-A +A

Loutere vaststelling herhaling in beroep is geen strafverzwaring en vereist geen eenparigheid

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
din, 15/12/2015

Eenstemmigheid in hoger beroep enkel is enkel vereist wanneer de rechter in hoger beroep een veroordeling uitspreekt nadat de eerste rechter de beklaagde had vrijgesproken of wanneer hij een zwaardere straf uitspreekt.

Wanneer de appelrechter voor het eerst de staat van wettelijke herhaling vaststelt en dezelfde straf uitspreekt als die welke is uitgesproken door de eerste rechter, dan spreekt hij geen zwaardere straf uit. Het feit dat de staat van wettelijke herhaling tot gevolg heeft dat de veroordeelde overeenkomstig art. 25, § 2, b) Wet Strafuitvoering later in aanmerking komt voor een voorwaardelijke invrijheidsstelling, betreft enkel de uitvoering van de veroordeling, maar heeft niet tot gevolg dat daardoor een zwaardere straf wordt uitgesproken.

Klik hier voor update hoger beroep strafzaken Potpourri II

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2016-2017
Pagina: 
950
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

AR nr. P.15.1225.N

F.B. t/ R.D. en BVBA R.S.

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 12 augustus 2015.

II. Beslissing van het Hof

Beoordeling

Tweede middel

7. Het middel voert schending aan van art. 211bis Sv.: het arrest oordeelt dat het bewezen verklaarde strafbare feit gepleegd werd in staat van wettelijke herhaling en bevestigt de door de eerste rechter uitgesproken straf; hierdoor kan de eiser slechts voorwaardelijk in vrijheid worden gesteld na twee derden van zijn straf te hebben ondergaan; aldus verzwaren de appelrechters eisers straf, zonder evenwel uitspraak te hebben gedaan met eenparigheid.

8. Overeenkomstig art. 211bis Sv. kan het gerecht in hoger beroep, wanneer er een vrijsprekend vonnis is, geen veroordeling uitspreken dan met eenparige stemmen van zijn leden. Dezelfde eenstemmigheid is vereist voor het gerecht in hoger beroep om de tegen de beklaagde uitgesproken straffen te kunnen verzwaren.

9. Uit deze bepaling, die van strikte uitlegging is, volgt dat eenstemmigheid enkel vereist is wanneer de rechter in hoger beroep een veroordeling uitspreekt nadat de eerste rechter de beklaagde had vrijgesproken of wanneer hij een zwaardere straf uitspreekt.

Wanneer de appelrechter voor het eerst de staat van wettelijke herhaling vaststelt en dezelfde straf uitspreekt als die welke is uitgesproken door de eerste rechter, dan spreekt hij geen zwaardere straf uit. Het feit dat de staat van wettelijke herhaling tot gevolg heeft dat de veroordeelde overeenkomstig art. 25, § 2, b) Wet Strafuitvoering later in aanmerking komt voor een voorwaardelijke invrijheidsstelling, betreft enkel de uitvoering van de veroordeling, maar heeft niet tot gevolg dat daardoor een zwaardere straf wordt uitgesproken.

Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht.

Noot: 

• Cass. 17 september 2008, Arr.Cass. 2008, nr. 482;

• Cass. 6 maart 2013, AC 2013, nr. 150, noot; contra: Cass. 30 oktober 2012, Arr.Cass. 2012.

Gerelateerd
Aangemaakt op: vr, 10/03/2017 - 12:33
Laatst aangepast op: vr, 10/03/2017 - 12:33

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.