-A +A

Kosten delend wonen maakt van bewoners nog geen samenwoners

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Arbeidshof
Plaats van uitspraak: Gent
Datum van de uitspraak: 
maa, 05/09/2016

Het feit dat het delen van een woning door verschillende onderhuurders kostenbesparend werkt en dus een financieel voordeel oplevert, is op zich onvoldoende om tot samenwonen in de zin van het Werkloosheidsbesluit te besluiten. Vereist is dat er een hoofdzakelijk gemeenschappelijke huishouding wordt gevoerd.

"hoofdzakelijk gemeenschappelijke regeling van de huishouding" betekent niet alleen dat ze financieel voordeel kunnen halen uit het samenwonen onder hetzelfde dak, bijvoorbeeld door gebruik te maken van gemeenschappelijke voorzieningen, maar ook dat ze het grootste deel van hun inkomen samenbrengen en gezamenlijk beslissen hoe ze dat besteden.

Het is dus "van belang vast te stellen of een werkloze iemand ten laste heeft of economisch afhankelijk is van een andere persoon".
"Wanneer ze .. . alles delen, alle huishoudelijke taken verdelen en alle beslissingen met betrekking tot het huishouden gezamenlijk nemen, kunnen ze worden beschouwd als samenwonenden .

Publicatie
tijdschrift: 
NJW
Uitgever: 
Kluwer
Jaargang: 
2018
Pagina: 
117
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

 

C.T., [ ... ] appellant,

[ ... ]

tegen

Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening,

[ ... ]

geïntimeerde,

[ ... ]

Nopens de gegrondheid van het hoger beroep.

In de oorspronkelijk bestreden beslissing van 30 september 2013 werd de appellant vanaf 1 mei 2013 uitgesloten van het recht op uitkeringen als alleenwonende omdat hij in het formulier Cl -aangifte van de persoonlijke en familiale toestand - van 26 juni 2013 ten onrechte aangifte zou gedaan hebben van zijn gezinstoestand als alleenwonende op het adres [ ... ]. Op hetzelfde adres waren tevens ingeschreven W.P., J.D.M., B.V.A en Y.D.

De appellant zou bijgevolg slechts aanspraak hebben kunnen maken op uitkeringen als samenwonende werknemer. De werkloosheidsuitkeringen die hij in de periode van 1 mei 2013 tot en met 31 augustus 2013 onrechtmatig zou ontvangen hebben, werden teruggevorderd.

De sanctie wegens een onjuiste verklaring werd beperkt tot een verwittiging omdat aangenomen werd dat de appellant ten onrechte in de veronderstelling verkeerde dat hij een juiste aangifte deed. De appellant was het niet eens met deze beslissing en leidde voor de arbeidsrechtbank te Gent met een verzoekschrift van 21 november 2013 een procedure in om de beslissing te vernietigen en hem te herstellen in zijn rechten.

In haar vonnis van 1 april 2015 wees de kamer G5 van de arbeidsrechtbank Gent, afdeling Gent, de vordering van de appellant af als ongegrond en bevestigde de bestreden beslissing van 30 september 2013.

Met verwijzing naar artikel 59 van het MB van 26 november 1991 houdende de toepassingsregelen van de werkloosheidsreglementering (Uitvoeringsbesluit) dat onder "samenwonen" verstaat:

- het onder hetzelfde dak samenleven van twee of meer personen,
-
- die hun huishoudelijke aangelegenheden hoofdzakelijk gemeenschappelijk regelen,
-
onderzocht de arbeidsrechtbank of al of niet voldaan was aan de tweede voorwaarde, het economisch criterium. Er was immers niet betwist dat voldaan was aan de eerste voorwaarde, het samenleven onder één dak.

De arbeidsrechtbank kwam tot het besluit dat de appellant niet heeft aangetoond dat hij alleenwonende was. De appellant acht zich gegriefd door het vonnis omdat het halen van een financieel voordeel uit het delen van een huis onvoldoende is om in de werkloosheidsreglementering beschouwd te worden als samenwonende. Er dient een hoofdzakelijk gemeenschappelijk huishouden

Het geschil betreft het bedrag van de daguitkering waarop de appellant in de periode vanaf 1 mei 2013 aanspraak kon maken als samenwonende werknemer zoals de geïntimeerde voorhoudt of als alleenwonende werknemer zoals de appellant beweert.

Zoals het openbaar ministerie het geschil kadert:

"Met betrekking tot het dagbedrag van de werkloosheidsuitkeringen maakt artikel 110 van het Werkloosheidsbesluit onderscheid tussen de werknemer met gezinslast (§ 1), de alleenwonende werknemer (§ 2) en de samenwonende werknemer (§ 3). Appellant meent recht te hebben op uitkeringen als alleenwonende werknemer, terwijl geïntimeerde meent dat hijsamenwonende was met de andere bewoners van het huis.

Onder samenwonen wordt verstaan het onder hetzelfde dak samenleven van twee of meer personen die hun huishoudelijke aangelegenheden hoofdzakelijk gemeenschappelijk regelen (art. 59, eerste alinea MB 26 november 1991 houdende de toepassingsregelen van de werkloosheidsreglementering). Wanneer, zoals in casu, vastgesteld wordt dat de werkloze, die aanspraak maakt op uitkeringen als alleenstaande, onder hetzelfde dak woont met een of meerdere andere personen, is het de werkloze die moet bewijzen dat er geen sprake is van samenwonen, en derhalve moet aantonen dat hij zijn huishoudelijke aangelegenheden niet hoofdzakelijk gemeenschappelijk regelt (Cass. 14 september 1998, Arr.Cass. 1998, 892, JTT 1998, 443 en RW 1999-2000, 547)."

De appellant wordt door de geïntimeerde in de betwiste periode als een samenwonende werkloze beschouwd omdat hij, zoals ook andere medebewoners, in een huis gelegen aan de [ ... ], van de hoofdhuurder een kamer huurde terwijl bepaalde ruimtes zoals badkamer, keuken en woonkamer, gemeenschappelijk werden gebruikt. Zoals het openbaar ministerie adviseert:

"Het betreft een vorm van wonen die is ingegeven door financiële overwegingen.

De gemiddelde huurprijzen van woningen of appartementen in stedelijke gebieden zoals Gent zijn immers voor alleenstaanden met een laag (vervangings) inkomen dermate hoog (zie de cijfers uit een onderzoek van het steunpunt ruimte en wonen die door appellant worden vermeld en die door geïntimeerde niet worden betwist) dat het delen van een bestaande gezinswoning een betaalbaarder alternatief biedt, ( ... )

In deze vorm van samenwonen hebben de bewoners doorgaans hetzelfde domicilieadres (waardoor er ook maar één brievenbus kan zijn).

Enkel bij een vergunde opdeling van de woning in meerdere wooneenheden zal elke wooneenheid een eigen huisnummer hebben (desgevallend via een schuine streep) en zullen de bewoners op het adres van hun aparte wooneenheid ingeschreven worden in de bevolkingsregisters,

De huidige regelgeving kent dit soort samenhuizen in aparte kamers met gemeenschappelijke delen (nog) niet en het is nagenoeg onmogelijk om de bestaande bestemming als eengezinswoning in die zin te wijzigen. Overigens liet ook het (sinds 2013 opgeheven) Vlaams kamerdecreet niet toe dat de bewoners van vergunde kamers een apart domicilieadres kregen." De huurders en onderhuurders bedoelen de huishuur en de lasten te delen, doch zoals de appellant beweert, zijn de andere uitgaven zoals voeding, verzorging, vrije tijd enz., individueel.

Deze beperkte gemeenschappelijke regeling heeft volgens de appellant niet tot gevolg dat de medebewoners hun huishoudelijke aangelegenheden hoofdzakelijk gemeenschappelijk regelen.

Het arbeidshof onderschrijft dit standpunt van de appellant. Ook het openbaar ministerie adviseert:

"Het feit dat het delen van een woning door verschillende onderhuurders kostenbesparend werkt en dus een financieel voordeel oplevert, is op zich onvoldoende om tot samenwonen in de zin van het Werkloosheidsbesluit te besluiten. Vereist is dat er een hoofdzakelijk gemeenschappelijke huishouding wordt gevoerd. Dit was ook het antwoord van de viceminister en minister van Werk en Gelijke Kansen op vraag nr. 5-998 van B. ANCIAUX in de senaatscommissie voor sociale aangelegenheden van 31 mei2011 (gedeeltelijk geciteerd in de besluiten van appellant). In dit antwoord verduidelijkte de minister het begrip "hoofdzakelijk gemeenschappelijke regeling van de huishouding".

Dit element "betekent niet alleen dat ze financieel voordeel kunnen halen uit het samenwonen onder hetzelfde dak, bijvoorbeeld door gebruik te maken van gemeenschappelijke voorzieningen, maar ook dat ze het grootste deel van hun inkomen samenbrengen en gezamenlijk beslissen hoe ze dat besteden".

Het is dus "van belang vast te stellen of een werkloze iemand ten laste heeft of economisch afhankelijk is van een andere persoon".

"Wanneer ze .. . alles delen, alle huishoudelijke taken verdelen en alle beslissingen met betrekking tot het huishouden gezamenlijk nemen, kunnen ze worden beschouwd als samenwonenden ... "."

In zijn repliek op het advies van het openbaar ministerie stelt de geïntimeerde dat het antwoord van de viceminister haaks staat op de rechtspraak van het Hof van Cassatie en verwijst daarbij naar rechtspraak van 1983 en 1993 (Cass, 23 juni 1983, R.W. 1983-84, 923 en Cass, 6 december 1993, J.T.T. 1994, 298) toen deze vorm van samenhuizen in aparte kamers met gemeenschappelijke ruimtes nog niet was ingeburgerd en enkel voorkwam als tijdelijke oplossing onder studenten. De verwijzing door de geïntimeerde naar de omzendbrief nr. COL. 17/2013 betreffende de strijd tegen de sociale fraude ten gevolge van fictieve domicilieringen van het College van Procureursgeneraal bij de Hoven van Beroep van 3 juli 2013, is niet relevant om het begrip samenwonende in de werkloosheidsreglementering te definiëren,

De appellant woonde effectief op het opgegeven adres.

De ene cohousing is de andere niet en de ene samenwonende is de andere niet. De hoofdzakelijke gezamenlijke huishouding, zoals die voortvloeit uit de feitelijke toestand, is bepalend om aan de werkloze het statuut van samenwonende/alleenwonende in de zin van de werkloosheidsreglementering toe te kennen. Uit wat voorafgaat volgt dat, in casu, voor zover de appellant aantoont dat de gemeenschappelijke regeling, zoals hij beweert, beperkt was tot het delen van huur, lasten en van een aantal ruimtes, hij terecht aangifte deed als alleenwonende. Naar aanleiding van het verhoor van de appellant op het werkloosheidsbureau verklaarde hij:

"Ik woon aan adres [ ... ] in een huurhuis. Dit huis wordt gedeeld door 4 personen die er effectief wonen, zijnde W.P., Y.D., E.V.A. en ikzelf[ ... ]. De hoofdhuurder is W.P., op zijn naam staat het huurcontract. De huishuur wordt gedeeld door de 4 bewoners en komt met inbegrip van nutsvoorzieningen op +/- 215 €/maand per persoon. Ik verzamel het geld van de 3 bewoners en stort het dan maandelijks door aan W.P., ik voeg hierbij bewijs van storting van 606,56 €, correctie naar huiseigenaar.

In het huis hebben de 4 bewoners een aparte kamer met slaapgelegenheid, voor de rest is er een gemeenschappelijke keuken en badkamer en wordt er eigenlijk nooit gemeenschappelijk gekookt en gegeten. Er is geen enkele band tussen de 4 bewoners, Ik voeg hierbij een stick met 27 foto's van het huis. Ik ben bereid om een huisbezoek toe te staan".

Het openbaar ministerie wijst er op dat de appellant met zijn stukken 14 en 19 aantoont dat een medebewoner, E.V.A., een maand na de appellant eveneens werd verhoord omtrent zijn samenwoonst met andere personen aan de [ ... ], waarna geen negatieve beslissing werd genomen. Het hof herneemt het advies van het openbaar ministerie als redengeving van dit arrest als volgt: Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en gegrond.

Vernietigt het vonnis van de arbeidsrechtbank Gent, afdeling Gent, kamer G 5, van 1 april 2015 (A,R.nr. 13/2943/A), behalve in zoverre de oorspronkelijke vordering van de appellant toelaatbaar werd verklaard en het uitspraak doet over de gedingkosten.

En opnieuw wijzende,

Verklaart de oorspronkelijke vordering van de appellant gegrond.

Vernietigt de beslissing van de directeur van het Werkloosheidsbureau Gent van de geïntimeerde van 30 september 2013 en zegt voor recht dat de appellant in de periode vanaf 1 mei 2013 recht heeft op uitkeringen als alleenwonende.

"In besluiten voegt appellant er nog aan toe dat de bewoners afzonderlijk koken en afzonderlijk instaan voor de aankoop van hun levensmiddelen, en dat hij volledig financieel onafhankelijk is van de andere bewoners en fiscaal als alleenstaande wordt beschouwd. Hij wijst erop dat hij in zijn kamer (met slaapgelegenheid en kookgelegenheid, namelijk microgolf en kleine kookplaat), over de meest elementaire en noodzakelijke voorzieningen beschikt die niet gedeeld worden met andere bewoners. ( ... )

Appellant maakt zijn versie aannemelijk via de voorgelegde foto's en met bankrekeninguittreksels (waaronder tal van aankopen in Spar- en Carrefourwinkels). De voorgelegde fotoafdrukken zijn weliswaar niet haarscherp, maar toch voldoende duidelijk. Geïntimeerde heeft geen plaatsbezoek gedaan die deze versie ontkracht, hoewel appellant bij zijn verhoor uitdrukkelijk bereid ging met een huisbezoek.

Het OCMW van Gent daarentegen heeft, met betrekking tot het leefloon dat appellant in november 2013 heeft aangevraagd, wel een huisbezoek gebracht aan de woning in de [ ... ] en heeft op basis van volgende bevindingen en overeenkomstig exact dezelfde wettelijke omschrijving, aan betrokkene een leefloon als alleenstaande toegekend (stuk 15 en 20 dossier appellant):

De bewoners kenden elkaar vooraf niet en hebben allemaal een huurcontract (onderverhuring) die op een ander tijdstip ingaat,

C.T. betaalt maandelijks 215 euro aan de man die hem het contract heeft uitgeschreven [appellant legt, wat hem betreft, een bankuittreksel voor van identieke betalingen].

Aan de bel hangt een belcode.

Alle kamers kunnen afzonderlijk afgesloten worden.

Er kan beperkt gekookt worden op de kamer (oven + klein kookbekken).

Binnen de gemeenschappelijke keuken heeft ieder zijn eigen voorraadkast en zijn lade in de frigo.

Het salon wordt zelden gebruikt door de bewoners, er wordt hoofdzakelijk op de kamer geleefd.

( ... ).

Het is niet zonder belang te vermelden dat appellant is ingegaan op een bestaande huuraanbieding, en op dat ogenblik geen van de andere bewoners kende. Blijkbaar bleef ook nadien de enige band met de andere bewoners de woonwijze. Van een economische afhankelijkheid of solidariteit tussen de bewoners onderling is geen sprake. Iedere bewoner kookt zijn eigen potje en koopt zelfde benodigdheden aan. Er is geen gemeenschappelijk budget voor aankopen van benodigdheden voor het huishouden.

Er zijn geen transportmiddelen die gemeenschappelijk gebruikt worden. Er is wel gemeenschappelijk gebruik van keuken en sanitaire voorzieningen, maar dit vergt in casu geen gezamenlijke aankopen. Wie de kuis doet van de gemeenschappelijke ruimtes is niet meegedeeld, maar zelfs als dit gemeenschappelijk wordt gedaan is dit onvoldoende om gewag te maken van een hoofdzakelijk gemeenschappelijke huishouding.

De nutsvoorzieningen zijn in de huurprijs begrepen. Er zijn geen aparte brievenbussen of deurbellen, maar dit belet niet dat de bewoners toch elk hun eigen huishouding kunnen regelen. Een formeel inwendig reglement is met dergelijk klein aantal bewoners geen absolute vereiste. Het zou anders zijn indien er wel gemeenschappelijke aankopen zouden worden gedaan en er bv. gezamenlijk gegeten zou worden.

Net zoals door geïntimeerde (ten aanzien van een andere bewoner van hetzelfde huis, in dezelfde omstandigheden) en door het OCMW (ten aanzien van appellant zelf werd beslist, moet ook hier uit het geheel van de gekende elementen geconcludeerd worden dat appellant zijn huishoudelijke aangelegenheden niet hoofdzakelijk gemeenschappelijk met de andere bewoners regelde, zodat hij ten onrechte werd uitgesloten van het recht op werkloosheidsuitkeringen als alleenwonende werknemer.

Het hoger beroep is gegrond.

OM DIE REDENEN, HET ARBEIDSHOF,

[ ... ]
 

Noot: 

Zie ook Thion P, Vlaamse regelgever ontdekt cohousing, Juristenkrant, 317, 11 november 2015

Resolutie betreffende het faciliteren van nieuwe woonvormen Stuk 391 (2014-2015), nr 4, Vlaams Parlement, unaniem goedgekeurd op 15 oktober 2015

Zie verder : Arbrb. Gent (afd. Gent) 1 april 2015, N}W 2018, 119 en Cass. 9 oktober 2017, N}W 2018, 115.

Gerelateerd
Aangemaakt op: wo, 28/03/2018 - 19:29
Laatst aangepast op: do, 29/03/2018 - 18:37

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.