-A +A

Journalist en kritiek op het openbaar Ministerie

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Rechtbank van Eerste Aanleg
Plaats van uitspraak: Mechelen
Datum van de uitspraak: 
din, 15/01/2013

In een opiniestuk is het een journalist niet toegelaten een vooraanstaand lid van het openbaar ministerie te betichten van partijdigheid en corruptie, tenzij hij het bewijs hiervan kan leveren.

De schadevergoeding viel voor Journalist YDS nog mee: 1 euro morele schadevergoeding

Publicatie
tijdschrift: 
NJW
Uitgever: 
Kluwer
Jaargang: 
2013/275
Pagina: 
81
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Rb. Mechelen 15 januari 2013, NjW 2013, 80.

[ ... ]

Mevrouw LB., magistraat, [ ... ]

tegen:

De heer Y.D.S., journalist,

[ ... ]

1. Procedure

1.1.

De betwistingen tussen de partijen hebben betrekking op de door eiseres gevorderde vergoeding voor de schade die zij stelt geleden te hebben ten gevolge van onterechte aantijgingen ten opzichte van haar echtgenoot, procureur-generaal Y.L., door verweerder geuit in de media, en onder meer in de krant "De Morgen".

1.2. Eiseres steunt haar vordering thans enerzijds op een artikel in "De Morgen" van 12.01.2012 en anderzijds op een commentaar van verweerder in het programma "Wakker op zondag" op de zender ATV op 15.01.2012.

De vordering van eiseres strekt er toe verweerder te doen veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van € 19.000,00 vermeerderd met gerechtelijke intresten en met de kosten.

1.3.

Verweerder concludeert als volgt:

"In hoofdorde: de vorderingen van eiseres af te wijzen als ongegrond.

In ondergeschikte orde: de vorderingen van eiseres af te wijzen wegens onverenigbaarheid met artikel 10 lid 2 EVRM. In uiterst ondergeschikte orde: de gevorderde schadevergoeding te herleiden tot het symbolische bedrag van 1 EUR.

In ieder geval de vordering tot uitvoerbaarheid bij voorraad en uitsluiting van borgstelling en kantonnement af te wijzen als ongegrond.

In ieder geval eiseres te veroordelen tot de kosten van het geding met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding begroot op 1.210 EUR.

In geval van veroordeling van verweerder in toepassing van artikel 1017, lid 4 Ger.W. de kosten om te slaan in verhouding tot het gedeelte van de gevorderde schadevergoeding dat effectief zou worden toegekend aan eiseres."

[ ... ]

2. Feitelijke gegevens

2.2. De betreffende tekst van het artikel van 12.01.2012 luidt:

"( ... )Veel 'ingrijpender is de magistratenoorlog over de methodiek en de te volgen strategie bij het behandelen van de meer dan forse diamantfraude in dat Antwerpse milieu, die volgens de meest voorzichtige ramingen minstens om één miljard euro zwarte winst draait, en meer dan waarschijnlijk om het dubbele daarvan; De huiszoeking die procureur-generaal L. liet uitvoeren bij substituut V.C. is niet alleen ongezien, de uitleg dat dit enkel gebeurde om procedurefouten te vermijden klinkt bijzonder ongeloofwaardig. Zeker wanneer men weet dat eind vorig jaar diezelfde procureur-generaal al hemel en aarde bewoog om de zaak te laten verhuizen naar het federale parket van Brussel, die dat overigens weigerde.

Er tekent zich een duidelijk patroon af waarbij het parket-generaal van Antwerpen een substituut die tot nu helemaal niets verweten kan worden van de zaak wil halen.

De reden daarvoor is niet eens zo ver te zoeken: de substituut wil dat een zetelende rechter zich uitspreekt over een boete of een straf voor de diamantairs, de procureur-generaal wil zelf een schikking treffen met de sector, en hen toelaten zo hun proces af te kopen. Alleen valt dan wel het onmetelijke contrast op tussen de zachte manier waarop de procureur-generaal de diamantfraude wil aanpakken, en de moeite die hij neemt om een substituut die daar anders over denkt te intimideren, en de bikkelharde manier waarop hij andere fraudegevallen benadert.

Bij zijn openingsrede van het gerechtelijk jaar fulmineerden procureur-generaal Y.L. en zijn advocaat-generaal P.V.D.B. op een redelijk ongeziene manier tegen de "cultuur van uitkeringsfraude" die volgens hen een regelrechte bedreiging was voor het sociaal-economisch weefsel en zelfs "het einde van de democratie" inluidde.

( ... )

Sociale noch fiscale fraude moet geduld of gedoogd worden, beide verdienen een even strenge aanpak.

Maar voor de procureur-generaal is het ene "het einde van de democratie" en verdient het andere blijkbaar een behandeling, bijna een bescherming met fluwelen handschoenen.

Je zou het haast een "schijn van partijdigheid kunnen noemen. Of, mocht het woord niet zo oudmodisch klinken, pure klassejustitie."

2.3.

Op de inhoud van de gezegden van verweerder in het programma "Wakker op zondag" van 15.01.2012 van ATV, samen met het programma "Conclusies" van 13.01.2012 aangeleverd op DVD en die hier derhalve niet woordelijk kunnen worden weergegeven, wordt teruggekomen naargelang deze gegevens zich bij de beoordeling van de zaak aandienen.

2.4.

Ter zitting van 06.11.2012 werd door het openbaar ministerie als advies gegeven dat het ambt zich naar de wijsheid van de rechtbank gedraagt.

Daaraan werd toegevoegd dat bij het parket te Mechelen geen klacht tegen Y.D.S. gekend is betreffende het voorwerp van huidige vordering.

3. Beoordeling

3.1.

De vordering van eiseres betreft de geschriften en gezegden van verweerder in verband met wat door de media gemakshalve de "diamantoorlog" wordt genoemd, waaraan volgens verweerder louter een uit de hand gelopen meningsverschil tussen procureur-generaal Y.L. en substituutprocureur des Konings P.V.C. van het Antwerps parket ten grondslag zou liggen. De rechtbank heeft zich vanzelfsprekend niet uit te spreken over het aangehaalde conflict zelf, vermits zij daardoor geenszins gevat is, doch dient wel na te gaan of, en in hoeverre, de door verweerder geuite opinies onjuist en onrechtmatig zijn en eventueel schade hebben toegebracht aan eiseres, nu deze haar vordering steunt op de buitencontractuele aansprakelijkheid van verweerder (artikel 1382 van het burgerlijk wetboek).

3.2.

De passus in het artikel van 12.02.2012 waarin wordt gesteld: "De huiszoeking die procureur-generaal L. liet uitvoeren bij substituut V.C. ( ... ) is vanzelfsprekend zonder meer onjuist, nu het verweerder toch niet onbekend kan zijn dat slechts een onderzoeksrechter een huiszoeking kan bevelen.

3.3.

De daarop volgende passus:

"( ... ) de uitleg dat dit enkel gebeurde om procedurefouten te vermijden klinkt bijzonder ongeloofwaardig."

is een persoonlijke opinie van verweerder waarvan op geen enkele wijze wordt verduidelijkt waarin deze opinie steun zou vinden.

3.4.

Het gevoel van verweerder dat de procureur-generaal de diamantfraude op een "zachte" manier wil aanpakken moet ook voor rekening van de journalist worden gelaten, nu dergelijke intentie door de procureur-generaal nooit werd uitgesproken, wel integendeel.

3.5.

Het suggereren van een "schijn van partijdigheid" en de term "klassenjustitie" blijken slechts te steunen op - andermaal - een persoonlijke perceptie van verweerder en zijn erg zware uitdrukkingen voor iets dat op niets steunt.

3.6.

In de uitzending "Wakker op zondag" van ATV van 15.01.2012 moet verweerder alleszins in kennis geweest zijn van de expliciete uitleg die door de Antwerpse procureur des Konings H.D. werd gegeven op 13.01.2012 in de uitzending "Conclusies" op ATV over de modus operandi van het openbaar ministerie, in concreto in de "diamantzaak".

Nochtans heeft verweerder in die uitzending van 15.01.2012 volgehouden dat procureur-generaal Y.L. voor een "dealtje" met de diamantsector was "gaan samenzitten" en aan deze sector een soort van "vroegboekkorting" wilde geven middels een minnelijke schikking over de fiscale fraude, zodat uit deze feiten iets anders zou blijken dan het bestrijden van fraude.

Opnieuw werd de term "klassenjustitie" in de mond genomen, ook nadat door minister TURTELBOOM een omstandige uitleg was gegeven betreffende de initiatieven van de procureur-generaal ter voorkoming van procedurefouten in het proceduregevoelig dossier.

Ook na deze uitleg verklaarde verweerder dat de procureur-generaal "gretig" zocht naar een voordelige minnelijke schikking met de diamantsector, waarbij hij dan rechter en partij zou zijn. Tenslotte werd de mening geuit dat de werkwijze van de procureur-generaal uit het oogpunt van het wekken van een schijn van partijdigheid zwaarder weegt dan de "tempeluitstap" van een deel van de rechters van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen.

3.7.

Uiteindelijk blijken de uitlatingen en geschriften van verweerder terug te voeren tot zijn grote onvrede met de mogelijke toepassing in het "diamantdossier" van de door de wet van 11.07.2011 aan artikel 2l6bis van het wetboek van strafvordering aangebrachte wijzigingen.

De ter zake dienende bepalingen van dit artikel luiden thans:

Art. 2l6bis. [ ... ]

3.8.

Het is vanzelfsprekend het goed recht van verweerder zijn mening, commentaar en kritiek te verkondigen betreffende de strafwetten aan wie het horen of lezen wil, doch dat doet niets af aan het feit dat die wetgeving bestaat, en op democratische wijze door de wetgevende macht werd uitgevaardigd.

Staande de wet, geldt deze evenwel voor iedereen, journalisten en openbaar ministerie inbegrepen, en is het de taak van het openbaar ministerie de wet toe te passen en over de toepassing ervan te waken.

3.9.

Het kan de procureur des Konings, en met hem de procureur-generaal, dus niet ten kwade worden geduid dat zij de wet toepassen, ook al laat de wet aan hun soevereine appreciatie over of "een feit (niet) van aard schijnt te zijn dat het gestraft moet worden met een hoofdstraf van meer dan twee jaar correctionele gevangenisstraf of een zwaardere straf".

3.10.

Dat de oppositie zich in de wetgevende kamers verzette tegen de hierboven weergegeven wetswijzigingen is eigen aan de democratie.

Met name verwijst verweerder naar een persartikel van een zekere JDW op 17.03.2011 (www.vandaag.be - stuk 4 van verweerder) waarin wordt gesteld:

"De mogelijkheid om bij misdrijven een minnelijke schikking af te sluiten wordt aanzienlijk uitgebreid. De Kamer beslist dat straks op voorstel van Servais Verherstraeten (CD&V)( ... )

De oppositie verzette zich met hand en tand tegen deze wet omdat ze een klassenjustitie invoert: de rijkere verdachte zou een vervolging door het gerecht kunnen afkopen, de armere niet. Bovendien zou het voorstel indruisen tegen de onafhankelijkheid van de zetelende magistraten. Vonnissen of zelfs arresten kunnen worden te niet gedaan door een minnelijke schikking van het parket, zolang die vonnissen of arresten nog niet definitief zijn. Sommigen vrezen dat fiscale fraudeurs nu de kat uit de boom kijken en pas op het allerlaatste nippertje een minnelijke schikking zullen aanvaarden zodat de zaak in feite nog altijd even lang zal blijven duren." Evenwel kreeg de oppositie democratisch ongelijk en werd de wetswijziging gestemd.

3.11.

Verweerder blijkt evenwel moeilijk te kunnen leven met de toepassing van deze wetswijziging en met de appreciatie van (in eerste instantie de procureur des Konings (zie zijn verklaringen van 15.01.2012 aan ATV) het strafgevolg dat aan de diamantfraude moet worden gegeven, en laat deze onvrede moeiteloos overvloeien naar een meningsverschil tussen procureur-generaal Y.L. en substituut-procureur des Konings V.C., waarbij de verdediging van de substituut-procureur wordt opgenomen wegens zijn onvrede met de nieuwe wet, en de procureur-generaal omwille van zijn mening over de toepassing ervan wordt geviseerd.

Dat is evenwel twee dingen vermengen en het ene aangrijpen om het andere te bewijzen: waar kan aanvaard worden dat een journalist, om redenen die hem eigen zijn, de verdediging opneemt van een substituut-procureur des Konings, dient deze verdediging allerminst te leiden tot aantijgingen ten aanzien van diens procureur-generaal, die zich dan nog omwille van de specificiteit van zijn ambt nauwelijks kan verdedigen of de aantijgingen kan (blijven) weerleggen in zoverre zij al gegrond zouden zijn. Kritiek op een wet kan niet zonder meer worden geëxtrapoleerd naar de persoon van de procureur-generaal zelf, zelfs niet via de omweg van een meningsverschil tussen een substituut-procureur des Konings enerzijds en de procureur des Konings en diens procureur-generaal anderzijds.

3.12.

Uit de conclusies voor verweerder maakt de rechtbank op dat het bronnenonderzoek van verweerder zich heeft beperkt tot persartikels van derden, waarvan de strekking graag werd overgenomen en zelfs versterkt werd weergegeven.

Van eigen onderzoeksjournalistiek blijkt in het opiniestuk en de op televisie herhaalde inhoud daarvan dus bitter weinig.

In die optiek is het suggestief gebruik van de passus "( ... ) de uitleg dat dit enkel gebeurde om procedurefouten te vermijden klinkt bijzonder ongeloofwaardig." niet door ondersteunende feiten verantwoord doch wordt deze passus door de lezer opgevat als een quasibewijs van een persoonlijke fout van de procureur-generaal en van verholen bedoelingen van zijn kant, zeker wanneer in hetzelfde verband gebruik wordt gemaakt van de termen

"zachte aanpak van de diamanffraude"

"schijn van partijdigheid" "klassenjustitie"

"samenzitten" voor "een dealtje met de diamantsector"

"een vroegboekkorting" aan de diamantsector middels een "voordelige" minnelijke schikking over de fiscale fraude naar dewelke "gretig" wordt gestreefd.

uitvoerlegging van dit vonnis zouden verantwoorden.

3.13.

De rechtbank acht de publicaties en uitlatingen van de hand en uit de mond van verweerder dan ook foutief uit het oogpunt van objectieve berichtgeving, zeker nu zijn eerste aantijgingen ook na duiding door procureur des Konings H.D. twee dagen eerder, in een televisieuitzending werden herhaald.

3.14.

Deze geschriften en gezegden zijn van aard om bij het publiek de indruk te wekken van corruptie of partijdigheid in hoofde van procureur-generaal L. en dus van aard schade toe te brengen aan zijn eer en goede naam, en hem en zijn familie, waaronder zijn echtgenote, bloot te stellen aan de openbare verachting.

Er is een duidelijk oorzakelijk verband tussen hetgeen door verweerder de wereld werd ingestuurd en de perceptie van (een deel van) het publiek over de persoon van de procureur-generaal.

De rechtbank aanvaardt dat één en ander ook afstraalt op diens naaste omgeving.

3.15.

In ondergeschikte orde stelt verweerder - ten onrechte - dat de vordering zou moeten worden afgewezen op grond van artikel 10 van het EVRM dat stelt: [ ... ] De rechtbank laat immers de vrijheid van meningsuiting onberoerd, doch steunt haar beslissing op de wijze waarop door verweerder van deze vrijheid gebruik werd gemaakt.

Nog afgezien van de bedenkingen van de rechtbank betreffende het gehalte van feitenonderzoek in de opinievorming van verweerder, die vrijwel uitsluitend blijkt te steunen op opiniestukken van derden waarvan de juistheid klakkeloos werd overgenomen, is en blijft de strekking daarvan dat bij het publiek de indruk wordt gewekt van een corrupte of partijdige procureur-generaal.

De termen waarmee deze indruk van corruptie of partijdigheid werden gewekt waren volstrekt onnodig om de opinies van verweerder weer te geven. De fout en het schadeverwekkend feit liggen precies in de termen die werden gebruikt om suggestieve niet gefundeerde opinies te verkondigen betreffende een persoon en hem aldus bij het publiek in diskrediet te brengen.

Een zekere hardnekkigheid is verweerder daarbij niet vreemd, nu hij zijn opinie in dezelfde suggestieve termen in een televisie-uitzending herhaalde, ook nadat twee dagen eerder in klare termen in een andere uitzending op dezelfde zender door procureur des Konings H.D. de modus operandi van het openbaar ministerie was toegelicht, en hij dus de impact van zijn bewoordingen kon inschatten, én hij deze termen ook niet schuwde nadat minister van justitie TURTELBOOM in zijn aanwezigheid in de uitzending van 15.01.2012 de werkwijze van de procureur-generaal inzake het vermijden van procedurefouten had uiteengezet.

Ten deze wordt door de rechtbank geenszins de vrijheid van meningsuiting van wie dan ook beperkt, doch wordt wel de wijze gesanctioneerd waarop door de uitoefening van dit recht op vrije meningsuiting de goede naam en faam van de procureur-generaal - en bij uitbreiding diens naaste omgeving - wordt aangetast.

3.16.

Eiseres stelt zelf dat de schade die zij leed onherstelbaar is en onmogelijk cijfermatig te begroten is.

De rechtbank stelt zich dan ook de vraag van waar het bedrag van € 19.000,00 komt, ook al zou het worden geschonken aan de stichting tegen kanker.

Evenwel behoort het slachtoffer van een onrechtmatige daad de schade te begroten en te bewijzen, zelfs wanneer een begroting ex aequo et bono wordt gevorderd.

De rechtbank is van oordeel dat in deze omstandigheden de veroordeling van verweerder tot betaling van een morele schadevergoeding van één euro passend is.

3.17.

Nu slechts de door de rechtbank bewezen verklaarde fout van verweerder tot huidige procedure aanleiding heeft gegeven, dient hij tot de geheelheid van de kosten veroordeeld te worden.

De rechtbank ziet geen bijzondere redenen of noodzaak die de voorlopige ten-

BESLISSING VAN DE RECHTBANK:

[ ... ]

De vordering is ontvankelijk en in de hierna bepaalde mate gegrond doch ongegrond en afgewezen voor het overige;

Verweerder wordt veroordeeld aan eiseres een schadevergoeding van één euro (€ 1,00) te betalen, vermeerderd met gerechtelijke intresten;

Verweerder wordt veroordeeld tot de kosten, [ ... ]

Kritische noot onder in het NJW dit vonnis van E. Brewaeys
KRITIEK VAN JOURNALIST OP LEDEN VAN HET OPENBAAR MINISTERIE

 

Eigen kritische noot

Het is beangstigend wakker te worden in een land waar de pers geen kritiek of waardeoordelen meer zou mogen formuleren tegen instellingen die dit land maken in het algemeen en tegen het openbaar ministerie in het bijzonder.

YDS lijkt te beschuldigen, hij geeft percepties weer.

Hij schrijft: "Je zou het haast een "schijn van partijdigheid kunnen noemen. Of, mocht het woord niet zo oudmodisch klinken, pure klassejustitie." Hij heeft het dus over schijn en niet over feiten.

Hij heeft dan nog niet eens over schijn en injunctie.

verder willen we hierbij toch stellen:

GECENSUREERD

Rechtspraak: EHRM 24 februari 1997, nr. 19983/92 (De Haes en Gijsels / België), AM 1997, 196; Mediaforum (Bijlage) (Ned.) 1997, 45, noot D. VOORHOOF; Rev.trim.DH 1998, 571, noot P. DE FONTBRESSIN)

Tegen dit vonnis werd hoger beroep aangetekend.

 

 

Noot: 

1 € is wel een stuk minder dan 19.000 euro
 
waarmee de rechter zeker niet heeft willen zeggen dat de eer van een parketmagistraat maar 1 euro waar is. Dit zelfs zo niet in perceptie en we nemen deze woorden zeker niet in de mond. We moeten ook de voorzichtigheidsnorm hanteren. We insinueren niets we geven enkel de wiskundige vergelijking 1 < 19.000
Tenslotte nog dit: (voorbij de censuur geraakt:
Hoe zou het recht kunnen evolueren wanneer de rechtsleer geen kritiek mer zou kunnen uitoefenen op vonnissen en arresten. Het recht ontstaat juist door een interactie van rechtspraak, onderzoek en rechtsleer en de controle van de vierde macht de pers, die de opinie van het volk vertegenwoordigt.
Welke geloofwaardigheid hebben onze wetten nog waneer voor de zwaarste fraudes en de zwaarste fraudes minnelijke schikkingen mogelijk zijn, maar niet voor de organisatie van prosititutie, die volgens het parket zelf een lage prioriteit heeft wanneer ze niet gepaard gaat met dwang, geweld of mensenhandel en waarbij men mensen een tijd lang ongemoeid laat werken, gemeentetaksen laat betalen, de politie tips laat geven en ze vrij toegang heeft, om dan genadeloos toe slaan en de inkomsten lees de omzet van de laatste jaar aan te slaan?

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 28/07/2013 - 16:19
Laatst aangepast op: zo, 28/07/2013 - 17:50

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.