-A +A

Kwijtschelding van schuld en bevrijding van een borg

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Plaats van uitspraak: 29/05/2015
A.R.: 
C.14.0275.N

De derde die tot zekerheid van andermans schuld aan de schuldeiser een zakelijke zekerheid verschaft, is anders dan de borg niet tot deze schuld gehouden met zijn gehele vermogen, maar heeft hiervoor slechts in te staan tot beloop van het zakelijk zekerheidsrecht.

Art. 1287, eerste lid BW luidens welk de kwijtschelding of het ontslag bij overeenkomst aan de hoofdschuldenaar verleend, de borgen bevrijdt, is ook van toepassing op de zakelijke borg.

De regels inzake borgtocht zijn op deze zakelijke borg enkel van toepassing in zoverre zij verenigbaar zijn met de aard ervan.

Indien de schuldeiser tegen het ontwerp van minnelijke aanzuiveringsregeling bezwaar heeft aangetekend overeenkomstig art. 1675/10, § 4 , tweede lid Ger.W. en de regeling door de rechtbank werd gehomologeerd niettegenstaande dit bezwaar, geldt de minnelijke aanzuiveringsregeling niet als kwijtschelding in de zin van art. 1287, eerste lid BW.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2015-2016
Pagina: 
620
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. C.14.0275.N
KBC BANK nv, met zetel te 1080 Sint-Jans-Molenbeek, Havenlaan 2,
eiseres,
tegen
1. A. V.,
eerste verweerder,
2.1. W. V., 2.2. A. V., 2.3. K. V., 2.4. A. V., in hun hoedanigheid van rechtsopvolgers van V. D. B. M.,
verweerders,
3. ‘T HEIDENHOF nv, met zetel te 2230 Herselt, Bergomsestraat 7,
verweerster,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 3 januari 2014.

II. CASSATIEMIDDEL
De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. De derde die tot zekerheid van andermans schuld aan de schuldeiser een za-kelijke zekerheid verschaft, is anders dan de borg niet tot deze schuld gehouden met zijn gehele vermogen, maar heeft hiervoor slechts in te staan tot beloop van het zakelijk zekerheidsrecht.

De regels inzake borgtocht zijn op deze zakelijke borg enkel van toepassing in zoverre zij verenigbaar zijn met de aard ervan.
Artikel 1287, eerste lid, Burgerlijk Wetboek luidens welk de kwijtschelding of ontslag bij overeenkomst aan de hoofdschuldenaar verleend, de borgen bevrijdt, is ook van toepassing op de zakelijke borg.

2. Overeenkomstig artikel 1675/10, § 4, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek zendt de schuldmiddelaar het ontwerp van minnelijke aanzuiveringsregeling naar onder meer de schuldeisers. Dit ontwerp dient door alle schuldeisers te worden goedgekeurd. Het staat hen vrij om desgevallend tegen het ontwerp bezwaar te formuleren overeenkomstig artikel 1675/10, § 4 , tweede lid.

3. Een minnelijke aanzuiveringsregeling die voorziet in een gehele of gedeelte-lijke kwijtschelding heeft de bevrijding tot gevolg van de borgen overeenkomstig artikel 1287, eerste lid, Burgerlijk Wetboek.

Indien de schuldeiser tegen het ontwerp van minnelijke aanzuiveringsregeling be-zwaar heeft aangetekend overeenkomstig artikel 1675/10, § 4 , tweede lid, en de regeling door de rechtbank werd gehomologeerd niettegenstaande dit bezwaar, dan geldt de minnelijke aanzuiveringsregeling niet als kwijtschelding in de zin van artikel 1287, eerste lid, Burgerlijk wetboek.

4. De appelrechters die door overname van de motieven van de eerste rechter oordelen dat de kwijtschelding verleend aan de eerste verweerder en wijlen zijn echtgenote in het kader van een minnelijke aanzuiveringsregeling de derde ver-weerster ten goede komt en dat het beslag op het door deze laatste gehypothekeerde goed moet worden opgeheven, terwijl uit de stukken waarop het hof vermag acht te slaan, blijkt dat de eiseres bezwaar had aangetekend tegen het voorstel van minnelijke aanzuiveringsregeling, verantwoorden hun beslissing niet naar recht.

Het onderdeel is gegrond.

Dictum
Het Hof,
Vernietigt het bestreden arrest.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.
Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter.
Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer

Noot: 

Rechtspraak:

• Brussel 22 november 2010, RW 2011-12, 318.

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 13/12/2015 - 14:22
Laatst aangepast op: do, 23/03/2017 - 14:41

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.