-A +A

Louter voyeurisme zonder aanraking en zonder dwang niet strafbaar

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
din, 31/03/2015
A.R.: 
P.14.0293.N

Opmerking: sinds de wet van 1 februari 2016 is voyeurisme strafbaar

Het hierna vermelde arrest werd nog geveld voorafgaand aan de invoegetreding van de wet voyeurisme van 1 februari 2016 in voege vanaf 01/02/2016.

Het heimelijk filmen van een naakte persoon, dit is zonder diens toestemming en medeweten en zonder dat daarbij enige fysieke of morele dwang wordt aangewend, kan het misdrijf aanranding van de eerbaarheid met geweld of bedreiging niet opleveren, ook al wordt het slachtoffer in zijn verwachtingen verschalkt .

Op het eerste zicht zou hieruit kunnen afgeleid worden dat voyeurisme niet strafbaar is. Het hof van cassatie stelt alleen dat in de huidige wetgeving voyeurisme geen aanranding op de eerbaarheid uitmaakt. In de noot onder dit arrest staat evenwel een verwijzing naar een bijdrage waarin terecht de vraag wordt gesteld of het heimelijk filmen van seks in bepaalde gevallen geen inbreuk zou zijn op de privacy wet.

uittreksel uit het strafwetboek na aanpassing van de wet voyeurisme:

"Art. 371/1. Met een gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar wordt gestraft hij die :

1° een persoon observeert of doet observeren of van hem een beeld- of geluidsopname maakt of doet maken,
- rechtstreeks of door middel van een technisch of ander hulpmiddel,
- zonder de toestemming van die persoon of buiten zijn medeweten,
- terwijl hij ontbloot is of een expliciete seksuele daad stelt, en
- terwijl hij zich in omstandigheden bevindt, waar hij in redelijkheid kan verwachten dat zijn persoonlijke levenssfeer niet zal worden geschonden;

2° de beeld- of geluidsopname van een ontblote persoon of een persoon die een expliciete seksuele daad stelt zonder diens toestemming of buiten diens medeweten toont, toegankelijk maakt of verspreidt, ook al heeft die persoon ingestemd met het maken ervan.
Worden deze feiten gepleegd op de persoon of met behulp van de persoon van een minderjarige boven de volle leeftijd van zestien jaar, dan wordt de schuldige gestraft met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar.

Is de minderjarige geen volle zestien jaar oud, dan is de straf opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar.
Het voyeurisme bestaat, zodra er begin van uitvoering is.".

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

arrest:

Nr. P.14.0293.N
G J F,
beklaagde,
eiser,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, cor-rectionele kamer, van 7 januari 2014.
De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.
Plaatsvervangend advocaat-generaal Marc De Swaef heeft op 27 november 2014 ter griffie van het Hof een schriftelijke conclusie neergelegd.
Op de rechtszitting van 31 maart 2015 heeft voorzitter Paul Maffei verslag uitge-bracht en heeft dezelfde plaatsvervangend advocaat-generaal geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en de artikelen 373 en 483 Strafwetboek: het arrest dat vaststelt dat de gefilmde persoon zich op het ogenblik van het feit niet bewust was van dat feit, leidt onwettig de schuld aan aanranding van de eerbaarheid met geweld of bedreiging af uit de vaststelling dat de eiser bij het filmen heimelijk tewerk ging en dat het slachtoffer pas na de feiten werd ingelicht door een derde.

2. Aanranding van de eerbaarheid is iedere met de zeden strijdige en als dus-danig gewilde daad, welke op of met behulp van een welbepaald persoon, zonder diens geldige toestemming wordt gepleegd en waarbij het algemeen eerbaarheids-gevoel wordt gekrenkt. Zij vereist dat handelingen van een bepaalde ernst worden gesteld die afbreuk doen aan de seksuele integriteit van een persoon zoals die door het collectieve bewustzijn van een bepaalde samenleving op een bepaald tijdstip wordt ervaren.

3. Het in het eerste lid van het artikel 373 Strafwetboek bedoelde geweld of de bedreiging als bestanddeel van het misdrijf aanranding van de eerbaarheid met geweld of bedreiging gepleegd, houdt in dat op het slachtoffer fysieke of morele dwang werd uitgeoefend en dat het slachtoffer niet in de mogelijkheid was zich te onttrekken aan de feiten die het niet vrijwillig zou hebben geduld.

4. Fysiek contact met de persoon van het slachtoffer is niet vereist. Om te be-palen of een handeling die zonder aanraking is gesteld, de eerbaarheid kwetst, is het niet voldoende dat die handeling de persoon op wie ze is gepleegd heeft ver-rast of dat ze buiten zijn medeweten is gepleegd. Het lichaam van het slachtoffer moet daarenboven tegen zijn wil betrokken zijn bij een handeling die het slachtof-fer, op het ogenblik dat die handeling wordt gesteld, in verlegenheid brengt omdat deze in strijd is met de algemene opvatting van de goede zeden.

5. Het heimelijk filmen van een naakte persoon, dit is zonder diens toestem-ming en medeweten en zonder dat daarbij enige fysieke of morele dwang wordt aangewend, kan aldus het misdrijf aanranding van de eerbaarheid met geweld of bedreiging niet opleveren, ook al wordt het slachtoffer in zijn verwachtingen ver-schalkt. Het arrest dat anders oordeelt, is niet naar recht verantwoord.
Het middel is gegrond.

Dictum
Het Hof,
Vernietigt het bestreden arrest.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.
Laat de kosten ten laste van de Staat.
Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.
Bepaalt de kosten op 113,74 euro.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer


P.14.0293.N
Conclusie van plaatsvervangend advocaat-generaal M. De Swaef:

1. De eiser werd vervolgd voor aanranding van de eerbaarheid met geweld of bedreiging. De feiten, zoals deze werden vastgesteld door het hof van beroep te Gent, betreffen het heimelijk filmen van een naakte vrouw onder de douche.

Bij vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Gent van 25 februari 2013 werd de eiser veroordeeld tot een hoofdgevangenisstraf van acht maanden, met probatieuitstel voor een termijn van vijf jaar. Daarnaast werd een ontzetting uit de rechten genoemd in artikel 31, eerste lid, Strafwetboek uitgesproken. Dit vonnis werd bevestigd door arrest van het hof van beroep te Gent van 7 januari 2014. Dit is het bestreden arrest.

2. Tot staving van zijn voorziening ontwikkelt de eiser één middel. Hierin wordt de schending aangevoerd van artikel 149 Grondwet en de artikelen 373 en 483 Strafwetboek. De eiser stelde in zijn conclusie voor het hof van beroep dat er sprake moet zijn van seksuele interactie opdat men de eiser zou kunnen veroordelen voor aanranding van de eerbaarheid met geweld of bedreiging. Het louter passief begluren of maken van beeldopnames zonder dat de begluurde of gefilmde persoon zich op dat ogenblik bewust is van dat feit, vormt volgens hem geen strafbare aanranding van de eerbaarheid.

3. Het middel voert geen motiveringsgebrek aan. Artikel 149 Grondwet is vreemd aan de grief van de eiser. In zoverre faalt het middel naar recht.

4. Uw Hof omschreef de aanranding van de eerbaarheid als "iedere met de zeden strijdige en als dusdanig gewilde daad, welke op of met behulp van een welbepaald persoon, zonder diens geldige toestemming werd gepleegd en waarbij het algemeen eerbaarheidsgevoel werd gekrenkt. Zij vereist dat handelingen van een bepaalde ernst worden gesteld die afbreuk doen aan de seksuele integriteit van een persoon zoals die door het collectieve bewustzijn van een bepaalde samenleving op een bepaald tijdstip wordt ervaren."(1)

5. Eerder sprak Uw Hof zich uit in een zaak waarin een hotelhouder achter een spiegel een camera had verborgen en opnames had gemaakt van de seksuele betrekkingen tussen zeven koppels, zonder dat zij daarvan op de hoogte waren. Uw Hof oordeelde dat de kamer van inbeschuldigingstelling uit deze vaststellingen niet wettig kon afleiden dat er ten aanzien van de eiser ernstige aanwijzingen van schuld bestaan wegens aanranding van de eerbaarheid met geweld of bedreigingen.(2)

In de rechtsleer werd naar aanleiding van dit arrest betoogd dat er bij het stiekem filmen van naakte personen of personen die seksuele betrekkingen hebben geen sprake is van aanranding van de eerbaarheid(3), hoewel ook werd verdedigd(4) dat er bij passief voyeurisme sprake kan zijn van aanranding van de eerbaarheid.

Anderen opperden dat de draagwijdte van dit arrest niet zeker was omdat men zou kunnen verdedigen dat het in casu niet zozeer om de kwalificatie van de feiten ging, maar om de afwezigheid van ernstige aanwijzingen van schuld.(5)

6. Het reeds aangehaalde arrest van Uw Hof van 24 mei 2011(6), wordt in bepaalde rechtsleer geciteerd om aan te voeren dat het Hof zich reeds ten gunste van een bestraffing van voyeurisme als aanranding van de eerbaarheid heeft uitgesproken.(7) Dit wordt in andere rechtsleer echter betwist, omdat het Hof in dit arrest verwijst naar het antwoord in het bestreden arrest dat uitdrukkelijk en onaantastbaar vaststelt dat beklaagde zijn hand heeft gestoken onder de jurk van een jong meisje dat zich op de roltrap van een spoorwegstation bevond, waaruit blijkt dat er fysiek contact was geweest tussen dader en slachtoffer.(8)

7. In een arrest van 27 november 2013(9) oordeelde Uw Hof dat het filmen van consensuele seksuele betrekkingen door de ene partner zonder medeweten van de andere geen aanranding van de eerbaarheid uitmaakt. Uw Hof stelde daarbij: "Om te bepalen of een handeling die zonder aanraking is gesteld de eerbaarheid kwetst, is het niet voldoende te beweren dat die handeling de persoon op wie ze is gepleegd heeft verrast of dat ze buiten diens medeweten is gepleegd. In dat geval moet het lichaam van het slachtoffer daarenboven tegen zijn wil zijn betrokken bij een handeling die het slachtoffer, op het ogenblik dat die handeling wordt gesteld, in verlegenheid brengt omdat ze in strijd is met de algemene opvatting van de goede zeden." Een fysieke aantasting is dus vereist.

8. Deze stelling is ook terug te vinden in de rechtsleer. Zo wordt gesteld dat het heimelijk bespieden of stiekem begluren (al dan niet met optische instrumenten) van een (deels) naakte persoon of van de liefde bedrijvende personen zonder dat deze hiervan op de hoogte zijn, ingevolge de afwezigheid van enig interactief seksueel gedrag tussen gluurder en begluurde geen aanranding van de eerbaarheid uitmaakt. Dergelijk interactief seksueel gedrag vereist "een rechtstreeks op elkaar inwerkend fysiek gedrag met een seksueel kenmerk". Het feit dat de aanranding moet gebeuren "op of met behulp van de persoon" impliceert dan ook minstens dat het slachtoffer als instrument bewust seksuele handelingen stelt door toedoen van de actor en dat bij gebrek aan bewuste interactie niet kan worden uitgemaakt of er al dan niet toestemming was of zou geweest zijn.(10) Verder wordt er opgemerkt dat er bij gebrek aan fysieke aantasting bij passief voyeurisme geen sprake kan zijn van aanranding van de eerbaarheid.(11)

Wanneer wordt verdedigd dat dergelijke feiten toch als aanranding van de eerbaarheid moeten worden beschouwd(12), gebeurt dit omdat de slachtoffers die nadien kennis kregen van de feiten zich alsdan ten zeerste in hun eerbaarheid gekrenkt voelden en dat zij hier nooit in zouden hebben toegestemd indien het hen niet was opgedrongen door een listige handeling van de dader.(13) Uw Hof oordeelde echter, zoals reeds werd aangehaald, dat, opdat er sprake zou zijn van aanranding van de eerbaarheid dat het slachtoffer op het ogenblik van de gestelde handeling in verlegenheid moet worden gebracht omdat deze in strijd is met de algemene opvatting van de goede zeden.

9. De huidige toestand doet zodoende evenwel geen recht aan het slachtoffer van feiten van mixoscopie. De procureur-generaal bij het Hof van Cassatie bracht de problematiek van het voyeurisme (volgens van Dale het bespieden van minnende paren of zich uitkledende personen) ter sprake in zijn verslag 2013-2014 aan het Parlementair Comité belast met de wetsevaluatie. Er is daarbij gesuggereerd in het Strafwetboek een nieuwe telastlegging in te voeren waarbij de miskenning van het seksuele privéleven of de aantasting van het recht van een persoon op de bescherming van zijn seksuele intimiteit strafbaar wordt gesteld.(14)

10. Vooralsnog echter moet, zoals in het middel wordt vermeld, worden vastgesteld dat uit het bestreden arrest kan worden afgeleid dat het slachtoffer op het moment van de feiten niet tegen haar wil was betrokken bij een handeling die haar, op het ogenblik dat die handeling werd gesteld, in verlegenheid bracht omdat ze in strijd was met de algemene opvatting van de goede zeden. Zij werd slechts na afloop van de feiten op de hoogte gebracht door een getuige. Te dezen was er geen sprake van enig interactief seksueel gedrag tussen dader en slachtoffer: het slachtoffer heeft geen enkele seksuele handeling gesteld of ondergaan die een gevolg was van het geweld, de bedreiging, de list of verrassing door de dader.

De veroordeling van de eiser in cassatie is dus niet naar recht verantwoord.

Het middel is gegrond.

11. Conclusie: cassatie met verwijzing.
________________________
(1) Cass. 24 mei 2011, AR P.10.1990.N, AC 2011, nr. 341.
(2) Cass. 23 januari 2008, AR P.08.0105.F, AC 2008, nr. 55.
(3) F. SCHUERMANS, "Louter gluren is geen aanranding van de eerbaarheid" (noot onder Corr. Dendermonde 18 juni 2012), T. Strafr. 2012, 478-479; F. SCHUERMANS, "Heimelijk cameravoyeurisme is nog geen aanranding van de eerbaarheid" (noot onder Cass.23 januari 2008), RABG 2008, 811-815.
(4) I. DELBROUCK, "Aanranding van de eerbaarheid - Het misdrijf", Comm.Strafr., 11-12, nr. 24; I. DELBROUCK, "Aanranding van de eerbaarheid", Postal memorialis, A20/7-A20/8; L. STEVENS, Strafrecht en seksualiteit, Antwerpen, Intersentia, 2002, 474-475, nr. 430.
(5) O. BASTYNS, "Développements jurisprudentiels et doctrinaux récents en matière de moeurs", in F. ROGGEN (ed.), Actualité en droit pénal, Reeks UB³, Brussel, Bruylant, 2010, (35) 41; I. WATTIER, "L'attentat à la pudeur et le viol" in X (ed.), Les infractions - Volume 3: Les infractions contre l'ordre des familles, la moralité publique et les mineurs, Brussel, Larcier, 2011, (75) 95.
(6) Cass. 24 mei 2011, AR P.10.1990.N, AC 2011, nr. 341.
(7) I. DELBROUCK, "Aanranding van de eerbaarheid - Het misdrijf", Comm.Strafr., 12, nr. 24.
(8) F. SCHUERMANS, "Louter gluren is geen aanranding van de eerbaarheid" (noot onder Corr. Dendermonde 18 juni 2012), T. Strafr. 2012, (478) 478, nr. 3; B. SPRIET en G. MARLIER, "Aanranding van de eerbaarheid en verkrachting in het begin van de 21ste eeuw (2000-2012)", in F. VERBRUGGEN, B. SPRIET en R. VERSTRAETEN (eds.), Straf- en strafprocesrecht, in reeks Themis, Brugge, die Keure, 2013 (81) 91, nr. 7.
(9) Cass. 27 november 2013, AR P.13.0714.N, AC 2013, nr. 635 met concl. advocaat-generaal D. VANDERMEERSCH, in Pas. 2013, nr. 635; zie ook L. DELBROUCK, "Eigen bedpresaties vastleggen hoeft geen aanranding te zijn" (noot onder Cass. 27 november 2013), RABG 2014, 501- 502; P. VANWALLEGHEM, "Heimelijk filmen van seks geen aanranding van eerbaarheid", Juristenkrant 2014, afl. 281, 3; S. VANDROMME, Zijn het stiekem filmen van seksuele betrekkingen en andere vormen van voyeurisme strafbaar als aanranding van de eerbaarheid? (noot onder Cass. 27 november 2013), Tijdschrift voor Strafrecht, 2014, 364.
(10) B. SPRIET en G. MARLIER, "Aanranding van de eerbaarheid en verkrachting in het begin van de 21ste eeuw (2000-2012)", in F. VERBRUGGEN, B. SPRIET en R. VERSTRAETEN (eds.), Straf- en strafprocesrecht, in reeks Themis, Brugge, die Keure, 2013 (81) 89-90, nr. 7. Zie ook F. SCHUERMANS, "Louter gluren is geen aanranding van de eerbaarheid" (noot onder Corr. Dendermonde 18 juni 2012), T. Strafr. 2012, (478) 478, nr. 2.
(11) A. DE NAUW, Inleiding tot het bijzonder strafrecht, Mechelen, Kluwer, 2005, 116, nr. 150.
(12) Behoudens wanneer de plaats van de feiten de mogelijkheid tot bespieding of gezien worden biedt en de betrokkene hiermee rekening diende te houden, omdat hij dan ook niet kan worden verrast in zijn intimiteit (I. DELBROUCK, "Aanranding van de eerbaarheid - Het misdrijf", Comm.Strafr., 12, nr. 24.).
(13) I. DELBROUCK, "Aanranding van de eerbaarheid - Het misdrijf", Comm.Strafr., 12, nr. 24; I. DELBROUCK, "Voyeurisme nader bekeken" (noot onder Corr. Tongeren 24 november 2011), Limb.Rechtsl. 2012 (148) 150.
(14) Overzicht van de wetten die voor de hoven en de rechtbanken moeilijkheden bij de toepassing of de interpretatie ervan hebben opgeleverd. Verslag 2013-2014, 17 oktober 2014, Parl. St. Kamer 0435/001 en Senaat 6-39/1, 29. Wetsvoorstel tot wijziging van het Strafwetboek wat de strafbaarstelling van de aanranding van de eerbaarheid betreft, Parl. St. Kamer, 10 december 2014, nr. 0699/001.
 

Noot: 

Dirk De Bot, Voyeurisme via heimelijk filmen – Toch strafbaar via de Wet Verwerking Persoonsgegevens?, RW 2015-2016, 82

samenvatting: 

Op het eerste lijkt het Hof van Cassatie te stellen dat voyeurisme niet strafbaar is.

Het hof van cassatie stelt alleen dat in de huidige wetgeving voyeurisme geen aanranding op de eerbaarheid uitmaakt.

In deze noot stelt de auteur de vraag in hoeverre het heimelijk filmen van seks in bepaalde gevallen geen inbreuk zou zijn op de privacy wet en aldus impliciet of het parket de feiten niet beter anders had gekwalificeerd.

Wie heimelijk een persoon filmt, registreert en verwerkt immers persoonsgegevens. Het verwerken van persoonsgegevens wordt geregeld door de privacywet. In de interpretatie dat het louter filmen geen registratie van persoonsgegevens is (hetgeen een minderheidsstandpunt is) is het rangschikken van foto's of video's in mappen of andere indelingswijzen of markeringen, in elk geval reeds een verwerking van persoonsgegevens. Het heimelijk verwerken van persoonsgegevens is volgens de privacywet strafbaar met zeer zware geldboetes (100 tot 100.000 euro).

Het heimelijk filmen van consensuele seks werd in een ander hierna geciteerd arrest evenzeer als geen aantasting van xde eerbaarheid beschouwd.

In casu gaat het niet om consensuele seks, maar om het filmen (en dus regsitreren van niet seksuele handelingen en dit niet in de privésfeer maar in een (semi)publieke ruimte (douches van een sportzaal).

Hierbij verwijst de auteur naar HvJ C-212/13, Frantisek Rynes t/ Urad pro ochranu osobnich udaju, 2014 waarin gesteld werd dat een beelden van een camera waarbij ook openbare ruimte in beeld wordt gebracht, niet kan worden aangemerkt als de verwerking van persoonsgegevens in activiteiten met huishoudelijk of persoonlijk doeleinde.

Immers de privacywet voorziet in een uitzondering die voorziet dat de wet niet van toepassing is voor de verwerking van gegevens in huishoudelijke kring. Welnu, volgens de auteur gaat ingevolge het arrest van het Hof van Justitie deze uitzondering hier niet op.

• L. Delbrouck, “Eigen bedprestaties vastleggen hoeft geen aanranding te zijn”, RABG 2014, 499.

Gerelateerd
Aangemaakt op: di, 15/09/2015 - 13:50
Laatst aangepast op: ma, 12/03/2018 - 22:07

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.