-A +A

Lasterlijke aangifte - bewijslast

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
woe, 17/04/2013
A.R.: 
P.14.0409.F

De vordering wegens laster is geen vordering wegens lasterlijke aangifte.

Daar waar het in het eerste geval aan de beklaagde toekomt, waarachtigheid te bewijzen van de kwaadwillige aantijgingen die worden geacht vals te zijn tot het bewijs ervan wordt geleverd, dient, in het tweede geval, het Openbaar Ministerie dat beweert dat de aangifte lasterlijk is, daarvan het bewijs te leveren net als, in voorkomend geval, van de beslissing van de bevoegde overheid.

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2013/14
Pagina: 
1027
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 30 oktober 2012. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Françoise Roggen heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF
A. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissing over de strafvordering
Middel
Het middel voert schending aan van artikel 445 Strafwetboek.

Het arrest verklaart de tenlastlegging lasterlijke aangifte, bepaald in artikel 445, 2de lid Strafwetboek, in hoofde van de eiser bewezen.

De vordering wegens laster is geen vordering wegens lasterlijke aangifte.

Daar waar het in het eerste geval aan de beklaagde toekomt, waarachtigheid te bewijzen van de kwaadwillige aantijgingen die worden geacht vals te zijn tot het bewijs ervan wordt geleverd, dient, in het tweede geval, het Openbaar Ministerie dat beweert dat de aangifte lasterlijk is, daarvan het bewijs te leveren net als, in voorkomend geval, van de beslissing van de bevoegde overheid.

Het arrest stelt vast dat de eiser het bewijs moet leveren dat de door hem aangegeven feiten waar zijn, wat hij nalaat te doen.

Het arrest, dat de bewijslast van een bestanddeel van het misdrijf omkeert, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

B. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissing over de burgerlijke rechtsvordering
De eiser voert geen middel in het bijzonder aan.

De hierna uit te spreken vernietiging, op het onbeperkt cassatieberoep van de eiser, beklaagde, van de beslissing op de tegen hem ingestelde strafvordering, brengt evenwel de vernietiging met zich mee van de eindbeslissing op de tegen hem ingestelde burgerlijke rechtsvordering, die uit eerstgenoemde beslissing voortvloeit.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Bergen.

 

Noot: 

• COPPENS, J., [Lasterlijke aangifte], T.Strafr. 2015, afl. 4-5, 249-250

• VAN VOLSEM, F., Over laster en lasterlijke aangifte en de bewijslast van het waar of vals karakter van de aantijging of de aangifte, RABG 2013, afl. 14, 1028-1034

• ARNOU, P., De Wet van 4 juli 2001 en het prejudicieel geschil inzake laster en lasterlijke aangifte, RW 2001-02, 833-840 en http://www.rw.be (26 februari 2002).

Gerelateerd
Aangemaakt op: wo, 05/07/2017 - 18:07
Laatst aangepast op: wo, 05/07/2017 - 18:09

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.