-A +A

inloopperiodes en wachttijden in verzekeringspolissen en voortgezette misdrijven

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Antwerpen
Datum van de uitspraak: 
woe, 17/10/2012

Een verzekering waarbij een onderneming zich verzekert tegen fraude van zijn werknemers is onderworpen aan de wet op de landverzekering.
Artikel 78 WLVO regelt op dwingende wijze alleen de verplichtingen van de verzekeraar na het einde van de verzekeringsovereenkomst. De partijen kunnen voorzien in een anterioriteitsregel die tot hun contractuele vrijheid behoort evenals de invulling er van..

Over inloopperiodes en wachttijden in verzekeringspolissen en voortgezette misdrijven

Publicatie
tijdschrift: 
NJW
Uitgever: 
Kluwer
Jaargang: 
2013/284
Pagina: 
511
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

 

Delta Lloyd NV.,[ ... ] appellante, [ ... ]

tegen

1. KBC VERZEKERINGEN NV., [ ... ] geïntimeerde.Lv.]

[e.a.]

DE FEITEN

1. J.V.D.V. was sedert 27/09/1977 onder gelding van een arbeidsovereenkomst voor bedienden werkzaam bij de NV Bankunie, inmiddels de NV Delta Lloyd, als verantwoordelijke voor het bankfiliaal te Poederlee.

Volgens Delta Lloyd heeft haar werknemer J.V.D.V. haar op 15/01/1997 opgebiecht in de periode van 1980-1997 frauduleuze praktijken te hebben begaan en dit voor een totaal bedrag van 108.672.197 BEF hetzij€ 2.693.913,40.

Met vonnis van 02/06/2000 van de correctionele rechtbank te Turnhout, waartegen geen rechtsmiddelen werden aangewend, werd J.V.D.V. veroordeeld voor het plegen van valsheid in geschrifte, gebruik van valse stukken en verduistering in de periode van 01/01/1985 tot 30/11/1996.

Delta Lloyd heeft zich in deze procedure burgerlijke partij gesteld en de vordering werd toegekend voor een provisioneel bedrag van 500.000 BEF.

Delta Lloyd zou een bedrag van 51.345.183 BEF hetzij € 1.272.814 gerecupereerd hebben zodat de schade begroot wordt op 57.327.000,14 BEF hetzij € 1.421.099,56.

 

Delta Lloyd deed op 16/01/1997 aangifte van de feiten onder de Globale Bankpolis die zij afsloot met ABB (inmiddels KBC Verzekeringen), De Vaderlandsche (inmiddels Vivium), Fidelitas (inmiddels Fidea), Group Victoire (inmiddels Axa Belgium), Belassur (inmiddels Nateus en nadien Ethias) en de nv Mercator & Noordstar (inmiddels de nv Mercator Verzekeringen), hierna genoemd de verzekeraars onder de bankpolis (polis nr. BA/80.9 59.142). In deze polis met aanvang op 01/01/1991 en eindigend op 31/12/1994, is de waarborg infideliteit gedekt voor een bedrag van 30 miljoen BEF of€ 743.680,57 per schadegeval, met een vrijstelling van 5.000.000 BEF of€ 123.976,76.

Delta Lloyd deed op 16/01/1997 aangifte van de feiten onder de polis Waarden die zij afsloot met De Vaderlandsche (inmiddels Vivium), hierna genoemd de verzekeraar onder de waardepolis (polis nr. 14W0021072). In deze polis met aanvang op 31/12/1994 is de waarborg infideliteit gedekt voor een bedrag van 30 miljoen BEF of€ 743.680,57 per schadegeval, met een vrijstelling van 5.000.000 BEF of€ 123.976,76.

De verzekeraars onder deze beide polissen hebben tussenkomst geweigerd.

DE VOORAFGAANDE RECHTSPLEGING

2. Met inleidende dagvaarding van 15/12/1997 voor de rechtbank van koophandel te Antwerpen heeft de nv Bankunie, inmiddels Delta Lloyd, deze verzekeraars onder" de Globale Bankpolis" en de polis "Waarden" aangesproken.

In de laatste conclusie vraagt ze op grond van de "Globale Bankpolis", KBC Verzekeringen, Vivium, Fidea, en Axa Belgium elk te veroordelen tot betaling aan haar van een bedrag van€ 148. 736,11 en Ethias en Mercator Verzekeringen tot betaling van een bedrag van€ 74.368,06, meer de vergoedende interesten vanaf 16/01/1997.

Vervolgens vraagt zij op grond van de polis "Waarden", Vivium te veroordelen tot betaling aan haar van een bedrag van € 743.680,57, ondergeschikt tot een bedrag van € 579.721,29, meer de vergoedende interesten vanaf 16/01/1997.

3. De verzekeraars besloten tot de onontvankelijkheid, minstens de ongegrondheid van de eis van Delta Lloyd.

4. Het bestreden vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen van 28/09/2010 heeft de eis van Delta Lloyd ontvankelijk maar ongegrond verklaard en Delta Lloyd veroordeeld tot de gedingkosten van de overige partijen

 

5. Met verzoekschrift neergelegd ter griffie van dit hof, 14/01/2011 heeft de NV Delta Lloyd een naar vorm en termijn regelmatig hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen van 28/09/2010 en dit ten aanzien van KBC Verzekeringen, Vivium, Fidea, Axa Belgium, Ethias en Mercator Verzekeringen.

Standpunten van partijen in hoger beroep

6. [ ... ]

Ten gronde vraagt zij haar hoger beroep ontvankelijk en gegrond te verklaren en haar oorspronkelijke vordering toelaatbaar en gegrond te verklaren. Zij vraagt de verzekeraars te veroordelen tot haar proceskosten in eerste aanleg en in hoger beroep, die zij begroot op€ 11.000,00 en zij vraagt dit bedrag enerzijds van KBC Verzekeringen, Fidea, Axa Belgium, Ethias en Mercator Verzekeringen en anderzijds van de nv Vivium.

7. KBC Verzekeringen, Fidea, Axa Belgium, Ethias en Mercator Verzekeringen besluiten tot de ongegrondheid van het hoger beroep en tot de bevestiging van het bestreden vonnis, met veroordeling van Delta Lloyd tot betaling van hun proceskosten, begroot op€ 16.500,00.

8. Vivium besluit eveneens tot de ongegrondheid van het hoger beroep en tot de bevestiging van het bestreden vonnis, met veroordeling van Delta Lloyd tot betaling van haar proceskosten, begroot op€ 15.000,00

Beoordeling in hoger beroep

Wat het verzoek betreft van Delta Lloyd om onderhavige zaak naar de rol te verzenden in afwachting van de uitspraak van het hof van Cassatie

[ ... ]

ll. Delta Lloyd meent aanspraak te kunnen maken op de verzekeringswaarborg van beide voormelde polissen tot vergoeding van de schade die ze heeft geleden en mogelijk nog zal lijden ingevolge de financiële fraude waarvoor haar werknemer, dhr. J.V.D.V., definitief strafrechtelijk werd veroordeeld.

Zij houdt voor dat dit schadegeval, waarvan de schadeverwekkende feiten zich voltrokken over verschillende jaren, gedekt is onder de volgende polissen, inzonderheid onder de waarborg Infideliteit":

de polis "Globale Bankpolis", waarin de waarborg "infideliteit" omschreven werd in art. 1 AI II van de Algemene Voorwaarden: "De verzekeraar waarborgt de vergoeding van de financiële schade ten nadele van de verzekeringnemer of waarvoor de verzekeringnemer aansprakelijk is ingevolge diefstal, verduistering, misbruik van vertrouwen, oplichting of elk ander vermogensmisdrijf, gepleegd in het kader van de bankactiviteit door of met medeplichtigheid van een werknemer met de duidelijke intentie om zijn werkgever (de verzekeringnemer) te schaden of om voor zichzelf een financieel voordeel te bekomen .... ".

De polis had uitwerking vanaf 01/01/1991. De polis werd beëindigd op 30/12/1994.

de polis "Waarden", waarin de waarborg "infïdeliteit" omschreven werd in art. 1 B 1: "De verzekeraar waarborgt de vergoeding van het financieel verlies dat de verzekeringnemer lijdt, na aanvangsdatum van het verzekeringscontract veroorzaakt en vóór de einddatum ervan ontstaan, (B) ingevolge: (1) Infïdeliteit, gepleegd door de werknemer van de verzekeringnemer na de aanvangsdatum van het contract door of ter gelegenheid van diefstal, afpersing, verduistering, valsheid in geschrifte, misbruik van vertrouwen, bedriegerij, vervalsing, oplichting of elk ander vermogensmisdrijf in het kader van de omschreven beroepsactiviteit en met de duidelijke intentie om voor zichzelf of een derde een financieel voordeel te bekomen .... ".

Deze polis nam een aanvang op 31/12/1994.

Tot bewijs van deze fraude legt Delta Lloyd de definitieve strafrechtelijke veroordeling voor van J.V.D.V. met vonnis van 02/06/2000 van de correctionele rechtbank te Turnhout. Daaruit blijkt dat J.V.D.V. definitief werd veroordeeld voor het plegen van vermogensmisdrijven, zoals deze vermeld in de omschrijving van de waarborg in beide polissen. Hij werd veroordeeld tot één enkele gevangenisstraf uit hoofde van een reeks misdrijven gepleegd tussen 01/01/1985 en 30/11/1996. De strafrechter deed toepassing van artikel 65 strafwetboek, zodat de door J.V.D.V. gepleegde feiten beantwoorden aan het wettelijk begrip "voortgezet" misdrijf, namelijk een serie van opeenvolgende strafbare gedragingen, die elk op zich een misdrijf uitmaken, doch die als één misdrijf worden beschouwd wegens de eenheid van doel en verwezenlijking waarmee de feiten werden gepleegd.

12. Wat de polis "Globale Bankpolis" betreft werpen de verzekeraars tegen dat het schadegeval te beschouwen is als een anterioriteits- of inlooprisico, dat door de polis buiten het dekkingsgebied is geplaatst.

Zij verwijzen naar art. 12.2.a en b van de algemene polisvoorwaarden:

"12.2. Bij voortgezet misdrijf gelden volgende bepalingen:

a. Een schadegeval wordt geacht te zijn ontstaan op de datum waarop het eerste schadeveroorzakende feit van een voortgezet misdrijf zich heeft voorgedaan.

b. Wanneer dit eerste schadeveroorzakend feit zich voordoet vóór de begindatum van de polis of meer dan 5 jaar vóór de datum van de aangifte zal er geen tussenkomst zijn van de verzekeraar, ook niet voor andere schadeveroorzakende feiten van hetzelfde voortgezet

Zij stellen bovendien dat de schade zich heeft voorgedaan na de verzekerde periode zodat zij niet tot dekking gehouden zijn (artikel 78 WLVO).

Wat de polis "Waarden" betreft werpt Vivium tegen dat de waarborg "infideliteit" krachtens art. LB.1 van de algemene polisvoorwaarden slechts de feiten omvat die door de werknemer van de verzekeringnemer gepleegd werden na de aanvangsdatum van het contract. Art. 2.11 van de algemene polisvoorwaarden sluit het schadegeval uit van de dekking wanneer het is ontstaan vóór de aanvangsdatum en na de einddatum van het contract. Volgens de "Begripsomschrijvingen" van de polis moet een collectief of voortgezet misdrijf geacht worden te zijn ontstaan op de datum waarop het eerste schadeveroorzakende feit ervan zich heeft voorgedaan. Vivium besluit dat aldus het anterioriteitsrisico m.b.t. schade door een voortgezet misdrijf dat een aanvang nam vóór de aanvang van de polis, niet gedekt is.

13. Volgens Delta Lloyd zijn deze polisbedingen strijdig met de dwingende bepalingen van artikel 77 en 78 van de wet Landverzekeringsovereenkomst (hierna kort: WLVO). Deze bepalingen, die van toepassing zijn ter zake van aansprakelijkheidsverzekeringen, regelen op dwingende wijze de dekking in de tijd bij aansprakelijkheidsverzekeringen.

Deze wettelijke voorschriften wijzen sedert de wijzigende wet van 16/03/1994 het tijdstip van het voorvallen van de schade aan als het bepalende rechtsfeit voor de dekkingsverhouding tussen de verzekeraar en de verzekerde. Voordien werd in de oorspronkelijke wettekst van 25/06/1992 het schadeveroorzakend feit als aanknopingspunt aangeduid.

Volgens Delta Lloyd hebben de schadevoorvallen zich te dezen wel degelijk voorgedaan tijdens de dekkingsperiode van de opeenvolgende polissen in kwes-

tie zodat dekking onder de polis verschuldigd is op basis van de dwingende bepalingen van artikel 77 en 78 WLVO.

Wat de aard van de verzekeringspolissen "Globale Bankpolis" en "Waarden" betreft

14. De verzekeraars voeren vooreerst het verweer dat deze polissen geen aansprakelijkheidsverzekeringen zijn maar wel zaakverzekeringen zodat in elk geval de dwingende bepalingen van artikel 77 en 78 WLVO ten deze niet van toepassing zijn.

Er bestaat geen betwisting dat artikel 77 en 78 WLVO enkel van toepassing zijn op aansprakelijkheidsverzekeringen.

15. Een aansprakelijkheidsverzekering verschaft in de regel dekking voor het geldelijk verlies dat men kan lijden wanneer een derde de benadeelde aanspreekt tot vergoeding n.a.v. een in de polis omschreven schadeverwekkende gebeurtenis, waarvoor het gehele vermogen van de verzekerde het onderpand is zodat men dat wil beschermen door te verzekeren op basis van aansprakelijkheid. Het betreft m.a.w. de vrijwaring door de verzekeraar van het vermogen van de verzekerde binnen de grenzen van de dekking tegen alle schulden uit een vaststaande aansprakelijkheid (artikel 77 WLVO).

Een zaakverzekering slaat op de aantasting van het vermogen waardoor er geheel of gedeeltelijk verlies is van een goed of zelfs van een geheel van goederen die deel uitmaken van het vermogen van de verzekerde. Een zaakverzekering betreft derhalve een specifiek bestanddeel of bestanddelen van het vermogen van de verzekerde die onderworpen zijn aan het verzekerde risico en waarbij de verzekerde belang heeft om ze te behouden.

16. De "Globale Bankpolis" omschrijft haar waarborg voor het risico van infideliteit als volgt (artikel 1, A, III): "c/e verzekeraar waarborgt de vergoeding van de financiële schade ten nadele van de verzekeringnemer of waarvoor de verzekeringnemer aansprakelijk is ingevolge diefstal, verduistering, misbruik van vertrouwen, oplichting of elke ander vermogensmisdrijf, gepleegd in het kader van de bankactiviteit door of met medeplichtigheid van een werknemer met de duidelijke intentie om zijn werkgevers (de verzekeringnemer) te schaden of om voor zichzelf een financieel voordeel te bekomen". De bepalingen van de polis zijn desbetreffend duidelijk.

De polis geeft zodoende dekking voor de aansprakelijkheid van Delta Lloyd die ze oploopt voor foutieve handelingen (zoals diefstal, verduistering, misbruik van vertrouwen, oplichting of enig ander vermogensmisdrijf) van een werknemer.

Het hof is van oordeel dat de "Globale Bankpolis" een aansprakelijkheidsverzekering is in de mate waarin ze een vergoeding waarborgt van de financiële schade waarvoor de verzekeringnemer, ten deze Delta Lloyd, aansprakelijk is ingevolge de infideliteit door vermogensdelicten van haar werknemer, ten deze J.V.D.V., en geen zaakverzekering zoals de verzekeraars onterecht aanvoeren.

17. Volgens art. LA ("hoofdwaarborgen) van de algemene voorwaarden van de polis "Waarden" wordt de vergoeding gewaarborgd van het financieel verlies ingevolge de beschadiging, het verlies, de vernietiging of de verdwijning van verzekerde waarden. Dat zijn, volgens de "begripsomschrijvingen" van de polis, de aangewezen waarden, eigendom van de verzekeringnemer "of waarvoor hij, indien ze aan derden toebehoren, aansprakelijk is". Daaruit blijkt dat het gewaarborgd financieel verlies van de verzekeringnemer "verzekerde waarden" betrof

Wanneer dit verlies zou slaan op verzekerde waarden die de verzekeringnemer toebehoorden, dan betreft het een zaakverzekering.

Wanneer het financieel verlies echter voortkomt uit de verplichting van de verzekeringnemer om met zijn gehele vermogen als onderpand in te staan voor het geheel of gedeeltelijk teloorgaan van verzekerde waarden die derden toebehoorden, dan gaat het om een aansprakelijkheidsverzekering.

Uit de bewoordingen van art. l.B.1 ("infideliteit") van de algemene voorwaarden van de polis "Waarden" blijkt dat de verzekeraar de vergoeding waarborgt van het financieel verlies dat de verzekeringnemer lijdt ingevolge de infideliteit van een werknemer. Deze infideliteit slaat op het onrechtmatig handelen door diefstal, afpersing, verduistering, valsheid in geschrifte, misbruik van vertrouwen, bedrog, vervalsing, oplichting of elk ander vermogensmisdrijf, gepleegd in het kader van de beroepsactiviteit.

Het gewaarborgd financieel verlies van de verzekeringnemer kan in die gevallen ook betrekking hebben op de verbintenis van de verzekeringnemer met zijn gehele vermogen in te staan voor de schade die door het onrechtmatig handelen van haar werknemer is veroorzaakt. De verzekeringnemer kan dan getroffen worden door aansprakelijkheid voor de onrechtmatige daad van haar aangestelde of als schijnlastgever.

In zo'n geval impliceert de waarborg van het financieel verlies de dekking van aansprakelijkheden en is de verzekering een aansprakelijkheidsverzekering.

Het hof oordeelt dat ook de polis "Waarden" in de gevallen waarin ze het finan - cieel verlies waarborgt dat voortkomt uit de verplichting van de verzekeringnemer, ten deze Delta Lloyd, om met zijn gehele vermogen als onderpand in te staan voor het geheel of gedeeltelijk teloorgaan van verzekerde waarden die aan derden behoren veroorzaakt door het onrechtmatig handelen van haar werknemer, eveneens een aansprakelijkheidsverzekering betreft.

18. In die zin betreffen de polissen niet de dekking van eigen schade die de verzekeringnemer, Delta Lloyd, lijdt maar wel van haar aansprakelijkheid die zij draagt voor de waarden toebehorende aan derden, als gevolg van foutieve handelingen door haar werknemers.

Het is op deze aansprakelijkheidsdekking dat Delta Lloyd wel degelijk een beroep doet in onderhavig geding.

Het gegeven dat de verzekeraars in deze polissen geen bedingen m.b.t. een gebeurlijk verhaal ten aanzien van hun verzekeringnemer hebben opgenomen, doet niet anders besluiten.

De dwingende bepalingen van artikel 77 en 78 WLVO zijn zodoende ten deze van toepassing.

Wat de beweerde strijdigheid van bepaalde contractuele bepalingen in de polissen met de dwingende bepalingen van artikel 77 en 78 WL VO betreft

19. Delta Lloyd voert aan dat een aantal bepalingen in de polis afbreuk doen aan de dwingende bepalingen van artikel 77 en 78 WLVO zodat zij buiten toepassing moeten worden gelaten, vermits zij relatief nietig zijn. Zij voert aan dat de verzekeraars in hun polissen bepaalde dekkingsvoorwaarden hebben ingelast - waarop zij ten deze beroep doen om dekking te weigeren - die strijdig zouden zijn met deze artikelen.

De bepalingen waarnaar Delta Lloyd verwijst betreffen het inlooprisico of anterioriteitsrisico.

20. De artikelen 77 en 78 WLVO regelen, naar het oordeel van het hof, enkel dwingend de verplichtingen van de verzekeraar na het einde van de overeenkomst, in het geval de verzekerde zijn vordering slechts stelt na de beëindiging van de polis. Dit betreft het uitlooprisico of het posterioriteitsrisico.

Artikel 78 WLVO bepaalde in zijn oorspronkelijke versie van de wet van 25/06/1992 dat de verplichting van de verzekeraar zich nog uitstrekte tot vorderingen die na het einde van de overeenkomst werden ingediend, wanneer de schadeverwekkende gebeurtenis zich in de loop van de overeenkomst had voorgedaan. Dit wetsartikel sloeg dus op de verplichtingen van de verzekeraar na het einde van de overeenkomst. Het lag niet in de bedoeling van de wetgever bij de redactie van artikel 78 WLVO (wet van 25/06/1992) ook de anterioriteitsproblematiek te raken. In de Memorie van Toelichting bij het wetsontwerp werd uitdrukkelijk vermeld: "Een dwingend voorschrift betreffende de mogelijke tenlastelegging van verzekeraar van de gevolgen van een schadeverwekkende gebeurtenis die voor de ingangsdatum van de overeenkomst heeft plaatsgevonden, maar die zich pas gedurende de loop ervan hebben vertoond, werd niet opgenomen zodat partijen alle vrijheid hebben om de meest geschikte regeling te bedingen voor hun belangen" (Pari. Stuk, Kamer, gewone zitting 90-91, nr. 1586/1, p. 70).

Artikel 78 WLVO werd gewijzigd door de wet van 16/03/1994 in die zin dat het begrip 'schadeverwekkende gebeurtenis" werd vervangen door het begrip "schade voorgevallen tijdens de duur van de overeenkomst".

Aldus werd het aanknopingspunt gewijzigd. De verplichtingen van de verzekeraar strekken zich ingevolge deze wetswijziging uit tot vorderingen die na het einde van de overeenkomst werden ingediend, wanneer de schade zich in de loop van de overeenkomst had voorgedaan. Dit aanknopingspunt "schade voorgevallen tijdens de duur van de overeenkomst" werd enigszins getemperd door in art. 78, § 2 WLVO het "claims made"beginsel (indienen van de vordering tot vergoeding) in te voeren voor een beperkt aantal risico's (art. 6bis van het koninklijk besluit van 24/12/1992 en art. 4 van koninklijk besluit van 29/12/1994).

Het hof oordeelt, ermee rekening houdend dat de wijziging door de wet van 16/03/1994 werd aangebracht aan artikel 78 WLVO, dat de verplichtingen van de verzekeraar na het einde van de overeenkomst beoogde te regelen, dat aan de oorspronkelijke bedoeling van de wetgever om de anterioriteitsproblematiek aan de vrije overeenkomst van partijen over te laten, niet werd geraakt.

Deze problematiek van anterioriteit of inlooprisico blijkt wettelijk zodoende niet geregeld zodat verzekeraar en verzekeringnemer daarover vrij kunnen overeenkomen en hun overeenkomst strekt tot wet (art. 1134 van het Burgerlijk Wetboek).

Het gegeven dat de hoofding "verplichtingen van de verzekeraar na het einde van de overeenkomst' verdwenen is na de wetswijziging in 1994, doet naar het oordeel van het hof niet anders besluiten.

21. Het behoort zodoende tot de contractvrijheid van partijen om de dekking van het inlooprisico overeen te komen. Het hof neemt dan ook de door Delta Lloyd aangevoerde strijdigheid van de contractuele bepalingen m.b.t. het inlooprisico met artikel 77 en 78 WLVO niet aan.

Het staat de partijen vrij om te bedingen dat de aansprakelijkheid met betrekking tot schadeverwekkende gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden vóór de totstandkoming van de polis, niet gedekt is.

Wat de dekking onder de polis "Globale Bankpolis" betreft

22. In de " Globale Bankpolis" werd art. 12.2 van de algemene polisvoorwaarden ingelast m.b.t. het voortgezet misdrijf:

"2. Bij voortgezet misdrijf gelden volgende bepalingen:

a. Een schadegeval wordt geacht te zijn ontstaan op de datum waarop het eerste schadeveroorzakende feit van een voortgezet misdrijf zich heeft voorgedaan

b. Wanneer dit eerste schadeveroorzakend feit zich voordoet vóór de begindatum van de polis of meer dan 5 jaar vóór de datum van de aangifte zal er geen tussenkomst zijn van de verzekeraar, ook niet voor andere schadeveroorzakende feiten van hetzelfde voortgezet misdrijf die zich tijdens de duurtijd van deze polis hebben voorgedaan .... ".

Deze bepaling heeft betrekking op de dekking dan wel uitsluiting van het anterioriteitsrisico in het geval van een voortgezet misdrijf, waarbij bovendien

de omvang van de dekking beperkt is tot een ontdekkingsperiode van 5 jaar.

De dekkingsperiode van deze polis liep van 01/01/1991tot31/12/1994. Het eerste schadeveroorzakende feit van het voortgezet misdrijf van J.V.D.V. dagtekent van 1985, i.e. van vóór 01/01/1991 en ook meer dan 5 jaar vóór de datum van de aangifte op 16/01/1997.

Er wordt dan ook door de verzekeraars aangetoond dat de schade die Delta Lloyd aanvoert te hebben opgelopen ten gevolge van het voortgezet misdrijf van J.V.D.V., buiten de dekking van de deze polis valt.

23. Delta Lloyd voert onterecht aan dat deze bepaling door nietigheid is aangetast, vermits ze strijdig is met de dwingende regels van artikels 77 en 78 WLVO.

De bepaling, zoals hierboven weergeven en die de verzekeraars onder de "Globale Bankpolis" inroepen, betreft het inlooprisico van de polis, zodat het onder de contractvrijheid valt van partijen. Hierboven heeft het hof reeds geoordeeld dat de bepalingen in de polis die betrekking hebben op het inlooprisico van de polis, onder de contractvrijheid van partijen vallen.

Onterecht roept Delta Lloyd dan ook de nietigheid van deze bepaling in op basis van artikel 87 en 88 WLVO. De polis "Globale Bankpolis" waarborgt enkel infideliteit gepleegd na de aanvangsdatum van het contract, zijnde na 31/12/1991.

24. Ten overvloede oordeelt het hof als volgt:

De verzekeraars van de "Globale Bankpolis" voeren aan dat de schade is ontstaan in 1997, bij het ontdekken van de fraude, zodat de schade valt buiten de duurtijd van de polis, die liep van 01/01/1991 tot 31/12/1994.

Het is niet betwist door Delta Lloyd dat de fraude pas werd ontdekt in 1997, minstens leest het hof desbetreffend geen afdoend verweer.

Het voorvallen van de schade is determinerend in artikel 78 WLVO. Dit begrip werd weliswaar niet omschreven in de wet, en dient zodoende in zijn gebruikelijke betekenis te worden gelezen, namelijk in die zin dat het voorvallen van de schade, het zich manifesteren of voordoen van de schade is.

Het blijkt dat pas in 1997, toen het ganse frauduleuze systeem van J.V.D.V. instortte en bepaalde beleggers hun beleggingen zagen verloren gaan, dat de schade zich heeft gemanifesteerd. Het hof neemt het verweer van Delta Lloyd dat J.V.D.V. tijdens de looptijd van de polis fraudeerde zodat de schade voorviel tijdens de dekkingsperiode van de polis, niet aan. De schade is niet voorgevallen op het ogenblik van de frauduleuze handelingen, maar op het ogenblik van haar manifestatie in 1997. Minstens toont Delta Lloyd niet aan dat de schade zich vroeger zou hebben gemanifesteerd.

De schade is zodoende niet voorgevallen tijdens de verzekerde periode, maar na de verzekerde periode, zodat de dwingende bepalingen van artikel 78 WLVO m.b.t. het uitlooprisico niet van toepassing zijn en de verzekeraars onder de "Globale Bankpolis" geen dekking verschuldigd is.

Wat de dekking onder de polis " Waarden" betreft

25. De verzekeraar onder de polis "Waarden", de nv Viviurn, voert aan dat zij evenmin dekking verschuldigd is om reden dat het schadeverwekkend feit dateert van voor de aanvangsdatum van het contract en zij contractueel uit de polis heeft gesloten schade als gevolg van schadeverwekkende feiten die zich hebben voorgedaan voorafgaandelijk aan het afsluiten van de polis. Zij stelt dat het eerste schadeveroorzakend feit van het voortgezet misdrijf van J.V.D.V. dateert van 01/01/1985, i.e. ruim voor de aanvang van de polis op 01/01/1995.

Vivium baseert zich hierbij op de begripsomschrijving van "voortgezet misdrijf' (" ... een voortgezet misdrijf wordt geacht te ontstaan op de datum waarop het eerste schadeveroorzakend feit ervan zich heeft voorgedaan"), op artikel 1 van de polis "hoofdwaarborgen" (" ... de verzekeraar waarborgt de vergoeding van het financieel verlies dat de verzekeringnemer lijdt, na de aanvangsdatum van het verzekeringscontract en vóór de einddatum ervan ontstaan) alsook op artikel 1. B dat dekking voor infideliteit verleent ''gepleegd door de werknemer van de verzekeringnemer na de aanvangsdatum van het contract, door of ter gelegenheid van ... ".

Zodoende is uit de polis gesloten de infideliteit gepleegd door de werknemer (ten deze J.V.D.V.) voor de aanvangsdatum van de polis. Het voorgezet misdrijf wordt geacht te zijn gepleegd op datum van het eerste schadeveroorzakend feit zijnde ten deze 01/01/1985, zijnde een ogenblik dat de polis nog niet werd onderschreven.

26. Delta Lloyd voert aan dat deze bepalingen in de polis door nietigheid zijn aangetast, vermits ze strijdig zijn met de dwingende regels van artikels 77 en 78 WLVO.

De bepalingen, zoals hierboven weergeven en die Vivium inroept, betreffen het inlooprisico van de polis, zodat zij onder de contractvrijheid vallen van partijen. Hierboven heeft het hof reeds geoordeeld dat de bepalingen in de polis die betrekking hebben op het inlooprisico van de polis, onder de contractvrijheid van partijen vallen.

Onterecht roept Delta Lloyd dan ook de nietigheid van deze bepalingen in op basis van artikel 87 en 88 WLVO. De polis "Waarden" waarborgt enkel infideliteit gepleegd na de aanvangsdatum van het contract, zijnde na 31/12/1994.

Daarenboven blijkt in de polis "Waarden" voor gevallen van Infideliteit" de omvang van de dekking te zijn beperkt tot een ontdekkingsperiode van twee jaar (art. l.B.l.3de lid van de algemene voorwaarden en de bijzondere voorwaarden in bijvoegsel nr. 02 van

23/02/1996). Deze bepaling betreft opnieuw het inlooprisico van de polis en is zodoende niet strijdig met artikel 78 WLVO. Bij een voortgezet misdrijf vangt die ontdekkingsperiode aan bij het eerste schadeveroorzakende feit om te eindigen bij de ontdekking ervan (art. l.B.l.3de lid van de algemene voorwaarden). Het laat geen twijfel dat tussen het eerste schadeveroorzakende feit van infideliteit en de ontdekking van de infideliteit in 1997 meer dan twee jaar verliep.

Zodoende toont Delta Lloyd ook niet aan dat de schade die zij aanvoert te hebben opgelopen tengevolge van het voortgezet misdrijf van J.V.D.V., onder de dekking van de polis "Waarden" valt.

[ ... ]

BESLISSING

[ ... ]

Het hof verklaart het hoger beroep van de nv Delta Lloyd toelaatbaar maar ongegrond.

Het hof bevestigt het bestreden vonnis in zijn bestreden beschikkingen zij het op andere motieven.

Het hof verklaart het incidenteel beroep van NV KBC Verzekeringen, NV Vivium, NV Fidea, NV Axa Belgium, NV Ethias en NV Mercator Verzekeringen ongegrond.

[ ... ]

Noot D Wuyts Belang van een duidelijke afbakening van de dekkingsverplichting van de verzekeraar in de tijd ~ NJW nr. 284 l 19 juni 2013 509

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 11/08/2013 - 10:12
Laatst aangepast op: zo, 11/08/2013 - 10:12

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.