-A +A

Kwijtschelding administratieve boete BTW door de rechter

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
vri, 17/05/2013

Krachtens artikel 70, § 1 BTW-wetboek wordt voor iedere overtreding van de verplichting de belasting te voldoen, een geldboete opgelegd gelijk aan het dubbele van de ontdoken of niet tijdig betaalde belasting.

Krachtens artikel 70, § 1bis BTW-wetboek verbeurt eenieder die op onrechtmatige of ongeoorloofde wijze de belasting in aftrek heeft gebracht, een geldboete gelijk aan het dubbel van die belasting, in zoverre die overtreding niet wordt bestraft bij toepassing van § 1, eerste lid.

Krachtens artikel 84, derde lid BTW-wetboek wordt binnen de door de wet gestelde grenzen, het bedrag van de proportionele fiscale boeten bepaald volgens een schaal waarvan de trappen door de Koning worden vastgesteld.

Krachtens artikel 1, eerste lid, 2° KB nr. 41 van 30 januari 1987 tot vaststelling van het bedrag van de proportionele fiscale geldboeten, is de schaal voor de vermindering van de proportionele geldboete op het stuk van de BTW bepaald in tabel H van de bijlage ten aanzien van overtredingen beoogd in artikel 70, § 1 bis BTW- wetboek, begaan na 31 oktober 1993. Volgens de voormelde tabel H bedraagt de toepasselijke geldboete 10% van de verkeerdelijk in aftrek gebrachte belasting zo dit bedrag meer dan 1.250 EUR bedraagt voor een controleperiode van één jaar.

2. De rechter aan wie gevraagd wordt een administratieve sanctie te toetsen die een repressief karakter heeft in de zin van artikel 6 EVRM, moet de wettigheid van die sanctie onderzoeken en mag in het bijzonder nagaan of die sanctie verzoenbaar is met de dwingende eisen van internationale verdragen en van het intern recht, met inbegrip van de algemene rechtsbeginselen.

Dit toetsingsrecht moet in het bijzonder aan de rechter toelaten na te gaan of de straf niet onevenredig is met de inbreuk, zodat de rechter mag onderzoeken of het bestuur naar redelijkheid kon overgaan tot het opleggen van een administratieve geldboete van zodanige omvang.

De rechter mag hierbij in het bijzonder acht slaan op de zwaarte van de inbreuk, de hoogte van reeds opgelegde sancties en de wijze waarop in gelijkaardige zaken werd geoordeeld, maar moet hierbij in acht nemen in welke mate het bestuur zelf gebonden was in verband met de sanctie.

Dit toetsingsrecht houdt niet in dat de rechter op grond van een subjectieve appreciatie van wat hij redelijk acht, om loutere redenen van opportuniteit en tegen wettelijke regels in, boeten kan kwijtschelden of verminderen.

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2014/10
Pagina: 
696
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 19 oktober 2010.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 18 januari 2013 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Afdelingsvoorzitter Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL
De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
Eerste onderdeel
1. Krachtens artikel 70, § 1 BTW-wetboek wordt voor iedere overtreding van de verplichting de belasting te voldoen, een geldboete opgelegd gelijk aan het dubbele van de ontdoken of niet tijdig betaalde belasting.

Krachtens artikel 70, § 1bis BTW-wetboek verbeurt eenieder die op onrechtmatige of ongeoorloofde wijze de belasting in aftrek heeft gebracht, een geldboete gelijk aan het dubbel van die belasting, in zoverre die overtreding niet wordt bestraft bij toepassing van § 1, eerste lid.

Krachtens artikel 84, derde lid BTW-wetboek wordt binnen de door de wet gestelde grenzen, het bedrag van de proportionele fiscale boeten bepaald volgens een schaal waarvan de trappen door de Koning worden vastgesteld.

Krachtens artikel 1, eerste lid, 2° KB nr. 41 van 30 januari 1987 tot vaststelling van het bedrag van de proportionele fiscale geldboeten, is de schaal voor de vermindering van de proportionele geldboete op het stuk van de BTW bepaald in tabel H van de bijlage ten aanzien van overtredingen beoogd in artikel 70, § 1 bis BTW- wetboek, begaan na 31 oktober 1993. Volgens de voormelde tabel H bedraagt de toepasselijke geldboete 10% van de verkeerdelijk in aftrek gebrachte belasting zo dit bedrag meer dan 1.250 EUR bedraagt voor een controleperiode van één jaar.

2. De rechter aan wie gevraagd wordt een administratieve sanctie te toetsen die een repressief karakter heeft in de zin van artikel 6 EVRM, moet de wettigheid van die sanctie onderzoeken en mag in het bijzonder nagaan of die sanctie verzoenbaar is met de dwingende eisen van internationale verdragen en van het intern recht, met inbegrip van de algemene rechtsbeginselen.

Dit toetsingsrecht moet in het bijzonder aan de rechter toelaten na te gaan of de straf niet onevenredig is met de inbreuk, zodat de rechter mag onderzoeken of het bestuur naar redelijkheid kon overgaan tot het opleggen van een administratieve geldboete van zodanige omvang.

De rechter mag hierbij in het bijzonder acht slaan op de zwaarte van de inbreuk, de hoogte van reeds opgelegde sancties en de wijze waarop in gelijkaardige zaken werd geoordeeld, maar moet hierbij in acht nemen in welke mate het bestuur zelf gebonden was in verband met de sanctie.

Dit toetsingsrecht houdt niet in dat de rechter op grond van een subjectieve appreciatie van wat hij redelijk acht, om loutere redenen van opportuniteit en tegen wettelijke regels in, boeten kan kwijtschelden of verminderen.

3. De appelrechters oordelen dat de verweerster aanspraak kan maken “op de kwijtschelding omwille van principiële redenen, daar de ganse betwisting draait rond de interpretatie van een wetsbepaling”.

De appelrechters die aldus te kennen geven dat, waar de litigieuze bepaling in redelijkheid voor principiële betwisting vatbaar was, het onevenredig is de verweerster te sanctioneren voor de ten onrechte door haar doorgevoerde aftrek, verantwoorden hun beslissing naar recht.

Het onderdeel kan in zoverre niet worden aangenomen.

(…)

Tweede onderdeel
(…)

Derde onderdeel
(…)

Vierde onderdeel
(…)

Vijfde onderdeel
(…)

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiser op 122,38 EUR.

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: do, 06/07/2017 - 16:02
Laatst aangepast op: do, 06/07/2017 - 16:02

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.