-A +A

Mededeling stukken aan beroepsinstantie en procedure Raad van State

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Raad van State
Datum van de uitspraak: 
don, 18/04/2013

 

De verzoekende partij voor de Raad van State dient in de loop van de administratieve beroepsprocedure de stukken, waarop zij zich in haar inleidend verzoekschrift voornamelijk baseert om de annulatie te verkrijgen, tijdig aan de administratieve beroepsinstantie te bezorgen opdat deze met kennis van zaken tot een beslissing kon komen.

Indien zij dit nalaat, zonder hiervoor een plausibele uitleg te verschaffen, mag zij haar stilzitten niet aanwenden om in de procedure voor de Raad van State alsnog ten nadele van de verwerende en de tussenkomende partij te worden uitgespeeld. De Raad van State beschouwt het annulatieberoep om die reden bijgevolg niet ontvankelijk wegens schending van het loyaliteitsbeginsel.
 

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2013-2014
Pagina: 
389
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

NV T.P.A. t/ Vlaams Gewest

Arrest nr. 223.208

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 21 september 2011, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur van 18 juli 2011 houdende uitspraak over het beroep ingesteld tegen de beslissing van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (hierna: OVAM) van 15 december 2010, waarbij een eindverklaring werd afgeleverd na het “Eindevaluatierapport B. sanering rechteroever, (...) te Antwerpen – (...)” van 14 september 2010.

...

IV. Ontvankelijkheid van het beroep

Exceptie

4. In één van haar aangevoerde excepties betoogt de tussenkomende partij dat de verzoekende partij door “manipulatie” het beroepsdossier heeft willen beïnvloeden. Zij zet uiteen dat de verzoekende partij eenzijdig de deskundige E.R.M. aanstelde en tijdens de administratieve beroepsprocedure heeft verwezen naar “baselinestudies” uitgevoerd door de bodemsaneringsdeskundige E.R.M. De tussenkomende partij voert hierbij aan dat de onderzoeken in het westelijke deel van het terrein plaatsvonden in december 2010 en in het oostelijke deel in oktober en november 2010.

Het integrale rapport voor het oostelijke deel bestond volgens haar reeds op het ogenblik dat het administratief beroep werd aangetekend op 14 januari 2011, omdat het reeds in december 2010 was goedgekeurd. Ook het integrale rapport over het westelijke deel zou in januari 2011 reeds hebben bestaan, derhalve vooraleer het administratief beroep ontvankelijk verklaard werd. Deze rapporten zouden niettemin slechts pas in de maand mei 2011 aan de beroepsinstantie zijn bezorgd.

5. De verzoekende partij spreekt tegen dat zij onderzoeksresultaten heeft gemanipuleerd en legt een verklaring voor van het bedrijf dat in haar opdracht onderzoeken heeft uitgevoerd, over de chronologie van de beschikbaarheid van de betreffende verslagen.

6. In haar laatste memorie verwijst de tussenkomende partij naar de verklaring van de bodemsaneringsdeskundige E.R.M. van 12 maart 2012 die voorgebracht is door de verzoekende partij, waaruit moet blijken dat voor het oostelijke terreindeel er reeds midden december 2010 een memo was uitgewerkt die in een eindrapport is gefinaliseerd en aan de verzoekende partij is bezorgd op 31 januari 2011. Met betrekking tot het westelijke terreingedeelte blijkt volgens de tussenkomende partij uit datzelfde stuk dat ook het eindrapport van de bodemsaneringsdeskundige aan de verzoekende partij is bezorgd op 31 januari 2011.

Beoordeling

7. De Raad van State stelt met de tussenkomende partij vast dat er met zekerheid kan worden uitgemaakt dat de eindrapporten van zowel het oostelijke als het westelijke terreingedeelte in handen waren van de verzoekende partij op 31 januari 2011 en dat zij in de loop van de administratieve beroepsprocedure nagelaten heeft deze stukken, waarop zij zich thans in haar inleidend verzoekschrift voornamelijk baseert om de annulatie te verkrijgen, tijdig aan de administratieve beroepsinstantie te bezorgen, opdat deze met kennis van zaken tot een beslissing kon komen.

De bestreden beslissing overweegt in dat verband dan ook terecht dat de verzoekende partij “verwijst naar een onderzoek van E.R.M., maar dat in haar stukken enkel een presentatie te vinden is en enkele analyseresultaten, zonder dat duidelijk is in hoeverre er een onderzoek is uitgevoerd dat voldoende kan weerleggen wat een erkende bodemsaneringsdeskundige, een onafhankelijke erkende bodemsaneringsdeskundige en de OVAM concludeerden”.

De verzoekende partij laat na een plausibele uitleg te verschaffen over haar lang stilzitten tijdens de administratieve beroepsprocedure, aangezien zij slechts op 20 mei 2011 die stukken per aangetekend schrijven toezond, terwijl van een meest gerede partij in die procedure moet worden verwacht dat zij minstens alert zou optreden.

Haar stilzitten – bewust of onbewust – mag door haar niet worden aangewend om in de huidige procedure alsnog ten nadele van de verwerende en de tussenkomende partij te worden uitgespeeld.

De Raad van State beschouwt het beroep bijgevolg niet ontvankelijk wegens schending van het loyauteitsbeginsel.

...
 

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 30/11/2013 - 18:17
Laatst aangepast op: di, 11/03/2014 - 00:01

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.