-A +A

Leeftijd-inkomen-geen sociale woning- Buitengewone omstandigheden tot verlenging van woninghuur

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Vredegerecht
Plaats van uitspraak: Wolvertem
Datum van de uitspraak: 
don, 14/04/1994

Omstandigheden die een buitengewone verlenging van woninghuur wettigen voor een periode van 1 maand (art. 11 Woninghuur)

• Hoge leeftijd
• Bescheiden inkomen
• Niet onmiddellijk kunnen beschikken over een woning op de sociale huurmarkt

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
1996-1997
Pagina: 
859
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

M. t/ J. en Van der B.

Dat er geen betwisting bestaat over:

- het bestaan, de aard en de modaliteiten van de huurovereenkomst m.b.t. het goed gelegen (...),

- de eigendomsovergang naar eiseres, en het bestaan van de desbetreffende notariële akte met datum 27 oktober 1993,

- het bestaan van de opzegging van de huur betekend aan verweerders, met een brief van eiseres met datum 30 december 1993,

- het bestaan van het verzoek tot verlenging van de huur door verweerders met hun brief met datum 16 januari 1994;

Dat uit de debatten en de stukken gebleken is:

- dat verweerders van hogere leeftijd zijn (° 15.09.1924 & ° 04.11.1926),

- dat zij zich tot de C.V.P. gewend hebben om een ‘sociale woning‘ te kunnen betrekken, heden zonder resultaat,

- dat eiseres de lovenswaardige geste gedaan heeft om zelf naar «een voor de verweerders geschikte woning» te zoeken,

- dat verweerders de huurprijs van 7.000 fr. à 10.000 fr. per maand voor hen te hoog vinden, en dito woningaanbod via eiseres hebben geweigerd,

- dat verweerders nog steeds huisvesting verlenen aan hun zoon die inmiddels 32 jaar is en vrachtwagenchauffeur,

- dat eiseres in mei 1994 zal trouwen en de woning in kwestie van haar ouders geschonken heeft gekregen om deze zelf te kunnen betrekken,

- dat eiseres aan verweerders zes maanden aan opzegperiode heeft verleend terwijl de wet van 20 februari 1991 (art. 9) een minimum van drie maanden voorschrijft;

Dat, wat de beëindiging van de huur betreft, wij vaststellen dat enerzijds de opzegging (art. 9) regelmatig betekend werd en dat anderzijds de verlenging (art. 11) regelmatig verzocht werd;

Dat wij vaststellen dat er buitengewone omstandigheden bij verweerders aanwezig zijn, en wel concreet hun hoge leeftijd, hun bescheiden inkomen, evenals het niet onmiddellijk beschikbaar zijn van een sociale woning;

Dat «buitengewone omstandigheden» moeten ingeroepen en geapprecieerd worden ten tijde van dito opzegging/verzoek tot verlenging;

Dat «buitengewone omstandigheden» in art. 11 van de wet van 20 februari 1991 voor ons die feiten zijn die noch rechtstreeks noch onrechtstreeks door de huurder zijn veroorzaakt en die ten dage van de huuropzegging bestaan of die zich tijdens de opzegperiode manifesteren, zij het op een onmiddellijke zelfs middellijke wijze, en zo zijn dat zij het voor de huurder onmogelijk maken om binnen de opzegperiode een equivalente woongelegenheid te vinden, of waardoor dit laatste aan de huurder minstens ernstig bemoeilijkt wordt. En dit ongeacht dat die feiten zich al dan niet plotseling, onverwachts en/of als nieuw voordoen;

Dat het bestaan van dergelijke buitengewone omstandigheden het belang van de huurder belichamen, waartegenover en gelijkwaardig het belang van de verhuurder staat;

Dat het onze opdracht is om enerzijds het al dan niet bestaan van dito belangenitems vast te stellen in de mate waarin de betrokken partijen deze aanvoeren en bewijzen of deze concreet uit de zaak blijken, en anderzijds naar billijkheid en binnen de wettelijke perken de belangen van de huurder en de belangen van de verhuurder met elkaar in rationeel evenwicht te brengen;

Dat de wet zelf (art. 11, vierde lid) «hoge leeftijd van een partij» als voorbeeld van buitengewone omstandigheden onder dit artikel aangeeft;

Dat het de bedoeling van de wetgever is geweest om «menselijk/redelijk» te handelen en dat een en ander dan ook op «mensenmaat» eerder dan «academisch» begrepen moet worden;

Dat de huurders zich evenwel te allen tijde rekenschap moeten geven dat zij andermans eigendom betrekken onder de potentiële, zelfs potestatieve werkelijkheid, dit vroeg of laat te moeten verlaten, zij het na korte of lange opzegging;

Dat de huurders zich ook rekenschap moeten geven dat de huurprijzen evolueren zoals alle elementen van het maatschappelijk leven;

Dat de huurders wel «iets meer inspanning» kunnen leveren dan zich louter en alleen «inschrijven bij een maatschappij voor sociale huisvesting»,

Dat de huurders hun zoon, als jong en actief persoon, hen ongetwijfeld hulp kan bieden bij het zoeken naar een nieuwe woning.

Dat eiseres, die zal huwen in mei 1994, zelf de opzegperiode heeft laten lopen tot 30 juni 1994;

Dat verweerders, zowel als eiseres stellen dat voorafgaand aan de bewoning er nog aanzienlijke werken moeten gebeuren aan het goed;

Dat de eigenares jong en krachtig is en «een kleine inspanning meer» haar draaglijk zal zijn;

Dat wij het billijk achten om de duur van opzegging te stellen op zeven maanden, dat is tot 31 juli 1994;

...

Noot: 

Vroegtijdige bevalling buitengewone reden huurverlenging

De vrederechter te Doornik van het tweede kanton verklaarde een verzoek tot verlenging van de opzeggingstermijn van de huur wegens buitengewone omstandigheden gegrond, gesteund op een kans op vroegtijdige bevalling gesteund door een medisch attest samen met een abnormale vertraging in het verlenen van een bouwvergunning. Zie vredegerecht Doornik tweede kanton 21 oktober 2014tijdschrift .van de vrederechters 2015, pagina 40
 

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 29/10/2017 - 12:32
Laatst aangepast op: zo, 29/10/2017 - 12:32

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.