-A +A

Kennisgeving van het voornemen tot regres van verzekeraar is niet onderworpen aan vormvoorwaarden

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
don, 25/09/2014
A.R.: 
C.13.0389.F

Artikel 88, tweede lid, van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst impliceert dat de verzekeraar, om zijn recht van verhaal niet te verliezen, aan de betrokkene duidelijk kennis geeft van zijn voornemen om verhaal in te stellen en dat de verzekeraar daarvan het bewijs dient te leveren; de wet op de landverzekeringsovereenkomst onderwerpt die kennisgeving aan geen enkel bijzonder vormvereiste; wanneer de kennisgeving per aangetekende brief gebeurt, dient de verzekeraar enkel te bewijzen dat hij die aan de postdiensten heeft afgegeven; die afgifte is een rechtsfeit, dat kan worden bewezen door alle middelen rechtens die de bodemrechter op onaantastelijke wijze beoordeelt.

Publicatie
tijdschrift: 
Juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. C.13.0389.F
J. D'H.,
tegen
AXA BELGIUM nv,
verweerder,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Charleroi van 10 januari 2013.

II. CASSATIEMIDDELEN
De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

Krachtens artikel 88, tweede lid, van de wet van 25 juni 1992 op de landverzeke-ringsovereenkomst is de verzekeraar op straffe van verval van zijn recht van ver-haal verplicht de verzekeringnemer of, in voorkomend geval, de verzekerde die niet de verzekeringnemer is, kennis te geven van zijn voornemen om verhaal in te stellen zodra hij op de hoogte is van de feiten waarop dat besluit gegrond is.

Die bepaling impliceert dat de verzekeraar, om zijn recht van verhaal niet te ver-liezen, aan de betrokkene duidelijk en op ondubbelzinnige wijze kennis geeft van zijn voornemen om verhaal in te stellen. De verzekeraar dient daarvan het bewijs te leveren.

De wet op de landverzekeringsovereenkomst onderwerpt die kennisgeving aan geen enkel bijzonder vormvereiste.

Wanneer de kennisgeving per aangetekende brief gebeurt, dient de verzekeraar enkel te bewijzen dat hij die aan de postdiensten heeft afgegeven.

Die afgifte is een rechtsfeit, dat kan worden bewezen door alle middelen rechtens die de bodemrechter op onaantastelijke wijze beoordeelt.
In deze zaak vermeldt het arrest dat:

- "[de verweerster] met stuk 2 van haar dossier de tekst voorlegt van de brief die zij beweert [aan de eiser] te hebben gezonden en die de duidelijke en ondub-belzinnige vermelding bevat van haar wil om een regresvordering in te stellen tegen [de eiser] ten gevolge van het schadegeval van 1 december 2001;

- [de verweerster] met stuk 3 van haar dossier het bewijs voorlegt van de toe-zending van een aangetekende brief [aan de eiser] waarvan vaststaat - gelet op de inhoud ervan, de context en met name de verzendingsdatum ervan [...] - dat hij de uiting bevatte van haar voornemen om een regresvordering in te stellen;

- [de eiser] op pagina 3 van zijn appelconclusie vermeldt: ‘de verzending van een aangetekende brief blijkt dus niet betwistbaar te zijn'".

Op grond van die vermeldingen heeft het bestreden vonnis naar recht kunnen be-slissen dat "[de verweerster], aangezien aangetoond [is] dat [zij] bij de post - op wie een resultaatsverbintenis rust (...) - een aangetekende brief heeft bezorgd die de verklaring bevat van het voornemen om een regresvordering in te stellen, te dezen bewijst dat zij de in artikel 88, tweede lid, van de voornoemde wet van 25 juni 1992 bedoelde kennisgeving heeft gedaan en dus de in dit artikel bepaalde sanctie van het verval van haar recht op verhaal niet oploopt".

Het middel kan niet worden aangenomen.

Dictum
Het Hof,
Verwerpt het cassatieberoep.
Veroordeelt de eiser tot de kosten.
Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel
 

Noot: 

Cassatie 24/12/2009 Juridat en RW 2011-2012, 606

Nr. C.09.0024.N
FORTIS INSURANCE BELGIUM, naamloze vennootschap, met zetel te 1000 Brussel, Emile Jacqmainlaan 53,
eiseres,

tegen
V. D. V. D.
verweerder,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis, op 7 februari 2008 in hoger beroep gewezen door de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde.
Raadsheer Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL
De eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan.

III. BESLISSINGVAN HET HOF
Beoordeling
Ontvankelijkheid
1. De verweerder werpt op dat het middel niet ontvankelijk is omdat het opkomt tegen een feitelijke beoordeling, waarvoor het Hof niet bevoegd is.

2. Het staat het Hof na te gaan of de rechter, uit de door hem vastgestelde feiten, wettig een afstand van recht of het ontbreken daarvan heeft kunnen afleiden.

De grond van niet-ontvankelijkheid kan niet aangenomen worden.
Middel zelf

3. Krachtens artikel 88, tweede lid, van de wet op de landverzekeringsovereenkomst van 25 juni 1992, is de verzekeraar, op straffe van verval van zijn recht van verhaal, verplicht de verzekeringnemer of, in voorkomend geval, de verzekerde die niet de verzekeringnemer is, kennis te geven van zijn voornemen om verhaal in te stellen zodra hij op de hoogte is van de feiten waarop dat besluit is gegrond.

Deze bepaling is van dwingend recht ten gunste van de verzekerde.
De verzekerde kan derhalve, uitdrukkelijk of stilzwijgend, afstand doen van het recht zich te beroepen op het uit artikel 88, tweede lid, van de wet op de landverzekeringsovereenkomst voortvloeiende verval van het recht van verhaal van de verzekeraar.

4. Afstand van recht is een eenzijdige rechtshandeling, die niet door de wederpartij moet worden aanvaard.
Afstand van recht wordt niet vermoed en kan alleen worden afgeleid uit feiten die niet voor een andere uitlegging vatbaar zijn.

5. Het vonnis stelt vast dat de verweerder, nadat de eiseres hem in een aangetekende brief haar beslissing tot verhaal overeenkomstig artikel 25 van de algemene polisvoorwaarden had meegedeeld en de verweerder had aangemaand tot betaling, in een brief van 7 december 2001 aan de eiseres schreef de schade te zullen betalen.

6. Door te oordelen dat de brief van 7 december 2001 een louter eenzijdig voorstel is dat bij gebrek aan aanvaarding door de eiseres of uitvoering of begin van uitvoering ervan door de verweerder, voor hem geen enkele contractuele verplichting creëerde, zodat dit niet kan beschouwd worden als een erkenning van het recht van verhaal van de eiseres en het verval van het verhaalrecht van de eiseres door dit loutere voorstel dan ook niet ongedaan werd gemaakt, miskent het vonnis het algemeen rechtsbeginsel betreffende de afstand van recht.
Het middel is in zoverre gegrond.
Overige grieven

7. De overige grieven kunnen niet tot een ruimere cassatie leiden.
Dictum
Het Hof,
eenparig beslissend,
Vernietigt het bestreden vonnis behalve in zoverre het hoger beroep ontvankelijk wordt verklaard.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis.
Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.
Verwijst de aldus beperkte zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Gent.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 13/03/2016 - 20:12
Laatst aangepast op: zo, 13/03/2016 - 20:12

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.