-A +A

Mandaat ad litem geldt zolang ontkentenis van proceshandeling niet is bewezen

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
don, 30/04/2015
A.R.: 
C.13.0094.F

De lastgeving om in rechte op te treden, die de bevoegdheid inhoudt om de opeenvolgende proceshandelingen te verrichten die nodig zijn voor de uitvoering ervan, blijft t.a.v. de lastgever en de procespartijen gelden zolang de ontkentenis niet is aangetoond.

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. C.13.0094.F
1. G. R.,
2. F. G.,
tegen
1. V. D., advocaat bij de balie te Brussel,
2. M D.,
3. N. L.,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 12 juli 2012.

II. CASSATIEMIDDELEN
De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
Eerste middel
(...)
Tweede onderdeel

Luidens artikel 440, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek verschijnt de advocaat als gevolmachtigde van de partij zonder dat hij van enige volmacht moet doen blij-ken, behalve indien de wet een bijzondere lastgeving eist.

Artikel 848, eerste lid, van dat wetboek bepaalt dat, ingeval een proceshandeling wordt verricht namens een persoon, buiten iedere wettelijke vertegenwoordiging, zonder dat deze die handeling, zelfs stilzwijgend, heeft gelast, toegelaten of be-krachtigd, hij de rechter kan verzoeken die handeling van onwaarde te verklaren.

Artikel 848, derde lid, van dat wetboek bepaalt dat de andere partijen in het ge-ding dezelfde vordering kunnen indienen, tenzij de persoon namens wie de hande-ling is verricht, deze bekrachtigt of te bekwamer tijd bevestigt.

Uit die bepalingen volgt dat de lastgeving om in rechte op te treden, die de be-voegdheid inhoudt om de opeenvolgende proceshandelingen te verrichten die no-dig zijn voor de uitvoering ervan, ten aanzien van de lastgever en de procespartijen blijft gelden zolang de ontkentenis niet is aangetoond.

Om de redenen die in antwoord op het eerste onderdeel zijn weergegeven, beslist het arrest dat de eisers niet aantoonden dat de tweede en derde verweerders de rechtsvordering hadden ingesteld buiten iedere wettelijke vertegenwoordiging omdat zij niet, zelfs niet stilzwijgend, werd gelast, toegelaten of bekrachtigd door C. R.

Aangezien het onderdeel niet aanvoert dat de conclusies die de voormelde ver-weerders later hebben neergelegd, de grenzen van de hun toevertrouwde lastge-ving te buiten gingen, verantwoordt het arrest aldus naar recht zijn beslissing om de vordering tot ontkentenis ongegrond te verklaren voor het geheel van de pro-ceshandelingen waarop zij betrekking had.
Het onderdeel kan niet worden aangenomen.
(...)

Dictum
Het Hof,
Verwerpt het cassatieberoep.
Veroordeelt de eisers tot de kosten.
Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, in openbare terechtzitting van 30 april 2015
 

Noot: 

NOOT onder dit arrest in het RW – Bart Van den bergh, Bezint eer ge begint? Over de professionele aansprakelijkheid van een advocaat wegens een gestrande actio mandati

Gerelateerd
Aangemaakt op: do, 11/05/2017 - 11:50
Laatst aangepast op: do, 11/05/2017 - 11:50

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.