten dat dit op betekenisvolle wijze in het nadeel was van de vermogensbelangen van de rechtspersoon en van die van zijn schuldeisers of vennoten.

5. Bij de beoordeling of het gebruik van goederen of het krediet van de rechtspersoon op betekenisvolle wijze in het nadeel is van de vermogensbelangen van een rechtspersoon, mag de rechter rekening houden met een op dat ogenblik zekere en vaststaande belastingschuld, ook al heeft de belastingadministratie die belastingschuld formeel nog niet gevestigd.

In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.

6. Het arrest stelt vast dat:

– BVBA C.I. ingevolge een verkoopsovereenkomst op 20 juli 2005 een zekere, vaststaande en zeer belangrijke toekomstige belastingschuld had;

– deze vennootschap op 20 juli 2005 over voldoende eigen middelen beschikte om deze belastingschuld van 171.048,86 euro te voldoen;

– de eiser 2 op 3 oktober 2005 een overschrijving van 172.400 euro van de zichtrekening van BVBA C.I. naar zijn persoonlijke rekening heeft gedaan;

– BVBA C.I. hierdoor gereduceerd werd tot een virtueel lege doos, die niet meer in staat was om de in 2006 gevestigde meerwaardebelasting te betalen;

– zonder de onttrekking van de quasi totaliteit aan liquiditeiten aan BVBA C.I. er voldoende activa waren geweest om de fiscus te betalen en deze rechtspersoon hiertoe geen lening had dienen af te sluiten, waarvan ab initio duidelijk was dat zij deze niet zelf kon terugbetalen.

Met deze redenen verantwoordt het arrest naar recht de beslissing dat BVBA C.I. op het ogenblik van de onttrekking van haar liquiditeiten en door die onttrekking ernstig werd geschaad in haar vermogensbelangen.

In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen.

Tweede middel

...

Vierde onderdeel

13. Het onderdeel voert schending aan van de artt. 1289, 1290 en 1293 BW: de appelrechters hebben bij de bepaling van de schadevergoeding van de verweerster ten onrechte geen rekening gehouden met de betalingen die de eiseres 1 heeft verricht tot afbetaling van de lening gesloten door BVBA C.I. met het oog op de betaling van de haar verschuldigde meerwaardebelasting; schuldvergelijking geschiedt immers van rechtswege indien de wettelijke voorwaarden daartoe zijn vervuld.

14. Art. 1289 BW bepaalt: «Wanneer twee personen elkaars schuldenaar zijn, heeft tussen hen schuldvergelijking plaats, waardoor de twee schulden teniet gaan, op de wijze en in de gevallen hierna vermeld.»

Art. 1290 BW bepaalt: «Schuldvergelijking heeft van rechtswege plaats uit kracht van de wet, zelfs buiten weten van de schuldenaars; de twee schulden vernietigen elkaar op het ogenblik dat zij tegelijk bestaan, ten belope van hun wederkerig bedrag.»

Art. 1293 BW bepaalt: «Schuldvergelijking heeft plaats, uit welke oorzaak de wederzijdse schulden ook ontstaan, uitgezonderd in geval van: 1o Een eis tot teruggave van een zaak die de eigenaar wederrechtelijk is ontnomen; 2o Een eis tot teruggave van iets dat in bewaring of in bruikleen is gegeven; 3o Een schuld uit hoofde van levensonderhoud dat verklaard is niet vatbaar voor beslag te zijn.»

15. Wettelijke schuldvergelijking, die van rechtswege plaatsheeft, kan enkel plaatsvinden tussen schulden van twee personen die elkaars schuldeiser en schuldenaar zijn en die zich in eigen naam hebben verbonden. Deze wederzijdse schulden moeten bovendien effen zijn.

In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.

16. Het arrest stelt eensdeels vast dat de eiseres 1 niet aantoont dat zij voor rekening van BVBA C.I. in eigen naam betalingen heeft verricht, en anderdeels dat de eiseres 1 zich, bij gebrek aan een aangifte van schuldvordering in het faillissement, niet als een schuldeiser van BVBA C.I. heeft gemanifesteerd. Aan de toepassingsvoorwaarden voor wettelijke schuldvergelijking is dan ook niet voldaan. Aldus verantwoordt het arrest naar recht de beslissing om bij de bepaling van de schadevergoeding van de verweerster geen rekening te houden met de door de eiseres 1 beweerdelijk uitgevoerde betalingen.

In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen.

Noot: 

• C. Idomon, “De bestanddelen van misbruik van vertrouwen en misbruik van vennootschapsgoederen” (noot onder Cass. 9 februari 2005), RW 2006-07, 598-601; S. Lossy, “Misbruik van vennootschapsgoederen” in Comm.Straf., Mechelen, Kluwer, 2014, p. 21-23, nrs. 24-27.

• A. De Nauw, Inleiding tot het bijzonder strafrecht, Mechelen, Kluwer, 2010, p. 359, nr. 450; S. Lossy, “Misbruik van vennootschapsgoederen” in Comm.Strafr., Mechelen, Kluwer, losbladig, 2014, p. 11, nr. 15.

• S. Lossy, «Misbruik van vennootschapsgoederen» in Comm.Straf., Mechelen, Kluwer, losbl., 2014, p. 16, nr. 19;

• B. Tilleman en Ph. Traest, «Misbruik van vennootschapsgoederen» in H. Braeckmans e.a. (eds.), Curatoren en vereffenaars: actuele ontwikkelingen, Antwerpen, Intersentia, 2006, (941), p. 953 e.v. en 971 e.v.).

• R. Steennot, «Schuldvergelijking» in Comm.Bijz.Ov., Mechelen, Kluwer, losbl., p. 6, nr. 9.

• R. Houben, «Schuldvergelijking», RW 2010-11, (1370), p. 1371, nr. 6.

Gerelateerd
Aangemaakt op: wo, 11/04/2018 - 19:53
Laatst aangepast op: vr, 11/05/2018 - 00:04

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.