-A +A

Loutere vermelding van een naam op een werk verschaft op zich geen auteursrecht

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Rechtbank van Eerste Aanleg
Plaats van uitspraak: Antwerpen
Datum van de uitspraak: 
don, 30/06/2011

Door loutere vermelding van een naam in of op een auteursrechtelijk beschermd werk bekomt men geen auteursrecht, zelfs niet wanneer de persoon wiens naam vermeld werd grammaticale of redactionele aanpassingen heeft aangebracht.

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2011-2012
Pagina: 
1287
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

(W./NV UITGEVERIJ L.)
[…]

2. De vordering

2.1.In de syntheseconclusie neergelegd ter griffie op 30 november 2010, vordert eisende partij in hoofdzaak:

te horen zeggen voor recht dat verwerende partij gehouden is 25% van de verkoopprijs exclusief BTW van de totale oplage van het boek “Basic BBQ” (ISBN 9789020982923) te betalen uit hoofde van materiële en morele schadevergoeding wegens de schending van haar auteursrechten, en,

dienvolgens verwerende partij te veroordelen in betaling van de som van 19.000 EUR, meer de vergoedende en gerechtelijke interesten, en,

ondergeschikt:

minstens te zeggen voor recht dat eisende partij medeauteur is van het voornoemde boek “Basic BBQ”, en dat verwerende partij gehouden is 16% van de verkoopprijs exclusief BTW van de totale oplage ervan te betalen aan eisende partij uit hoofde van materiële en morele schadevergoeding wegens de schending van haar auteursrechten, en,

de veroordeling van verwerende partij om, uiterlijk binnen de acht dagen van het tussen te komen vonnis, alle stukken die betrekking hebben op de uitgave van voornoemd boek, en in het bijzonder het aantal verkochte exemplaren en de totale gedrukte oplage, inbegrepen de mogelijke vertalingen en adaptaties van het boek, ter beschikking te stellen van eisende partij, onder verbeurte van een dwangsom van 500 EUR per dag, en,

te horen zeggen voor recht dat verwerende partij tevens gehouden is tot vergoeding van 25% (of in voorkomend geval en in ondergeschikte orde 16%) van de totale verkoopprijs exclusief BTW van de totale oplage, van alle in de toekomst te produceren kopijen van het boek “Basis BBQ” na het tussen te komen vonnis, en,

de veroordeling van verwerende partij, onder verbeurte van een dwangsom van 500 EUR per dag, om na het tussen te komen eindvonnis, jaarlijks en uiterlijk op elke verjaardag van het tussen te komen vonnis, eisende partij schriftelijk op de hoogte te houden van de geproduceerde boeken waarop de vordering naar aanleiding van deze procedure niet werd en kon worden berekend per analogiam aan artikel 28 AW en zulks tot het einde van de exploitatie van het litigieus boek,

dit alles bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad. 2.2.
In haar syntheseconclusie neergelegd ter griffie op 31 december 2010, besluit verwerende partij tot de ongegrondheid van de vordering.
3. De feiten

De feiten die ten grondslag liggen aan de gestelde vordering kunnen, op basis van de uiteenzettingen van partijen en de overgelegde stukken, worden samengevat als volgt.

3.1. Verwerende partij, verder genoemd L., is uitgever van boeken over verschillende onderwerpen, ook van kookboeken.

In april 2009 heeft L. het boek uitgegeven “Basic BBQ” met als ondertitel “Alles wat je moet weten voor een geslaagde barbecue” door P.D.C.

3.2.Eisende partij, verder genoemd mevrouw W., is culinaire journaliste.

3.3.Partijen hadden reeds in 2006 samengewerkt bij de uitgave van kookboeken.
Mevrouw W. werkte mee aan een aantal uitgaven als auteur, coauteur of als eindredacteur.

3.4. Op 24 oktober 2008 nam L. contact op met mevrouw W. met de vraag of zij was geïnteresseerd “om een bbq-boek te maken met P.D.C.”.

Het doel van de samenwerking was dat mevrouw W. zou instaan voor het grammaticaal en taalkundig op punt zetten van de recepten die P.D.C. zou overmaken en dat zij tevens de tips en bijkomende informatie over barbecues in een aantrekkelijk en taalkundig correct kleedje zou stoppen (mail van L. aan mevrouw W. d.d. 24 oktober 2008).
Mevrouw W., die antwoordde hierin zeer geïnteresseerd te zijn, informeerde bij L. naar de hoeveelheid werk en de vergoeding.

L. liet op 28 oktober 2008 aan mevrouw W. weten dat werd gestreefd naar 45 à 50 recepten, tips en bijkomende info om op punt te stellen, met voorwoord en dankwoord, waarvoor een budget werd voorzien van 2.000 EUR.

Hierop antwoordde mevrouw W. dat het budget haar billijk leek, eraan toevoegend dat, indien zij te veel eigen tekst zou moeten inbrengen, zij daarvoor een bijkomende vergoeding zou moeten voor aanrekenen, doch dat hierover tussen hen voorheen nog nooit een probleem was geweest (mails d.d. 28 oktober 2008).

3.5. De samenwerking tussen L. en mevrouw W. en tussen deze laatste en P.D.C. is, volgens de voorliggende stukken, gewisselde mails, zeer vlot verlopen.

Op 27 januari 2009 informeert mevrouw W. wat zij mag factureren voor het boek (basis 2.000 EUR plus de extra teksten)?

Op 29 januari 2009 antwoordt L. dat een budget van 2.250 EUR ter beschikking is, en dat in het voorstel de bijkomende teksten al begrepen waren in het budget, want dat de recepten zelf in ruwe versie werden aangeleverd door P.D.C. en deze in hoofdzaak op taalkundig vlak dienden nagekeken.

Mevrouw W. maakt zonder verdere opmerkingen haar facturatiegegevens over evenals haar rekeningnummer.

Op 8 februari 2009 wordt de factuur voor deze prestaties van mevrouw W. uitgeschreven door P. BVBA voor de som van 2.250 EUR, meer 21% BTW, met vermelding “redactie Basic BBQ”.

In de maand maart 2009 volgt nog een vlotte samenwerking tussen L. en mevrouw W. in verband met de eindafwerking van de redactie van voornoemd boek.

De factuur wordt betaald door L.

3.6. Een jaar later, op 22 maart 2010 richt de raadsman van mevrouw W. een ingebrekestelling aan L. waarin de auteursrechtelijke bescherming wordt ingeroepen voor de door mevrouw W. destijds in verband met het voornoemde boek geleverde prestaties.
Aangemaand wordt om de gegevens van de oplage van het boek te bezorgen om een begroting van de schade te kunnen opmaken.

L. antwoordt op 30 maart 2010 dat de met mevrouw W. overeengekomen opdracht er een was van eindredactie en niet als auteur en dat de auteur P.D.C. is. Mevrouw W. en haar raadsman worden uitgenodigd voor een gesprek.

In de brief d.d. 1 april 2010 bevestigt de raadsman van mevrouw W. de auteursrechtelijke aanspraken van deze laatste.

In haar antwoordschrijven d.d. 15 april 2010 meldt L. deze aanspraken volkomen te betwisten.

Dagvaarding volgt op 10 mei 2010.

4. Beoordeling 4.1. Artikel 6 AW

Artikel 6, 2de lid AW bepaalt dat, tenzij het tegendeel is bewezen, een ieder als auteur wordt aangemerkt wiens naam of letterwoord waarmee hij te identificeren is als dusdanig op het werk wordt vermeld.

Beide partijen beroepen zich op dit vermoeden. 4.1.1.
Vastgesteld wordt dat op de frontzijde van het omslagkaft van het boek boven de hoofdtitel “Basic BBQ” (in grote letters) de naam is vermeld “P.D.C.” (in kleinere letters).

Op de binnenflap van het omslagkaft worden enkele biografische gegevens vermeld van P.D.C., samen met twee foto’s en met een verwijzing naar het boek “Just Grilling” waarbij vermeld “van dezelfde auteur”.

Op de rug van het boek is naast de titel de naam van P.D.C. vermeld. 4.1.2.

Mevrouw W. laat gelden dat zij de auteur is van de teksten van het boek en verwijst daarvoor naar de vermelding die voorkomt op de laatste bladzijde van het boek, waar ongeveer in het midden, tussen andere vermeldingen en gegevens, is vermeld:
“Recepten: P.D.C.”
“Teksten: W.”
“Fotografie: L.D.”
“Vormgeving: Beeld.inzicht”

Deze enkele vermelding van mevrouw W. volledig achteraan in het boek samen met andere medewerkers aan het boek, tussen andere mededelingen, is niet een vermelding zoals is bedoeld in artikel 6, 2de lid AW, dat van aard is om het vermoeden van auteurschap van toepassing te maken.

4.1.3.In acht genomen de vermeldingen op het boek (zie sub 4.1.1.), geldt het vermoeden dat P.D.C. de auteur is.

Dit vermoeden kan worden weerlegd door diegene die beweert zelf de auteur of co-auteur te zijn van het werk.

4.2. Auteursrechtelijke bescherming
Mevrouw W. voert aan dat haar vermelding op de laatste bladzijde van het boek bij “Teksten” het bewijs levert dat zij de auteur is en de maker van de teksten.

Dit kan niet worden afgeleid uit deze vermelding, terwijl het vermoeden van artikel 6, 2de lid AW hierop niet van toepassing is.

4.2.1. Vooreerst blijkt uit de tussen partijen gewisselde mails (24 en 28 oktober 2008) in verband met de opdracht van mevrouw W. dat deze laatste werd aangezocht om de door P.D.C. aangeleverde recepten, omvattende de ingrediënten en tekst over de bereidingswijze, evenals nuttige tips, grammaticaal en taalkundig op punt te zetten.
Mevrouw W. bewijst niet dat zij meer dan deze taalkundige aanpassingen heeft gedaan.
Ook uit de e-mail van P.D.C. aan mevrouw W. d.d. 12 november 2008 blijkt dat de recepten werden aangeleverd door P.D.C., die tevens een voorstel maakte van onderverdeling van deze recepten en ook kenbaar maakte dat hij een losse ludieke stijl voorstaat.

4.2.2 Bij vergelijking van enerzijds de door P.D.C. aangeleverde recepten en anderzijds de recepten zoals deze voorkomen in het boek, wordt vastgesteld dat:
–— ten aanzien van de ingrediënten: mevrouw W. deze taalkundig heeft aangepast, door bijvoorbeeld sommige termen aan elkaar te schrijven in plaats van in twee of meerdere woorden.
Aldus is bijvoorbeeld in het aangeleverde recept vermeld “mosterd poeder” en in het boek “mosterdpoeder”.
Evenzo is bijvoorbeeld in het recept vermeld “4 laurierblaadjes gebroken (vers)” en wordt dit in het boek “4 verse gebroken laurierblaadjes”.
–— ten aanzien van de teksten waarin de bereiding van het recept wordt beschreven, louter zeer beperkte taalkundige wijzigingen werden aangebracht.
Bij wijze van voorbeeld: de bereiding van tarallini’s met komijnzaad: * het aangeleverde recept is als volgt:

“Maak een deeg met de bloem, olijfolie, witte wijn, snuifje zout en komijnzaad. Uerdeel in 2S balletjes en rol tussen je handen een rolletje en maak een lusje. Leg ze mooi naast elkaar op een pizza steen of gietijzeren plaat met bloem bestrooit. Bak 30 min in een bbq van 17S°.”

de tekst in het boek is als volgt:

“Maak een deeg met de bloem, de olijfolie, de witte wijn, het zout en het komijnzaad.
Uerdeel in 2S balletjes. Maak van elk balletje een rolletje door het tussen je handen te rollen. Draai de rolletjes in een lusje. Leg ze naast elkaar op een pizzasteen of op een met bloem bestrooide gietijzeren plaat. Bak gedurende 30 minuten op een barbecue van 17S°.”

Met betrekking tot de teksten van de “tips”, toont mevrouw W. niet aan dat deze van haar afkomstig zijn of dat zij hierbij een originele inbreng heeft gehad.

De auteur van de teksten van de recepten en de tips is duidelijk P.D.C.

De minimale grammaticale en redactionele aanpassingen die door mevrouw W. werden doorgevoerd maken haar niet tot auteur of coauteur van het boek.

De beperkte inbreng van mevrouw W. voldoet niet aan de vereiste van originaliteit.

4.2.3.Behoudens de recepten in het boek (van p. 10 t.e.m. 137), bevat het boek ook nog enkele teksten, waarvan mevrouw W. het auteursrecht opeist.

Dit betreft:
–— de inleidende pagina’s 6, 7 en 8 en de tekst op de achterflap:
Hiervoor heeft mevrouw W. teksten voorgesteld na een eerste interview met P.D.C.
Deze voorgestelde teksten werden evenwel nog herwerkt na een bijkomende bespreking met P.D.C., en na een revisie bij de eindredactie van het boek, zoals blijkt uit de vergelijking van de voorgestelde tekst met de gepubliceerde tekst.
–— de biografie op de binnenflap van de omslagkaft:
Het is niet ter discussie dat deze werd opgesteld door mevrouw W. op basis van gesprekken met P.D.C.

Deze zeer beperkte tekst (13 lijnen), gezien in het geheel van het boek, maakt mevrouw W. niet tot coauteur. Overeenkomstig de afspraak tussen partijen, viel deze zeer beperkte tekst binnen de gehele opdracht van redactie.

4.2.4. Mevrouw W. bewijst niet auteur of coauteur te zijn van voormeld boek. Haar vordering is bijgevolg ongegrond.

OM DEZE REDENEN
DE RECHTBANK
Rechtdoend op tegenspraak;
Gelet op de wet van 15 juni 1935;
Verklaart de vordering ontvankelijk doch ongegrond.
Veroordeelt eisende partij tot de kosten van het geding, aan de zijde van verwerende partij vereffend op 1.320 EUR rechtsplegingsvergoeding.
(...)
Waar aanwezig was: N. Six, ondervoorzitter. (Dit vonnis heeft kracht van gewijsde).
 

Noot: 

Cedric Van Leenhove, Naamsvermelding leidt niet automatisch tot vermoeden van auteurschap, RABG, 2011/18, 1295

Eigen noot:

1.   

Artikel 6, 2de lid AW stelt dat als auteur wordt aangemerkt hij wiens naam of letterwoord waarmee hij te identificeren is als dusdanig op het werk, op een reproductie van het werk, of bij een mededeling aan het publiek ervan wordt vermeld.

Maar niet elke naamsvermelding resulteert in de toepassing van het wettelijk vermoeden van vaderschap.

De rechtbank kan met dit vermoeden slechts rekening houden wanneer de naam verschijnt op de plaats waar men de naam van de auteur zou verwachten. Dit geldt des te meer wanneer een naam op het werk staat met een aanduiding die onderscheiden is van de omschrijving “auteur”, maar gespecificeerd als bv redactioneel “samenwerker”.

Een redacteur is iemand die verantwoordelijk is voor de bewerking (redactie) van de inhoud van een publicatie.

Een redacteur helpt mee aan opstelling, doet aan nalezing, indeling en foutcorrectie. Met ander woorden een redacteur staat in of helpt bij de redactie van het intellectueel werk, de intellectuele creatie van de auteur, zonder zichzelf auteur te kunnen noemen. Het werk van een redacteur is waardevol, is redactioneel, maar maakt van een redacteur of een redactionele medewerker geen auteur.

Een auteur is de oorspronkelijke geestelijke eigenaar van een creatief werk. Meestal wordt er in het dagelijks spraakgebruik de schepper van een boek, bundel of artikel op het gebied van letterkunde, kunst, wetenschap of andere non-fictie mee bedoeld.

Waar voorheen de onregematige toeëigening van een auteursschap meestal eendaads was, is sinds het ontstaan van het internet elke onregelmatigheid die via het internet gebeurt mbt het auteursrecht meerdaads geworden.

Een artikel kan verspreid worden door een gedrukt medium, op papier en inkt, en via digitale media.

Die zorgen ervoor dat het artikel zich beweegt in een digitale ruimte, via technische procedés, en daar kan worden aangetroffen, gereproduceerd, vermenigvuldigd en verder doorgestuurd door eender welke gebruiker op eender welk moment. Op zijn beurt kan die gebruiker bijdragen tot de reproductie en de verspreiding van artikels door bv. een link te leggen naar de weblog en/of de artikels zelf door te sturen.

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 17/12/2011 - 13:38
Laatst aangepast op: do, 28/08/2014 - 19:10

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.