-A +A

Laattijdige aangifte schuldvordering faillissement

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Rechtbank van Koophandel
Plaats van uitspraak: Brussel Nederlands
Datum van de uitspraak: 
vri, 04/03/2016

De verplichting tot aangifte van de schuldvordering is algemeen en geldt ook voor de schuldeisers die buiten de boedel staan, met een bijzonder voorrecht of hypotheekrecht.

Art. 72, derde lid Faillissementswet bepaalt: “Het recht opname te vorderen verjaart na verloop van (één) jaar te rekenen van het faillietverklarend vonnis, behalve voor de schuldvordering die vastgesteld wordt in een procedure tot tussenkomst of vrijwaring, vervolgd of ingesteld tijdens de vereffening”. Deze verjaringstermijn is van openbare orde.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2016-2017
Pagina: 
1111
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

NV B.T. t/ Faillissement NV H.I.

...

2. Beoordeling

2.1. Laattijdigheid van de aangifte van schuldvordering van B.T.

Eiseres, NV B.T., was verhuurder van NV H.I. Deze laatste werd failliet verklaard op 11 oktober 2011.

NV B.T. vraagt de rechtbank te zeggen voor recht dat haar vordering van 36.718,67 euro wegens achterstallige onbetaalde huurgelden tot op de datum van het faillissement, vermeerderd met de interesten, bevoorrecht verschuldigd is door de boedel. Voorts vraagt zij dat ook haar vordering van 1.960,05 euro voor achterstallige onbetaalde nutsvoorzieningen tot op de datum van het faillissement in het bevoorrecht passief wordt opgenomen.

NV B.T. voert aan dat zij herhaaldelijk aangifte van schuldvordering gedaan heeft, hoewel zij als bijzonder bevoorrechte schuldeiser geen aangifte van schuldvordering diende te doen, behalve indien zij de opname in het gewoon passief zou vragen voor het saldo van haar vordering dat niet gedekt zou blijken te zijn bij de verzilvering van de goederen waarop haar voorrecht rust.

Art. 62, eerste lid Faillissementswet bepaalt: “Om in aanmerking te komen voor een uitdeling alsmede om enig recht van voorrang te kunnen uitoefenen, zijn de schuldeisers gehouden aangifte van hun schuldvorderingen, samen met hun titels, ter griffie van de rechtbank van koophandel neer te leggen uiterlijk op de door het vonnis van faillietverklaring bepaalde dag. Op verzoek levert de griffier een ontvangstbewijs af”.

Art. 63, eerste lid Faillissementswet bepaalt: “Elke aangifte vermeldt de identiteit, het beroep en de woonplaats of, indien het een rechtspersoon betreft, de identiteit, de voornaamste handelsactiviteit en de maatschappelijke zetel van de schuldeiser, het bedrag en de oorzaken van zijn schuldvordering, de eraan verbonden voorrechten, hypotheek- of pandrechten, en de titel waarop zij berust bij gebreke waarvan de curators de vordering kunnen verwerpen, of ze beschouwen als chirografair”.

De verplichting tot aangifte van de schuldvordering is algemeen en geldt ook voor de schuldeisers die buiten de boedel staan, met een bijzonder voorrecht of hypotheekrecht (Luik 20 december 2012, JLMB 2013, 1515; I. Verougstraete, Manuel de la continuité des entreprises et de la faillite, Waterloo, Kluwer, 2011, p. 528, nr. 3.6.2.1).

Art. 72, derde lid Faillissementswet bepaalt: “Het recht opname te vorderen verjaart na verloop van (één) jaar te rekenen van het faillietverklarend vonnis, behalve voor de schuldvordering die vastgesteld wordt in een procedure tot tussenkomst of vrijwaring, vervolgd of ingesteld tijdens de vereffening”. Deze verjaringstermijn is van openbare orde (Antwerpen 20 december 2007, Limb.Rechtsl. 2008, 216; I. Verougstraete, Manuel de la continuité des entreprises et de la faillite, p. 530, nr. 3.6.2.5).

De stelling van NV B.T. dat zij als verhuurder, die een bijzonder voorrecht geniet, geen aangifte van schuldvordering dient te doen, kan niet aanvaard worden.

...

De schuldvordering werd pas neergelegd ter griffie op 7 november 2012, onder nr. 36, zoals blijkt uit het door de curator meegedeelde afgestempelde exemplaar van de aangifte van schuldvordering. Het faillissement van NV H.I. werd uitgesproken bij vonnis van 11 oktober 2011. De aangifte van schuldvordering die gebeurde op 7 november 2012 is dan ook laattijdig.

...

De vordering van NV B.T. die ertoe strekt haar vordering op te nemen in het bevoorrecht passief, is dan ook onontvankelijk.

2.2. Bezettingsvergoeding

NV B.T. verzoekt de rechtbank te zeggen voor recht dat haar vordering voor een bezettingsvergoeding, gelijk aan drie maanden huur, van 4.009,23 euro (3 × 1.336,41 euro) voor de maanden oktober 2011, november 2011 en december 2011, vermeerderd met de interesten, en haar vordering van 848,88 euro, wegens verbruik van nutsvoorzieningen voor de maanden oktober 2011, november 2011 en december 2011, vermeerderd met de interesten, wordt opgenomen in het bevoorrecht passief. Volgens haar betreft het een schuldvordering van de massa, omdat de curator de gehuurde lokalen na het faillissement verder heeft gebruikt. Zij baseert zich op art. 46, § 1, derde lid Faillissementswet.

De rechtbank stelt in de eerste plaats vast dat NV B.T. voor deze bedragen geen aangifte van schuldvordering heeft gedaan.

Ten overvloede wijst de rechtbank op art. 46 Faillissementswet, dat bepaalt: Ҥ 1. Na hun ambtsaanvaarding beslissen de curators onverwijld of zij de overeenkomsten die gesloten zijn voor de datum van het vonnis van faillietverklaring en waaraan door dat vonnis geen einde wordt gemaakt, al dan niet verder uitvoeren.

“De partij die de overeenkomst met de gefailleerde heeft gesloten, kan de curators aanmanen om die beslissing binnen vijftien dagen te nemen. Indien geen verlenging van termijn is overeengekomen of indien de curators geen beslissing nemen, wordt de overeenkomst geacht door toedoen van de curators te zijn verbroken vanaf het verstrijken van deze termijn; de schuldvordering van de schade die eventueel verschuldigd zou zijn aan de medecontractant wegens de niet-uitvoering, wordt opgenomen in de boedel.

“Indien de curators beslissen de overeenkomst uit te voeren, heeft de medecontractant recht, ten laste van de boedel, op de uitvoering van de verbintenis in zoverre zij betrekking heeft op prestaties geleverd na het faillissement”.

Uit de stukken blijkt dat de raadsman van NV B.T. met fax van 27 oktober 2011 aan de curator vroeg of zijn cliënte ervan uit mocht gaan dat de lopende handelshuurovereenkomst was opgezegd, omdat er een nieuwe huurder was. Voorts gaf hij aan dat de inboedel uit het gebouw diende verwijderd te worden, zodat de nieuwe huurder dit gebouw kon betrekken.

Mr. De Roy q.q. heeft blijkbaar niet schriftelijk op deze fax gereageerd. NV B.T. heeft nadien ook niet verder aangedrongen op een standpunt van de curator en hem dus ook niet, conform art. 46, § 1, tweede lid Faillissementswet, aangemaand om een standpunt in te nemen binnen de vijftien dagen. Daarentegen ontkent mr. De Roy q.q. niet dat de activa van de gefailleerde nog gedurende een aantal maanden na het faillissement in de gehuurde lokalen zijn gebleven en dat hun verkoop blijkbaar gebeurde vanuit de gehuurde lokalen. Hieruit kan evenwel geen beslissing van mr. De Roy q.q. voor de voortzetting van de huurovereenkomst worden afgeleid.

Uit geen enkel element blijkt dat NV B.T. hiermeer niet akkoord ging, noch dat zij de betaling van een bezettingsvergoeding heeft geëist.

Gelet op wat voorafgaat, kan de vordering van NV B.T. niet worden beschouwd als een schuld van de boedel. Een schuld is alleen een schuld van de boedel als de curator verbintenissen heeft aangegaan met het oog op het beheer van de boedel, onder meer door de handelsactiviteit van de gefailleerde voort te zetten, de door laatstgenoemde gesloten overeenkomsten uit te voeren of nog door de roerende of onroerende goederen te gebruiken met het oog op het passend beheer van de failliete boedel. Aangezien boedelschulden afbreuk doen aan het beginsel van de gelijkheid van schuldeisers, dienen zij beperkend te worden uitgelegd (Cass. 27 maart 2015, RABG 2015, 1183).

NV B.T. toont niet aan dat de curator verbintenissen heeft aangegaan. De schuld van NV B.T. zou hoogstens een schuld in de massa kunnen zijn, maar NV B.T. heeft hiervoor geen aangifte gedaan.

Haar verzoek tot opname van de vordering in het bevoorrecht passief is dan ook onontvankelijk, minstens ongegrond.

2.3. Verbrekingsvergoeding

NV B.T. verzoekt de rechtbank te zeggen voor recht dat haar vordering tot betaling van een verbrekings- en wederverhuringsvergoeding, vermeerderd met de interesten, gelijk aan zes maanden huur, zijnde 8.018,46 euro (6 × 1.336,41 euro) wordt opgenomen in het bevoorrecht passief. Zij baseert haar vordering op art. 46 Faillissementswet. Het bedrag stemt overeen met de raming van het nadeel dat zij beweert geleden te hebben door de verbreking van de handelshuurovereenkomst en vervolgens de bezetting ervan tot en met december 2011; zij begroot dit nadeel forfaitair en naar het gemiddelde van de rechtspraak voor verbreking van handelshuurovereenkomsten, op zes maanden huur.

De rechtbank stelt in de eerste plaats vast dat NV B.T. ook voor dit bedrag geen aangifte van schuldvordering heeft gedaan.

Zij toont ook niet aan dat zij contractueel gerechtigd is op enige verbrekingsvergoeding, noch dat zij schade geleden heeft.

Ten slotte, zelfs indien zij over een schuldvordering zou beschikken – wat zij dus niet aantoont – moet worden opgemerkt dat art. 46, § 1, tweede lid Faillissementswet bepaalt dat indien de overeenkomst door toedoen van de curator wordt geacht verbroken te zijn, de schuldvordering van de schade die eventueel verschuldigd zou zijn wegens de niet-uitvoering van de overeenkomst wordt opgenomen in de boedel.

De vordering van NV B.T. tot opname van de schuldvordering m.b.t. de verbrekingsvergoeding in het bevoorrecht passief is bijgevolg onontvankelijk, minstens ongegrond.

Gerelateerd
Aangemaakt op: do, 23/03/2017 - 19:51
Laatst aangepast op: do, 23/03/2017 - 19:51

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.