-A +A

Mededader en medeplichtige tegelijkertijd

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
woe, 25/04/2012

 

Om schuldig te zijn aan deelneming aan een misdaad of wanbedrijf, is met name vereist dat de dader daartoe heeft bijgedragen op de bij wet bepaalde wijze.

Deelneming kan twee vormen aannemen: hoofddeelneming of bijkomstige deelneming. Zij die schuldig zijn aan de eerste vorm, bedoeld in artikel 66 Strafwetboek, worden daders van het misdrijf genoemd: zij zijn de oorzaak van het misdrijf. Zij die schuldig zijn aan de tweede vorm, bedoeld in artikel 67 van dat wetboek, worden medeplichtigen genoemd: hun tussenkomst was nuttig doch niet noodzakelijk voor het stellen van de daad.

De wet maakt dus een onderscheid tussen de fysieke of morele handelingen die de medeschuldigen in de ene of de andere categorie plaatsen en zij legt dit verschil vast door in artikel 69 Strafwetboek voor de medeplichtigen een lagere straf te bepalen dan die welke de daders wordt opgelegd.

Een medeschuldige kan tegelijk mededader en medeplichtige van iemand anders zijn, zo hij bijvoorbeeld, nadat hij hem rechtstreeks tot de daad heeft aangezet, zich ertoe beperkt heeft hem aanvullende bijstand te verlenen voor de feiten die de daad hebben voorbereid of voltrokken.

De beslissing van de jury die de beschuldigde tegelijkertijd aanmerkt als dader van en medeplichtig aan dezelfde misdaad hoeft dus niet noodzakelijk als tegenstrijdig worden beschouwd.

Dezelfde feiten kunnen daarentegen onmogelijk als hoofddeelneming en als bijkomstige deelneming worden aangemerkt.

 

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Jaargang: 
2013/14
Pagina: 
1039
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

(I.P.Z., M.S.T., S.S.T.M. / I.E.F.H., N.V.O.Z.)

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
De cassatieberoepen zijn gericht tegen vier arresten die op 9 en 12 december 2011 met de nrs. 71 tot 74 zijn gewezen door het hof van assisen van de provincie Henegouwen.

De eiseres P.Z. voert twee middelen en de eiser M.S.T. één middel aan, ieder in een memorie die aan dit arrest is gehecht.

Afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. FEITEN
De jury werd verzocht om voor de drie eisers afzonderlijk te antwoorden op twee vragen, omschreven als hoofdvragen, betreffende een beschuldiging van moord.

De eerste vraag verzocht de gezworenen te antwoorden of de beschuldigde medeplichtig was aan de doodslag. De tweede vraag luidde of hij volgens hen de dader of mededader van de doodslag was.

Het aan de jury overhandigde formulier vermeldt dat zij alleen op de tweede vraag dient te antwoorden indien de eerste vraag bevestigend is beantwoord.

Aangezien de gezworenen beide vragen bevestigend hebben beantwoord, werden de eisers schuldig verklaard aan moord, als medeplichtigen, en ook als daders of mededaders.

III. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
A.
Cassatieberoepen van M.S.T. tegen de arresten met nrs. 71, 73 en 74 van het repertorium, gewezen op 9 en 12 december 2011

Middel
Eerste onderdeel
Het arrest over de schuldvraag wordt verweten dat het niet regelmatig met redenen is omkleed in zoverre het de eiser tegelijkertijd als dader of mededader en als medeplichtige beschouwt aan dezelfde misdaad.

Om schuldig te zijn aan deelneming aan een misdaad of wanbedrijf, is met name vereist dat de dader daartoe heeft bijgedragen op de bij wet bepaalde wijze.

Deelneming kan twee vormen aannemen: hoofddeelneming of bijkomstige deelneming. Zij die schuldig zijn aan de eerste vorm, bedoeld in artikel 66 Strafwetboek, worden daders van het misdrijf genoemd: zij zijn de oorzaak van het misdrijf. Zij die schuldig zijn aan de tweede vorm, bedoeld in artikel 67 van dat wetboek, worden medeplichtigen genoemd: hun tussenkomst was nuttig doch niet noodzakelijk voor het stellen van de daad.

De wet maakt dus een onderscheid tussen de fysieke of morele handelingen die de medeschuldigen in de ene of de andere categorie plaatsen en zij legt dit verschil vast door in artikel 69 Strafwetboek voor de medeplichtigen een lagere straf te bepalen dan die welke de daders wordt opgelegd.

Een medeschuldige kan tegelijk mededader en medeplichtige van iemand anders zijn, zo hij bijvoorbeeld, nadat hij hem rechtstreeks tot de daad heeft aangezet, zich ertoe beperkt heeft hem aanvullende bijstand te verlenen voor de feiten die de daad hebben voorbereid of voltrokken.

De beslissing van de jury die de beschuldigde tegelijkertijd aanmerkt als dader van en medeplichtig aan dezelfde misdaad hoeft dus niet noodzakelijk als tegenstrijdig worden beschouwd.

Dezelfde feiten kunnen daarentegen onmogelijk als hoofddeelneming en als bijkomstige deelneming worden aangemerkt.

Het arrest vermeldt in de motivering dat de actieve deelneming van de eiser aan de moord aangetoond wordt door een geheel van duidelijke, bepaalde en met elkaar overeenstemmende vermoedens, met name de doodsbedreigingen, het feit dat in allerijl een religieus huwelijk via Internet werd gesloten, het feit dat het slachtoffer actief werd opgespoord ofschoon zij meerderjarig was en van huis weggelopen was, de ontdekking van haar huwelijksplannen met een niet-moslim en het overhaaste vertrek van de eiser op de dag van de feiten, net voor die werden gepleegd.

Het arrest vermeldt ook dat de jury, meer bepaald wat de drijfveer betreft, het feit in aanmerking heeft genomen dat de beschuldigde “de moord op zijn dochter als mededader had gepleegd” om de schande voor de familie uit te wissen, veroorzaakt door haar ongehoorzaamheid.

Ofschoon is beslist dat de eiser zowel dader van als medeplichtig was aan de moord op zijn dochter, verduidelijkt de motivering die tot staving van die beslissing is aangevoerd niet wegens welke feiten zijn deelneming onder artikel 67 Strafwetboek valt en wegens welke onderscheiden feiten zij tevens onder artikel 66 valt.

Het Hof kan bijgevolg niet nagaan of beide in aanmerking genomen wijzen van deelneming op verschillende feiten of daden zijn gebaseerd en het kan evenmin uitsluiten dat de eiser als dader of mededader was aangemerkt op grond van feiten die alleen maar op medeplichtigheid wijzen.

Het middel is in zoverre gegrond.

De vernietiging van het arrest waarin de beslissing wordt gemotiveerd brengt de nietigverklaring mee van de eruit voortvloeiende arresten waarbij een strafrechtelijke en een burgerrechtelijke veroordeling worden uitgesproken waartegen de eiser op regelmatige wijze cassatieberoep heeft ingesteld.

B.
Cassatieberoep van S.S.T.M tegen de arresten met nrs. 71, 72 en 73 van het repertorium, gewezen op 9 en 12 december 2011.

De eiseres doet afstand van haar cassatieberoep.

C.
Cassatieberoepen van P.Z. tegen de arresten met nrs. 71 tot 74 van het repertorium, gewezen op 9 en 12 december 2011.

Tweede middel
Tweede onderdeel
Dezelfde feiten kunnen niet tegelijkertijd aangemerkt worden als hoofddeelneming en als bijkomstige deelneming aan het plegen van een misdrijf.

De eiseres werd medeplichtig verklaard aan de moord op haar dochter en tegelijkertijd daaraan schuldig bevonden als dader of mededader.

Om hun beslissing dienaangaande te motiveren baseren de gezworenen zich op het feit dat in allerijl een religieus huwelijk werd gesloten via Internet, op de chantage met zelfmoord, op de ontdekking van het feit dat er een niet-islamitische huwelijkskandidaat bestond met wie het slachtoffer huwelijksplannen had en op het overhaaste vertrek van de eiseres de dag van de feiten, net voor zij werden gepleegd.

Die overwegingen maken het niet mogelijk uit te maken voor welke handeling de eiseres schuldig werd bevonden aan moord, als dader of mededader, nadat zij schuldig was bevonden als medeplichtige.

In zoverre is het middel gegrond.

Er is geen grond om acht te slaan op het overige gedeelte van de memorie dat niet tot een ruimere cassatie of cassatie zonder verwijzing kan leiden.

De vernietiging van het arrest waarin de beslissing wordt gemotiveerd leidt tot nietigverklaring van het met toepassing van artikel 335 Wetboek van Strafvordering gewezen arrest alsook van de eruit voortvloeiende arresten waarbij een strafrechtelijke en een burgerrechtelijke veroordeling werden uitgesproken en waartegen de eiseres op regelmatige wijze cassatieberoep heeft ingesteld.

Dictum

Het Hof,

Verleent akte van de afstand van het cassatieberoep van S.S.T.M.

Vernietigt het debat en de verklaring van de jury over de zijn met nrs. 5 tot 8bis en 13 tot 15 gestelde vragen.

Vernietigt het arrest dat op 9 december 2011 met het nr. 71 van het repertorium is gewezen, in zoverre het de schuldigverklaringen van M.S.T. en P.Z. motiveert.

Vernietigt het arrest dat op 9 december 2011 met het nr. 72, en het arrest dat op 12 december 2011 met het nr. 73 is gewezen, in zoverre het uitspraak doet over de straffen die de twee voornoemde eisers zijn opgelegd.

Vernietigt het arrest dat op 12 december 2011 met het nr. 74 is gewezen, in zoverre het uitspraak doet over de burgerlijke rechtsvorderingen van de verweerders tegen M.S.T. en P.Z.

Beveelt dat melding van dit arrest zal worden overgeschreven in de registers van het hof van assisen van de provincie Henegouwen en dat melding van dit arrest zal worden gemaakt op de kant van de volledig of gedeeltelijk vernietigde beslissingen.

Veroordeelt de eiseres S.S.T.M. in de kosten van haar cassatieberoep en laat de kosten van beide andere eisers ten laste van de Staat.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van assisen van de provincie Namen.

 

Noot: 

Rechtspraak Antwerpen Brussel Gent [RABG] VANHEULE, Jan; Noot 'Kanttekeningen bij het gradueel onderscheid tussen daderschap en medeplichtigheid' 2013, nr. 14, p. 1039-1053.

Rechtsleer:

• J. Nypels, Législation criminelle de la Belgique ou commentaire et complément du Code pénal belge, I, Cinquième rapport correspondant au chapitre VII du projet: De la participation de plusieurs personnes au même crime ou délit et du recèlement, Brussel, Bruylant, 1867, nr. 312, 135.

• J.J. Haus, Principes généraux du droit pénal belge (2e édition, revue, corrigée et considérablement augmentée), I, Gent, Librairie de Ad. Hoste, 1874, nr. 465, 358.

• L. Dupont en R. Verstraeten, Handboek Belgisch Strafrecht, Leuven, Acco, 1990, nr. 589, 326.

• L. Dupont, Beginselen van strafrecht, I, (herziene uitgave), Leuven, Acco, 2004, nr. 449, 190;

• F. Verbruggen en R. Verstraeten, Strafrecht en strafprocesrecht voor bachelors, I, Antwerpen, Maklu, 2006, nr. 365, 97;

• F. Tulkens en M. van de Kerchove, Introduction au droit pénal. Aspects juridiques et criminologiques (6e édition mise à jour), Brussel, Editions Kluwer, 2003, 400

• P. Traest, “Ontwikkeling van nieuwe deelnemingsvormen”, NC 2007, nr. 20, 248.

• A. De Nauw, Inleiding tot het algemeen strafrecht, Brugge, die Keure, 2006, nr. 191, 106 en C. Van den Wyngaert, Strafrecht en strafprocesrecht in hoofdlijnen, Antwerpen, Maklu, 1998, 318.

• J. Vanheule, Strafbare deelneming, Antwerpen, Intersentia, 2010, nrs. 477, 606-617 en nrs. 527-534, 669-677.

• J. Nypels, Législation criminelle de la Belgique ou commentaire et complément du Code pénal belge, I, Cinquième rapport correspondant au chapitre VII du projet: De la participation de plusieurs personnes au même crime ou délit et du recèlement, Brussel, Bruylant, 1867, nr. 319, 137-138 en nr. 347, 147.

• P.E. Trousse, “La participation criminelle en droit pénal positif belge”, RIDP 1957, 166.

• P.-L. Bodson, Manuel de droit pénal. Principes généraux de la répression. Commentaire du livre I du Code pénal et des lois complémentaires, Luik, Faculté de droit, d'économie et de sciences sociales de Liège, 1986, 317, 319 en 320.

• H. Bekaert, Handboek voor studie en praktijk van Belgisch strafrecht, Antwerpen, Ontwikkeling, 1965, nr. 317, 185. 

• J. Rubbrecht, Inleiding tot het Belgisch strafrecht, Leuven, Wouters, 1958, 177-178.

• J. D'Haenens, Strafbare deelneming, in APR, Brussel, Larcier, 1959, nr. 184, 79;

• C.J. Vanhoudt en W. Calewaert, Belgisch Strafrecht, II, Gent, E.Story-Scientia, 1968, nr. 1254, 673;

• L. Dupont en R. Verstraeten, Handboek Belgisch Strafrecht, Leuven, Acco, 1990, nr. 598, 331

• F. Verbruggen, “Strafbare voorbereidingshandelingen in België: een autopsie zonder lijk” in F. Verbruggen, E. Prakken en D. Roef, Voorbereidingshandelingen in het strafrecht, Preadviezen voor de Nederlands-Vlaamse Vereniging voor Strafrecht 8 oktober 2004 te Tilburg, Nijmegen, Wolf Legal Publishers, 2004, 67

• P. Traest, “Ontwikkeling van nieuwe deelnemingsvormen”, NC 2007, nr. 19, 248.

• J. Rubbrecht, Inleiding tot het Belgisch strafrecht, Leuven, Wouters, 1958, 177-178

• J. D'Haenens, Strafbare deelneming, in APR, Brussel, Larcier, 1959, nr. 270, 99

• J. Vanhalewijn, “Bijdrage tot de studie van de strafbare deelneming in het Belgisch strafrecht”, RW 1961-62, 1535

Gerelateerd
Aangemaakt op: do, 06/07/2017 - 09:06
Laatst aangepast op: do, 06/07/2017 - 09:06

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.