-A +A

Invordering ereloon advocaat ten aanzien van onderneming bevoegdheid rechtbank van Koophandel

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Arrondissementsrechtbank
Plaats van uitspraak: Brugge
Datum van de uitspraak: 
vri, 21/11/2014

De rechtbank van koophandel is vandaag niet alleen bevoegd voor vorderingen van en tegen handelsvennootschappen als zodanig, maar ook voor de vorderingen van en tegen de burgerlijke vennootschappen met handelsvorm.

Dit geldt ook voor de invordering van de erelonen van advocaten op ondernemingen, waartoe de rechtbank van koophandel bevoegd is.

Publicatie
tijdschrift: 
NJW
Uitgever: 
Kluwer
Jaargang: 
2015/324
Pagina: 
463
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

BV-BVBA Advocatenkantoor LO. eiseres, [ ... ]

tegen:

NVM.[ ... ]

verweerster, verstekmakend.

1. DE RECHTSPLEGING

Gezien het verwijzingsvonnis van de Vrederechter van het tweede kanton Kortrijk van 16 september 2014.

[ ..

2. FEITEN EN GEGEVENS VAN DE VORDERINGEN

Met het exploot van 16 juli 2014 gaat eiseres over tot dagvaarding van verweerster voor de vrederechter van het tweede kanton Kortrijk en vordert zij om verweerster te veroordelen tot het betalen van een bedrag van€ 1.355,17, [ ... ]

In de gedinginleidende akte voert eiseres aan dat zij de raadsman was van verweerster in een juridische procedure, verweerster bet bedrag van € 1.302,66 verschuldigd is ingevolge een provisienota van 20 december 2013 voor een bedrag van 1.000,00 euro en een ereloonnota van 30 december 2013 voor een bedrag van 302,66 euro, verweerster daartoe meermaals schriftelijk in gebreke werd gesteld, zij op deze ingebrekestellingen niet reageerde en evenmin overging tot betaling, er een contractuele wanprestatie in hoofde van verweerster bestaat, zij gerechtigd is op de door baar begrote intresten en de rechtbanken van het arrondissement Kortrijk bevoegd zijn, aangezien de prestaties op haar kantoor werden geleverd.

Volgens het proces-verbaal van de zitting van 2 september 2014 vorderde eiseres verstek en vonnis overeenkomstig baar herleide vordering en werd verstek verleend ten aanzien van verweerster.

Met het vonnis van de Vrederechter van bet tweede kanton Kortrijk van 16 september 2014 wordt de zaak, rechtdoende bij verstek en bij toepassing van artikel 640 van het Gerechtelijk Wetboek, verwezen naar de Arrondissementsrechtbank om te horen beslissen over de door de Vrederechter ambtshalve opgeworpen exceptie van materiële onbevoegdheid, gesteund op artikel 573, eerste lid, 1° van het Gerechtelijk Wetboek.

Met betrekking tot de door hem gereleveerde bevoegdheidsproblematiek overweegt de verwijzingsrechter dat zowel eiseres als verweerster in de kruispuntbank van ondernemingen zijn ingeschreven en de vraag zich stelt of er in casu sprake is van een geschil in de zin van het hierna besproken artikel 573 eerste lid, 1° van het (ie rechtelijk Wetboek.

3. BEOORDELING

Naar luid van artikel 573, eerste lid, 1° van bet Gerechtelijk Wetboek neemt de rechtbank van koophandel kennis van 'de geschillen tussen ondernemingen, namelijk tussen alle personen die op duurzame wijze een economisch doel nastreven, die betrekking hebben op een handeling welke is verricht in het kader van de verwezenlijking van dat doel en die niet onder de bijzondere bevoegdheid van andere rechtscolleges vallen'. Deze bepaling werd met artikel 2 van de wetvan26maart2014 (BS, 22 mei 2014) ingevoegd in het Gerechtelijk Wetboek en trad overeenkomstig zijn artikel 17 met ingang van 1 juli 2014 in werking. Het basisbeginsel inzake bevoegdheid van deze wet bestaat erin dat de geschillen met betrekking tot ondernemingen bij voorkeur aan de rechtbank van koophandel moeten worden voorgelegd, met uitzondering van de geschillen die onder het arbeidsrecht of onder het sociaal zekerheidsrecht ressorteren (MvT, Parl. St. Kamer 2013-14, nr. 3076/001, 6).

Het begrip 'onderneming' gaat veel verder dan het begrip koopman en wordt door deze wel begrepen als de persoon die op duurzame wijze een economisch doel nastreeft, wal het begrip winstbejag overstijgt (MvT, Pari.St. Kamer 2013-1-1, nr. 3076/001, 8; Verslag namens de Commissie voor de Justitie, Parl.St, Senaat 2013-14, nr. 2465/2, 2 en 3; B. ALLEMEERSCH, 'De bevoegdheidsherverdeling' in B. ALLEMEERSCH, P. TAELMAN, P. VAN ORSHOVEN en B. VANLERBERGHE (eds.), Nieuwe Justitie, Antwerpen, Intersentia, 2014, pag. 65, nr. 30). De handeling, gesteld met een economisch doel, is de handeling van levering van goederen of diensten op een bepaalde markt, kan niet beperkt worden tot daden van koophandel en is gesteld in een organisatie die gericht is op rentabiliteit, waarbij het winstgevend doel van de handeling op zich niet vereist is (l., VEROUGSTRAETE en J.-Ph. LEBEAU, 'Transfert de compétences: Je tribunal de commerce devient le juge naturel de l'entreprise', T.B.H., 2014, 5,J7, nr. 7).

Als gevolg van dit uitgangspunt is de bevoegd beid van de rechtbank van koophandel thans in geen geval meer beperkt tot vorderingen van en tegen handelsvennootschappen als zodanig, maar omvat deze bevoegdheid onder meer ook vorderingen van en tegen de burgerlijke vennootschappen met handelsvorm, wat vroeger reeds werd voorgestaan (Mvl', Parl.St, Kamer 2013-14, nr. 3076/001, 6 en 7). Van zodra het statutair doel van een vennootschap economische activiteiten vooropstelt, is de rechtbank van koophandel bevoegd, vermits ook vennootschappen, die geen handelsvennootschappen zijn, activiteiten met een economisch doel kunnen ontwikkelen (1., VEROUGSTRAETE en J.-Pb. LEB-EAU, 'Transfert de compétenccs: Ie tribunal de commerce devient le juge naturel de l'entrepise', T.B.H., 2014, 548, nr. 9).

Eiseres is een burgerlijke vennootschap onder de vorm van een BVBA. Ze is ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen. Haar doel bestaat in het verlenen van diensten door advocaten. Eiseres levert derhalve diensten op een bepaalde markt en streeft op duurzame wijze een economisch doel na. De door eiseres gestelde handeling, met name het verlenen van advies of het optreden voor de rechtscolleges, is verricht in de verwezenlijking van dit doel, terwijl verweerster, zijnde een handelsvennootschap en ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen, beroep deed op eiseres in het kader van haar economische activiteiten.

Vaststellende dat de vordering niet tot de bijzondere bevoegdheid van een an - der rechtscollege behoort, is de rechtbank van koophandel dus bevoegd om kennis te nemen van de vordering.

Op grond van de argumentatie dat de vennootschappen van onder meer advocaten thans uitdrukkelijk uitgesloten zijn in artikel 574, enig lid, 1° van het Gerechtelijk Wetboek, zou niet tot de onbevoegdheid van de rechtbank van koophandel kunnen worden besloten. Deze uitzondering werd gemaakt omdat de rechtbank van eerste aanleg, die reeds kennis neemt van diverse geschillen van vrije beroepen, beter geplaatst is om kennis te nemen van zulke geschillen (MvT, Parl.St. Kamer 2013--14, nr. 3076/001, 11).

Dat de vennoten en medewerkers van eiseres de beoefenaars van een vrij beroep zijn, is bij huidige beoordeling in wezen dienend. Hoe dan ook stelt de rechtbank vast dat artikel 573, enig lid, 1° van het Gerechtelijk Wetboek de beoefenaars van een vrij beroep niet uitsluit en dat de beoefenaars van een vrij beroep te beschouwen zijn als ondernemingen in de zin van voorzegde bepaling, wat spoort met de wet van 16 januari 2013 tot oprichting van een Kruispuntbank voor Ondernemingen die de registratieplicht sinds 2009 heeft uitgebreid tot vrije beroepers, met de rechtspraak van bet Hof van Justitie, die de beoefenaars van een vrij beroep onder bet begrip onderneming onderbrengt (B. ALLEMEERSCH, 'De bevoegdheidsherverdeling in B. ALLEMEERSCH, P. TAELMAN, P. VAN ORSHOVEN en B. VANLERBERGHE (cds.) Nieuwe Justitie, Antwerpen, Intersentia, 2014, pag. 67, nr. 33, verwijzend naar: HvJ 12 september 2000, C-180/98- C-184/98, Pavlov e.a. para 77; HvJ 19 februari 2002, C309/99, Wouters e.a., para. 1!5-49), en met de rechtspraak van het Grondwettelijk Hot waarin wordt geoordeeld dat de uitsluiting van vrije beroepen uit de Wet Marktpraktijken ongrondwettig is (B. ALLEMEERSCH, 'De bevoegdheidsherverdeling' in B. ALLEMEERSCH, P. TAELMAN, P. VAN ORSHOVEN en B. VANLERBERGHE (eds.) Nieuwe Justitie, Antwerpen, Intersentia, 2014, pag. 67, nr. 33, verwijzend naar: GwH 6 april 2011, nr. 55/2011; GwH 15 december 2011, nr. 192/2011; GwH 9 juli 2013, nr. 99/2013).

Dit geldt ook voor advocaten. De vaststelling dat artikel 574, enig lid, 1° van het Gerechtelijk Wetboek thans ondermeer voor advocaten een uitdrukkelijke uitzondering maakt, staat het voorgaande niet in de weg en maakt~ anders dan bepaalde rechtsleer (I., VEROUGSTRAETE en J.-Ph. LEBAEAU, 'Transfert de compétences: le tribunal de commerce devient le juge naturel de l'entreprise', T.B.H., 2014, 548, nr. 10) stelt geen argument uit om tot het tegendeel te besluiten. Zoals hiervoor werd overwogen. werd deze uitzondering gemaakt, omdat de rechtbank van eerste aanleg, die reeds kennis neemt van diverse geschillen van vrije beroepen, beter geplaatst is om kennis te nemen van zulke geschillen (MvT, Parl. St. Kamer 2013--14, nr. 3076/001, 11). Terecht heeft de verwijzingsrechter zijn bevoegdheid in twijfel getrokken. De rechtbank van koophandel Gent, afdeling Kortrijk, is, bij toepassing van artikel 573, enig lid, l O en 624, enig lid, 2° van het Gerechtelijk Wetboek, bevoegd om kennis te nemen van de vordering.

OM DEZE REDENEN,

[ ... ]

Verzendt de zaak naar de rechtbank van koophandel Gent, afdeling Kortrijk.

[ ... ]

Noot C. Van Severen, Advocaten[vennootschappen] zijn ondernemingen [in de zin van art. 273 lid 1,1° Ger.W.]

Rechtsleer:

• B. ALLEMEERSCH en T. REINGRABER, "De bevoegdheids(her)verdeling" in B. ALLEMEERSCH et al., Nieuwe Justitie, Antwerpen, Intersentia, 2014, (47) 67, nr. 31).

• I. VEROUGSTRAETE en J.-L LEBEAU, "Transfert de compétences: Ie tribunal de commerce devient Ie juge naturel de I'entreprise", TBH 2014 (543) 550-551, nr. 19).

• B. MICHAUX, "Les titulaires des professions libérales: ni vendeurs ni commerçants", RDC 1996, 6.

 

Noot: 

Arrondissementsrechtbank West-Vlaanderen, 11 december 2015, RW 2016-2017, 633

BVBA A.B.&L. t/ V.G.

...

2. Feiten en gegevens van de vorderingen

Eiseres heeft verweerder op 7 september 2015 gedagvaard voor de rechtbank van koophandel Gent, afdeling Kortrijk, in betaling van onkosten en erelonen ten bedrage van 1 418,77 euro, vermeerderd met de interesten.

Verweerder liet verstek gaan en in het vonnis van 15 oktober 2015 twijfelt de verwijzende rechter ambtshalve aan de materiële bevoegdheid van de rechtbank van koophandel, enerzijds omdat uit de gegevens, gevoegd bij de dagvaarding, blijkt dat verweerder al jaren geen commerciële activiteiten meer kent (hij is bijvoorbeeld geschrapt bij de BTW-administratie sedert april 2007) en anderzijds omdat de erelonen betrekking hebben op een echtscheidingsprocedure.

Met toepassing van art. 640 Ger.W. werd de zaak naar de arrondissementsrechtbank verwezen.

3. Beoordeling

Krachtens art. 573 Ger.W. neemt de rechtbank van koophandel kennis van geschillen tussen ondernemingen, namelijk tussen alle personen die op duurzame wijze een economisch doel nastreven, die betrekking hebben op een handeling die is verricht in het kader van de verwezenlijking van dat doel en niet onder de bijzondere bevoegdheid van andere rechtscolleges vallen.

Zelfs al mocht verweerder als een ondernemer te beschouwen zijn, kan de rechtbank van koophandel enkel bevoegd zijn voor zover het geschil betrekking heeft op een handeling die is verricht in het kader van de verwezenlijking van het economisch doel van partijen.

Dat laatste is het geval voor eiseres, maar niet voor verweerder. Eiseres vordert immers erelonen en onkosten voor prestaties, geleverd naar aanleiding van de echtscheidingsprocedure van verweerder en die dus niet te maken hebben met het economisch doel dat eventueel door verweerder wordt nagestreefd.

Krachtens artikel 590 Ger.W. is de vrederechter bevoegd voor alle vorderingen waarvan het bedrag 2 500 euro niet te boven gaat, behalve die welke de wet aan zijn rechtsmacht onttrekt. Dat laatste is niet het geval voor het opvorderen van advocaatkosten.

Aangezien verweerder te Hooglede woont, is het vredegerecht van het kanton Roeselare territoriaal bevoegd.

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 21/06/2015 - 08:36
Laatst aangepast op: ma, 04/09/2017 - 14:47

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.