-A +A

Mandaat van advocaat wordt verondersteld

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Gent
Datum van de uitspraak: 
don, 03/03/2016
A.R.: 
2015/AR/3369

Louter beweren dat een advocaat buiten zijn mandaat handelde is gratuit en wordt niet door de rechtbank aangenomen, behoudens in de procedure ontkentenis proceshandeling.

Het vermoeden dat de advocaat binnen zijn mandaat handelde (art. 440, tweede lid Ger.W.), geldt tot het bewijs van tegendeel.(J. Laenens et al., Handboek gerechtelijk recht, Antwerpen, Intersentia, 2012, 514, nrs. 1248-1249).

 

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2016/15
Pagina: 
1125
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

1. Bij vonnis van 15 oktober 2015 spreekt de 18de familiekamer van de rechtbank van eerste aanleg te Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, (…) (mede met toepassing van art. 1255, § 2 Ger.W.) de echtscheiding tussen de partijen uit gelet op de onherstelbare ontwrichting van het op 1 maart 1986 in Somalië te Mogadishu gesloten huwelijk (art. 229, § 3 BW). De daartoe bij dagvaarding van 27 augustus 2014 geïnitieerde procedure ging uit van M.S.G., die tegelijk voor de kortgedingrechter voorlopige maatregelen in de zin van (het oude) artikel 1280 Ger.W. nastreefde.

De familierechter veroordeelt beide (ex-)echtgenoten elk tot de helft van de nader begrote gedingkosten.

Het echtscheidingsvonnis komt tussen bij verstek van R.A.G.

2. Bij verzoekschrift van 14 december 2015 stelt M.S.G. (tijdig, regelmatig en derhalve op ontvankelijke wijze) hoger beroep in, beweerdelijk omdat hij niet wilde scheiden en hij verkeerdelijk met vertegenwoordiging door zijn toenmalige advocaat uit de echt is gescheiden.

3. Het hof heeft M.S.G. (in persoon, bijgestaan door zijn actuele advocaat) en R.A.G. (in persoon) gehoord op de openbare terechtzitting van 25 februari 2016, waarna het hof het debat heeft gesloten en de zaak in beraad heeft genomen.

Het hof heeft het dossier van de rechtspleging en de overgelegde stukken ingezien.

4. M.S.G., die voor de eerste rechter niet in persoon aanwezig was en met vertegenwoordiging door zijn toenmalige advocaat uit de echt is gescheiden, stelt a posteriori vergeefs dat hij niet wilde scheiden.

5. De persoonlijke verschijning van de echtgenoten, zoals ingevoerd door de wet van 27 april 2007 “betreffende de hervorming van de echtscheiding”, die op 1 september 2007 in werking is getreden, heeft voor heel wat discussie gezorgd, zowel tijdens de parlementaire voorbereiding als na de inwerkingtreding van de wet (F. Aps, “De echtscheiding” in Handboek familierecht voor de advocaat-stagiair 2014-2015, Mechelen, Kluwer, 2014, 145, nr. 280). De uiteindelijke tekst van het oude artikel 1255, § 6 Ger.W. bepaalde dat, behoudens uitzonderlijke omstandigheden, de persoonlijke verschijning van beide echtgenoten was vereist in geval van een gezamenlijke vordering op basis van artikel 229, § 2 BW. In de andere gevallen (art. 229, § 1 en § 3 BW) diende (enkel) de initiatiefnemer persoonlijk te verschijnen en meer precies de echtgenoot-eiser hetzij op hoofdvordering hetzij op tussenvordering. Voor de beoordeling van de bedoelde uitzonderlijke omstandigheden werd aangenomen dat kon worden teruggegrepen naar de eerdere rechtspraak aangaande vrijstelling van persoonlijke verschijning bij echtscheiding door onderlinge toestemming in de zin van het oude artikel 1289bis Ger.W.

De vraag rees of uit de ratio legis van de wet kon worden afgeleid dat de persoonlijke verschijning in geval van een gezamenlijke vordering tot de eerste verschijning was beperkt, dan wel of ze ook verplicht was bij de tweede verschijning. Het vereiste van persoonlijke verschijning gold hoe dan ook niet voor de nevenvorderingen, inzonderheid de vordering tot het verkrijgen van een persoonlijke onderhoudsuitkering na echtscheiding (art. 301 BW).

Een en ander gold evengoed in hoger beroep.

6. Discussie bleef bestaan (F. Aps, “De echtscheiding” in Handboek familierecht voor de advocaat-stagiair 2014-2015, Mechelen, Kluwer, 2014, 145-146, nr. 281).

Het nut van de persoonlijke verschijning en daarmee ook de verplichte poging tot verzoening werden alsmaar opnieuw in vraag gesteld.

Bij wet van 5 april 2011 “tot wijzing van het Gerechtelijk Wetboek wat de persoonlijke verschijning en de poging tot verzoening bij echtscheiding betreft en tot invoering van een kennisgeving over het bestaan en het nut van bemiddeling in echtscheidingszaken” heeft de wetgever uiteindelijk gekozen voor de afschaffing van de verplichte persoonlijke verschijning van de echtgenoten. Voortaan dienen de echtgenoten enkel nog te verschijnen wanneer de rechter hen hiertoe verplicht, en dit op initiatief van (een van) de echtgenoten zelf, het Openbaar Ministerie of ambtshalve (art. 1255, § 6, eerste lid Ger.W.). De wetgever stelt het nut van de persoonlijke verschijning voorop ingeval verzoening mogelijk lijkt of om de relevantie na te gaan van een akkoord over de persoon en/of de goederen van de kinderen en/of de onderhoudsverplichting ten aanzien van de kinderen. Eens te meer geldt een informatieverplichting omtrent de mogelijkheid om het geschil te beslechten via verzoening, bemiddeling of elke andere vorm van minnelijke oplossing van conflicten (art. 1255, § 6, tweede lid Ger.W.). In voorkomend geval wijst de rechter door naar de kamer voor minnelijke schikking (art. 1255, § 6, derde lid Ger.W.).

De afschaffing van de verplichte persoonlijke verschijning in echtscheidingszaken door de wet van 5 april 2011 brengt mee dat, overeenkomstig artikel 757, § 2, eerste lid, 11° Ger.W., de verslagen en pleidooien inzake echtscheiding ten gronde voortaan opnieuw in openbare terechtzitting verlopen, tenzij de echtgenoten toch in persoon zouden verschijnen, hetzij spontaan hetzij na bevel van de rechter, in welk geval de behandeling in raadkamer dient te gebeuren (P. Senaeve, “Afschaffing van de verplichte persoonlijke verschijning in de echtscheidingsprocedure”, T.Fam. 2011, 210, nr. 9).

7. M.S.G. kon derhalve met vertegenwoordiging door zijn toenmalige advocaat uit de echt scheiden, terwijl niets erop wijst dat de advocaat van M.S.G. zijn wil om te scheiden niet correct heeft te kennen gegeven. De wil van M.S.G. blijkt een volwaardige wil, vrij van gebreken. Hij was/is handelingsbekwaam en wilsgeschikt.

Een loutere verklaring dat de toenmalige advocaat van M.S.G. buiten zijn mandaat handelde, gaat niet op. Een ontkentenis van proceshandeling in de zin van de artikelen 848-850 Ger.W. is niet aan de orde.

Het vermoeden dat de toenmalige advocaat van M.S.G. binnen zijn mandaat handelde (art. 440, tweede lid Ger.W.), blijkt niet weerlegd (J. Laenens et al., Handboek gerechtelijk recht, Antwerpen, Intersentia, 2012, 514, nrs. 1248-1249).

8. De ter terechtzitting van 25 februari 2016 vagelijk beweerde en hoe dan ook onbewezen verzoening verhelpt niet (vgl. inzake EOT: art. 1299 Ger.W., zoals gewijzigd bij wet van 17 juli 2015 “tot wijziging van art. 1299 Ger.W. in verband met het aantekenen van hoger beroep tegen een vonnis dat de echtscheiding op grond onderlinge toestemming uitspreekt, in geval van verzoening”; vgl. ook inzake EOO o.b.v. art. 229, § 3 BW en meer precies de subgrond van de dubbele verschijning met een reflectieperiode: P. Senaeve, “De echtscheiding op grond van onherstelbare ontwrichting: vereisten, bewijsrecht en rechtspleging” in P. Senaeve, F. Swennen en G. Verschelden (eds.), De beëindiging van de tweerelatie, Antwerpen, Intersentia, 2012, 59-60, nr. 73 en 64-65, nr. 84).

9. Het hoger beroep van M.S.G. is derhalve manifest ongegrond.

Het hof laat de regelmatig tussengekomen echtscheidingsuitspraak onverkort.

[…]

 

Noot: 

Steven Brouwers, De verschillende gezichten van de verzoening tijdens een echtscheidingprocedure, R.A.B.G., 2016/15, p. 1126-1135

Gerelateerd
Aangemaakt op: vr, 25/11/2016 - 17:42
Laatst aangepast op: vr, 25/11/2016 - 17:42

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.