-A +A

Leasingsovereenkomst gaat niet teniet wanneer het voorwerp van de gefinancierde overeenkomst teniet gaat

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Brussel
Datum van de uitspraak: 
din, 18/05/2004
A.R.: 
2002/AR/1913

In beginsel staat het enkele feit van de, ontbinding van de « onderliggende overeenkomst» of de teloorgang van het geleasde voorwerp niet in de weg aan het voortbestaan en de verdere uitvoering van de leasingovereenkomst tot het einde van haar looptijd.

De partijen kunnen hieromtrent bijgevolg vrij bedingen

Bij gemis aan een andersluidend beding moet evenwel worden aangenomen dat wanneer de gefinancierde overeenkomst niet kan overeind blijven en wordt ontbonden ten laste van de verkoper of het geleasde goed teloor gaat, de leasingovereenkomst haar bestaansreden verliest en zodoende het lot volgt van de gefinancierde overeenkomst.

Publicatie
tijdschrift: 
DAOR
Jaargang: 
2004/70
Pagina: 
58
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

 

Brussel (Se k.), 18 mei 2004

A.R. : nr. 2002/AR/1913

Leasing - Wegvallen van het voorwerp van de gefinancierde overeenkomst - Gevolgen Leasing - Perte de l'objet du contrat financé - Conséquences

In beginsel staat de ontbinding van de onderliggende overeenkomst of de teloorgang van het geleaste voorwerp niet in de weg aan het voortbestaan en de verdere uitvoering van de leasingovereenkomst. Partijen kunnen daarover vrij overeenkomen.

Bij gemis aan een andersluidend beding moet aangenomen worden dat wanneer de gefinancierde overeenkomst onuitvoerbaar wordt of ten laste van de verkoper ontbonden wordt, de leasingovereenkomst haar bestaansreden verliest en het lot volgt van de gefinancierde overeenkomst.

La dissolution du contrat sous-jacent ou la perte de l'objet du leasing n'empêchent en principe pas que le contrat de leasing continuera à exister et devra être exécuté. Les parties peuvent en convenir librement.

À défaut d'une clause expresse contraire, on doit admettre que le contrat de leasing perd sa raison d'être et qu 'il doit suivre le sart du contrat financé si ce contrat ne peut pas être exécuté ou est dissous à charge du vendeur.

(b.v.b.a. De Kaashoeve t.n.v. Amstel Lease België)

Beoordeling

8. Appellante verlangde te contracteren met IPC Benelux voor de aankoop van een affichagesysteem Media 2010 met toebehoren en ondertekende een bestelbon op 15 februari 2000.

Het betreft een elektronische uitrusting om in een winkel reclameboodschappen of informatieve mededelingen te verstrekken op een lichtschermpje.

De aankoopprijs beliep 11 403,10 EUR+ 2 394,65 EUR B.T.W

Daags na de sluiting van de leasingovereenkomst, op 17 februari 2000, verbond IPC Belgium zich tegenover appellante om gedurende de ganse looptijd van het leasingcontract maandelijks twee diskettes te leveren met de door appellante gekozen boodschappen voor haar kliëntele.

Na het verstrijken van die looptijd diende voor deze diskettes 2 500 BEF - thans 61, 97 EUR - te worden betaald.

9. De aankoop van de info kiosk ging verder gepaard met de sluiting van een dienstverleningscontract met twee onderdelen tussen appellante en IPC Belgium.

IPC Benelux verbond aan de verkochte lichtschermen een marketingfunctie in haar voordeel, om de performantie van het systeem te meten, en in dit verband behoorde de verkoper ook diskettes te verstrekken met de boodschappen en informatie.

Hiervoor kende ze de koper gedurende een periode van vier jaar vergoedingen toe.

Anderzijds paste ze een «peterschaps- en ontwikkelingsplan» toe om nieuwe klanten te winnen voor haar apparatuur : voor de verkopen die door toedoen van een bestaande klant zouden worden gerealiseerd bekwam deze laatste een forfaitaire vergoeding.

Ter betaling van deze vergoedingen werden door appellante wissels getrokken op IPC Belgium, met vervaldagen vanaf 10 april 2000, maar zij werden alle geprotesteerd.

10. Ter financiering van de aankoop werd op 16 februari 2000 tussen appellante en Amstel Lease een leasingovereenkomst gesloten met een looptijd van 48 maanden.

Het gefinancierde object werd omschreven als « affichagesysteem Media 2010 + toebehoren» en het gefinancierde bedrag bedroeg 460 000 BEF - thans 11 403,10 EURterug te betalen met een maandelijkse huurprijs die 10 877 BEF - thans 269,63 EUR - beliep, met ingang van 1 maart 2000.

De verkoper heeft een door de koper (leasingnemer) ondertekende factuur uitgereikt aan Amstel Lease op 17 februari 2000.

11. Na de faillietverklaring van de verkoper op 3 juli 2000, rees het probleem om een leverancier van diskettes te vinden, hetgeen niet mogelijk is gebleken.

Amstel Lease heeft een oplossing kunnen vinden voor de meeste van haar leasingnemers die een dergelijke infokiosk hadden aangeschaft en die vrijwel alle apotheker waren, door een samenwerking met de firma Omega Pharma.

Binnen het bestek van een minnelijk regelingsvoorstel, heeft zij appellante aangeboden om het leasingcontract af te kopen tegen een prijs die overeenstemt met de boekwaarde op het ogenblik van de afkoop, verminderd met 15 000 BEF - thans 3 71,84 EUR - en zonder aanrekening van verbrekingsvergoeding.

Appellante is hier niet op ingegaan en liet intussen de facturen van Amstel Lease onbetaald.

Na aanmaning hiertoe van de advocaat van deze laatste heeft zij de betalingen hernomen.

12. Voor het hof staat niet ter discussie dat de overeenkomst van 17 februari 2000, waarbij IPC Benelux zich verbond om maandelijks twee diskettes te leveren met als software de gegevens welke appellante wenste op het lichtscherm te vertonen, terecht werd ontbonden ten nadele van de failliete boedel.

Aangezien het een overeenkomst betrof met successieve prestaties kon zij enkel worden ontbonden voor de periode gedurende dewelke nog diende te worden geleverd.

In het voorliggende geval kan de ontbinding niet eerder ingaan dan de datum waarop IPC Benelux werd failliet verklaard, waarna niet meer werd geleverd.

13. Het geschilpunt ten aanzien van Amstel Lease betreft de vraag of de ontbinding van de genoemde overeenkomst met zich brengt dat ook de leasingovereenkomst dient te worden ontbonden.

In beginsel staat het enkele feit van de, ontbinding van de « onderliggende overeenkomst» of de teloorgang van het geleasde voorwerp niet in de weg aan het voortbestaan en de verdere uitvoering van de leasingovereenkomst tot het einde van haar looptijd.

De partijen kunnen hieromtrent bijgevolg vrij bedingen (zie o.m. hierover : J. HERBOTS, S. STIJNS, E. DEGROOTE, W. LAUWERS en L. SAMOY, «Overzicht van rechtspraak- Bijzondere overeenkomsten [199 5-1998) », TPR., 2002, nrs. 1083 e.v.; E. WYMEERSCH, M. DAMBRE en K. TROCH, « Overzicht van rechtspraak Privaat bankrecht [ 1 9 9 2 - 1 9 9 8 ] » , T. P. R . , 1 9 9 9 , n r. 3 4 ; B. CLAESSENS, «Het verval van een leasingovereenkomst ingevolge het wegvallen van het voorwerp», noot onder Gent, 21 november 1996,A.J.T 1997-1998, 823).

Bij gemis aan een andersluidend beding moet evenwel worden aangenomen dat wanneer de gefinancierde overeenkomst niet kan overeind blijven en wordt ontbonden ten laste van de verkoper of het geleasde goed teloor gaat, de leasingovereenkomst haar bestaansreden verliest en zodoende het lot volgt van de gefinancierde overeenkomst.

14. De verbintenissen van de partijen worden in het voorliggende geval beheerst door de algemene voorwaarden van Amstel Lease, die door appellante werden aanvaard.

Amstel Lease heeft op het betwiste punt evenwel geen gericht specifiek beding opgenomen in de algemene voorwaarden.

Zij steunt zich op de artikelen 4 en 7 om te stellen dat zij zich geldig heeft bevrijd van aansprakelijkheid voor het geval het verhuurde goed teniet gaat of niet functioneert.

15. In de tweede alinea van artikel 4 wordt onder meer het volgende gestipuleerd :

«Indien het object door de leasingnemer niet vanaf de ingangsdatum van de financieringshuurovereenkomst gebruikt kan worden of daarna niet wordt gebruikt om welke reden dan ook, onder meer in geval van beschadiging, diefstal, defect, herstellingen, verplaats- of herinstallatieverrichtingen, zal de leasingnemer terzake geen enkele aanspraak hebben tegen Amstel Lease. Amstel Lease zal de leasingnemer doen profiteren van alle waarborgen met betrekking tot het object en verhaalsmogelijkheden die Amstel Lease heeft tegen de fabrikant of de leverancier, mits de leasingnemer aan Amstel Lease op haar eerste verzoek de eventueel in verband daarmee door haar te maken kosten vergoedt. Het niet nakomen door de fabrikant of de leverancier van diens garantieverplichting is voor risico van de leasingnemer. De leasingnemer ontheft Amstel Lease van elke verantwoordelijkheid ten aanzien van de waarborg en heeft geen verhaal op Amstel Lease met betrekking tot de staat waarin het object zich bevindt, hierin begrepen verborgen gebreken, de kwaliteit, de werking en het rendement van het gehuurde object».

In de eerste alinea van artikel 7 wordt gestipuleerd :

« Het risico voor het object is vanaf het moment van feitelijke levering voor rekening van de leasingnemer. De leasingnemer is verantwoordelijk voor elke schade aan, verlies of teniet gaan van het door hem gehuurde object, welke ook de oorzaak daarvan mag zijn. Hij doet afstand van elke vordering tegen Amstel Lease wegens schade en nadeel van welke aard ook, toegebracht door middel van of in verband met het object aan hemzelf, aan zijn goederen, zijn rechtverkrijgenden of personen in zijn dienst».

16. De vermelde bedingen betreffen alle de inperking van of verzaking aan de vorderingsmogelijkheden en vergoedingsaanspraken in geval de leasinggever een contractuele tekortkoming zou kunnen worden verweten.

De bedingen verwoorden niet uitdrukkelijk dat de leasingnemer in alle gevallen gehouden blijft om alle huurtermijnen te betalen tot het einde van de looptijd van de leasingovereenkomst is bereikt, maar de ontheffingen van aansprakelijkheid ten voordele van de leasinggever, waarmee de leasingnemer heeft ingestemd en zijn verzaking aan rechten hebben een dermate verregaande omvang dat erin besloten ligt dat de laatstgenoemde de lessor vrijstelt van enige andere verbintenis dan deze om het gefinancierde goed te leveren.

1 7. Geïntimeerde heeft zich verbonden tot levering van het affichagesysteem met toebehoren.

De waarde van dit toebehoren was in het gefinancierde bedrag begrepen en de bestelbon doet blijken dat de diskettes, die vereist waren om de boodschappen zichtbaar te maken, gedurende de looptijd van de financieringshuur tot dat toebehoren dienen gerekend te worden.

Benevens de initiële verplichting om het verhuurde object feitelijk ter beschikking te stellen, rustte op Amstel Lease tevens de verbintenis om maandelijks twee diskettes beschikbaar te stellen. Ze was zodoende gebonden tot opeenvolgende leveringen.

[".]
 

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 07/08/2016 - 12:20
Laatst aangepast op: zo, 07/08/2016 - 12:20

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.