-A +A

Maximum rechtsplegingsvergoeding

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Rechtbank van Koophandel
Plaats van uitspraak: Antwerpen
Datum van de uitspraak: 
din, 22/03/2016

Op verzoek van één van de partijen en op een met bijzondere redenen omklede beslissing, kan de rechter ofwel de rechtsplegingsvergoeding verminderen, ofwel die verhogen, zonder de door de Koning bepaalde maximum- en minimumbedragen te overschrijden. Bij zijn beoordeling houdt de rechter rekening met o.m. het kennelijk onredelijke karakter van de situatie.

Een verweerder kan veroordeeld tot een maximum rechtsplegingsvergoeding door tijdens de beslechting van het geschil zich onredelijk te gedragen, waardoor de zaak buitenproportioneel in omvang en onnodig ingewikkeld wordt.

Dit kan ondermeer blijken uit de onredelijkheid van het verweer en de al te lange conclusies, die dan door de eiser dienen beantwoord.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2016-2017
Pagina: 
1032
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

BVBA C.R. t/ N.V. D.B.R.

1. Procedurele antecedenten

Eiseres heeft als burgerlijke vennootschap van advocaten de belangen behartigd van diverse verzekerden van verweerster en bezorgde in het kader van de rechtsbijstandsverzekering van deze verzekerden verschillende staten van onkosten en erelonen aan verweerster.

Verweerster betwist in vijf dossiers de ereloonstaten van eiseres, verminderde deze ereloonstaten éénzijdig, zodat eiseres verweerster in gebreke stelde om het saldo ten bedrage van 4.608,60 euro te voldoen, namelijk

...

Het geschil over de eerste drie ereloonstaten werd aanvankelijk voor advies voorgelegd aan de gemengde Commissie Rechtsbijstand, maar aangezien vruchteloos werd gewacht op een advies, vroeg en kreeg eiseres toelating van de stafhouder van de Antwerpse balie om tot dagvaarding over te gaan.

Bij tussenvonnis van 21 december 2010 verzocht de rechtbank de Raad van de Orde van Advocaten te Antwerpen om zijn advies te verlenen over de hoegrootheid van de kosten- en ereloonstaten van eiseres: “(...) Het betreft een betwisting waarin de deskundigheid van de Raad van de Orde van Advocaten de rechtbank zeer behulpzaam kan zijn bij de beoordeling ervan, omdat deze Raad overeenkomstig art. 466 Ger.W. de bevoegdheid heeft om de billijke gematigdheid te beoordelen. Derhalve komt het de rechtbank passend en nuttig over alvorens recht te doen het advies van de Raad van de Orde van Advocaten te Antwerpen in te winnen als voorafgaande maatregel om de vordering van eisende partij te onderzoeken zoals overigens subsidiair gevorderd wordt door verwerende partij.”

Op 8 mei 2012 werd een taxatiecommissie samengesteld, wat heeft geleid tot een taxatieverslag dat werd goedgekeurd door de Raad van de Orde van Advocaten op 23 juni 2014 en waarin het volgende werd beslist: “De Raad beslist dat niet blijkt dat de door BVBA C.R. aangerekende onkosten in de hierbij gevoegde ereloonstaten in feite ook als ereloon dienen beschouwd te worden; beslist dat de door BVBA C.R. aangerekende erelonen in de hierbij gevoegde ereloonstaten beantwoorden aan de vereisten van billijke gematigdheid.”

Ook na ontvangst van het verslag kon geen minnelijke betaling verkregen worden en betwist verweerster de waarde van het verslag.

2. De vorderingen

Eiseres vordert verweerster te veroordelen tot het betalen van een bedrag van 4.608,60 euro, vermeerderd met de wettelijke moratoire interesten en de gerechtelijke interesten aan de interestvoet zoals bepaald in de wet van 2 augustus 2002 “betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand in handelstransacties” vanaf dertig dagen na de respectieve factuurdata tot aan de dag van de volledige betaling (...).

Verweerster verzoekt de rechtbank de vordering van eiseres ontvankelijk, maar ongegrond te verklaren (...) minstens de hoofdsom (...) aanzienlijk te herleiden.

3. Ten gronde

3.1. Verweerster betwist de waarde van het advies van de Raad van de Orde van Advocaten met als argument dat er sprake is van een schijn van partijdigheid. Voorts is zij van oordeel dat het advies niet gemotiveerd is en dat de Raad geen enkel argument van verweerster heeft onderzocht.

Verweerster is van oordeel dat er bij de Orde een schijn van partijdigheid zou zijn, omdat mr. X. als voormalig lid van de taxatiecommissie een ereloongeschil zou hebben gehad met verweerster.

De rechtbank merkt op dat het advies van de Orde niet berust op een advies dat werd verstrekt door mr. X. in 2011, daar de stafhouder op 5 juni 2012 liet weten dat de taxatieprocedure opnieuw diende gevoerd te worden ingevolge het nieuwe reglement dat dateerde van 5 maart 2012 en dat vanaf dan de taxatiecommissie uit drie leden zou bestaan.

Voorts dient te worden beklemtoond dat het advies van de Orde gesteund wordt door de voltallige Raad van de Orde van Advocaten.

Er is m.a.w. geen enkele indicatie of bewijs dat de leden van de taxatiecommissie en/of van de Raad zich schuldig zouden hebben gemaakt aan een gebrek aan onpartijdigheid.

Voorts is het advies naar behoren gemotiveerd.

In de eerste plaats werd er een advies verleend over de kosten. De raad was van oordeel dat er geen reden is om aan te nemen dat de aangerekende kosten in feite ook als ereloon dienen beschouwd te worden. Zij heeft dit advies gegeven nadat zij een grondige studie heeft gemaakt van de dossiers, die telkens door eiseres werden meegedeeld. Terwijl verweerster liet weten dat zij telkens minder getypte bladzijden aantrof in de diverse dossiers dan dat er aangerekend werd, diende de raad vast te stellen dat er in de diverse dossiers evenwel, telkens genummerd, evenveel of meer stukken aanwezig waren. Verder was de Raad van oordeel dat een aangerekend forfait van 10 euro per bladzijde eveneens correct is, omdat andere kantoorkosten niet afzonderlijk aangerekend werden en dat de aangerekende kosten niet als ereloon kunnen worden beschouwd.

De Raad is in de tweede plaats tot de bevinding gekomen dat het ereloon werd begroot op timesheets die nauwgezet werden bijgehouden, zodat de Raad na nazicht hierover schrijft: “Bij nazicht van deze timesheets en de diverse ereloonstaten kan worden vastgesteld dat door BVBA C.R. niet op kennelijke onredelijke wijze tot begroting van het ereloon werd overgegaan.”

De Raad kwam met andere woorden tot de bevinding dat het ereloon met een billijke gematigdheid werd vastgesteld en dat de gevraagde erelonen conform art. 466ter Ger.W. werden opgesteld. Verweerster slaagt er niet in afdoende redenen aan te voeren om te twijfelen aan de juistheid van de beslissing van de Raad.

Daarnaast betoogt eiseres terecht dat het ereloon van de advocaat door de advocaat zelf wordt bepaald, wat een bij wet ingestelde vorm van partijbeslissing is (art. 466ter Ger.W.). De toetsing door de rechter is bijgevolg een marginale toetsing, wat impliceert dat de rechter enkel kan optreden en overgaan tot vermindering wanneer het aangerekend honorarium “kennelijk” overdreven is.

In casu werd het ereloon berekend op basis van een uurtarief van 100 euro, waarbij telkens een gedetailleerde staat van prestaties werd bijgehouden. De begroting van het ereloon op basis van de gepresteerde uren is een gebruikelijke wijze van begroting. Een uurtarief van 100 euro is geenszins overdreven hoog. Dit betekent dat de kwestieuze ereloonstaten voldoen aan de vereisten van billijke gematigdheid.

Voorts is er ook geen reden om aan te nemen dat het ereloon te hoog zou zijn in verhouding tot de inzet of het belang van de zaak en de tijd die werd gespendeerd aan de geleverde prestaties. Eiseres voert terecht aan dat aan haar geen enkele beperking van haar opdracht werd gegeven, noch heeft zij enige opmerking gekregen over haar manier van werken. Ook het argument dat het tarief dient gereduceerd te worden voor wachttijd of niet-juridische tijd houdt geen steek. Er dient geen onderscheid tussen verschillende uren te worden gemaakt. Wanneer men prestaties levert in het ene dossier, kan men geen prestaties leveren in een ander dossier.

...

3.3. De rechtbank kent verwijlintresten toe aan de interestvoet zoals bepaald in de wet van 2 augustus 2002 “betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand in handelstransacties”, aangezien het een schuld betreft in het professioneel en handelsverkeer.

Overeenkomstig art. 4 van voormelde wet bestaat er betalingsachterstand, voor zover de schuld niet voldaan is binnen dertig dagen te rekenen vanaf de dag volgend op de ontvangst door de schuldenaar van de factuur of een gelijkwaardig verzoek tot betaling. Dat er in casu betalingsachterstand is, hoeft geen verder betoog.

Voorts sluit de wet van 2 augustus 2002 de wettelijke toepassing van de rechtsplegingsvergoeding niet uit. Op verzoek van één van de partijen en op een met bijzondere redenen omklede beslissing, kan de rechter ofwel de vergoeding verminderen, ofwel die verhogen, zonder de door de Koning bepaalde maximum- en minimumbedragen te overschrijden. Bij zijn beoordeling houdt de rechter rekening met o.m. het kennelijk onredelijke karakter van de situatie.

De rechtbank is in casu van oordeel dat verweerster zich in de loop van het geschil onredelijk heeft gedragen, waardoor de zaak buitenproportioneel in omvang en onnodig ingewikkeld is geworden. Verweerster vroeg de verzending van de zaak naar de Raad van de Orde van Advocaten met verzoek om een advies op te stellen aangaande de hoegrootheid van kosten en erelonen. Nadat de raad zijn advies had meegedeeld, bleef verweerster halsstarrig op haar standpunt staan en legde zij syntheseconclusies na taxatieadvies neer van 49 bladzijden.

Door de houding van verweerster zag de raadsman van eiseres zich genoodzaakt om diverse conclusies en aanvullende stukken neer te leggen.

Een verhoging van de rechtsplegingsvergoeding tot het maximumbedrag van 2.200 euro is verantwoord wegens het kennelijk onredelijke karakter van de situatie.

Gerelateerd
Aangemaakt op: wo, 22/03/2017 - 15:37
Laatst aangepast op: wo, 22/03/2017 - 15:37

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.