-A +A

Kwijtschelding van borg en gevolg voor andere hoofdelijke borgen

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
vri, 09/12/2016
A.R.: 
C.16.0149.N

Indien de schuldeiser aan één van de hoofdelijke borgen kwijtschelding heeft verleend worden de medeborgen bevrijd tot beloop van de bijdrageplicht van de bevrijde borg, tenzij wanneer de kwijtschelding werd afgekocht en de afkoopsom meer bedraagt dan de bijdrageplicht van de bevrijde borg, in welk geval de medeborgen worden bevrijd tot beloop van deze afkoopsom.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2016-2017
Pagina: 
1095
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

AR nr. C.16.0149.N

NV B.P.F. t/ P.D.

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het Hof van Beroep te Gent van 14 december 2015.

...

III. Beslissing van het Hof

Beoordeling

1. Art. 1285 BW bepaalt dat de kwijtschelding of het ontslag bij overeenkomst ten voordele van een van de hoofdelijke medeschuldenaars al de overigen bevrijdt, tenzij de schuldeiser zich uitdrukkelijk zijn rechten tegen hen heeft voorbehouden (eerste lid) en dat in dit laatste geval hij de schuld niet kan invorderen tenzij na aftrek van het aandeel van degene aan wie hij kwijtschelding heeft verleend (tweede lid).

2. Krachtens art. 1287, derde lid BW behoudt de schuldeiser die aan een van de borgen kwijtschelding heeft verleend, zijn rechten tegen de medeborgen.

3. Art. 1288 BW verplicht de schuldeiser hetgeen hij van een borg heeft ontvangen in mindering te brengen van de schuld.

4. Uit deze bepalingen volgt dat indien de schuldeiser aan één van de hoofdelijke borgen kwijtschelding heeft verleend, de medeborgen worden bevrijd tot beloop van de bijdrageplicht van de bevrijde borg, tenzij wanneer de kwijtschelding werd afgekocht en de afkoopsom meer bedraagt dan de bijdrageplicht van de bevrijde borg, in welk geval de medeborgen worden bevrijd tot beloop van deze afkoopsom.

5. De appelrechters stellen vast dat:

– de verweerder zich met wijlen N. F. jegens de eiseres (hierna: “de bank”) hoofdelijk borg stelde voor een bedrag van 371.840,28 euro;

– de erven van N. F. aan de bank een bedrag betaalden van 100.000 euro en kwijtschelding verkregen voor het saldo van hun bijdragend deel, zijnde 85.920,14 euro;

– de bank aanspraak maakt op de betaling door de verweerder van “271.840,28 euro [...] of subsidiair 271.840,28 euro – 85.920,14 euro”.

6. De appelrechters die oordelen dat uit art. 1285, tweede lid BW volgt dat de verweerder als hoofdelijke medeborg ten hoogste kan worden aangesproken voor de helft van de borgstelling, verminderd met het bedrag van de kwijtschelding van 85.920,14 euro, zodat de verweerder “enkel nog gehouden [is] 100.000 euro te betalen”, verminderen aldus de schuld van de verweerder met een hoger bedrag dan dat van het aandeel als medeborg, terwijl de afkoopsom minder bedroeg dan dit aandeel, en verantwoorden zodoende hun beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

Noot: 

Rechtspraak:

• Brussel 22 november 2010, RW 2011-12, 318.

Gerelateerd
Aangemaakt op: do, 23/03/2017 - 15:48
Laatst aangepast op: do, 23/03/2017 - 15:48

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.